Virusangst

On 29 april 2009, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 28 april 2009:

Interessante column van Hans Moleman in De Volkskrant over de varkensgriepepidemie. Of eigenlijk gaat de column over Hongkong. Deze voormalige stadsstaat lijkt het beste voorbereid op het virus van de varkensgriep. Zeker als je het afmeet aan de natiestaat China. Want die heeft alle reden bang te zijn voor de oprukkende varkensgriep. Zes jaar geleden, aldus Moleman, was het land in de ban van het Sars-virus. Anvankelijk verzweeg ‘Peking’ de uitbraak. Maar voorjaar 2003 kon ze er niet meer omheendraaien. "Grote delen van China werden praktisch lamgelegd door duizenden controleposten van ziekenhuispersoneel en politieagenten die mensen met koorts uit treinen, bussen en vliegtuigen plukten en in quarantaine plaatsten." Niet verwonderlijk dat ‘Peking’ de uitbraak van het varkensvirus in Mexico met grote alertheid volgt. Echter, alleen in Hongkong merk je dat. Door de grotere openheid aldaar. Maar ook door de snelle maatregelen die daar worden getroffen. Afgelopen weekeinde heeft het stadsbestuur van deze metropool een serieuze medische alarmfase afgekondigd. Op het internationale vliegveld en aan de grensovergangen met China (ja, die bestaan nog steeds!) zijn detectoren opgesteld, die reizigers met verhoging moeten opsporen. Moleman: "Hongkong zelf is waarschijnlijk het best voorbereid. De stad heeft niet alleen Sars achter de rug, maar ook lange ervaring met het bestrijden van vogelgriep. Het gemeentebestuur trekt bijna 100 miljoen euro uit om de handel in leven de kippen uit te bannen, wat praktisch ondoenlijk is in de rest van China. Er liggen ook 20 miljoen doses Tamiflumedicijn klaar." En sinds enige tijd is Hongkong vertegenwoordigd in de top van de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO. De directeur-generaal aldaar is Margaret Chan Fung Fu-chun, voormalig hoofd van de Hongkongse gezondheidsdienst. Chan geldt als een virus-expert. Ondertussen vreest Hongkong vooral dat de varkensgriep via China binnensluipt, omdat de controles daar van mindere kwaliteit worden geacht. In Peking studeert de regering nog altijd op te nemen maatregelen. Te laat dus.

Leg deze colum naast ‘The Gost Map’ (2006) van Steven Johnson en je begrijpt de boodschap. De subtitel van zijn boek luidt: "A street, a city, an epidemic and the hidden power of urban networks’. Begrepen? Vandaar het nut, nee het grote belang van metropoolvorming: hierdoor worden we intelligenter en uiteindelijk resistenter tegen virussen en andere gevaren. En het zijn niet alleen de metropolitane netwerken die hierin cruciaal zijn. Onder dit alles schuilt het grote belang van openheid, vrijheid. Zonder vrijheid en nabijheid geen intelligentie, geen snelle aanpassing aan gewijzigde omstandigheden. Metropoolvorming als noodzaak. Een kwestie van leven en dood.

Tagged with:
 

Mussen en metropolen

On 29 april 2009, in theorie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 april 2009:

Voor degenen die mijn vorige blogitem over ‘virusangst’ niet volledig doorgrondden, hierbij een bericht uit een andere krant die dezelfde dag verscheen, NRC Handelsblad, de wetenschapspagina: "Leve de groep. Leve de grote stad. Hongaars onderzoek heeft aangetoond dat grote groepen huismussen sneller problemen oplossen dan kleine groepen. En dat stadsmussen sneller zijn dan mussen van het platteland." Wat behelste het onderzoek? "Mannetjes en vrouwtjes huismussen (Passer domesticus) van stad en land kregen zaad gevoerd uit grote platte bakken van plexiglas. Zestien ronde openingen gaven toegang tot tarwe en zonnepitten. Het probleem dat kleine groepen (steeds twee mussen) kregen voorgelegd, bestond eruit dat die zestien openingen opeens met lichte schuifjes waren afgesloten. Onderzoekers hielden bij hoeveel openingen de mussen binnen 90 minuten openkregen en hoe snel ze dat deden. Een deel van de mussen verwoestte de schuifjes, een ander deel wist ze handig open te schuiven. De grote groepen uit de grote stad deden het onevenredig veel sneller dan kleine groepen van het platteland waarvan er enkele helemaal niets openkregen. Verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes waren er niet."

En dan nu de cruciale vraag: wat maakt een mus handig? "Nadat allerlei mogelijkheden waren onderzocht, bleek de oplossing: in grote groepen mussen zit altijd wel een mus die iets slims bedenkt. Zeker als ie uit de stad komt."

Tagged with:
 

Wat is een metropool? II

On 26 april 2009, in economie, stedelijkheid, theorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) van Jane Jacobs:

Het meeste bezoek aan mijn blog heb ik te danken aan mensen die een antwoord zoeken op de vraag wat nu eigenlijk een metropool is. Ze kwamen tot nog toe bedrogen uit. Nota bene tijdens mijn lezing in New York, vorige week, kon ik eindelijk een helder antwoord geven op die veelgestelde vraag. Dat antwoord luidt: een metropool is een stad die succesvol is in import-vervanging. Diversiteit is het resultaat.

Korter kan niet. New York is evident succesvol in importvervanging, maar Amsterdam is dat ook. Het succes kun je afmeten aan de diversiteit van de stedelijke economie. Die is in beide steden aanzienlijk, zeer aanzienlijk zelfs. Kijk maar op straat. Wat een diversiteit! Wat een energie! "Economic life develops by grace of innovating; it expands by grace of import-replacing," aldus, heel droogjes, Jane Jacobs. (…) "Any settlement that becomes good at import-replacing becomes a city. And any city that repeatedly experiences, from time to time, explosive episodes of import-replacing keeps its economy up-to-date and helps keep itself capable of casting forth streams of innovative export work." (…) Het proces van import-vervanging bestaat uit kettingreacties, explosies bijna die gedurende enige tijd aanhouden in een stad en die daarna weer uitdoven. "The process feeds itself, and once well underway, does not die down in a given city until all the imports that are economically feasible to replace at that time and in that place have been replaced." Het resultaat is stedelijke groei – niet als gevolg van planning, maar èchte groei: "The process vastly enlarges city economies as well as diversifying them, and causes cities to grow in spurts, not evenly and gradually."

Steden verliezen ook werk, voortdurend zelfs, dus de importvervanging is noodzakelijk voor ze om niet te krimpen. Enfin, genoeg hierover: metropolen hebben een zeer diverse economie, die ze te danken hebben aan voortdurende explosies van import-vervanging. Dat is het. De rest – zoals de aanzienlijke bevolkingsomvang – is bijzaak. In New York konden we het bijna letterlijk voelen, op straat.

Tagged with:
 

Maanpaleis

On 25 april 2009, in literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Maanpaleis’ (1990) van Paul Auster:

Vorige week was ik in New York. Komt het daardoor dat ik in een gesprek met Bart Brands moest denken aan ‘Maanpaleis’ van Paul Auster? De passage die ik zocht kon ik niet vinden. Bij toeval stuitte ik op een andere, even lezenswaardige passage die ik me niet meer goed herinnerde en die gaat over vrijheid. Het betreft de beschrijving door Effing van de figuur van Tesla tegenover hoofdpersoon Fogg. Fogg staat op het punt om de biografie van de oude, bedlegerige en stervende Effing te schrijven. In plaats van bij het begin van zijn leven te beginnen, opent Effing een exposé over Tesla.

Twain Tesla, uitvinder van de wisselstroom, was een bijzondere man die op Long Island, in het dorpje Shoreham, een uitkijktoren bouwde en waar de jonge Effing zich als door een magneet toe aangetrokken voelde. Hij dorst hem nimmer aan te spreken. Slechts eenmaal kruisten hun blikken elkaar. Maar toe gebeurde het. Het was alsof hij dwars door Effing heenkeek, "alsof ik niet bestond." (…) "Voor het eerst van mijn leven besefte ik dat ik niets was, helemaal niets. Nee, daardoor raakte ik niet zo van streek als je zou denken. Aanvankelijk was ik verbijsterd maar toen ik van de eerste schok was bekomen, voelde ik me gesterkt, alsof het me gelukt was mijn eigen dood te overleven. Nee, dat was het niet, niet precies. Ik was toen nog maar zeventien jaar, amper meer dan een jongen. Toen Tesla’s ogen dwars door me heen keken, kreeg ik een voorproef van de dood. Dat benadert meer wat ik bedoel. Ik proefde de smaak van sterfelijkheid in mijn mond en op dat moment begreep ik dat ik niet het eeuwige leven had. Het duurt lang voor je daar achter komt, maar als je het ten slotte weet, verander je innerlijk totaal, je kunt nooit meer dezelfde zijn. Ik was zeventien en opeens, zonder een spoortje van twijfel, begreep ik dat mijn leven van mij was, dat het me toebehoorde en niemand anders."

"Ik heb het over vrijdheid, Fogg. Een wanhoopsgevoel dat zo groot wordt, zo verpletterend, zo catastrofaal dat je geen andere keus hebt dan erdoor bevrijd te worden. Dat is de enige keus, of je kruipt in een hoekje en crepeert."

Spinoza noemt dat "je leven zien in het licht van de eeuwigheid." Ik voel het. Vandaag ben ik jarig.

Tagged with:
 

Piramide

On 14 april 2009, in literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in The Pyramid van Ismail Kadare (1992):

Nee, we hebben het hier niet over een of andere rijksprijs, maar over een roman waarvoor de Albanese schrijver Kadare in 2005 de Man Booker Prize heeft gewonnen. Ik kocht een kleine twee jaar geleden een in het Engels vertaald exemplaar in Tirana, Albanië. Vorige week heb ik het gelezen. Het verhaal speelt zich af in het jaar 2600 voor Christus. Cheops komt aan de macht in het Egyptische rijk. Aan het hof verwacht men van hem de bouw van een piramide, maar de jonge vorst voelt er niets voor. Tot groot ongenoegen van de astrologen, priesters en architecten. Die duiken de archieven in en komen tot de ontdekking dat het idee van piramide niets van doen heeft gehad met begraven of met de dood. Het idee is geboren in een periode van crisis. En het vreemde is, er lagen geen natuurrampen aan die crisis ten grondslag of armoede, maar juist overvloed, welvaart, voorspoed. "But the explanation they had given for the crisis – that prosperity, by making people more independent and freer in their minds, also made them more resistant to authority in general and to the power of the Pharao in particular – slowly overcame all the objections that had been raised at the start and gradually imposed itself." De farao stuurde daarop een magiër de woestijn in om over een adequaat antwoord na te denken. Dit is wat deze na veertig dagen woestijnleven bedacht: "what had to be done was to eliminate prosperity." Maar hoe? Rampen veroorzaken? Oorlog voeren? Waarom niet net als Mesopotamië extreem omvangrijke waterwerken uitvoeren die de economie van het land verre te boven gaan? "To launch works colossal beyond imagining, the better to debilitate its inhabitants, to suck them dry. In a word, something exhausting, something that would destroy body and soul, and without any possible utility. Or to put it more precisely, a project as useless to its subjects as it would be indispensable to the State." Een gat in de grond graven? Een reuachtige waterval creëren? Een muur om heel Egypte bouwen? Nee, dat allemaal niet. "What had to be found was something else, something that would keep folk busy night and day so that they became oblivious. But it had to be a project that could in principle be completed, without ever reaching completion. In a nutshell, a permanently self-renewing project. And one that would be really visible."

Zo werd de idee van de piramide geboren: een volstrekt nutteloos ding, een icoon, alleen maar om de mensen eronder te houden. Toen Cheops dit hoorde, wilde hij ineens ook een piramide bouwen. Het Egyptische volk heeft het geweten. Het mondt uit in een verschrikkelijke terreur. Het architectonische project tegen de vrijheid. Een waanzinnige roman.

Tagged with:
 

Vluchten voor vrijheid

On 5 april 2009, in literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘All that is solid melts into air’ (1981) van Marshall Berman:

Iets wat me al langer intrigeert: de vlucht van mensen voor de vrijheid. Als je erop let, laat het je niet meer los. Mensen denken vanuit beperkingen, niet vanuit mogelijkheden. Daar begint het mee. Maar het is erger; ze geven zich maar al te graag over aan een sterke man, een regisseur, een directeur, een bewindvoerder, zodra het een beetje moeilijk wordt. Berman schrijft daarover in ‘All that is solid melts into air’. Of eigenlijk doet hij dat nauwelijks, want het is een van de thema’s, schrijft hij, die hij in zijn boek juist laat rusten. Alleen in het voorwoord roert hij het aan. "I am talking about the widespread and often desperate fear of the freedom that modernity opens up for every individual, and the desire to escape from freedom by any means possible." Dan noemt hij Dostoevsky in zijn parabel van de Groot-Inquisiteur in "De Gebroeders Karamazov’ (1881). "Man prefers peace," the Inquisitor says, "and even death, to freedom of choice in the knowledge of good and evil. There is nothing more seductive for man than his freedom of conscience, but nothing that is a greater cause of suffering." Vervolgens stapt Dostoevsky uit zijn verhaal, dat zich afspeelt in de Contra-Reformatie van Sevillia, en richt hij zich direct tot zijn negentiende eeuwse publiek: "Look now, today, people are persuaded that they are freer than ever before, yet they have brought their freedom to us and laid it humbly at our feet."

Toen moest de twintigste eeuw nog beginnen. En we weten wat een demagogen het volk vervolgens vrijwillig macht heeft gegeven. Tot in de eenentwintigste eeuw toe. Berman voert het aantreden van Ronald Reagan in zijn eigen tijd als illustratie ten tonele. "One of the most powerful forces in the coalition that brought Reagan to power was a drive to annihilate all traces of ’secular humanism’ and turn the USA into a theocratic police state." We weten wat het neoliberalisme sindsdien heeft teweeg gebracht. Naomi Klein gebruikt de metafoor van ’shock and awe’ en laat zien hoe de introductie van het neoliberalisme, vijfentwintig jaar geleden, gepaard ging met martelen en systematische onvrijheid. Het tegendeel van vrijheid dus. Geheel naar Dostoevsky.

Tagged with:
 

Wind

On 2 april 2009, in Geen categorie, plekken, by Zef Hemel

Gehoord van Manuela op 31 maart 2009:

Onze Zwitserse kinderoppas woont inmiddels ruim twee jaar in Amsterdam. Af en toe past ze bij ons op. In geval van nood. Eergisteren vertelde ze dat ze terug wil naar Zwitserland. Voorgoed.

Heimwee?, vroegen we. Nee, zei ze, teveel wind. "Het waait altijd bij jullie in Nederland". Ze kan er maar niet aan wennen. "Ik begrijp niet dat jullie het hier volhouden," zei ze nog eens nadrukkelijk tegen ons, alsof ze het ons wilde inpeperen.

We keken elkaar aan. Eigenlijk heeft Manuela wel gelijk. Altijd maar die harde wind. Dat suizen. Dat omver geblazen worden. Dat strakke. Dat straffe.

Wat een land.

Maar ja, Amsterdam is zo heerlijk. Zelfs bij harde, onafgebroken wind.

Tagged with:
 

Babylon

On 1 april 2009, in filosofie, literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in Huig nr. 11, februari 2009:

Wouter Vanstiphout is de vaste columnist van Huig, het tweejaarlijks verschijnende tijdschrift van de Academie van Bouwkunst in Rotterdam. Onder de titel ‘Stilstand is vooruitgang’ citeert hij een ultrakort verhaal van Franz Kafka, getiteld ‘Het Stadswapen’, over de bouw van Babylon, het immense bouwproject uit de oudheid waarbij generatie op generatie ernaar streefde de stad tot in de hemel door te bouwen. "Daarvoor moet echter wel eerst het werk van de vorige generatie worden afgebroken, om het dit keer op de meest optimale wijze te kunnen doen." En omdat iedere generatie sneller weet te bouwen dan de vorige, is er iedere keer ook meer af te breken. Op een gegeven moment leidt dit krankzinnige bouwen paradoxalerwijze tot stilstand, omdat de snelheid van bouwen het afbreken niet meer kan bijhouden. Waarna Vanstiphout zich richt op Rotterdam, en dan met name op de Rotterdamse haven. De bouwers van de Rotterdamse haven gedragen zich als de Babyloniërs in Kafka’s verhaal: de oude havenbekkens worden telkens afgebroken om plaats te maken voor nog grotere havenbekkens. De stad die al honderd jaar bezig is de grootste haven ter wereld te bouwen, fabriceert uiteindelijk …. "Rotterdam is de enige (hoofdstad) waarvan de hoofdstadachtigheid niet is verbonden aan mensen, maar aan bulk, infrastructuur, kanalen, kranen, containers, snelwegen, havenmondingen en bruggen." Uiteindelijk komt de stad krakend en piepend tot stilstand. "Dat had een ander Kafka verhaal kunnen zijn," schrijft Vanstiphout op het eind: "over een continent met als officiële hoofdstad een immer groeiende stad die alleen maar uit vrachtinstallaties en pijpleidingen bestaat en waar helemaal niemand woont, vandaan komt of heengaat."

Een huiveringwekkende column. Het Faust-thema zag ik zelden indrukwekkender en geestiger uitgewerkt dan hier. Het had een apart, genadeloos hoofdstuk kunnen zijn in Marshall Berman’s ‘All that is solid melts into air’. Over moderniteit. Over vooruitgang. Over het najagen van een mythe. Over hoe je steden te gronde kunt richten. "Lees aandachtig het ultrakorte verhaal ‘Het stadswapen’ van Franz Kafka, denk er twintig minuten over na, vertaal het naar je eigen situatie, en probeer dan nog eens vol te houden wat je doet." Het advies van Vanstiphout aan de studenten lijkt mij vergeefs. Want: hoe verging het ook alweer de Babyloniërs?

Tagged with:
 

Een grap

On 1 april 2009, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 1 april 2009:

Terwijl Den Haag apetrots terugblikt op de inderhaast georganiseerde Grote Tent-conferentie ten behoeve van de Amerikaanse bezetter van Afganistan en de Nederlandse regering nog altijd verbolgen is over het feit dat kamerlid Wilders de toegang tot Groot-Brittannië is geweigerd, weigert het Haagse Ministerie van Buitenlandse Zaken chief Oren Lyons de toegang tot Nederland. Dat meldt Het Parool. Lyons is indiaans hoofd van de Onandaga stam, tevens faith keeper - bewaker van de indiaanse tradities – èn hoogleraar Amerikaanse studies. In 1993 opende hij het VN-jaar voor Inheemse Volken met een toespraak tot de Algemene Vergadering. Aanstaande zondag zou hij Amsterdam aandoen om als eregast op te treden bij een grote manifestatie voor Noord-Amerikaanse indianen. Dit weekeinde wordt namelijk gevierd dat vierhonderd jaar geleden Henry Hudson in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie uit Amsterdam vertrok voor een reis naar de West. Een half jaar later zou Hudson als eerste Europeaan Manhattan bereiken en Nieuw-Amsterdam stichten – het latere New York. Oren Lyons vertegenwoordigt de indiaanse stam die destijds op Manhattan leefde. Een terechte eregast, zou je zeggen. Maar Den Haag weigert hem dus de toegang. Omdat Lyons geen Amerikaans paspoort wil tonen. Hij wil op zijn Onondaga paspoort reizen. "Volgens NCIV-directeur Leo van der Vlist heeft Nederland de Onondaga met een verdrag uit 1613 als soevereine natie erkend. De overeenkomst werd vastgelegd in een wampum belt, een riem van schelpen die symbool staat voor het vreedzaam samenleven tussen twee volken." Het was de bedoeling dat Oren Lyons zondag een replica van deze riem aan wethouder Carolien Gehrels zou overhandigen." Ook meldt het Parool nog fijntjes dat het verdrag uit 1613 volgens de tekst van kracht blijft "zolang het gras groeit, de rivier stroomt en de zon schijnt." Op zijn indiaanse paspoort kwam Lyons overigens tot nog toe Engeland, Zweden, Japan en Australië gewoon binnen. Maar nu dus kennelijk niet Nederland. "Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet gisteren weten dat hij alleen met zijn Amerikaanse paspoort welkom is."

Dit gebeurt in de stad waar Spinoza zijn Ethica schreef en waar hij ligt begraven? Dit kan niet waar zijn. Dit moet een 1 april grap zijn. Of het gras groeit niet meer in Den Haag. En ook de zon is er verdwenen; laat staan dat de rivier er nog stroomt. Het leven lijkt uit Den Haag verdwenen.

Tagged with: