Doorgroeien

On 28 mei 2009, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 27 mei 2009:

ccaa

Gisteren zat ik, samen met vertegenwoordigers uit Helsinki, Boedapest, München en Barcelona, in een beleidspanel op een congres over creatieve kennissteden, georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam en de CCAA (Creative Cities Amsterdam Area). Dit congres werd gehouden in De Bazel aan de Vijzelstraat. De laatste vraag die door de moderator aan ons gesteld werd, was of de creatieve industrie ons uit de recessie gaat halen.

München was daarover niet optimistisch. Haar creatieve (media)sector is sterk verbonden met de zwaar onder vuur liggende autoindustrie. Boedapest vertelde dat in alle post-socialistische steden de creatieve industrie de hoop is en de redding moet brengen, maar of dat ook gebeurde was natuurlijk zeer de vraag. Barcelona dacht in deze zware tijden eerder strategisch te moeten kiezen voor het Florida-model: toerisme opkweken, en geloofde minder in de zegeningen van de creatieve industrie. Maar Amsterdam, stelde ik, zal zeker, net als alle andere creatieve steden in Europa, de recessie het eerste te boven komen. Waarom? Omdat laagconjuncturen altijd door sterke stedelijke economieën zijn bestreden. En in een Europa waar de bevolking krimpt en het jonge talent samentrekt in een aantal creatieve steden, zal de redding zeker uit de hoek van deze laatste moeten komen.

’s Avonds bij thuiskomst las ik in Het Parool dat de creatieve sector in Amsterdam in 2008 sterk is gegroeid: met liefst 11,2 procent. Dat zou blijken uit de Monitor Creatieve Industrie die door het College van Burgemeester en Wethouders de dag tevoren was vastgesteld. Het aantal bedrijven groeide zelfs met 16,2 procent. Sinds 1996 komen er in de Amsterdamse regio jaarlijks gemiddeld 4,3 procent creatieve banen bij. Banengroei in de andere sectoren is de helft minder. Ook de cijfers voor januari 2009 laten nog steeds een groei zien. Dat is opmerkelijk, omdat de sector zeer conjunctuurgevoelig zou zijn. Het is goed nieuws in deze slechte tijden. Niet alleen voor Amsterdam, maar voor heel Nederland.

Tagged with:
 

Crisis treft vooral provincie

On 26 mei 2009, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 23 mei 2009:

  

Zelden zie je economische cijfers regionaal, laat staan lokaal, uitgesplitst. Altijd gaat het om nationale cijfers. Deze zaterdag in de krant dan eindelijk de gevolgen van de kredietcrisis regionaal vertaald. Het voelt allemaal erg onwennig. Want wat blijkt? De Volkskrant kopt: "provincies met fabrieken krijgen hardste klappen." De maakindustrie in het zuiden van het land is daar bijna goed voor een kwart van de bedrijvigheid. Juist die slinkt met 5,8 procent. Dan volgt Limburg, vervolgens Zeeland "vanwege Dow en Sabic". Enzovoort. Provincies met veel zakelijke dienstverlening en overheidsinstanties krimpen veel minder, luidt het vervolgens. Econoom Carlijn Bijvoet van ING verklaart: "Provincies waar veel werknemers een pak dragen of in de zorg werken, profiteren hiervan." Tsja. Ernaast staat een kaartje afgebeeld. Dat spreekt boekdelen. Alleen Groot-Amsterdam krimpt weinig. De rest van Nederland boekt de grote verliezen. Hoe groter de afstand tot Amsterdam, lijkt het wel, hoe slechter het gebied scoort. Maar dat staat er niet.

Hoe is die industrie daar in de provincies ook alweer terecht gekomen? Was dat niet een officiele industrialisatiepolitiek van de regering, begonnen in 1948 en ruim dertig jaar volgehouden, bedoeld om de door de mechanisatie werkloos wordende landarbeiders vast te houden op het land? Hoe maakbaar is een economie? Want ook in Amsterdam en omstreken tref je veel industrie aan, al is die in verhouding bescheiden, want er is er van alles wat, en veel. De enorme omvang en diversiteit van de economie in Groot-Amsterdam kan de klappen, lijkt het wel, beter opvangen dan de provincies waar de industrie, als vervanging van een agrarische economie, kunstmatig van overheidswege is opgekweekt en waar nog steeds een eenzijdige economie domineert. Zou Jane Jacobs dan toch gelijk hebben en zijn het de grote steden met een zeer diverse economie die het beste bestand zijn tegen crises?

Tagged with:
 

Amstelscheg bevrijd

On 26 mei 2009, in landschap, by Zef Hemel

Gehoord tijdens finale presentatie van de ontwerpteams voor de biënnale in ‘Vista’ op 15 mei 2009:

bakkum 

Mooie presentaties waren het van de bureaus. Vooral MUST was deze keer verrassend. MUST verbaast zich over het feit dat in Amsterdam sinds kort het begrip ‘metropool’ een positieve lading heeft. Ze is vooral verbaasd omdat de term in haar ogen ambivalent zou zijn. Een metropool biedt een hoge mate van burgerlijke vrijheid, akkoord, maar diezelfde metropool eet nietsontziend het omliggende landschap op. MUST wil deze ontwikkeling een halt toeroepen. Sterker, het landschap moet volgens haar keihard terugvechten. De Amstelscheg aan de zuidkant van de metropool moet wat haar betreft ruimte terugwinnen op de stad, maar zal er tegelijkertijd ook een bijdrage aan moeten leveren in de vorm van een metropolitaan landschapspark. Villa’s, sportterreinen, politiemaneges en volkstuinencomplexen ruimen in haar ontwerp het veld; immers, die hebben het unieke landschap letterlijk aangevreten en moeten weer in de stad zelf worden geaccommodeerd. In hun plaats zullen weer echte koeien grazen, die melk, kaas, boter en vlees toeleveren aan de stad. Door radicaal herstel van het authentieke zeventiende eeuwse veenpolderlandschap vormt zich hier een productief park dat tot diep in de stad zal doordringen.

In de droogmakerijen ten westen en ten oosten van de veengebieden wordt in het ontwerp van MUST jaarlijks de grond geëgaliseerd en vrijgegeven voor gebruik door de stedelijke bevolking. Maar dan echt vrij. Dat houdt in dat ’s winters dit diepgelegen land onder water zal lopen, maar in het voorjaar geveild zal worden in royale kavels voor de verbouw van gewassen door de stadsbewoners zelf, elk jaar opnieuw. In een te bouwen Paleis voor Volksvlijt aan de oevers van de Amstel kunnen zij en de boeren in de veenpolders aan het eind van het seizoen hun oogst ter verkoop aanbieden aan wie maar wil.

Dat laatste trof me. Vorige week bezocht ik het bezoekerscentrum van de Kennemerduinen, bij Castricum. Daar draait een historisch filmpje uit de jaren twintig van de vorige eeuw over de camping Bakkum. Stukjes bosgrond werden daar jaarlijks in het vroege voorjaar geveild. Je zag de in dikke jassen gehulde Amsterdammers van driehoog achter vanuit het registratiekantoortje hard rennen naar hun veroverde plotje in het bos, snel hun nummertje plaatsen en hun tentje opbouwen, om deze tijdelijke verovering vervolgens in familieverband vrolijk te vieren. Wat een vrijheid! Wat een geluk! Zo’n Amstelscheg wordt het dus.

Tagged with:
 

Transition towns

On 20 mei 2009, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in Het Financieele Dagblad van 11 maart 2009:

Knipsel gekregen van Bob van der Zande in het vliegtuig, onderweg van Amsterdam naar New York, en nu pas in mijn knipselarchief verwerkt. Het gaat over Engelse steden die toewerken naar zelfvoorziening, de zogenaamde Transition Towns (TT). Zeer toepasselijk, want veel mensen die aanwezig waren bij mijn lezing in New York vielen over het derde deel van het drieluik, getiteld ”’Houtskoolschets 2.0”. Ze vonden het allemaal veel te lokaal. In eerste instantie deed ik het af als misverstand, als niet doorgronden wat ik deed. Immers, het was een gedachteoefening waarbij ik naar het diepste punt van de crisis dook en vandaaruit terug redeneerde, een moeizame weg uit het diepe dal zoekend. Op die manier vond ik de echt waardevolle interventies, de juiste aanpak van de crisisbestrijding, die begint in de grote steden. Erg moeilijk, zo’n oefening, die veel vergt van je verbeeldingskracht. Je moet, om zo te zeggen, voldoende romans gelezen hebben om in een dergelijke wereld je te kunnen en willen bewegen.

In de Transition Towns-beweging zie je feitelijk dezelfde oefening, maar dan vanuit bezorgdheid om het milieu en de wetenschap dat de olie opraakt. Volgens de leden is ‘Peak Oil’, het moment dat de olieproductie daalt en de prijs explodeert, binnen enkele jaren realiteit. Vooral voedsel zal schaars worden. Het produceren van ons voedsel kost namelijk veel energie. Die energie wordt bijna geheel uit olie gehaald: kunstmest en trekkerdiesel voor de primaire productie, vrachtwagenbrandstof voor de distributie, gas en olie voor de productie van de verpakkingen, bezine en diesel om het voedsel van de winkel naar huis te krijgen. Techniek gaat dit energiegat niet dichten. Wind- en zonne-energie helpen onvoldoende. Er is geen blauwdruk hoe het moet worden opgelost. Elke stad zal zijn eigen oplossing moeten verzinnen. En elke stad die meedoet introduceert weer een lokale munteenheid, precies zoals Jane Jacobs dat in ‘Cities and the Wealth of Nations’ als een heilzaam economisch middel introduceerde. Trouwens, de lokale ondernemers in de Transition Towns blijken enthousiast. Inmiddels zijn er al 80 Transition Towns en nog eens 30 in oprichting. Totnes, in het zuiden van Engeland is de eerste en oudste. Rob Hopkins is de bedenker. Ik geloof dat Deventer de eerste Nederlandse stad is die zich aansluit. Fascinerend. En wanneer volgt Amsterdam? Haar voedselstrategie is al een tijd in ontwikkeling.

Tagged with:
 

We want facts!

On 18 mei 2009, in duurzaamheid, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord tijdens METREX Meeting Amsterdam van 14 tot 17 mei 2008:

De jaarlijkse vierdaagse METREX Meeting, van het Europese netwerk van metropolen, zit er weer op. Dit voorjaar was Amsterdam de gastheer. De Dienst Ruimtelijke Ordening organiseerde de bijeenkomst. Het onderwerp van de Meeting was ‘innovative metropolitan strategies’. Naast de lezingen vanuit Oslo, Warschau, Rotterdam, Amsterdam en Napels waren vooral de lezingen uit Londen en New York interessant. Robin Thompson, een gepokte en gemazelde Londense planoloog die vanaf het begin de Greater London Authority heeft geadviseerd over ruimtelijke planning, gaf een kijkje in de keuken van de GLA. Daar, zei hij, was men overvallen door het succes van The London Plan, met als gevolg dat iedereen erbij wilde aansluiten. Het plan is door al die belangstelling het raamwerk voor talrijke innovatieve strategieën geworden. Dat had wel als gevolg dat de hoeveelheid en ook de dikte van de plandocumenten hand over hand toenam en dat de planning zodoende erg complex is geworden. Niettemin, liever deze complexiteit, zei hij, dan helemaal geen vooruitgang. Ook onder de nieuwe burgemeester Boris Johnson verwachtte hij een verdere uitbouw van de strategieën en een voortzetting van het Londense succes.

Eerder had Rohit Aggarwalla, directeur van de Major’s Office for Long Term Planning and Sustainability of the City of New York, gesproken. Zijn bijdrage bood evenzeer een kijkje in de keuken, ditmaal van het planningsapparaat van The Big Apple. Het verhaal hierover was alleen al saillant vanwege het fei dat kort tevoren de Staat New York de maatregel van de burgemeester van de stad, Bloomberg, om rekeningrijden op Manhattan te introduceren had getorpedeerd (of althans niet in stemming had gebracht). In zijn bijdrage legde hij sterk de nadruk op de noodzaak van realisme en grondige feitenkennis. Het geld moest op orde zijn (en als er onvoldoende geld was moest dat ook gezegd worden), en de doelen met preciese gegevens onderbouwd. Later, op zaterdagavond tijdens een etentje, vertelde Aggarwalla me hoe uitgerekend de Republikein Bloomberg rekeningrijden tot zijn beleid had gemaakt: uiteindelijk, door uitgebreide feitenverzameling had hij zich laten overtuigen. De democraat Aggarwalla was diep onder de indruk geweest van zijn burgemeester.

Het verklaart waarom hij, Aggarwalla, in zijn lezing zo sterk de nadruk had gelegd op feitenverzameling. Beter had hij de nadruk kunnen leggen op de bijzondere kwaliteiten van zijn burgemeester. Een burgemeester die afgelopen week al van New York naar Londen was gevlogen om zijn nieuwe collega, Boris Johnson, te ontmoeten. Wat een geweldige man!

Tagged with:
 

Descartes’ lijf

On 14 mei 2009, in filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in De botten van Descartes (2008) van Russell Shorto:

Als Descartes nog zou leven, dan zou hij, denk ik, menen dat wij mensen werkelijk vrij zijn. Vrijheid was voor hem in de eerste plaats lang en gezond leven. Wij worden tegenwoordig oud. Heel oud. Zelden sterven er nog mensen voor hun vijftigste levensjaar. Kindersterfte is tot een minimum teruggebracht. Hoe anders was het in Descartes’ tijd. Descartes was in zijn jeugd een fragiel jongetje, dat weinig kans had te overleven. De gemiddelde ouderdom van mensen in de zeventiende eeuw was beperkt: men werd gemiddeld niet ouder dan twintig jaar. Ziektes, plagen maakten het leven ongewis. De zestig jaar die Descartes uiteindelijk toch nog bereikte was uitzonderlijk.

‘Beheersing van de natuur’ was voor Descartes in de eerste plaats behoud van het menselijk lichaam en verlost zijn van ziekte en pijn. In het verlengde daarvan wilde hij met zijn ‘methode’ de mens van nog veel meer verlossen. Vooruitgang heette dat. ‘Beheersing van de natuur’, aldus Russell Shorto in zijn schitterende boek over de botten van Descartes,"zou leiden tot ‘vrijheid’, en daarmee bedoelde hij "(Descartes, ZH) verlost zijn van geestdodend werk, verlost zijn van vooroordelen en dwalingen, en natuurlijk verlost zijn van pijn en ziekte." Descartes woonde in 1636 in de Kalverstraat, waar de slagers koeien en kalveren slachtten. "Hij hoefde maar een klein eindje te lopen, langs de rijen van twee of drie verdiepingen hoge huizen met puntgevels, in de schaduw van de barokke klokkentoren die de Munt werd genoemd, om vers geslachte kadavers te vinden, die hij vervolgens op een kar naar huis reed. Daar sneed hij ze open om de geheimen van de oogbal, de duistere kluwen van de darmen of de hartkamers te doorgronden. Tijdens zijn jaren van medisch onderzoek ontleedde hij konijnen, honden, palingen en koeien."

Dat hebben we allemaal bereikt. Die vrijheid hebben we de afgelopen eeuwen veroverd. Mede dankzij Descartes. Maar we gaan nog steeds dood. Dat vinden we een onverdraaglijke gedachte. En nog steeds kwellen we onszelf met dwaze gedachten, dwalingen, kwaadsprekerij, achterdocht, woede, ruzie, enzovoort. Dat doen we zelf. Omdat we de ‘methode’ van Descartes maar niet willen toepassen. Kan de stad ook nu nog bijdragen aan vrijheid? Ik denk het zeker. Doordat steden creatief zijn, innovatiemilieus, laboratoria van het denken en het ondernemen. Met de beste medische voorzieningen, de grootste ziekenhuizen, onderzoekscentra, academische complexen. Maar ook omdat metropolen relatief veilig zijn, vrijhavens in een turbulente wereld. De metropool is het milieu van Descartes. De metropool is op zijn lijf geschreven.

Tagged with:
 

Paris forever

On 14 mei 2009, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in De botten van Descartes (2008) van Russell Shorto:

Fraaie passage over Parijs aan het begin van de twintigste eeuw in het nieuwste boek van Russell Shorto dat gaat over de botten van de filosoof Descartes. Destijds, dus rond 1900, werd Parijs gezien als de modernste stad ter wereld. Dat gold zeker voor de infrastructuur. Veertig jaar eerder was baron Haussmann al stevig tekeer gegaan door boulevards te bouwen en passages te ontwikkelen. Maar na hem trad er nog een enorme versnelling in de stedelijke moderniseringsoperatie op. Wereldtentoonstelling na wereldtentoonstelling werd langs de oevers van de Seine georganiseerd. De metropool bruiste en groeide. "In Parijs waren, meer dan waar ook, staal en beton en elektriciteit toegepast voor het toneel waarop het moderne leven zich kon afspelen – een langer, gezonder, comfortabeler, meer op de buitenwereld gericht en zelfbewuster leven dan waar voorgaande generaties op hadden mogen hopen." Het zijn precies deze zaken die de zeventiende eeuwse Descartes in zijn ‘méthode’ mogelijk had willen maken. En het bleef niet onopgemerkt. "De Olympische Spelen van 1900 gunden de rest van de wereld een blik op wat een stad kon zijn. Bezoekers zagen een stad waarin het verleden vlak naast de toekomst stond. (…) Parijs had een metro, elektrische straatlantaarns, liften, en een zo modern en efficiënt rioleringssysteem dat mensen er boottochtjes in maakten. De symbool van de moderniteit van de stad trof men op ieder kruispunt aan: hoog op een paal van geornamenteerd gietijzer bevond zich een klok met een grote wijzerplaat, waarvan de Romeinse cijfers ook ’s nachts leesbaar waren dankzij de lamp erboven. Punctualiteit was voor de late negentiende eeuw en de vroege twintigste eeuw wat de gestandaardiseerde maateenheden voor de late achttiende eeuw waren geweest, en wat computers voor de late twintigste eeuw zounden zijn. (…) Het mechanisme achter deze magie was lucht. Een centrale klok was verbonden met een machine die honderden afzonderlijke cilinders in beweging bracht; wanneer de klok een nieuwe minuut aangaf, gaven de cilinders een luchtstoot af die zich door kilometers lange buizen naar de corresponderende klokken verplaatste, waar de luchtdruk de wijzer naar de volgende minuut liet springen."

Maar dan gebeurt het. "Om even voor elven, op de ochtend van 21 januari 1910 stopten de klokken van Parijs." Het regende en regende, sterker, het had al wekenlang geregend en ’s nachts was de Seine buiten haar oevers getreden en had straten en kelders onder water gezet. De zaal met de centrale klok was ondergelopen. Vervolgens vielen de straatlantaarns uit en kwamen de metrowagons tot stilstand. Het bleef maar regenen. Hele straten verzakten. Elders werd het wegdek ophoog geduwd doordat de metrotunnels waren volgelopen. Een miljoen mensen moesten hun huizen ontvluchten. Ziekenhuizen werden ontruimd. "Meer dan twee jaar worstelde de stad om er weer bovenop te komen." Echter, januari 1912 gebeurde het opnieuw. De natuur bleek sterker dan de mensen. "Het was alsof de moderniteit zelf was ingestort."

Wat Shorto niet schrijft, is dat nog weer twee jaar later de Eerste Wereldoorlog uitbrak, waarbij Parijs het zwaar te verduren kreeg. Niet de natuur, maar de menselijke geest was daarvan de oorzaak.

Tagged with:
 

The truth about Bangalore III

On 6 mei 2009, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in The White Tiger (2008) van Aravind Adiga:

Helemaal op het eind van de roman verloochent hoofdpersoon Balman Halwai zich niet. Het economische succes dat hij boekt in Bangalore heeft hij natuurlijk te danken aan de magische poëzie en aan het veroveren, mede daardoor, van zijn vrijheid. Maar het essentiële onderdeel van zijn succesvol ondernemen is toch vooral het luisteren naar de straat. Als ‘half-baked’, dat wil zeggen als iemand die geen grondige opleiding heeft gevolgd maar die van alles een beetje weet doordat hij iets ervan heeft opgepikt, kon hij bij uitstek ondernemer worden. "Now, despite my amazing success story, I don’t want to lose contact with the places where I got my real education in life."

"The road and the pavement."

"I walk about Bangalore in the evenings, or in the early mornings, just to listen to the road." (…)

Waarop zijn advies volgt aan degene die zijn brieven leest: "Keep your ears open in Bangalore – in any city or town in India – and you will hear stirrings, rumours, threats of insurrection. Men sit under lampposts at night and read. Men huddled together and discuss and point fingers to the heavens. One night, will they all join together – will they destroy the Rooster Coop?"

Balman gelooft het niet. Er komt geen revolutie in India. "No sir. It won’t happen. People in this country are still waiting for the war of their freedom to come from somewhere else – from the jungles, from the mountains, from China, from Pakistan. That will never happen. Every man must make his own Benaras."

"The book of your revolution sits in the pit of your belly, young Indian. Crap it out, and read."

Tagged with:
 

The truth about Bangalore II

On 5 mei 2009, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in The White Tiger (2008) van Aravind Adiga:

Ergens tegen het eind van de roman ‘The White Tiger’ onthult hoofdpersoon Balwan het geheim van poëzie en de ware betekenis ervan. Het was een Moslim-verkoper van tweedehandsboeken die hem het geheim verklapte. "He read me another poem, and another one – and he explained the true history of poetry, which is a kind of secret, a magic known only to wise men." En, zoals in al zijn brieven zich richtend tot de premier van China: "Mr. Premier, I won’t be saying anything new if I say that the history of the world is the history of a ten-thousand-year war of brains between the rich and the poor. Each side is eternally trying to hookwind the other side: and it has been this way since the start of time. The poor win a few battles (the peeing in the potted plants, the kicking of the pet dogs, etc.) but of course the rich have won the war for ten thousand years. That’s why, one day, some wise men, out of compassion for the poor, left them signs and symbols in poems, which appear to be about roses and pretty girls and things like that, but when understood correctly spill out secrets that allow the poorest man on earth to conclude the ten-thousand-year-old-brain-war on terms favourable to himself."

Welke dichtregels helpen Balwan zich te bevrijden? Ze komen uit het Urdu. "You were looking for the key for years/but the door was always open." Hierbij een portret van een groot dichter-filosoof-politicus, een van de heldendichters van Balwan: Mohammad Iqbal.

Tagged with:
 

The truth about Bangalore

On 4 mei 2009, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in The White Tiger (2008) van Aravind Adiga:

Schitterende debuut roman van Aravid Adiga gelezen. Het is een indrukwekkend brievenboek. De brieven van de hoofdpersoon, Balram Halwai, zijn gericht aan niemand minder dan Wen Jaibao, de premier van China. Jaiboa bezoekt Bangalore en wil ‘het geheim van B.’ weten. Het geheim gaat natuurlijk over Indiaas ondernemerschap. Balram wil het hem wel vertellen. Met zijn lange brieven verklaart hij – een van de succesvolste maar tevens onbekendste ondernemers van Bangalore – de Chinese premier het stormachtige economische succes van India. Echter niet op de wijze waarop Jaibao het ter ore zal komen via de officiële Indiase kanalen, maar vanuit de realiteit – vanuit de mens Balram Halwai en hoe hij uiteindelijk tot zijn economische doorbraak is gekomen.

Zo leren we via de brieven India van binnenuit kennen. Stormachtig, inderdaad. Maar zeker niet fraai. Het gaat via moord, corruptie enzovoort. Los van alle dramatiek verloopt het succes overigens geheel volgens het boekje: de trek naar de stad, het verwerven van vrijheid, het ‘krijgen’ van een startkapitaal en het naäpen van anderen – import-vervanging -, want het bedrijf van Balram is niet veel meer dan de bekende dienstverlening: zijn bedrijfje vervoert vrouwelijke werknemers van hun woningen naar de bedrijven van Bangalore en vice versa. Dat deden anderen ook al, maar Balram weet via omkoping van de plaatselijk politie een marktaandeel te veroveren. De waarheid over Bangalore is daarmee universeel. Alleen, het verwerven van vrijheid in India is allerminst eenvoudig. Daarvoor is de stad nodig. En Balram begaat daarvoor niet minder dan een moord. "I’ve broken out of the coop!’ Hij weet niet hoe lang zijn vrijheid zal duren, want ieder moment kan hij opgepakt worden; alleen door voortdurend steekpenningen aan politieambtenaren en politici te geven kan hij, net als iedereen, overeind blijven. "All this dreaming I’m doing – it may well turn out to be nothing."  Daarmee gaat deze bijzondere roman over vrijheid, alweer. En over de waarde van poëzie.

Tagged with: