Planet of slums

On 31 december 2008, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Planet of Slums’ (2006) van Mike Davis:

Om het jaar 2008 uit te luiden las ik, inmiddels geheel in de stemming gekomen door Naomi Klein en Jane Jacobs, ‘Planet of Slums’ van Mike Davis. Daarmee is het beeld van de toestand in de wereld op de drempel naar 2009 wel zo’n beetje compleet. De snelheid van urbanisatie is duizelingwekkend, aldus Davis. Het gaat veel harder dan de Club van Rome in 1972 voorzag. Maar het blijken geen steden van glas en staal te zijn, zoals de stedenbouwkundigen ons graag willen voorspiegelen, maar immense woongebieden, hoofdzakelijk opgetrokken uit ruwe baksteen, stro, gerecycled plastic, cementblokken en afvalhout. Geen skycrapers, maar slums. Sadr City bijvoorbeeld, in Bagdad, kweekvijver van het Mahdi-leger, een leger bestaande uit werkloze Irakeze mannen. Of Gaza City in de Gazastrook. Het is, in één zin samengevat, ‘back to Dickens’. De negentiende eeuwse Charles Dickens wel te verstaan. U weet wel, die van ‘Hard Times’, maar dan een keiharde eenentwintigste eeuws versie ervan. Hoe die eruit ziet? "Night after night, hornetlike helicopter gunships stalk enigmatic enemies in the narrow streets of the slum districts, pouring hellfire into shanties or fleeing cars. Every morning the slums reply with suicide bombers and eloquent explosions. If the empire can deploy Orwellian technologies of repression, its outcasts have the gods of chaos on their side."

Ik wens iedereen een zalig uiteinde. En hopelijk wordt 2009 een beter jaar.

Tagged with:
 

An aesthetics of drift

On 30 december 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) van Jane Jacobs:

Map of early Boston, circa 1800

Er zijn steden die welvaart produceren, maar er zijn ook steden die stagneren. Welvaart genereren steden door import-substitutie. Uit de geschiedenis valt te leren dat steden die eenmaal stagneren zelden nog tot succesvolle import-substitutie weten te komen. Neem Venetië, Rome, Manchester, Birmingham, Hoorn, Medemblik, Enkhuizen. Die hebben na hun bloeitijd nooit meer welvaart geproduceerd.

Er zijn echter uitzonderingen. Jane Jacobs noemt in haar boek als voorbeeld Boston. Boston was twee eeuwen lang buitengewoon creatief, maar aan het begin van de twintigste eeuw stagneerde haar economie. De stad was een exporteur van kapitaal geworden, vergelijkbaar met Amsterdam in de achttiende eeuw, ze wendde dit kapitaal niet meer aan voor productieve toepassingen in haar eigen economie. Tot er op een dag een senator Ralph Flanders uit Vermont opstond die risicokapitaal investeerde in beginnende lokale bedrijfjes. Met slechts 4 miljoen dollar wist hij nieuwe energie los te maken. Het was het begin van een high tech economie die tot een opleving van Boston heeft geleid. Jacobs blijft kritisch, want Boston moet het hebben van defensie-industrie en dat is geen echte import-substitutie. Dat is gewoon productie draaien op kosten van de belastingbetaler. Maar goed, Boston was in 1984, toen zij haar boek schreef, wel weer opgeklommen tot een van de modernste stedelijke economieën van de Verenigde Staten.

Dus wat valt er te leren? Er is hoop. Steden zijn in staat om weer op te krabbelen na een moeilijke periode. Het is wel lastig want de feedback mechanismen worden beheerst vanuit de centra van de natie-staten, en die denken niet vanuit de behoeften van individuele steden. Dat is ook direct de belangrijkste reden waarom zoveel steden vegeteren: er vindt geen correctie plaats omdat de natie-staat vooral bezig is belastinggeld af te romen van de steden en de wisselkoers van de nationale munt, die zo belangrijk is voor import-substitutie, af te stemmen op andere nationale valuta. Eigenlijk zou elke stedelijke regio volgens Jacobs een eigen munt en een eigen wisselkoers moeten hebben. Correctie hangt daarmee af van het vermogen van de stad in kwestie om zelf creativiteit te genereren. “It is impossible to know in advance what may turn up, except that – especially if it is to prove important – it is apt to be unexpected.” Dat is dus niet eenvoudig even te copiëren. “All that could be successfully repeated would be the process of open-ended drift, taking up opportunities whatever they might be and whither they might lead.” Waaraan de auteur vilein toevoegt: “That drift is diametrically the opposite of placing faith in the ready-made, as people do when their idea of helping city economies is to woo transplants from other places, lobby for military contracts or work up projects because grants for them are made available.” En dat is precies wat zoveel steden doen en waarom ze dus zelf ook bijdragen aan hun eigen stagnatie: domheid of een gebrek aan ‘aesthetics of drift’.

Tagged with:
 

Dark age ahead

On 30 december 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Shock Doctrine. The Rise of Disaster Capitalism’ (2007) van Naomi Klein:

Geen vrolijkstemmend boek, ‘The Shock Doctrine’. Maar wel eentje om deze kerstdagen, zo tijdens de kredietcrisis, tot je te nemen. En wat toepasselijk om het in aansluiting op ‘Cities and the Wealth of Nations’ van Jane Jacobs te lezen! Twee moedige vrouwelijke auteurs, beiden afkomstig uit Canada. Maar dat niet alleen. Haar boek schreef Jacobs in 1984, tijdens de periode van wereldwijde stagflatie. Klein schreef haar boek vijfentwintig jaar later, aan het begin van de kredietcrisis. Dus alles wat er na 1984 met de wereldeconomie gebeurde kun je mooi nalezen bij Klein.

En dat is niet al te best. Het is in ieder geval een overwinnig geworden van de neoliberale economen van de Chicago School, met hun aartsvader Milton Friedman. Jacobs duidde die destijds aan als monetaristen. Ze geloofde toen al niet dat die in staat zouden zijn welvaart te creëren. Hebben ze het toch gedaan? Volgens Klein helemaal niet. Ze hebben vooral de ongelijke welvaartsverdeling in de wereld vergroot. De kloof tussen rijk en arm is nog nooit zo groot geweest als op dit moment. De overheid is teruggedrongen, de belastingen zijn verlaagd, er is uitverkoop gehouden in de publieke zaak, de topsalarissen zijn gestegen, de vakbondsmacht is gebroken, de werkloosheid is onverminderd hoog en de middenklasse (onderwijzers, politiemensen, verplegend personeel) is er in inkomen alleen maar op achteruit gegaan. Overtussen werken de chinezen tegen hongerloontjes als slaven in fabrieken die voor de hele wereldbevolking produceren. Maar het ergste is: deze wereldwijde economische herstructurering is nergens democratisch tot stand gekomen, maar is steeds gepaard gegaan met een politiek van ’shock and awe’. Eerst was er de val van Allende in Chili en het regime van terreur van Pinochet. Het leidde tot het eerste experimenteren met de theoretische modellen van de Chicago School in de praktijk. Toen volgden Argentinië, Brazilië, Bolivia, Engeland (Thatcher na de Falkland Oorlog), Polen, Rusland, China, Korea, Indonesië, Taiwan en ten slotte Irak. Overal was sprake van steeds hetzelfde patroon: ernstige destabilisering, het bang maken van de bevolking en in de verwarring de ingrijpende verandering van de economische huishouding van het land doorvoeren. Het is de overwinning geworden van de corporatistische staat waarin een rechtse politieke elite nauw samenwerkt met de top van het internationale bedrijfsleven. En dat alles onder de vlag van het vergroten van de vrijheid, van ‘freedom’. Het is, aldus Klein, de vrijheid om te graaien voor de sterksten, maar het is allerminst politieke vrijheid voor de bevolking in zijn geheel. Haar boek maakt duidelijk dat ook de discussies binnen Nederland over topsalarissen in het bedrijfsleven en in de geprivatiseerde semi-publieke sector enerzijds en de problemen in het onderwijs, de verpleegzorg, de volkshuisvesting en het openbaar vervoer anderzijds, gepaard gaande met de sterke uitbreiding van de gevangeniscapaciteit en het cameratoezicht voortkomen uit hetzelfde verschijnsel: het vestigen, ook bij ons, van een corporatistische staat in de jaren negentig van de twintigste eeuw.

Leg je Jane Jacobs ernaast, dan begin je nog beter te begrijpen wat er na haar schrijven is misgegaan. Door toedoen van de monetaristische economen is er op heel veel plaatsen in de wereld helemaal geen sprake geweest van welvaartsgroei, maar van een afgedwongen, sterk onevenwichtige welvaartsverdeling tussen rijken en armen. Waar de welvaart wèl is gegroeid, is die niet te danken geweest aan Friedman en consorten, maar aan stedelijke groei: in China en elders in Azië hebben zich reusachtige steden gevormd die kennelijk heel goed zijn in import-vervanging. De steden in Amerika, Japan en Engeland daarentegen zijn stagnerende steden gebleven; hun welvaartsgroei hebben ze in de eerste plaats te danken aan het leegroven van de rest van de wereld via vijandige overnames van bedrijfstakken en voormalige overheidsdiensten in Zuid-Amerika, Azië en Oost-Europa. De rest van de welvaartsgroei is gewoon fake. Ze bestaat uit monetaristische producten die tijdens de kredietcrisis allemaal, een voor een, worden lekgeprikt.

Niet voor niets heette het laatste boek van Jane Jacobs, dat zij kort voor haar dood schreef, ‘Dark Age Ahead’ (2004). De oude dame had het allemaal doorzien.

Tagged with:
 

Woede

On 19 december 2008, in plekken, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 19 december 2008:

Het is de categorie ‘Pers over de pers’. Maar die bestaat. En hoe. Martin Bril schrijft in zijn column in De Volkskrant over het Museumplein. Hij refereert aan de nieuwe plannen voor de Museumpleinbuurt. Hij lijkt zich te baseren op krantenberichten, waarschijnlijk afkomstig uit Het Parool en zijn eigen Volkskrant (17 december 2008). De berichtgeving in De Volkskrant was redelijk feitelijk, neutraal, die in Het Parool – geschreven door de ‘journalist’ Jasper Karman – allerminst. Bril is columnist, dus hij hoeft zich verder niet in de zaak te verdiepen. Dat doet hij dan ook niet. Hij laat gewoon zijn hond uit op het Museumplein en schrijft. Net zoals Theodor Holman laatst zijn hond op het Museumplein uitliet en schreef.

Wat een treurig stukje.

"De hond draaide zijn drol en ik keek om me heen. Overal lagen drollen." Het schrijfsel eindigt ermee dat Bril besluit de poep van zijn hond niet op te ruimen. Uit ‘woede’.

Ter ere van alle schrijvers/journalisten die aan of rond het Amsterdamse Museumplein wonen, laat ik voortaan mijn hond óók uit op het Museumplein. En net als Holman en Bril en al die andere Amsterdammers zal ik de poep gewoon laten liggen.

Uit woede over zulke stomvervelende journalistiek.

Tagged with:
 

Fool’s paradise

On 19 december 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) van Jane Jacobs:

Nu de kredietcrisis steeds grotere vormen aanneemt sla ik mijn economische boeken maar weer eens op. Hoe zat het ook alweer? Hoe verliep die crisis in 1929? Wat had Keynes ook alweer bedacht? En wie was Milton Friedman? Zo greep ik ook naar dat mooie compacte boekje van Jane Jacobs uit 1984. Het is veel minder beroemd geworden dan haar ‘Death and Life of Great American Cities’ uit 1961, maar het is minstens zo revolutionair: ‘Cities and the Wealth of Nations’, heet het. Maar eerst dit.

Jacobs had niet alleen fundamentele kritiek op de stedenbouwkundigen, ze had ook een diepe minachting voor economen. In het eerste hoofdstuk van haar boek over economie, getiteld ‘Fool’s Paradise’, veegt ze de vloer aan met alle economische theorieën die in de voorgaande twee eeuwen waren verzonnen. Let wel, haar boek verscheen in 1984, midden in de economische recessie die Europa en Noord- en Zuid-Amerika al jaren in zijn greep had. Er was sprake van ’stagflatie’: hoge inflatie en tegelijk grote werkloosheid. Milton Friedman had de Nobelprijs gewonnen en zijn monetaristen van de Chicagoschool waren tien jaar eerder aan de slag gegaan in de wrede dictatuur van Chili om in de werkelijkheid hun economische model te beproeven. Het was de geboorte van het Neoliberalisme, waar we nog veel van zouden horen. Want als ‘Cities and the Wealth of Nations’ verschijnt, komt in de USA Ronald Reagan aan de macht en in Groot-Brittannië Margaret Thatcher.

En wat schrijft de dame vanuit haar appartementje in Toronto? "Several centuries of hard, ingenious thought about supply and demand chasing each other around, tails in their mouth, have told us almost nothing about the rise and decline of wealth." We moeten, schrijft ze, op zoek naar meer realistische en vruchtbaarder observaties en gedachten dan de abstracte macro-economische modellen van de economen ons vertellen. Een keuze maken uit de bestaande economische scholen acht ze zinloos. "We are on our own."

En dan begint ze. Bij het begin.

Tagged with:
 

Fool’s paradise II

On 19 december 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in "Cities and the Wealth of Nations" (1984) van Jane Jacobs:

Nogmaals Jane Jacobs. Na de bondige schets van misverstanden en onbegrip in alle macro-economische theorieën in het eerste hoofdstuk van ‘Cities and the Wealth of Nations’ opent het tweede hoofdstuk, getiteld ‘Back to Reality’, met het afwijzen van de basisveronderstelling uit alle macro-economie, namelijk dat natie-staten de geschikte eenheden zijn om het economische leven te kunnen beschrijven en bevatten. De veronderstelling is, aldus Jacobs, inmiddels zo’n vier eeuwen oud en ontstond toen mercantilistische economen in de ban waren van wedijver tussen Europese natie-staten. Welvaart werd destijds nog uitgedrukt in goud, en goud verzamelen was het dominante streven van elke natie-staat. Naties echter, aldus Jacobs, zijn politieke en militaire eenheden, ze zijn geen vruchtbare entiteiten voor het verklaren van welvaartsgroei of welvaartsverlies. Want hoe bijvoorbeeld Singapore met de USA vergelijken? Dat heeft toch geen zin. "Once we remove the blinders of the mercantilist tautology and try looking at the real economic world in its own right rather than as a dependent artifact of politics, we can’t avoid seeing that most nations are composed of collections of grab bags of very different economies, rich regions and poor ones within the same nation." En binnen die zeer verschillende regio’s zijn het de steden die over het vermogen beschikken om de economie van hun eigen regio maar ook die van andere regio’s te beïnvloeden. Waarna ze het proces van import-vervanging uitlegt. Dat doen steden. Waarna de cruciale zin volgt: "Economic life develops by grace of innovating: it expands by grace of import-replacing. These two master economic processes are closely related, both being functions of city economies." Het is dus de stad en de stedelijke regio die de basiseenheid zou moeten zijn van economische statistiek en economische theorievorming en die uitgangspunt zou moeten zijn van welvaartsbeleid. Help de grote steden hun economische werk te doen – een kwestie van ‘import replacing’ – en de economie zal weer groeien. Zo simpel is het.

Niet elke grote stad doet succesvol aan import-replacing. Jane Jacobs noemt er een hele serie die het niet (meer) goed doen: Liverpool, Cardiff, Belfast, Rio de Janeiro, Buenos Aires, Montevideo, Havanna, Detroit. Wèl Milaan, Londen, New York, Parijs, Copenhagen, Antwerpen, Amsterdam (ik citeer de auteur). Haar opsomming doet de vraag rijzen hoe dat verder binnen Nederland zit. Welke steden zorgen hier voor welvaartsgroei en welke niet? Een hint: steden die van zichzelf (dus niet beleidsmatig) groeien zijn bezig met import replacing, steden die niet groeien of zelfs krimpen doen het niet.

Tagged with:
 

Ajax

On 14 december 2008, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 1 november 2008:

Aan het internationale profiel van Amsterdam draagt ook de voetbalclub Ajax bij. Maar het gaat niet goed met Ajax. Net zomin als het goed gaat met PSV en met Feijenoord. Gisteravond nog verloor de Rotterdamse club van AZ en bestormden tientallen boze fans het Maasgebouw. Er lijkt sprake van een patroon. "De provincie regeert", kopte De Volkskrant een paar weken geleden. Het zijn nu AZ, Twente en Heerenveen die beter presteren. Veel beter zelfs. De nivellering in de eredivisie voetbal lijkt te maken te hebben met groeiend vertrouwen in de provincie, die minder geneigd is op te kijken tegen de randstedelijke topclubs. Die hebben hun gouden tijden beleefd in de jaren zeventig en tachtig, toen het voetbal professionaliseerde. Inmiddels wijken de begrotingen van deze topclubs niet veel meer af van de clubs in de provincie. "In principe wordt de ranglijst voor 90 procent bepaald door geld. Maar de begrotingen van de traditionele topclubs stijgen de laatste jaren minder snel dan die van sommige clubs uit de provincie. Die stralen trots uit en werpen de schroom van zich af," zegt Henk Kessler, directeur betaald voetbal. Het gaat om de 50 miljoen van Ajax tegen de 30 miljoen van een club als AZ. En dan heb je het Bosman-arrest uit 1995, dat spelers transfervrij verklaart na afloop van hun contract. Steeds jonger vertrekken daardoor de talentvolle voetballers naar de Europese topclubs, die beduidend meer vermogen hebben dan Ajax. Dat bleek laatst nog, toen de 26-jarige Ajaxied Huntelaar aan Real Madrid bleek te zijn verkocht voor 27 miljoen euro. Real Madrid heeft alleen al vorig jaar een winst gemaakt van 54 miljoen euro.

Wat er in het voetbal gebeurt, staat niet op zichzelf. In alle economische sectoren zie je aan de top een verwoede strijd om het aantrekken van talent. In Nederland vindt op dit moment een gevaarlijke drainage plaats van hier opgekweekt toptalent. Dat vertrekt, zodra het de kans krijgt, naar het buitenland. Daar wordt meer geld geboden en de kansen om de top te bereiken zijn er gewoon groter. Dat heeft te maken met de omvang van de steden. Die zijn bij ons te klein. In internationaal perspectief zijn onze grote steden eigenlijk de ‘provincie’. Anders gezegd, er is in Nederland domweg te weinig economisch draagvlak voor topvoorzieningen. Die worden, als ze er nog zijn, kunstmatig in stand gehouden met subsidiestromen vanuit ‘Den Haag’. Zoals bij het Concertgebouworkest of de Nederlandse Opera. Maar Ajax krijgt geen subsidie. Daar zie je nu de drainage. In dergelijke omstandigheden gaat inderdaad ‘de provincie regeren’.

Henk Kessler mag dit dan een "leuke en spannende competitie" vinden, eigenlijk is het zorgelijk. Het enige dat voor Ajax helpt is een echte grote stad bouwen. Een metropool.

Tagged with:
 

Kenniscrisis

On 14 december 2008, in regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 26 oktober 2008:

Het proefschrift van Klaartje Peters, Het opgeblazen bestuur, een kritische kijk op de provincies, is onthullend. Het lezen van het boek doet me terugdenken aan een uitspraak van de huidige commissaris van de koningin in Noord-Holland, Harry Borghouts, bij zijn aantreden, namelijk dat hij de laatste commissaris van deze provincie zou zijn. De provincie Noord-Holland kon in zijn ogen worden opgeheven. De recente affaire rond de 100 miljoen die diezelfde provincie Noord-Holland op de Ijslandse bank heeft laten verdampen, bracht Marc Chavannes op het idee er een bladzijde Opinie & Debat aan te wijden. Aan de provincie wel te verstaan. Onder de kop ‘De provincie als laboratorium van luxueuze en loze innovatie’ wijdt hij uit over hoe bijvoorbeeld de provincie Zuid-Holland twee miljoen betaalde om zich te mogen bemoeien met de stadsvernieuwing van Leiden-Noord. Kan het gekker? "Stadsvernieuwing is een gemeentelijke taak, maar door die wijk te zien als onderdeel van een ‘netwerkstad’ werd het ’schakelen tussen de schalen’ toch een provinciale taak." Vervolgens citeert hij uit het boek van Frans Nauta, Het Innovatieplatform, waarin deze schetst hoe de commissaris van de koningin in Brabant met tien man sterk de vergadering van het Innovatieplatform in Eindhoven binnenviel "om te kijken wat er te halen viel, en te laten zien om wie Den Haag niet heen kon." Kan het absurder?

Provincies zijn projectenmachines geworden. En het concept van de ‘netwerkstad’ lijkt eerder bedacht om de provincie een positie te geven in projecten die de steden moeten trekken, dan om beleidsmatig een adequaat antwoord te bieden op een nieuwe ruimtelijke conditie. Er bestaan helemaal geen ‘netwerksteden’ in dit land. De provincie is vooral op zoek naar positie en naar legitimatie en zoekt naar opgaven in de interstedelijke ruimte. Maar die kunnen de steden heel goed zelf oplossen. Trouwens, de provincies zijn schatrijk. In totaal 4 miljard strijken ze jaarlijks op. De steden zouden die 4 miljard goed kunnen gebruiken. "Dit land moet ophouden met bestuurlijk macrameeën", verzucht Chavannes. "Een taak voor het hele kabinet in de Kenniscrisis die Nederland de kop kost."

Tagged with:
 

De Toekomst

On 13 december 2008, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 1 november 2008:

click to zoom

Ajax speelt niet lekker. Met mijn gebrekkige voetbalkennis was zelfs míj dat duidelijk geworden. Een echte metropool rond Ajax bouwen, zoals ik in het vorige blogitem als oplossing suggereerde, zal wel niet aankomen bij de supporters. Dat duurt zeker twintig, dertig jaar, en voetbalsupporters en ook voetbalbestuurders hebben weinig geduld; de club moet liefst nog het volgende seizoen weer in de Champions League spelen. Dat werkt dus niet.

Een alternatief zou zijn om de trainingsfaciliteiten van Ajax te verbeteren. Nu heeft de club zojuist besloten om te verhuizen van, zoals De Volkskrant onlangs schreef, de "spiegelende ruiten van kantoren, beton, suizende metro’s, een supportershome langs het trainingsveld" in Amsterdam-Zuidoost naar "de rust en veiligheid van jeugdcomplex De Toekomst" even verderop, in datzelfde Zuidoost.

Is dat nou wel een verbetering? Neem de Herdgang, het trainingscomplex van PSV. "De rust van het trainingscomplex loutert. Daar gaat de bal rond in een groene omgeving, terwijl vogels tjilpen en de stem van de trainer tot de uithoeken van het veld draagt." Dat werkt volgens de krant pas echt "als balsem voor de gekwetste voetbalziel." Sterker, "In rust trainen alle èchte grote clubs: van Real tot Manchester United en AC Milan." Voor Van Basten schijnt Milanello het gedroomde voorbeeld te zijn, het complex van AC Milan. De vraag is dus reëel of De Toekomst aan Ajax dezelfde kwaliteiten kan bieden als een Milanello. Ik denk het niet. Kan Ajax zijn trainingsfaciliteiten, net als "alle èchte grote clubs", niet beter zoeken bij een dorpje als Ouderkerk, aan de andere kant van de A2? Stel je voor, in de Amstelscheg, dicht bij de Ouderkerkerplas, verrijst een trainingscomplex met gebouwen in cottagestijl. De spelers wandelen op hun gemak de dorpskern van Ouderkerk binnen. Wat een rust, wat een ontspanning! En Zuidoost, Almere en de Arena zijn niet ver weg. Het zou kunnen helpen. Wie weet.

Tagged with:
 

A new Green Deal

On 6 december 2008, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 6 december 2008:

 

Willem Vermeend, hoogleraar economie in Maastricht en voormalig staatssecretaris van Financiën, wil de economische crisis gebruiken om de Nederlandse economie in duurzame richting te hervormen. Hij wil in het voetspoor treden van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en A Green New Deal bewerkstelligen. Bravo! Hij loopt, aldus De Volkskrant, "over van de ideeën." Windmolenparken op zee bijvoorbeeld. "Moet je je voorstellen dat je in 2020 in een vliegtuig zit en je ziet die gigantische windparken. Dan hebben we er na de Deltawerken en de Afsluitdijk weer een wereldwonder bij!"

Alweer een Hollander die snakt naar een icoon. In bestuurlijk Nederland werpt men zich telkens weer op als de nieuwe Cornelis Lely! Zeker als het even tegenzit. Eilanden in zee, de hoogste toren van Europa bij Utrecht, de Olympische Spelen in Staphorst. Komt er dan geen eind aan dit snakken naar heroïsche projecten? Stop al je geld in een eendimensionaal grootschalig project en wacht af hoe alles weer goed komt. Hoe goedbedoeld ook, de enige èchte duurzame investering in de Nederlandse economie is het langjarige project van de Nederlandse metropool. Metropolen – wereldsteden in de goede zin – zijn het meest duurzame wat je kunt creëren: ze kennen een laag gemiddeld autobezit want een hoog aandeel openbaar vervoer, ze hebben de beste medische voorzieningen, ze zijn het beste in staat om energie vast te houden en te recyclen, ze kennen de meest diverse economie en zijn daardoor veerkrachtig, ze absorberen migranten het gemakkelijkst, het zijn de beste emancipatiemachines, ze bieden een draagvlak voor de beste sociale en culturele topvoorzieningen. Waarom pleit Willem Vermeend niet voor een metropool? Het komt gewoon niet in de hoofden van de Nederlandse politici op. Ze spelen liever Don Quichot.

Tagged with: