Solar Freiburg

On 28 juni 2009, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen op Citiwire.net van 31 mei 2009:

 

Terwijl de Amsterdamse politiek haar wethouder van milieu, Marijke Vos, het leven zuur maakt, maakt de stad Freiburg in Baden Württemberg furore met de uitvoering van plannen die ook Vos op haar lijstje heeft staan. Door de onrust rond de opwarming van de aarde is het ruim 200.000 inwoners tellende Freiburg ineens in de internationale belangstelling komen te staan. Zelfs de Amerikanen hebben de Zuidduitse stad ontdekt. Waarom lukt het daar wel en in Amsterdam niet? Omdat de bewoners van Freiburg in de jaren zeventig zich met succes hebben verweerd tegen de komst van een kerncentrale. "Even after the plant was cancelled, they stuck together, agreeing it wasn’t enough to say what they opposed — they had to explore where they would get their future electricity, power, heat. Would it be solar, or wind, or geothermal? Could it happen with no nuclear power, with radically less oil and coal?" Aldus de Amerikaanse journalist Neil Pearce op zijn blog, Citiwire.net. "It was an open debate. Professors came to the town plaza to discuss arrays of energy strategies. Special research institutes were founded — among them an EcoInstitute to look into such issues as reduced household consumption through energy-efficient construction and appliances. Also founded in Freiburg: the Fraunhofer Institute for Solar Energy Systems, now Europe’s largest solar research energy body with a 500-person staff. A visitor is exposed to exciting solar razzle-dazzle in Freiburg today — some 1,000 solar panels on building rooftops and facades, 2,400 square meters of solar cells atop a city stadium, and a solar tower at the railway station, its mixture of glass and 240 embedded solar panels glistening in the sun. It’s taking time for solar to satisfy more than a fraction of Freiburg’s city energy demands. But it keeps growing because of a crucial incentive — the legal right of homeowners and businesses to feed excess power back into the local power grid, at an attractive rate of return, on a multi-year basis. Germany as a whole is following the Freiburg lead, investing billions in photovoltaic research to become one of the world leaders in solar panel production and installation."

“We do trips into the future,” says Juergen Hartwig, a founding partner of “Freiburg Futour” which explain’s Freiburg’s breakthroughs to visitors. Environmentalists like himself, he notes, are no longer scoffed at as impractical idealists who wear two sweaters in winter; today not only Germany’s “Greens” but the main political parties have come around to support solar and other energy alternatives, because they’re profitable, and because they provide the county with some 250,000 jobs. Freiburg keeps expanding its energy saving alternatives. Town center is an expansive vehicle-free pedestrian zone, one of Germany’s first, with refreshing foot-wide fresh water canals running along the streets to provide natural cooling and add ambiance. There’s a robust, growing public transit system of electric trams and buses. The city’s advanced water systems include grassy swales to percolate rain water into the aquifer while sewage waste is collected in a biogas plant together with organic household waste for electric power generation." Volgens Pearce is de woonwijk Vauban het meest radicale voorbeeld van een ecologisch verantwoorde inrichting. De wijk – een naoorlogs barakkenkamp van de Franse bezettingsmacht – kent geen parkeren op straat, wordt doorsneden door fietspaden, kent een gavanceerd systeem van regenwaterafvoer, wordt voorzien van energie uit fotovoltaische cellen. "Seventy percent of Vauban’s 5,000 residents don’t own an automobile at all; many sold a car to move into the neighborhood and now rely on a car-sharing scheme (like ZipCar in the United States) for excursions." Zeg maar, het is een soort Utrechtse Houten, maar dan ambitieuzer, meer bij de tijd.

Als het goed is, komt de burgemeester van Freiburg dit najaar naar Amsterdam. Om te spreken op het Wibaut-congres, op 1 & 2 oktober, in de Westergasfabriek. Dan eens kijken hoeveel Wibauten de Amsterdamse politiek nog kent.

Tagged with:
 

Ontstedelijking

On 26 juni 2009, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Lost Massey Lectures’ (2007) i.c. Paul Goodman:

Gisteren gesproken bij de opening van een nieuwe vestiging van het Bureau Stedelijke Planning in Amsterdam aan het IJ. Het onderwerp: verstedelijking en uitdijende centra. Ik zei dat ik niets met de term ‘verstedelijking’ aankon. Wat wordt eronder verstaan? In Nederland komt het veelal neer op ont-stedelijking.

Thuisgekomen knaagde er iets. Ineens bedacht ik me. Had ik niet onlangs de Canadese Massey Lectures gekocht vanwege een lezing van Jane Jacobs? Al bladerend stuitte ik min of meer toevallig op een lezing van Paul Goodman, getiteld ‘The Moral Abiguity of America’. De lezing dateert van 1966. Goodman, gestorven in 1972, was een Amerikaanse schrijver en sociaal criticus uit New York. Zijn lezing gaat over ‘Urbanization and rural reconstruction’. Ik lees hem opnieuw.

Verstedelijking, schrijft Goodman, vloeit niet noodzakelijkerwijs voort uit technologische ontwikkeling. Integendeel, je zou dan eerder ontstedelijking verwachten. Sterker, ontstedelijking werd als toekomstperspectief ook aangenomen door mensen als Marx, Engels, Kropotkin, Geddes, Frank Lloyd Wright en andere liefhebbers van moderne technologie. Ook, schrijft Goodman, is verstedelijking geen noodzakelijk gevolg van bevolkingsgroei. Toch groeien de Amerikaanse steden. Waarom? Goodman denkt dat het niet natuurlijke en sociaal-psychologische redenen zijn, maar politieke. "The remarkable increase in technical efficiency could just as well prduce rural affluence or a co-operative society of farmers and consumers."

Ongelooflijk, zo negatief Goodman over grote steden schrijft. Het is 1966. In Nederland was dat negativisme niet anders. Maar dan komt het: "Another term that has vanished from planning vocabulary is ‘city’. There is no longer a science of city-planning but a science of urbanism, which analyzes and relates the various urban functions, taking into account priorities and allocating available finances." Deze man, en vele anderen, hadden de grote steden dus eigenlijk opgegeven. Verstedelijking ging door, maar kwam neer op het groeien van niet-stad – suburbanisatie. Voorzover er nog steden groeiden, was dat een politiek keuze. Ongelooflijk hoe ver weg dit allemaal lijkt.

Maar in het gezelschap van genodigden van het Bureau Stedelijke Planning, afkomstig uit heel Nederland, leek men nog te geloven dat Paul Goodman het bij het rechte eind had. Ze leken nog te leven in 1966. Vreemd. Het was alsof ik ver terug ging in de tijd. Alsof Amsterdam zich in een andere tijdzone bevindt.

Tagged with:
 

Vrije wil

On 24 juni 2009, in filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 24 juni 2009:

Fraai motto voor de Amsterdamse inzending van de komende Architectuur Biënnale gevonden. Hij is afkomstig van de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). Het motto luidt: "Verlichting is de bevrijding van de mens uit zijn zelf opgelegde onmondigheid. Durf te weten!" Dat adagium is nog verbluffend actueel.

Vooral die zelf opgelegde onmondigheid waaruit mensen zich moeten bevrijden. Nog steeds zijn er mensen die twijfelen aan de eigen vrije wil. Ze voelen zich slachtoffer, onmondig, ingekapseld door regelgeving, wetten, het niet kunnen, het niet mogen, de wereldproblemen, de grote aantallen, de onmacht enzovoort. Bevrijding uit dit zelf opgelegde keurslijf, dat is verlichting.

En dan dat ‘durven weten’. In het internettijdperk klinkt het bijna belachelijk. Alles kan je weten. Maar je moet het wel durven. Waarom zou je niet durven? Peter Giesen in De Volkskrant: "Hoe meer de mens van zichzelf wist, hoe minder hij in de vrije wil ging geloven. Sigmund Freud wees op onbewuste driften, Karl Marx op economische belangen. Sociologen spinden het individu in een web van sociale verhoudingen. De jongste aanval komt van neurowetenschappers die gedrag verklaren uit hersenprocessen waar de vrije wil niet aan te pas komt." Durven dus!

Tagged with:
 

Droomoorden

On 23 juni 2009, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Dromen van Cocagne’ (1997) van Herman Pleij:

B+B, het landschapsarchitectenbureau aan de Keizersgracht, begon erover in een intrigerende presentatie over de Sloterplas voor de komende architectuurbiennale. Ineens viel mijn oog op een boek in De Slegte dat gaat over Cocagne, het laatmiddeleeuse paradijs. Ik kocht het direct. "Wat is er heerlijker dan wegdromen over een land dat bestaat uit louter voedsel? Een land waar vissen zich geroosterd aan je voeten werpen, waar rivierbeddingen gevuld zijn met de heerlijkste wijnen en waar het altijd mooi weer is?" Zo’n tekst op het omslag kun je niet laten liggen. En het mooie is: Cocagne bestaat helemaal niet, heeft nooit bestaan, is een denkbeeldige geografische aanduiding van een verzonnen land.

Intrigerende tekst. Ik lees: "De vlucht naar paradijs, gouden tijd, Cocagne dan wel Luilekkerland is elke cultuur en tijd eigen. Steeds geven droomoorden antwoorden op de particuliere verlangens en idealen die de scheppers ervan in beweging zetten. Dat kan ook in de huidige wereld nog aanleiding geven tot bizarre uitwassen. Onder de Palestijnse martelaren en hun familieleden die in Israel verantwoordelijk zijn voor zelfmoordaanslagen, heerst het vurig beleden geloof dat de daders zonder omwegen of voorbehoud in het moslimparadijs zullen belanden. ‘Daar eet mijn vader nu bananen en appels,’ zegt een vijfjarig zoontje over zijn geexplodeerde vader. (…) Naast gouden tijden en gelukzalige eilanden zou reeds de Griekse oudheid een eigen Cocagne hebben gekend." Sterker nog zijn de banden met het moslimparadijs, aldus Pleij, "dat vanaf de kruistochten niet meer weg te denken valt uit berichten over het hiernamaals, liefdestuinen en kruidenhofjes."

Wie dacht dat het visioen van Luilekkerland uit ons westerse geheugen was gegrift, heeft het mis. Op het eind van het dikke boek komt de actualiteit pas werkelijk om de hoek kijken: "Cocagne is nu aan te treffen in een bonte verzameling vakantieoorden en supermarkten, die elk gewenst Cocagne op maat leveren." Zo is het. Maar het is wel een verlies. Zou de westerse mens daarom zo ontevreden zijn?

Tagged with:
 

Veerkracht

On 22 juni 2009, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 mei 2009:

Sommige boodschappen zijn onwelkom. Heleen Mees wijst er in ‘The World’s Next Supermodel’ op dat de huidige crisis vooral Europa en Japan treft. De recessie zal er naar verwachting langer en dieper zijn dan in de VS. Daarmee weerspreekt ze al diegenen die het graag hebben over de ‘dempende werking’ van de Europese verzorgingsstaatmodel, dat de gevolgen van de crisis op het Europese continent milder maakt en beter te verdragen. Nee, stelt Mees, "bij een krimpende economie zal de staatsschuld in de verschillende lidstaten van de EU als gevolg van het zogenaamde noemereffect snel kunnen oplopen; de staatssteun wordt immers uitgedrukt als percentage van het bruto nationaal product. Als de Amerikaanse economie weer gaat groeien, gebeurt daar precies het tegenovergestelde." Volgens haar bewijst de crisis dat de Amerikaanse economie veerkrachtiger is dan die van Europa en Japan bij elkaar. "Het is slechts een tussenstand, maar vooralsnog is het Amerikaanse kapitalisme – met een aanpassing hier en daar – opnieuw ’s werelds volgende supermodel."

Wat de feiten betreft geef ik Heleen Mees vooralsnog gelijk: Amerika reageert veerkrachtiger. Maar of dat komt door het superieure Amerikaanse economische model weet ik niet. Daar liggen volgens mij andere factoren aan ten grondslag – factoren die veel bepalender zijn. De Europese en Japanse bevolking krimpt, die van Amerika niet. Dat komt door immigratie: in Europa en Japan ontbreekt die, in Amerika houdt hij aan. De Europese en Japanse steden groeien daardoor nauwelijks meer, terwijl in Amerika nog hele verstedelijkingszones worden gevormd door samentrekkende bevolkingsgroepen. Stedelijke dynamiek als gevolg van immigratie en een cultuur van openheid en tolerantie is uiteindelijk bepalender voor de veerkracht van een nationale economie dan haar monetaire of fiscale politiek. Ontbreekt de stedelijke dynamiek, dan kan de recessie erg lang duren. De beste bestrijding van de huidige crisis, kortom, is investeren in grootstedelijke dynamiek, in openheid en in weloverwogen immigratie.

De plantage

On 22 juni 2009, in plekken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Coffee Trader” (2003) van David Liss:

Rohit Aggarwala, directeur Long Term Planning and Sustainability van New York City, verwees me naar het boek. Kennelijk had hij het gelezen als voorbereiding op zijn bezoek aan Amsterdam. ”The Coffee Trader” van David Liss. Ik lees het nu, tussen de bedrijven door. Het is een historische roman die zich afspeelt in het zeventiende eeuwse Amsterdam, om precikes te zijn in 1659. Hoofdpersoon is de Portugese jood Miguel Lienzo die in de koffiehandel stapt. Tussen de bedrijven door kom je veel te weten over het dagelijks leven in de toenmalige metropool aan de Zuiderzee. Ik ben nog maar op bladzijde 58, maar de passage over de Plantage vind ik nu al de moeite waard. Liss beschrijft hier de vrijstaat zoals je hem zou wensen – een soort Cocagne: "…the Plantage, which stretched out east of the Vlooienburg, endless walks cutting through sculpted gardens. Square paths crisscrossed walkways, peopled with the high and the low alike. The burgomasters had ruled that no permanent buildings might stand on its verdant grounds, so all structures here were made of wood, ready to be taken apart should the city so decree. On pleasand evenings, the Plantage became a garden of delight for those who had the coin and the inclination. Strollers could walk among bands of fiddlers and fife players. On the well-lighted paths, entrepreneurs had set up tables and poured beer and served sausage or herring or cheese; in houses hardly more than huts, a man could buy delicacies of a more human kind."

De Plantagebuurt is totaal veranderd en lijkt in geen enkel opzicht meer op deze beschrijving van het paradijs. Maar je zou zeggen dat de Sloterplas anno 2009 vergelijkbaar zou moeten zijn: een multiculturele lusthof binnen de contouren van de grote stad. B+B hebben iets dergelijks ontworpen voor de Architectuurbiennale. Ik ben benieuwd of mensen dat een aantrekkelijk perspectief voor dit gebied zullen vinden. We zullen het eind september zien. In de Tolhuistuin.

Tagged with:
 

Strategische tolerantie

On 21 juni 2009, in boeken, economie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 30 mei 2009:

Ze heet Amy Chua. Ze is Chinese en hoogleraar rechten aan Yale University, USA. Ze schreef een boek, getiteld ‘Wereldrijk voor een dag’. Ze was in Nederland om haar boek te promoten. In genoemde boek beweert ze dat tolerantie en vrijheid steeds tot grote welvaart hebben geleid, niet een groot leger, veroveringen, macht. Ze gelooft ook niet dat China of India of Brazilië grote welvaartstaten zijn of worden. De USA blijft superieur – niet vanwege haar leger, maar vanwege haar grote openheid. Chua en haar ouders zijn er zelf het product van. Zij emigreerden van China naar Amerika en denken er niet over om terug te keren naar hun vaderland. Ze hebben het in Amerika ver geschopt. "Laten we reëel blijven. In de Aziatische landen leeft 80 procent van de bevolking nog van minder dan twee dollar per dag. Kijk eens naar het probleem van schoon water in India en je weet dat dat land nog niet in de buurt komt van de welvaart in de VS. Denk aan de diepgewortelde corruptie, aan de milieurampen die zich daar voltrekken, aan het oprukkende fundamentalisme, ook onder de hindoes in India." Haar relativering doet denken aan de opmerking van Paul Krugman dat het geloof in het Chinese wonder sterk doet denken aan het ontzag voor de prestaties van de Sovjet Republiek eind jaren vijftig.

De wens van de USA om hypermacht te zijn en oorlogen te winnen, aldus Chua, doet afbreuk aan haar ongekende vermogen tot welvaartscreatie. Die welvaartscreatie valt alleen met openheid en tolerantie te bewerkstelligen. De VS doet er daaom goed aan ’strategisch tolerant’ te zijn. Wat ze nog altijd overwegend is. Haar boek is slechts een waarschuwing. "In de VS hebben we het principe van strategische tolerantie beter begrepen dan in Europa."

Een uitstekende observatie van Chua Maar wel een die vertrekt vanuit de dominante rol van de natie-staat en die de rol van steden onderbelicht laat. Wie nauwkeuriger kijkt ziet open steden en gesloten steden, ook binnen hypermachten, en het zijn de open steden die floreren en die talent aan weten te trekken vanuit de hele wereld. Zij creëren welvaart, niet de staat waarin ze liggen.

Tagged with:
 

Grote sprong voorwaarts

On 19 juni 2009, in stedelijkheid, by Zef Hemel

Gezien tijdens MLA-presentatie op 17 juni 2009:

Je managementopdracht uitvoeren in de vorm van een film, het is gewaagd. In de film ‘Een grote sprong voorwaarts’ interviewen de makers – vijf gemeenteambtenaren die de managementleergang Amsterdam volgen – mensen op straat over ‘de kracht, het unieke van Amsterdam als metropool’. Ik zag de film in IJmuiden, in hotel Augusta, tijdens de afsluitende bijeenkomst. De film was knap gemaakt.

Wat was dan die kracht, dat unieke volgens al die mensen op straat? Het ging volgens hen om ‘vrijheid, kleinschaligheid’. Het ging om fietsen, om ramen, gevels, gezelligheid. De opgave, zei men, was het kleine met het grootschalige te verbinden. Ineens kwam daar Jan Wolff in beeld – de oud-directeur van het Muziekgebouw aan het IJ. Hij vergeleek Amsterdam met New York. Ik weet niet meer precies hoe hij het zei, maar New York stond voor hem voor het grootkapitaal, voor grootschaligheid, voor een hele grote maat. Amsterdam had dezelfde kwaliteiten, maar dan op een menselijke schaal. Zoiets.

Ik dacht terug aan mijn laatste bezoek aan de Big Apple. Dat was in mei dit jaar. Opvallend vond ik toen de relaxte sfeer op straat, ondanks de grote dynamiek. De mensen waren zo ongelooflijk ontspannen in die krankzinnig overkokende metropool. Veel ontspannener dan in Amsterdam. Na terugkomst verlangde ik direct weer terug naar de Amerikaanse miljoenenstad aan de Hudson en vond ik Amsterdam aan het IJ allesbehalve gezellig, de mensen snel geïrriteerd, ontevreden, bozig. Misschien moet Amsterdam echt nog een maatje groter groeien voordat die zeurderige toon uit de stad verdwijnt.

Tagged with:
 

Crisiskaart

On 12 juni 2009, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen op ‘Woningmarktcrisis op kaart’ van 11 juni 2009:

Jan Kadijk van het NIROV vertelde me er al over. Gisteren is tijdens de Nationale Bouwcrisisconferentie in Amersfoort dan eindelijk de zogenaamde ‘crisiskaart’ gepresenteerd. Afzender is de stichting Nieuwe Kaart van Nederland. De kaart laat zien waar in Nederland de huizenverkoop is stilgevallen en waar (nog) niet. Er heeft een meting in het eerste kwartaal van 2008 plaatsgevonden en een meting in het eerste kwartaal van 2009. Knalrood zijn in beide kaarten de gebieden aangegeven die veel transacties kennen met hoge prijzen, groen zijn de gebieden met weinig transacties en lage prijzen. Een verschilkaart toont in donkerblauw waar de daling het sterkst is.

Wat blijkt? Het patroon is redelijk stabiel. In en rond Amsterdam is alles rood. De noordelijke provincies, Limburg, Zeeland en de Kop van Noord-Holland zijn groen. Ook Rijnmond en Den Haag zijn groen. En Almere: ook groen. Opvallend is de rode kleur van Midden-Brabant. Eigenlijk is de hele A2-corridor tussen Amsterdam en Eindhoven rood, met een uitwaaiering naar de Veluwe tot aan Apeldoorn toe.

Dit patroon kenden we al langer: in het rode gebied groeit de economie, in de groene gebieden is de economische groei al jaren veel minder. Het patroon correspondeert ook met de demografische krimpkaarten van het Ruimtelijk Planbureau. Demografie en economie doen hun werk, ook in tijden van crisis. Of moet ik zeggen: juist in tijden van crisis.

Tagged with:
 

Zichzelf regeren

On 11 juni 2009, in geschiedenis, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Het stadspaleis’ (1997) van Geert Mak:

Vandaag opent de koningin haar herbouwde paleis op de Dam. Kosten noch moeite zijn gespaard om het oude stadhuis van Amsterdam weer koninklijke allure te geven. Ik sla Geert Mak er nog maar eens op na. Hij wijst op het unieke concept van het zeventiende eeuwse raadhuis, dat alle bestuursfuncties van de toenmalige ’superstad Amsterdam’ verenigde. "Dat had te maken met de toenmalige bestuursfilosofie, die nog helemaal gebaseerd was op de zogenaamde nachtwakersstaat, een simpele staatsvorm die alleen voorzag in de meest elementaire basisvoorzieningen. Belangrijke activiteiten van de huidige verzorgingsstaat – bijvoorbeeld de zorg voor ouderen, zieken en armen – lagen bij de Kerken, en voor de rest ging men ervan uit dat de stad zichzelf regeerde. De overheid diende alleen in te grijpen als iets misging – bijvoorbeeld als kinderen opeens ouderloos rondliepen, of als er ruzie ontstond – bijvoorbeeld in de Krakeelkamer." Veel functies waren bovendien geprivatiseerd, voegt Mak daaraan toe. "Dat scheelde de stad een fors administratiekantoor."

Gek. We lezen hier de tijdgeest van 1997. Mak projecteert het neoliberale klimaat van de jaren 90 van de twintigste eeuw op het zeventiende eeuwse Amsterdam. Maar het is wel een fascinerend idee: een stad die zichzelf regeert, met een simpele staatsvorm die veel ruimte geeft aan burgers.

Tagged with: