Klavertje vier

On 29 maart 2009, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 19 februari 2009:

Hoezo crisis? Hoezo krimp? Noord-Limburg wil investeren in een mega-bedrijventerrein op het kruispunt van de snelwegen A73 en A67 nabij Venlo. Het gaat om een terrein van 5.400 hectare. Dat is zo groot als de tweede Maasvlakte. Mind you! Kosten 2 miljard. Verwachte banen: 25.000. Wat er moet komen? Een kruising tussen een brainport en een greenport. Geen gewoon logistiek terrein, aldus NRC Handelsblad, maar eentje met onderwijs en onderzoek. Zo wordt internationaal verschil gemaakt. "Hier is nog ruimte," zegt de gedeputeerde van Limburg. "Ook logistiek is dit een uitstekende plek, dicht bij de afzetmarkten." En wat zegt de oppositie? "Greenport/Klavertje Vier in de huidige opzet is een keuze voor grootschaligheid. De grote ondernemingen slokken de kleine op. Een keuze voor kwaliteit is mij liever. We doen andere landen na, in plaats van dat we het onderscheid maken. Boeren en tuinders gaan het loodje leggen en met hen verdwijnt hun ambachtelijke kennis. Voor hen in de plaats komen de managers die vooral verstand hebben van bedrijfsvoering. De ruimtelijke ingreep is bovendien gigantisch: de buffer tussen stad en land, agrarisch cultuurlandschap, verdwijnt."

Helaas, zoals de gedeputeerde van Limburg, zo denken alle gedeputeerden van Nederland, op dit moment. Blauwe Stad, Wieringerrandmeer, kunstskibanen, verplaatsing Emmer dierentuin, noem maar op. In alles schuilt een grote kans. Marshall Berman heeft gelijk: de moderniteit overspoelt ons. Er is geen kruid tegen gewassen. Overal Robert Moses. All that is solid melts into air. "The immense amounts of money and energy put into building, and the self-consciously monumental character of so much of this building (…) testify to the sincerity and seriousness of this claim. And yet, the truth of the matter, as Marx sees, is that everything that bourgeois society builds is to built to be torn down. All that is solid – from the clothes on our backs to the looms and mills that weave them, to the men and women who work the machines, to the houses and neighbourhoods the workers live in, to the firms and corporations that exploit the workers, to the towns and cities and whole regions and even nations that embrace them all – all these are made to be broken tomorrow, smashed or shredded or pulverized or dissolved, so they can be recycled or replaced next week, and the whole process can go on again and again, hopefully forever, in ever more profitable forms." Het is wachten op de krimp en op de crisis. We zullen zien.

Tagged with:
 

Blank

On 28 maart 2009, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord tijdens tweede bijeenkomst van de ontwerpteams voor de IABR op vrijdag 27 maart 2009:

Ook de tweede bijeenkomst met de ontwerpers aan de Amsterdamse inzending van de Rotterdamse Architectuurbiënnale was fascinerend. Opnieuw kwamen we bijeen aan het IJ, op de zesde verdieping van Vinke en Co. Deze keer scheen de maartse zon fel over het IJ. Er stond een stevige wind. Het luchtruim was schoongeveegd, maar zou in de loop van de middag weer dichttrekken. Iedereen was er, behalve MUST.

De eerste presentatie was direct raak. ZUS refereerde aan Spinoza, aan het zeventiende eeuwse Amsterdam, aan Jane Jacobs. En toen kwam het. Voor het Nieuwe Diep hadden ze een ‘kleinschalige megastructuur’ bedacht. Oef! Ze brachten mij en de hele zaal daarmee in een klap van slag. Want de verwarring was groot. Maar langzaam begon het me te dagen. Het ging over publiek en privaat. Het vrijstatelijke in de Nieuwe Diepzone had de openbare ruimte geprivatiseerd. Hun oplossing refereerde volgens henzelf aan Haussmann, maar ik zag er ook Constants New Babylon in. Arjan Klok kraaide ‘Dit gaat over de spelende mens!" Ineens was iedereen opgelucht, blij. Later die middag zou het terugkomen: wat is vrijheid? Christiania in Kopenhagen is niet vrij, maar geregeld.

Mooi was ook het werk van Matthis Güller. Zijn ontwerp is een statement tegen de gebruikelijke Peter Stuyvesant-wereld die je aantreft in het ‘gat’ tussen de internationale luchthaven en de metropool. "Een gat dat doorgaans gevuld wordt met gated communities." Güller brak het helemaal open. De omgeving van de Nieuwe Meer was voor hem een ‘blank’, een leeg vel papier, waar het lokale het globale kon ontmoeten. Noordelijk had hij een ‘Boulevard des Anglais’ gesitueerd, zuidwestelijk een kinderparadijs bovenop de golfbaan. Zijn tracé voor een doorgetrokken Noord-Zuidlijn naar Schiphol was een vondst: dwars door de Nieuwe Meer, verbond hij de Zuidas met het Amsterdamse Bos. Dan was er Urhahn Urban Design met een ‘volkse’ noordoever van het IJ: de herschepping van een jaren vijftig-wereld. Hoe vrij was die? Eric van der Kooij vroeg om een ‘Bakkum’-wereld. Hoe vrij is ‘Het Vrije Schaap?’ En de autovrijstaat aan het Oosterdok van Karres en Brands dan? Je neus ophalen voor Renzo Piano’s Nemo is één ding, maar moet Nemo wel worden ‘bevrijd’ als het jaarlijks bijna 400.000 kinderen trekt? Enzovoort. Nee, het was een bijzondere middag.

Tagged with:
 

Woede versus ontgifte levenswijsheid

On 26 maart 2009, in filosofie, by Zef Hemel

Gehoord in de aula van de Universiteit van Amsterdam op 25 maart 2009:

Vreemd. Adriaan Geuze, landschapsarchitect te Rotterdam, zou spreken in het kader van een lezingenserie over de relatie Amsterdam-New York. Op uitnodiging van Paul Scheffer, die in Amsterdam de Wibaut-leerstoel bezet, kwam hij naar Amsterdam. Echter, gastspreker Geuze sprak niet over New York. En ook niet over Amsterdam. In plaats daavan trakteerde hij zijn publiek op een lezing met lichtbeelden over het Hollandse polderland. Twee uur lang nog wel. Het eerste uur zong hij een loflied op de zeventiende eeuwse polders, en op de negentiende eeuwse polders. En ja, ook de twintigste eeuwse ingenieurs die de Zuiderzeepolders en de Deltawerken voor hun rekening hadden genomen, waren nog zijn helden. Allemaal hele stoere polders. Hele stoere mannen.

Maar toen, in het tweede uur, kwam hij te spreken over het werk van de naoorlogse juristen, de planologen en de managers. Daar had je ze, de babyboomers; die hadden het gedaan. In luttele jaren tijd hadden ze de unieke erfenis van de polders naar de filistijnen geholpen. Geuze’s tirade duurde bijna een uur. Misprijzend sprak hij over nota’s, beleid en wetgeving. Beleid was zelfs een vies woord voor hem. Bijna stikkend in zijn woede verliet hij het katheder om plaats te maken voor zijn vrouw, die een door hem opgesteld manifest over het behoud van het polderland voorlas.

Wat een ongemak. De plotseling opkomende woede, zegt Peter Sloterdijk, kenmerkt zich hierdoor, dat ze zich uitbundig en zonder reserve uitleeft; wanneer de totale expressiviteit de toon zet, is er van beheersing en verdringing geen sprake. "We kunnen deze eenwording met de zuivere impuls, om een uitdrukking van Robert Musil te gebruiken, de utopie van gemotiveerde leven noemen." In ‘Woede en tijd’ (2007) komt Sloterdijk tot de conclusie dat woede in deze tijd niet meer werkt. "in een tijd van globalisering is geen politiek van grootschalige leedvereffening meer mogelijk, zolang die berust op het nadragen van onrecht dat in het verleden is aangedaan, ongeacht of een dergelijke politiek zich als democratisch of socialistisch messianisme of als wereldverlossing wenst te camoufleren. Dit inzicht vormt een aanzienlijke beperking voor de morele productiviteit van beschuldigingsbewegingen, zelfs als ze zich – zoals het socialisme, het feminisme, het postkolonialisme – inzetten voor een op zichzelf respectabele zaak. Het is tegenwoordig veel belangrijker de aloude, noodlottige alliantie tussen intelligentie en ressentiment te verbreken, om ruimte te scheppen voor toekomstgerichte paradigma’s van ontgifte levenswijsheid."

Ikzelf moest vooral aan Spinoza denken. Vrijheid verkrijgt een mens alleen door ‘denkend leven’, dus door begrijpen, en door het intomen van zijn hartstochten. Daarvan was bij Geuze geen sprake.

Tagged with:
 

De Walhalla

On 26 maart 2009, in filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘All that is solid melts into air’ (1988) van Marshall Berman:

Afgelopen donderdag was ik weer eens in Rotterdam. Henk van Schagen, architect in de Maasstad, was 67 jaar geworden en nam afscheid van zijn architectenpraktijk. In het theatertje op Katendrecht, genaamd De Walhalla, luisterden en spraken zo’n zestig genodigden naar en over het verhaal van Henk. Het ging over zijn verhouding tot het Modernisme. Op de achtergrond van het podium wisselden lichtbeelden elkaar snel op. Een deel ervan ging over New York, 1964. Daartussen zat een zwart-wit foto van Washington, genomen over de schouder van het reusachtige beeld van Abraham Lincoln in de richting van een mensenmassa die op de grote Mall van Washington was samengetrokken. Ik vroeg Henk voor wie ze gekomen waren, want die foto hadden we onlangs nog kunnen zien op tv – bij de inauguratie van Barack Obama. Henk bevestigde dat het ging om de grote toespraak van Martin Luther King. Maar waarom niet de zwarte dominee zelf in beeld gebracht? In verwarring gebracht begon Henk te spreken over New York 1964. De rellen. De ghetto’s. Het leed van de mensen op straat. De Bronx. En over Marshall Berman. Over diens ontboezemingen ten aanzien van de Grote Publieke Werken van Robert Moses in het laatste hoofdstuk van zijn ‘All that is solid melts into air’ (1988). "Als je die woede voelt die Berman destijds moet hebben gevoeld, dan weet je dat een mens dat in zijn leven niet meer kwijt raakt," zei Henk alsof hij zijn eigen woede van destijds weer voelde opborrelen.

Gisteravond sloeg ik Berman op. Inderdaad, het laatste hoofdstuk is het verhaal van Robert Moses en de vernietiging van de Bronx. En over het verweer van Jane Jacobs. Maar vooral over de mensen van de Bronx zelf. "These are the people of Faust’s new town, who know that they must win their life and freedom everyday anew." Hier klinkt de woede van Berman in door. Expliciet en persoonlijk wordt deze woede in de volgende passage: "I can remember standing above the construction site for the Cross-Bronx Expressway, weeping for my neighbourhood, vowing remembrance and revenge, but also wrestling with some of the troubling ambiguities and contradictions that Moses’ work expressed." Berman besluit het hoofdstuk met de vraag hoe met het modernisme als dat van Moses om te gaan. Het modernisme, dat is de verhevigde, permanente vernietiging en wederopbouw van onze steden en landschappen. "To be modern, I said, is to experience personal and social life as a maelstrom, to find one’s world and oneself in perpetual disintegration and renewal, trouble and anguish, ambiguity and contradiction: to be part of the universe in which all that is solid melts into air." Waarop hij laat volgen: "The be a modernist is to make oneself somehow at home in the maelstrom, to make its rythms one’s own, to move within its currents in search of the forms of reality, of beauty, of freedom, of justice, that its fervid and perilous flow allows."

Tagged with:
 

Grand Paris II

On 23 maart 2009, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in Statement nr. 17, voorjaar 2009:

Genoeg over Baron Haussmann voor dit moment. Terug naar het heden. Paul Koch, manager van ING Real Estate Frankrijk, spreekt met Jacques Marseille, Frans econoom en intellectueel, docent Economische Geschiedenis aan de Sorbonne Universiteit, over de situatie in de Franse vastgoedmarkt. Beide heren zitten tegenover elkaar in Parc Monceau. Marseille spreekt over de lancering van het idee van president Sarkozy vorige lente, om plannen te maken voor een Groot Parijs door de negentiende eeuwse stad van Haussmann te verbinden met de armoedige, multiculturele voorsteden. Tien architecten, waaronder Winy Maas van het Rotterdamse bureau MVRDV, werden gevraagd ontwerpen te maken. Dit nu noemt hij, Marseille, een illusie. Wat is Groot-Parijs? "Are the real problems of the suburbs being taken into account? As long as the French don’t face up to what they are, all plans are doomed from the start!’

Wat bedoelt Marseille hiermee? "What is happening now is that anyone who has a chance to leave the Ile de France region moves away to the west of the country and the Mediterranean. Many elderly people do that. Their place is taken by immigrants from countries like Mali, Senegal and Cote d’Ivoire. Paris will eventually become a kind of Washington: a wealthy white centre surrounded by poor districts where blacks live in ghettos. Meanwhile you see the revival of provincial cities that had lain dormant since the 19nth century: Lyon, Bordeaux, Toulouse, Rennes, Nantes – plenty of building is going on there. The weight of Paris is declining and we are witnessing a major territorial reshuffle."

Is het waar? Gaat het werkelijk zo slecht met Groot Parijs? Had baron Haussmann niet precies dezelfde problemen op te lossen in zijn tijd? Die ouderen waarover Marseille spreekt, zijn inderdaad rijk en oud. Ze verhuizen naar elders, akkoord, maar wat brengen ze daar teweeg? En wat betekenen al die nieuwkomers voor de stad Parijs? Vormen die niet een grote belofte? Waarom zo negatief? En gaan die slapende negentiende eeuwse steden het werkelijk maken? Ik vermoed dat we hier weer eens stuiten op dat aloude Franse vooroordeel tegen het grote Parijs. "Paris versus the rest", staat er als kop boven het artikel. Vroeger heette dat: ‘Paris et le Desert Francais’. Wantrouw de ‘expert opinion’.

Tagged with:
 

Grand Paris

On 22 maart 2009, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Haussmann. La gloire du Second Empire’ (1979) van Jean des Cars:

Het is september 1853. Napoleon III brengt zijn vakantie door in Dieppe, de kleine badplaats in Normandie. Baron Haussmann wordt er uitgenodigd om zijn plannen met betrekking tot Parijs bekend te maken. Hij verschijnt ter plaatse met nauwgezette plannen. Napoleon, die zich dagelijks op de hoogte stelt van de voortgang, verlangt vurig naar de verwezenlijking van zijn dromen, zeker nu het slecht gaat met het land. De oogsten vallen tegen, de cholera breekt uit en de Krimoorlog tekent zich af. Haussmann voorziet drie fasen. De eerste en tweede zijn voor rekening van de staat, de derde voor rekening van de stad Parijs. In de eerste fase moet het assenkruis worden verwezenlijkt: een noord-zuid traverse en een oost-west traverse: Boulevard de Sebastopol respectievelijk verlenging van de Rue de Rivoli. Fase twee beslaat de twee grote pleinen: Trocadero en de l’Etoile naar het westen. Fase drie beslaat de voorsteden, waar 300.000 mensen wonen tussen de vestingwerken in dikwijls erbarmelijke omstandigheden.

Ten slotte de Hallen, vlak bij de Saint Eustache. Vooral die laatste bevallen de vorst niet. Wie is de architect? Het is M. Baltard. De vorst heeft spijt van het leggen van de eerste steen, in 1851. Napoleon III besluit de werken stil te leggen. Haussmann bemiddelt. Binnen tien dagen ligt er een nieuw ontwerp, nu in ijzer, met een dakconstructie als een serie paraplu’s, licht, modern, utilitair. De vorst is tevreden. Haussmann krijgt vertrouwen in Baltard. En de vorst krijgt zijn zin. Zo is Parijs uitgelegd en getransformeerd onder Napoleon III.

Tagged with:
 

Spinoza

On 15 maart 2009, in filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Spinoza. Biografie’ (1972) van Theun de Vries:

spinoza amsterdam

Vandaag valt het besluit om de Vrijstaat Amsterdam, als Amsterdamse inzending voor de Internationale Architectuurbiënnale Rotterdam 2009, op te dragen aan Baruch de Spinoza. In de biografie van Theun de Vries lees ik, kort en krachtig, waarom dat een goed idee zou zijn. In zijn Godgeleerd-Staatkundig Vertoog stelt de filosoof dat het doel van de staat is de vrijheid. Ik citeer Theun de Vries: "Zo wordt bij Spinoza de staat een creatie van zijn burgers, waarin iedereen met begrip voor de noodzaak zijn hartstochten in toom te houden, zich door denkend leven tot de hoogst bereikbare vrijheid kan verheffen."

Dit is geen utopie. Als Spinoza concreet moet worden getuigt hij van zijn liefde voor de regeringsvorm van het toenmalige Amsterdam, waaruit hij eerder ruw verstoten was: "In deze krachtige bloeiende gemeenschap, deze voortreffelijke stad, leven mensen van allerlei natiën en sekten eendrachtig bij elkaar. Men vraagt niet naar godsdienst of levensopvatting, daar zulks voor de rechter niet helpt om te zaak te doen winnen of verliezen… Niemand leed doen, ieder het zijne geven en eerbaar leven" is er het bestaansmotto. Dat is de grondslag van de ware vrijheid.’

Dat bestaansmotto moet straks ook de Vrijstaat sieren. En het programma zal in het teken staan van de burgers, van ‘denkend leven’ en het in toom houden van de hartstochten.

Tagged with:
 

Haussmann

On 14 maart 2009, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Haussmann. La gloire du Second Empire’ (1979) van Jean des Cars:

Hoe verhield de prefect Hausmann, die tot taak had Parijs stedenbouwkundig radicaal te moderniseren, zich tot de keizer, Napoleon III, zijn opdrachtgever? Jean des Cars schrijft fraai over de praktische kanten van de intensieve samenwerking. De prefect ging direct na zijn aantreden in 1853 wonen aan de Place des Greves, op de begane grond. Hij verzekerde zich van de permanente aanwezigheid van een secretaris en een loopjongen, die in een twaalf-uursdienst elkaar aflosten en die zich ophielden in de ruimte naast zijn officiele werkkamer op de eerste verdieping. Elk moment, dag en nacht, konden deze een boodschap aannemen of afleveren. Haussmann sliep weinig. Het liefste werkte hij ’s nachts, in alle rust. Er liep een geheime trap tussen zijn officiele werkkamer boven en zijn prive-werkkamer beneden. Zo was hij voortdurend bereikbaar en beschikbaar voor de keizer. "Ce dispositif de communication rapide renforcera la complicite entre Napoleon III et son prefet, a la grande joie de ce dernier qui se mefie des intermediaires."

Al na de eerste dag, na afloop van zijn kennismaking met de gemeenteraad die hem vijandig ontving omdat de keizer de geliefde prefect Berger even eerder had weggestuurd, moest Haussmann bij Napoleon III verschijnen en verslag doen. Hij vertelde alles, tot in detail. Waarop de keizer, die de raad het liefst wilde ontbinden, uitriep: "Oh! Ces parlementaires! Ils sont incorrigibles!"

Daarna had Haussmann nog elf dagen de tijd om zijn budget voor te bereiden en aan de hem onwelgezinde raad voor te leggen – "ce fameux budget qui conditionne tout."

Tagged with:
 

Soft planning

On 14 maart 2009, in filosofie, theorie, by Zef Hemel

Gehoord tijdens symposium ‘Visie Voorop’ op donderdag 12 maart 2009:

Het is de vraag of mijn bijdrage aan het symposium ‘Visie Voorop’ in de Glazen Zaal aan de Prinsessegracht te Den Haag afgelopen donderdag goed over het voetlicht kwam. Het belang van het verhaal en de zegeningen van het spreken aan tafels, gevat onder de gemeenschappelijke noemer van ’soft planning’, kreeg een lauwe ontvangst in de overigens goed gevulde zaal. De interventies van gespreksleider Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, hielpen ook niet echt. Ongeduldig vroeg hij telkens naar de wijze van borging van afspraken, alsof dit allemaal wel leuk en aardig was wat ik zei, maar dat het niet echt ter zake was. Ook de vragen uit de zaal hadden allemaal een ‘hard’ karakter: ze gingen over geld, bevoegdheden, legitimering, uitvoering. Telkens werd er verwezen naar de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening, alsof er alleen maar beperkingen zijn en het aantal vrijheidsgraden gering. Op een gegeven moment riep ik: ‘Zijn er wetten om ons mensen te dienen of zijn wij er voor de wet?’ Het mocht niet baten. De aanwezigen leken zich het liefst te willen ketenen in een beperkte ruimte van mogelijkheden.

’s Avonds aten we met de schrijvers aan het te verschijnen boek over hetzelfde onderwerp elders in Den Haag, om precies te zijn in een bovenzaal aan de achterkant van restaurant Pavlov aan het Spui. Ik keek op de gevel van de oude kerk die hier door moderne bebouwing wordt omsloten. Ik plaatste een opmerking over het monument, waarop Maarten Hajer zei dat in die kerk niemand minder dan Baruch de Spinoza begraven lag. Toen voelde ik mij gesterkt. Spinoza, geboren te Amsterdam en gestorven in Den Haag, schreef in zijn Ethica: "De bedoeling van de politiek is niet om mensen in bedwang te houden met vrees, maar juist om de enkeling van vrees te bevrijden zodat hij zo veel mogelijk in veiligheid en vrede, in vrijheid en blijheid leeft." Een vrij persoon is in de ogen van Spinoza iemand die zichzelf als een bepaalde modus van God ziet en daarom beide gezichten van Fortuna (voor- en tegenspoed) gelijkmoedig draagt. Iemand die alleen de dingen doet die hij het allerbelangrijkst vindt. Iemand die zorgt voor het welzijn van anderen en niet bang is voor de dood.

Het mooiste vind ik nog altijd dat er volgens Spinoza niet zoiets bestaat als een zelfstandige wil. Het gaat erom dat we de dingen doorhebben, doorzien, begrijpen. En vanuit dat begrijpen ontstaat als vanzelf het doen, vloeien het handelen en de actie voort. "Zoals we van de zon vanzelf bruin worden als we liggen te zonnen, zo komen van adequate ideeën eigenlijk vanzelf acties." Een mooiere omschrijving van wat ik die middag had willen zeggen bestaat niet.

Tagged with:
 

Conrad Busken Huet

On 11 maart 2009, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in Busken Huet. Een biografie (2007) van Olf Praamstra:

Zondagmiddag naar Parijs. De trein vertrok een half uur vroeger dan normaal vanwege werkzaamheden aan het spoor bij Hoge Zwaluwe. We werden over Utrecht en Den Bosch geleid, zoals dat zo mooi heet. De vertraging was ingecalculeerd. Een boemel was het. De trein zat stampvol. Vanaf Amsterdam. Mijn Franse buurman vertelde me dat er ’s nachts een bijzonder muziekspektakel was geweest in Utrecht. Heel jong Parijs was ernaartoe gegaan. Ze hadden allemaal het weekend doorgebracht in Amsterdam. ’s Nachts even op en neer naar Utrecht. En vanuit Amsterdam dus weer teruggereisd.

Pas na Brussel komt de vaart erin. Ach, ach, nu al meer dan zes jaar wachten op het snelle spoor en op de bestelling van de locomotieven! Zouden ze in Den Haag wraak hebben genomen omdat de hofstad niet werd aangesloten op het hogesnelheidsnet?

In de trein lees ik de biografie van Busken Huet. Die woonde meer dan tien jaar in Parijs. Hij arriveerde enkele jaren na de Parijs Commune, in 1876. De eerste indrukken waren overweldigend. "Parijs was een wereldstad. Twee miljoen inwoners woonden er, in huizen die tot acht verdiepingen hoog reikten. Op enkele geblakerde gebouwen na – de treurige erfenis van de neergeslagen opstand van de Commune – zag alles er nieuw uit. Onder het bestuur van de prefect Haussmann had het oude Parijs plaats gemaakt voor een nieuwe stad. (…) Het deed Huet denken aan Rome, maar dan een Rome dat eruitzag of het ‘eerst gisteren door den architekt was afgeleverd’."

Huet kwam rechtstreeks uit Indië. Nadat de familie een appartement had betrokken boven het Palais Royal en zoonlief op een Franse school was ondergebracht, gaan hij en z’n vrouw voor een kort bezoek door naar Nederland. Een weerzien na ruim acht jaar. "Wordt men in een dag uit het woelige Parijs in het rustige Nederland verplaatst, dan is het (…) alsof de dode steden niet enkel aan de Zuiderzee, maar ook aan de boorden van de Maas en Amstel gelegen zijn. Steden als Dordrecht, als Haarlem, zijn ware kerkhoven." Er leek in Nederland niets om te gaan en Huet begreep niet hoe de mensen aan de kost kwamen. Het was alsof er niet gewerkt werd. Nederland deed hem denken aan een ”oude vrouw uit het volk, die met de armen over elkander en een stoof onder de voeten, is ingedommeld bij den smeulenden haard."

Zo heel veel is er sindsdien niet veranderd, moet ik zeggen. Parijs is nog steeds honderd keer dynamischer dan die zogenaamde Randstad. En het langzame spoor door het Groene Hart en Brabant werkt ook niet mee. Maar in Utrecht kunnen ze tegenwoordig wel feesten. Dat dan weer wel.

Tagged with: