The Great Reset

On 31 januari 2009, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 13 januari 2009:

Elizabeth Currid, auteur van ‘The Warhol Economy’, verwacht dat de nieuwe Amerikaanse regering onder aanvoering van president Obama als een katalysator gaat werken. "Veel innovatieve ideeën zullen worden omgezet in beleid," aldus de Volkskrant. Want Obama "staat voor openheid, tolerantie en creativiteit." Daardoor zal de creatieve klasse een flinke duw in de rug krijgen. Die creatieve klasse, dat zijn stedelijk georiënteerde kenniswerkers die de moderne economie aanjagen, zoals internetondernemers, computerprogrammeurs, wetenschappers, kunstenaars, architecten. Deze creatieve klasse, aldus Currid, loopt voorop op het gebied van duurzaamheid, waardoor de economie van Amerika energiezuiniger en milieuvriendelijker zal worden. Ook werkt ze kleinschalig, in netwerken van kleine bedrijfjes, voor een lokale stedelijke markt en is ze maatschappelijk betrokken. Kortom, de verwachtingen zijn hoog gespannen nu het regeringsprogramma zich in Amerika op openheid, tolerantie en creativiteit richt. Niet de multinationals en de banken, maar de kleine ondernemers in de grote steden gaan de wereld redden. Richard Florida spreekt zelfs van ‘The Great Reset’. Reset is de toetsencombinatie waarmee je je vastgelopen computer weer op nul zet (Control + Alt + Delete). "My own hunch is that we are witnessing a sharp turn toward quality and functionality. The Great Reset will mean smaller, better, more efficient spaces, and an emphasis on higher quality design from the artifact to the city and regional scales."

Nu afwachten hoe snel of langzaam men in Den Haag op dit veelbelovende Amerikaanse perspectief reageert.

Tagged with:
 

Blind voor de bol

On 29 januari 2009, in filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Sferen’ van Peter Sloterdijk (2003):

Vanwaar die verwarring ineens, nu de kredietcrisis zich lijkt te verdiepen? Iedereen lijkt maar wat te roepen. Onrust door het ontbreken van een zingevend toekomstperspectief als vangnet is één verklaring, een andere is: gebrekkig inzicht, gebrekkig overzicht, gebrekkige kennis. Peter Sloterdijk schrijft daarover in ‘Sferen’, in het hoofdstuk, getiteld ‘Meetkunde in het onvertrouwde’, dat aan de globalisering is gewijd. Ik citeer: "Het schouwen van het eenparige, geopende, rondom-totale is voor de gewone stervelingen zo goed als nooit weggelegd, omdat ze altijd geketend blijven aan de actualiteit en aan het op een na beste van wat hun overkomt; midden in de bol zijn ze blind voor de bol. In dagelijkse beslommeringen, verhalen en meningen verstrikt, zien ze voorbij aan de theorie-ontsluitende uitzonderingstoestand van het integrale panorama in het opengelegde Zijn. Ze ‘realiseren’ daarom niet hun positie in het onveranderlijke, eenparige zelf en verliezen zich in versplinterende meningen over van alles en nog wat."

Sloterdijk spreekt van ‘de kijkschool van het filosofische totaalpanorama’ als mogelijke uitkomst. Schouwen in het Ene Al. Ik zou liever zeggen: probeer jezelf buiten de bol te plaatsen. Bolaanschouwing dus. Het is fascinerend om te zien hoeveel boeken en theorieën er over globalisering, over mondiale ontwikkelingen verschijnen. Mogelijkheden genoeg, zou ik zeggen. Lezen!

Tagged with:
 

Open steden

On 28 januari 2009, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 16 oktober 2008:

Ruim drie maanden geleden publiceerde NRC Handelsblad een interview met Adrian Favell. Favell is een van oorsprong Britse socioloog die vanuit Los Angeles al tien jaar studie doet naar ‘free movers’ in Europa. Het gaat om de lotgevallen van witte, redelijk opgeleide middenklassers die, aangespoord door de weggevallen Europese grenzen, in andere Europese landen zijn gaan wonen en werken. Zijn bevindingen heeft hij opgetekend in ‘Eurostars and Eurocities: free movement and mobility in Europe’ (2008).

Nederland, en ook Amsterdam, komt er niet al te best vanaf. "Nederland heeft een van de laagste percentages Europese bewoners van Europa." Maar eerst dit: de mensen die hij bestudeert zijn geen rijke, veeleisende wereldburgers waarvoor ze vaak worden versleten. Vaak zijn het studenten, free lancers en andere, overwegend jonge mensen die tijdelijk in een ander land wonen en werken. Het zijn ook geen immigranten, en geen expats (expats worden door hun bedrijf gestuurd), eigenlijk vallen ze buiten elke categorie. Daardoor bestaan er amper statistieken en kennen we hun exacte omvang dikwijls niet. Kenmerkend voor ze is dat hun verblijf in een land of een stad open is; ze kunnen elk moment weer hun biezen pakken. Hun aantal groeit, al is het nog altijd bescheiden: binnen Europa beweegt slechts 2 procent van de bevolking over de grenzen, in de USA is dat 8 procent.

Maar dus niet in Nederland. Bij ons wonen vrijwel geen andere Europeanen. Ook Amsterdam, dat een uitzondering lijkt binnen het Nederlandse patroon, doet het helemaal niet goed. Amsterdam, aldus Favell, heeft de naam een open stad te zijn en heet "sociaal en cultureel progressief en daarom populair bij buitenlanders," maar de stad blijkt bij nader inzien veel geslotener dan iedereen dacht. Na een of twee jaar vertrekken de buitenlanders weer, teleurgesteld. De Europese ‘free movers’ zoeken juist vrijheid, maar in Nederland moeten ze integreren. Hier moeten ze een nieuwe nationale identiteit kiezen, met bijbehorende codes. "Daar kregen veel van mijn geïnterviewden het benauwd van."

Opmerkelijk vond ik dit: "voor mensen uit lagere sociale klassen is de ‘Europese optie’ een manier om sneller hogerop te komen dan in eigen land. Je omzeilt nationale elite-universiteiten, waar je een stigma houdt vanwege je naam, accent of netwerk." Eigenlijk zou een stad als Amsterdam deze mensen in hun armen moeten sluiten.

Tagged with:
 

Niet weten wat je wilt zijn

On 28 januari 2009, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 10 januari 2009:

"Duitsland heeft de oorlog aan Rusland verklaard, vanmiddag zwemles," noteerde Kafka in 1914 in zijn dagboek. Anders gezegd, de betekenis van het historische moment wordt mensen pas achteraf duidelijk. Het citaat ontleen ik aan Harald Welzer, sociaal psycholoog te Essen en auteur van ‘Klimakriege’, die deze mooie dagboekpassage van Kafka in een artikel in Der Spiegel citeert. NRC Handelsblad publiceerde onlangs een vertaling van zijn artikel. De kern van zijn betoog komt op het volgende neer: "Een kredietcrisis heerst, energie raakt schaars en de wereld wordt warmer. Maar de dagelijkse sleur schept de illusie van rust." Je kunt het ook anders zeggen: voor mensen is de toekomst, zeker wanneer die onheilspellend is, eenvoudig ondenkbaar.

Ik moest er vandaag aan denken tijdens een brainstorm met strategen van de stad Amsterdam over de crisis. Die hadden het alleen maar over hoe de stedelijke economie zo snel mogelijk weer aan de praat te krijgen. Een soort Keynsiaanse reflex, waar overigens de hele wereld zich lijkt in te storten, door overheidsinvesteringen in de infrastructuur te zien als oplossing voor een majeur conjunctureel probleem. Kortom, zo snel mogelijk weer tot de orde van de dag overgaan, ook al steken we ons voor vele miljarden in de schulden. Welzer: "Juist in een crisis blijkt hoe fataal het uitpakt wanneer een politieke gemeenschap niet voor ogen staat wat ze eigenlijk zijn wil. Samenlevingen die hun zingevingsbehoefte uitsluitend via consumptie bevredigen, hebben, wanneer de economie niet goed meer functioneert en daarmee ook de mogelijkheid vervalt om identiteit, zin en geluksgevoelens te kopen, geen vangnet meer."

De verwarde gesprekken van vandaag lijken erop te duiden dat ‘de politiek gemeenschap Amsterdam’ niet goed weet wat ze wil zijn en dat ze haar zingevingsbehoefte vooral bevredigt via consumptie en economische groei. Er is geen vangnet meer, geen toekomstperspectief dat rust schept en zin geeft.

Tagged with:
 

Gelezen in ‘Krassen op de eeuwigheid’ (2008):

Ab Oskam geeft in zijn interview in ‘Krassen op de eeuwigheid’ niet alleen een fascinerend beeld van zestien jaar directeurschap van de Dienst Ruimtelijke Ordening (1981-1996), maar ook van de geboorte van de Noord-Zuidlijn als grootstedelijk project. Natuurlijk, de gedachte aan deze ondergrondse ’stadsspoorlijn’ is ouder, veel ouder zelfs dan zijn tijd bij de dienst, ze stamt uit het begin van de jaren ‘60 van de twintigste eeuw. Maar het besluit tot de aanleg ervan dateert wel degelijk uit zijn Amsterdamse periode. Oskam: "In 1989 maakten we een nieuw structuurplan. De discussie over de ontwikkeling IJ-as versus Zuidas was op dat moment heel heftig. Bij Van der Vlis (de toenmalige wethouder RO, ZH) heb ik er toen op aangedrongen de Noord/Zuidlijn op de kaart te zetten. Die zag er eerst niks in, maar draaide later bij: ‘Zet dat lijntje maar op de kaart’, zei hij. Maar toen ik een maand later terug kwam van een reis naar China, was het lijntje weer geschrapt."

Bijna een misgeboorte dus. Het was Louis Genet die als wethouder het lijntje weer op de kaart durfde te zetten. In 1993. En daarna duurde het nog zes jaar voordat het contract met het Rijk werd getekend.

Tagged with:
 

Slangenkuil

On 21 januari 2009, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 30 december 2008:

Terwijl de rijksuitgaven aan sport gestaag groeien (echter, in verhouding tot het buitenland nog steeds achterblijven) en Nederland zich aarzelend opmaakt voor de kandidatuur voor de Olympische Spelen van 2028, blijft NOC*NSF, de Nederlandse sportkoepel, in de pers te boek staan als een ’slangenkuil’. Zo ook aan de vooravond van Oudejaarsdag 2008. NRC Handelsblad wijdt er een hele pagina aan. Daarin komt Joop Albeda naar voren als een man met visie. Vier jaar geleden vertrok hij bij NOC NSF als technisch directeur. Nog steeds toont hij zich betrokken. Hij wil een Team Olympic, "een ploeg waarin kandidaten voor de Olympische Spelen zijn ondergebracht, met één centrale aansturing bij voorkeur vanuit het Olympisch Stadion in Amsterdam." Waarom? "De processen rond de topsporter – van trainingshal tot vliegtickets – kunnen zo beter worden geregeld." Maar nee, nog steeds zit NOC*NSF verstopt in de bossen bij Arnhem, op Papendal. "Met gevoel voor symboliek verwijst Joop Albeda naar de decentrale ligging en de architectuur van de sportkoepel NOC*NSF. Aspecten die, in de ogen van de voormalig technisch directeur, model staan voor de externe afhankelijkheid en interne onthechting waaraan NOC*NSF lijdt. Wie het gebouw op het bosrijke nationale sportcentrum Papendal bij Arnhem binnenkomt, heeft de keus uit een linker- en een rechtervleugel. Waarmee Albeda maar wil zeggen: bij de entree mis je al de cohesie."

Waar Albeda op doelt is geen symboliek. Mensen gaan zich gedragen naar de plek en de ruimte waarin ze verkeren. Werk je in een gebouw met twee vleugels, dan is samenwerken lastig. Ga je in de bossen zitten, dan worden veel mensen depressief. Opereer je vanuit de stad, dan voel je de dynamiek. Ga je werken vanuit een metropool, dan voel je je deel van de wereld. Hoe lang blijft NOC*NSF nog in de rustgevende bossen bij Arnhem vergaderen? En wanneer gaan de topsporters, zoals Albeda voorstelt, vanuit het schitterend gerestaureerde Olympisch Stadion aan de Zuidas uitvliegen over de wereld? Het jaar 2028 nadert.

Tagged with:
 

Krimp doet au

On 21 januari 2009, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) van Jane Jacobs:

Afgelopen vrijdag en zaterdag organiseerde het Forum voor Stedelijke Vernieuwing een Breed Beraad over bevolkingskrimp. Zo’n vijfentwintig deelnemers uit Groningen, Zeeland en Limburg wisselden met Haagse beleidsmakers en kamerleden op een kasteeltje te Vaals van gedachten over wat demografische krimp nu precies inhoudt en hoe het beleid daarop zou moeten reageren. Voorzitter was Hans Dijkstal. Het was een bijzondere bijeenkomst. Wat vooral bijzonder was, was om de consequenties van krimp voor Groningen, Zeeland en Limburg met elkaar te vergelijken. De roep om geld uit Den Haag was wat de aanwezige bestuurders sterk met elkaar verbond. Maar verder? De beste opmerking in de twee dagen was deze: "de gevolgen van krimp zullen heel anders op Hilversum uitwerken dan op Heerlen. Hilversum zal er weinig last van hebben." Ik moest sterk denken aan hoofdstuk 8 uit ”Cities and the Wealth of Nations’ van Jane Jacobs. Dat hoofdstuk handelt over ‘Capital for regions without cities’. Want de kwestie ‘krimp’ heeft niet zozeer met demografie te maken, maar alles met economie. Sterker, de discussie over krimp gaat eigenlijk over dreigend verlies van welvaart, over economie dus. En over (het ontbreken van) steden.

In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat alle drie de streken geen grote steden kennen. Hun economieen zijn eenzijdig, kwetsbaar en afhankelijk. De provincie Groningen produceerde jarenlang graan en aardappelen voor de Randstad en de wereldmarkt, Limburg dolf steenkool voor de Randstad en de wereldmarkt en Zeeuws Vlaanderen verbouwde graan voor de Randstad en de wereldmarkt. Op al deze fronten hebben ze het later erg moeilijk gekregen. Er is vanuit Den Haag van alles aan gedaan om hun economieën overeind te houden: Dow vestigde zich in Terneuzen, de Eemshaven moest Noord-Groningen redden en Zeeland kreeg autofabrieken en het CBS en het ABP. Zo is er in de loop der jaren veel kapitaal naar deze regio’s gesluisd.

Maar heeft het gewerkt? Jane Jacobs noemt het voorbeeld van de Tennessee Valley. Deze streek in het hart van Amerika was rijk gezegend met natuurschoon en grondstoffen, maar begin twintigste eeuw liep haar bescheiden economie gestaag terug. Er waren geen steden in de vallei die goederen en diensten verhandelden. De steden die er waren, waren administratieve steden, met onderwijs en zorg en voorzieningen voor de bevolking in de omgeving. Om de streek uit het slop te trekken werd onder de vlag van de New Deal door president Roosevelt een TVA opgericht die massief investeerde in de infrastructuur van de streek. Er moest energie worden opgewekt, toeristen getrokken, industrie gelokt. Hetgeen gebeurde. Knoxville werd het centrum van een zich industrialiserende regio die – het moet gezegd – werk genereerde waardoor het de inwoners van de streek beter verging. Maar na vijftig jaar, aldus Jacobs, was veel welvaart en werk alweer uit het gebied vertrokken. Waarom? Omdat, aldus Jacobs, er geen importvervangende stad in de streek zijn economische werk bleek te doen. Er was geen lokale economie opgebouwd. Knoxville bleek een kunstmatige stedelijke regio die weliswaar industriële banen verschafte, maar die niet productief was in de zin van dat de stad nieuwe importen verdiende met lokale productie die bestaande importen verving. Het plan van de TVA had alle bestanddelen van een gereedschapskist waarmee een stad ontwikkeld kan worden, en die stad groeide ook wel, maar hij kon niet op eigen benen staan en geen nieuwe welvaart creëren. De planners hadden een facsimile van een stedelijke regio gebouwd. "Development cannot be given. It has to be done. It is a process, not a collection of capital goods."

De demografische krimp in Groningen, Zeeland en Limburg legt precies dit gegeven bloot: Heerlen, Terneuzen en Delfzijl zijn geen importvervangende steden, maar facsimile’s van geplande stedelijke ontwikkeling. De krimp doet nu wat het beleid trachtte te keren: de mensen weghalen uit de gebieden waar geen welvaart wordt gecreëerd. Nu afwachten hoe al die andere geplande steden in Nederland zich zullen houden onder het geweld van de demografische krimp. Binnenkort zullen we ze horen piepen. Dan vragen ze allemaal om meer geld.

 

Bisschopsstad

On 20 januari 2009, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 10 januari 2009:

"Symbolen en rituelen zijn voor katholieken heel belangrijk," zegt Wim Peeters, woordvoerder van het bisdom Haarlem. Hij doelt op de nieuwe naam van het bisdom. Het heet voortaan bisdom Amsterdam-Haarlem. Daarmee heeft Amsterdam nu eindelijk zijn bisschopszetel. Hierdoor wordt een fout hersteld die in 1853 werd gemaakt. Toen werd om religieus-politieke redenen gekozen voor Haarlem als bisschopszetel, en niet Amsterdam. Samen met Riga was Amsterdam vanaf die tijd de enige hoofdstad in de wereld die geen bisschopszetel had. Buiten dit rechtzetten zitten er niet veel voordelen aan de verhuizing, wordt door Peeters gesteld. Hoewel, "het wordt nu in het buitenland makkelijker over het bisdom te praten. Amsterdam kent iedereen, maar als ik het met mensen over het bisdom Haarlem had, dachten de meesten dat ik die wijk in New York bedoelde."

Naar een kathedraal wordt nog gezocht. Een goede kandidaat is de St. Nicolaaskerk aan de Prins Hendrikkade, recht tegenover het Centraal Station. Maar nieuwbouw, voeg ik eraan toe, zou natuurlijk nog veel mooier zijn. Op de kop van het Java-eiland bijvoorbeeld, met Java als een soort van Ile de la Cité. Of anders aan de Heiligeweg, op de plek waar in 1908 de Heilige Stede is afgebroken en waar in 1345 het mirakel geschiedde. Het maakte van Amsterdam een van de belangrijkste pelgrimssteden van Europa. Op de plek van de kapel staan nu winkels, ontworpen door, meen ik, Sjoerd Soeters. Die slopen en daar de kapel terugbouwen, dat zou pas symbolisch zijn.

Tagged with:
 

Zielenheil als handelswaar

On 18 januari 2009, in economie, geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Geschiedenis van Amsterdam tot 1578. Een stad uit het niets’ (2004):

Paul Spies, de nieuwe directeur van het Amsterdams Historisch Museum, sprak laatst in Het Parool van Amsterdam als ‘Heilige Stede’. De Heilige Stede – locus sacer – is de benaming van de kapel die na 1345 wordt gebouwd op de plek waar het mirakel van Amsterdam zich had voorgedaan, een huis in de Bindwijk, in het zuidelijke deel van de Kalverstraat. In 1908 werd deze kapel afgebroken door de Hervormde Gemeente. Daarmee is een belangrijke verwijzing naar een historische bron van economische groei uit het stadsbeeld verdwenen: religie. Want het staat vast dat de groei van Amsterdam in de late Middeleeuwen verband hield met religieuze activiteiten die mede uit het mirakel voortkwamen. Ik sla er ‘De Geschiedenis van Amsterdam’ op na. Binnen een jaar na het mirakel (een hostie die bij het uitspugen niet alleen niet verbrandt in het vuur, maar die ook nog eens tot driemaal toe op onverklaarbare wijze terugkeert naar het huis van de overledene), lees ik, begon de bouw van de kapel. "Vanaf dat moment werd de Kapel ter Heiliger Stede een plaats waar het Heilig Sacrament vereerd kon worden. Een plaats ook waar pelgrims en ongelukkigen naartoe trokken om te vragen om vergeving van hun zonden of genezing van hun kwalen." Amsterdam kreeg hierdoor een plaats binnen het Europese bedevaartsnetwerk. "Zo werd Amsterdam behalve een handelsstad ook een pelgrimsstad."

Dit religieuze toerisme werd een economische factor van belang. Zozeer zelfs dat halverwege de vijftiende eeuw Amsterdam een van de belangrijkste pelgrimsoorden van Europa is. De religieuze bedrijvigheid wordt nog aangejaagd door de Moderne Devotie, een religieuze beweging rond Geert Grote, die tegen het eind van de veertiende eeuw vanuit het oosten van het land ook Amsterdam zou bereiken. Deze opleving van vroomheid leidde tot de stichting van talrijke huizen van zusters en broeders van het Gemene Leven, tertianen- en tertiarissenconventen, kloosters van de Congregatie van Windesheim. Dat gebeurde allemaal aan de westkant van de Amstel. Ten oosten van de rivier veranderde het religieuze leven niet wezenlijk. "Dat kwam door de geweldige groei van de economie, vooral in de noordwesthoek van de stad, het havenkwartier. Maar ook de cultus rond het hostiewonder van 1345 in het zuidwestkwartier was er debet aan." Om het aantal pelgrims dat jaarlijks de stad nadert in goede banen te kunnen leiden wordt er eind veertiende eeuw een speciale toegangsweg tot de stad aangelegd, die van Sloten en Amstelveen, via de Kostverlorenwetering, de Overtoom en de Leidsestraat naar het Rokin loopt en de naam ‘Heilige Weg’ draagt (uit: Amsterdam in Gebed. Religieuze monumenten, 2005).

Ziedaar het basispatroon van de vroegste en succevolle economie van Amsterdam: de zeehaven in het noordwesten, de geestelijkheid in het zuidwesten, de visserij in het noordoosten en het vermaak in het zuidoosten – vier kwadranten met als middelpunt de Dam.

Tagged with:
 

Middelpunt

On 17 januari 2009, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 3 januari 2009:

03.16.vaandel

Wat is het middelpunt van de wereld? Sommige Amsterdammers zeggen: Amsterdam! "Hoe kunnen bewoners van een drassig weiland met kleine rothuisjes en nauwe stegen denken dat ze het centrum van de wereld zijn?" Aan het woord is Paul Spies, de nieuwe directeur van het Amsterdams Historisch Museum, in Het Parool. Hij verwondert zich over het feit dat Amsterdammers eeuwenlang het gevoel hebben gehad dat ze bijzonder zijn in de wereld. Hoe kan dat? Het antwoord: "We waren de belangrijkste heilige stad van het land." Het zit zo. "De Heiligeweg mondde uit op een plek in de Kalverstraat, de Nieuwedijks Kapel. waar het hostiewonder in 1345 zich voordeed. Zelfs de hele Overtoom was eerst Heiligeweg. Amsterdam heeft zijn eerste echte inkomsten aan dat wonder te danken, omdat er veel pelgrims naar Amsterdam kwamen. We waren het Lourdes, het Rome van Nederland. Tal van kloosters werden hier gevestigd op grond die ze gratis kregen. Amsterdam heette de Heilige Stede, en op de een of andere manier zit het sindsdien in de genen van Amsterdammers om te denken dat de stad het middelpunt van de wereld is."

Vervolgens refereert Spies aan de bijna vierhonderd jaar oude grachtengordel, "de eerste grote stadsuitbreiding ter wereld." Zo’n gegeven voedt de gedachte van "zie je wel. Wij zijn de besten." Het lijkt er inderdaad op dat de plattegrond van de stad, ook nu nog, iets uitstraalt van het gevoel het middelpunt te zijn. Met de Dam als de navel van de wereld.

Tagged with: