Phoenix verrijst uit zijn as

On 29 november 2008, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen op Citistates.com van 30 november 2008:

John Stuart Hall meldt dat de rector magnificus van de Universiteit van Arizona heeft besloten de campus op te doeken en de universiteit te verplaatsen naar het stadscentrum van Phoenix. Daarmee wordt voldaan aan een oude wet die zegt dat universiteiten worden verrijkt en steden verbeterd wanneer hun universiteiten in het stadscentrum zijn gevestigd. De burgemeester van Phoenix, Phill Gordon, kent de wet. Hij gelooft dat dit DE manier is om een vierentwintiguurseconomie in het stadshart van Phoenix te ontwikkelen. Studenten gaan nu eenmaal veel uit, spenderen veel geld buiten de deur. De afhankelijkheid van de auto wordt er ook minder door. En dat kan Phoenix – een jonge en een van de meest uitgelegde autosteden van de USA – goed gebruiken. En het gaat verder. "The idea is that a campus should become a vital part of the city and its downtown, sharing its challenges and helping it build a sustainable future through useful research and teaching." Wie duurzaam wil zijn, vestigt zijn universiteit in de binnenstad. "The center city list now includes Nursing, Public Programs, Public Affairs, Journalism and Mass Communications, Social Work, Community Resources and Development, Criminology and Criminal Justice–with the promise of more to come."

Zo zie je maar weer dat duurzaamheid en economisch gewin, meer kwaliteit en betere steden heel goed kunnen samengaan. Maar, zegt ook Stuart Hall, het vergt wel veel moed om het te doen en het kost ook veel geld. "The mayor and city council developed a $223 million general obligation bond issue to build the first phase of the new “ASU Downtown Phoenix Campus.” Token opposition to the size of the investment did surface, and within the university there were naysayers. Yet in March 2006, Phoenix voters decisively approved the bond program. And in August 2006, just five months after the election, the first set of buildings were ready and classes opened downtown for three colleges previously housed at the Tempe campus."

Tagged with:
 

Het kan verkeren

On 26 november 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van resp. 19 en 25 november 2008:

Op 19 november 2008 publiceerde het stadsbestuur van Rotterdam haar Economische Verkenningen 2008. Terwijl de president van De Nederlandse Bank, de heer Wellink, de verwachting uitsprak dat de Nederlandse economie in 2009 zal krimpen, verklaarde het Rotterdamse bestuur doodleuk dat de Rotterdamse economie volgend jaar zal groeien, met liefst 3,5%. Groeien? "Als gevolg van de crisis zijn rederijen gedwongen om slimmer en efficiënter te opereren. Schepen zullen voortaan daarom eerder kiezen voor Rotterdam als losplaats dan voor concurrenten als Hamburg en Antwerpen." Ook de grote afhankelijkheid van de Rotterdamse economie van overheidsinvesteringen zou ervoor zorgen dat Rotterdam niet door de crisis getroffen werd. De wethouder stelde voorts dat met de verdere ontsluiting van Rotterdam, onder meer via het spoor (Betuwelijn en hogesnelheidslijn) het economisch achterland zal groeien met circa 1,5 miljoen mensen. Daardoor zouden afnemende bestedingen van consumenten "in elk geval gedeeltelijk worden gecompenseerd". NRC Handelsblad kopte: "Groei Rotterdamse economie."

Nog geen week later kopte datzelfde NRC Handelsblad op de voorpagina ""Neergang treft overslag in haven van Rotterdam." Ik citeer: "De Rotterdamse haven, die werk biedt aan 70.000 mensen, wordt hard getroffen door de economische inzinking. In de ECT-terminal in de haven van Rotterdam staan de containers hoog opgestapeld. Traditioneel geldt dat hoe meer containers in de haven blijven staan, hoe minder handel er is. Ook de haventerminals met nieuwe auto’s zijn overvol." Was deze ontwikkeling bij het gemeentebestuur een week eerder niet bekend? Nogmaals NRC Handelsblad van 25 november: "In oktober liet president-directeur Hans Smits van Havenbedrijf Rotterdam nog weten dat de haven ‘op een hoog niveau’ blijft presteren. De eerste indicaties voor een kentering dienden zich toen al aan." Kennelijk is het bestuur van de Maasstad ook eind november nog afgegaan op de blauwe ogen van haar havendirecteur.

Tagged with:
 

Safety first

On 25 november 2008, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 24 november 2008:

Als gezegd, was ik vorige week, als jurylid, aanwezig bij de prijsuitreiking van de Delta Competition in de Laurenskerk in Rotterdam, toen daar Kees Veerman, voorzitter van de Deltacommissie, een voordracht hield over de urgent te nemen veiligheidsmaatregelen in de Nederlandse dichtbevolkte delta in de komende decennia. Veerman, die iets verlaat was door hevig fileverkeer, vertelde dat hij juist uit Amsterdam kwam, waar hij een gesprek had gevoerd over het werk van de commissie met Burgemeester & Wethouders van de hoofdstad. Die, zei hij, hadden vooral bezorgd geïnformeerd naar de situatie in Rotterdam. En inderdaad, had Veerman daaraan toegevoegd, de situatie in het Amsterdamse is veel gunstiger dan die in het Rotterdamse. Rotterdam ligt laag en zit ingeklemd tussen Noordzee en rivieren. De kwestie ‘Rijnmond’ is een van de zes nijpendste kwesties in de lage landen. Een andere stad die buitengewoon kwetsbaar ligt, is Antwerpen, zei Veerman vervolgens. De trechter van de Westerschelde zal het wassende water aldaar opstuwen tot ongekende hoogte. De Antwerpenaren waren er zich nog niet van bewust.

Nu lees ik in De Volkskrant een interview met de scheidend burgemeester van Rotterdam, Ivo Opstelten. Onder de kop ‘Rotterdam is nu een stuk veiliger’ legt hij zijn laatste statement af. Met het veiliger worden van Rotterdam doelt hij niet op de waterproblematiek, maar op de openbare orde. Kennelijk is dat de dominante problematiek in de Maasstad. Verder een ronkend betoog over de ’strategische ligging’ van Rotterdam, "want de Randstad ontwikkelt zich naar het zuiden – de Drechtsteden, Moerdijk, Zeeland, Antwerpen. Als gateway to Europe zitten wij midden in het gebied waar het gebeurt." Op een gegeven moment komt hij te spreken over het Rotterdamse chavinisme. Dan zegt hij: "Wij hebben ook elementen in ons die horen bij de tweede stad van het land. Dan kom je in de sfeer van 010 versus 020. Dat is een terminologie die je in Amsterdam niet tegenkomt. Wij moeten het in Rotterdam veel minder over Amsterdam hebben."

Rotterdam als het gebied waar het gebeurt. Amsterdam bezorgd om Rotterdam en Rotterdam wil het minder over Amsterdam hebben. Het zou grappig zijn als het niet zo verontrustend was.

 

On-Amsterdams

On 22 november 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Metropoolregio Amsterdam in beeld 2007” (2008) van de Dienst Onderzoek en Statistiek:

 

Eens in de twee jaar brengt O+S een bundel regionale statistieken naar buiten over Amsterdam en omgeving. Het is de moeite waard om ze tot je te nemen. Volledig zijn de cijfers niet. Ze gaan vooral over het pendelverkeer en over de werkgelegenheid. Die laatste laten een indrukwekkend beeld zien. De beroepsbevolking in het Amsterdamse is relatief hoog opgeleid. Terwijl in Nederland 32% van de beroepsbevolking hoger onderwijs heeft afgerond, is dit in de metropoolregio 38% en in Amsterdam zelfs 42%. Vooral de zakelijke dienstverlening groeit hier sterk; ze zorgt nu al voor een vijfde van het aantal banen in de metropoolregio. Het gaat om relatief kleine ondernemingen: gemiddeld 3,4 werkzame personen per vestiging. Binnen de regio is deze zakelijk dienstverlening duidelijk geconcentreerd in Amsterdam, maar ook vind je concentraties in Almere, Amstelveen, Bussum, Haarlem en Hilversum. Het aandeel hele kleine vestigingen, waar maar één persoon werkt, is de afgelopen vijf jaar met 14% gegroeid, meer dan het dubbele van de totale toename van het aantal vestigingen. Dat zijn starters die door het aantrekken van de economie voor zichzelf zijn begonnen. Zakelijke dienstverlening was met 40% de populairste sector om een bedrijf in te starten. Het aandeel middelgrote vestigingen (vooral die met 6 tot 10 werknemers) nam juist af. Voor de metropoolregio als geheel nam het percentage niet-werkende werkzoekenden af van 5 tot 4%.

Ik zei het al, indrukwekkende cijfers. Samen met Utrecht was de metropoolregio Amsterdam de afgelopen jaren de sterkste economische groeier binnen Nederland. De werkgelegenheidsstructuur toont een enorme ondernemingszin en dan vooral in de kennisintensieve sectoren. On-Amsterdams, zou je bijna zeggen, als je ze vergelijkt met tien, twintig jaar geleden. Dit is geen economie die afhankelijk is van overheidsinvesteringen (onderwijs, gezondheidszorg), maar een kerngezonde, internationaal georiënteerde regionale economie. Kredietcrisisbestendig? Dat moeten we afwachten. Het kan hard aankomen. Wel veerkrachtig, schat ik.

Tagged with:
 

A green city on a hill

On 22 november 2008, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books van 6 november 2008:

Met ‘a shiny green city on a hill’ bedoelt Bill McKibben in het laatste nummer van The New York Review of Books zeker niet Almere. Deze recensent van ‘Hot, Flat and Crowded’, het nieuwste boek van Thomas Friedman, gelooft trouwens helemaal niet meer dat het nog goed komt met de wereld. Hoewel hij het nieuwste boek van Friedman veel beter vindt dan diens eerdere bestseller, getiteld ‘The world is flat’, vindt hij het optimisme en het geloof in een groen Amerika dat erin geëtaleerd wordt, te laat en ongeloofwaardig. Hij verwijst naar de laatste klimaatberekeningen van eind september 2008, waaruit zou blijken dat de uitstoot van CO2 nog veel omvangrijker is dan welke voorspelling van de IPCC ook. Die berekeningen verschenen, ironisch genoeg, tegelijk met het voorlopige dieptepunt in de zich voltrekkende kredietcrisis op Wall Street, maar kregen vanwege die financiële crisis nauwelijks aandacht in de pers. Zo’n wereld wil het dus gewoon niet begrijpen. "In that world, the rising seas will be lapping at the bottom of the hill, and the city up on top will be spending most of its dwindling capital dealing with the damage."

Laat ik dit artikel nu net lezen in de trein, op weg naar de prijsuitreiking van de Delta Competition, een wedstrijd uitgeschreven door Royal Haskoning onder studenten, wereldwijd, voor het bedenken van oplossingen voor de veiligheid van delta’s. Als jurylid luisterde ik afgelopen dinsdag in de Rotterdamse Laurenskerk ademloos naar oud-minister Veerman, voorzitter van de Deltacommissie, die de dwingende strekking van het rapport van zijn commissie in vloeiend Engels uit de doeken deed. De studenten en hun plannen waren daarna vooral ontroerend. Het voorstel van de door ons aangewezen winnaars – drie Bengali studenten uit Canada – zou McKibben zeker aanspreken: drijvende vissersdorpen in de delta van Bangladesh, goed bestendig tegen het rijzende water: eenentwintigste eeuwse versie van de Ark van Noach, om het vege lijf te redden. Tot mijn niet geringe verbazing bleken de jonge winnaars ruimtevaarttechniek te studeren. Dat geeft je kennelijk het juiste perspectief:’shiny green cities on a hill’.

Tagged with:
 

In the street

On 16 november 2008, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gezien in het FOAM te Amsterdam op 16 november 2008:

FOAM, het fotomuseum aan de Keizersgracht te Amsterdam, toont met ‘In the street’ een indrukwekkend overzicht van Helen Levitt’s zwart-wit fotografie uit de jaren veertig en kleurenfoto’s uit de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw – het merendeel hedendaagse afdrukken en enkele minuscule vintage prints uit de vroegere periode. Levitt wist het leven van vooral de lage sociale klasse knap te vangen. Zijzelf, geboren in 1913, leeft tot op de dag van vandaag een teruggetrokken bestaan ergens in New York. Haar werk ademt helemaal The Big Apple zoals de stad ooit was. Haar werk refereert aan dat van Jane Jacobs, die vorig jaar, ook op hoge leeftijd, overleed. Beiden waren gefascineerd door het alledaagse straatleven in de grote stad New York. Jacobs beklaagde zich over het feit dat het rijke straatleven in korte tijd was verdwenen. Dat was, schreef ze in 1961, allemaal de schuld van de stedenbouwkundigen. Zij hadden onvoldoende oog gehad voor het veelkleurige sociale verkeer op de trottoirs en teveel ruimte gemaakt voor de auto. Levitt illustreert het verlies treffend in haar fotografie. Je wordt er nostalgisch van. Vooral met de vijftien minuten durende film ‘In the street’ uit 1948 laat zij haarfijn zien hoe ouderen en vooral kinderen de stadsstraten bevolkten, hoe ze speelden en onbekommerd achter elkaar aanjoegen over stoepen en trottoirs. Dat leven is niet meer. Het is inderdaad allemaal de nek omgedraaid door de auto.

Dat straatleven kunnen we terugwinnen als we de Amsterdamse binnenstad weer autovrij maken. De lucht boven de stad zou weer opklaren. De stad zou fors bijdragen aan reductie van CO2. Maar het belangrijkste is: de stad zou weer een rijk sociaal leven krijgen. En je zou de kinderen weer kunnen horen spelen. Op straat.

Tagged with:
 

Olympische afgang

On 14 november 2008, in sport, by Zef Hemel

Gezien op Nederland 2 (Andere tijden) op 13 november 2008:

Midden jaren tachtig werd door Nederland geprobeerd de Olympische Spelen van 1992 naar Amsterdam te halen. De redactie van ‘Andere Tijden’ wijdde er een uitzending aan. Het was een opzienbarend scherpe reconstructie van een nationale afgang.

Niet Amsterdam, maar regeringscentrum Den Haag wilde de Spelen naar Nederland halen en gebruikte daar de hoofdstad voor. De toenmalige Spaanse voorzitter van het IOC, Saramanch, had de minister-president met een dergelijk verzoek benaderd. Die voelde zich wel vereerd. Het was Ruud Lubbers (CDA), de minister-president, die het vervolgens heel graag wilde, en niet Ed van Thijn, de burgemeester van Amsterdam. Die laatste vond zichzelf eigenlijk helemaal niet geschikt voor al die ontvangsten en poeha. Verder wilde Henk Vonhoff (VVD), toentertijd voorzitter van de NOC NSF, maar wat graag met de Nederlandse kandidatuur op de voorgrond treden. Echter, zo blijkt achteraf, Amsterdam maakte van meet af aan geen schijn van kans. Dat liet Dick Pound, vooraanstaand Canadees IOC-lid, fijntjes weten. Wat keek die man ruim twintig jaar later nog altijd minzaam in de lens. Vooral ‘de opdringerige dikke man’ (Vonhoff) herinnerde hij zich nog goed. En de domme act van de Nederlandse minister-president, die een bosje bloemen via de ether probeerde te sturen naar Seoul, waar de IOC-leden vergaderden, had hem in zijn professionele oordeel gesterkt dat Amsterdam geen serieuze kandidaat was. "Als je een miljardenproject wilt binnenslepen, doe je het niet zo klungelig als Nederland destijds deed." Dat Amsterdam een uitstekend bidbook maakte, het mocht niet baten. Er waren teveel Haagse politieke figuren die ermee wilden scoren. Ze liepen elkaar in de weg. En dat voor zo’n klein landje! Het groepje rond Saar Boerlage kreeg in Nederland uiteindelijk de schuld van het mislukken van de campagne (slechts 5 van de 85 leden stemden in de eerste ronde voor Amsterdam). De uitzending maakte duidelijk dat dat teveel eer is voor Saar Boerlage. Alleen die beschuldiging al getuigt van Hollands provincialisme.

Als Nederland nog een keer kandidaat wil zijn, dan is de eerste les: Amsterdam moet het echt willen. En Den Haag moet Amsterdam alle ruimte geven om het werk goed te doen. In dat opzicht is NOC NSF verkeerd begonnen op weg naar 2028. In plaats van heel Nederland een kans te geven had NOC NSF haar tenten moeten opslaan in Amsterdam, naast het Olympisch Stadion, en het Amsterdamse stadsbestuur moeten bestoken. Weg uit de bossen achter Zeist! En gok niet op de Haagse departementen. Kies voor Amsterdam. Jut het Amsterdamse gemeentebestuur op, dat inderdaad de neiging heeft om voorzichtig te opereren.

Of houdt het NOC NSF stiekem rekening met een voortijdige afwijzing? In dat geval heeft het bij de huidige strategie altijd nog een ander doel bereikt: meer geld voor de topsport in Nederland. Maar als dat zo was, dan zou dat betekenen dat NOC NSF er niet echt in gelooft. Dat zou niet hoeven te verbazen na de smadelijke afgang van haar voorzitter midden jaren tachtig. Maar een goed voorteken is het niet. Als je goed wilt doen, moet je er ook echt voor gaan.

Tagged with:
 

Zinkend schip

On 9 november 2008, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 8 november 2008:

Twee omstreden kwesties domineren op dit moment de Rotterdamse politiek. Ze hangen onderling sterk samen. De ene is het voornemen om een ‘urban culture podium’ te vestigen op het arme, kinderrijke Zuid. Dat gaat ten koste van poppodia op Noord. En het kost ook nog eens 11 miljoen euro. Plus het uitkopen van een ondernemer op Zuid voor 2,9 miljoen. De tweede is de uit de hand gelopen renovatie van een oud cruiseschip op datzelfde Rotterdam-Zuid. Dat schip zou aanvankelijk 6 miljoen kosten, maar blijkt nu liefst 200 miljoen euro te vergen. Beide projecten komen voort uit de politieke behoefte om Rotterdam-Zuid op te nemen in de vaart der volkeren. Beide projecten zijn uitgelopen op financieel omsteden kwesties. En ze staan niet op zichzelf. Want vele mislukte projecten gingen eraan vooraf. "Dat roept in Noord keer op keer afgunst, wantrouwen en woede op," schrijft De Volkskrant deze zaterdag. SP en Leefbaar Rotterdam – nou niet direct de partijen die domineren op Noord – vinden dat ’schandelijk’ veel gemeenschapsgeld in deze ‘bodemloze put’ wordt gestort. Ze dienden een motie van wantrouwen in. Maar die haalde het net niet.

De situatie toont een treffende gelijkenis met de die van de Randstad. Ook daar heb je een dynamische Noordvleugel en een stagnerende Zuidvleugel. Er wordt enorm veel gemeenschapsgeld gestopt in de Zuidvleugel (Kop van Zuid, Tweede Maasvlakte, Betuwelijn, Randstadrail enzovoort), maar het lijkt niet echt te helpen. Het blijken vaak prestigeprojecten die veel geld kosten en maar één dimensie van ontwikkeling bedienen. Overigens gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de Noordvleugel ook zijn deel krijgt. Toch worden de projecten daar minder heilzame  werkingen toegedicht. "Seeing like a State," noemt James Scott dat. Het is gesimplificeerd denken, grootschalig van karakter, met een overmaat aan zelfvertrouwen. Wordt het niet eens tijd voor een andere benadering? Een bescheiderner, meer organische? Een minder politiek gestuurde? Met wat meer reflectie? Minder doenerig, maar vruchtbaarder.

Tagged with:
 

Doorpakken

On 4 november 2008, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord tijdens maandagavonddebat van FD en Nova in Dauphine op 3 november 2008:

De heer Mooren van VNO NCW meende dat het grote probleem van de Randstad de weginfrastructuur was; die stamde, zei hij, uit de jaren zestig van de vorige eeuw en was daarmee eentje "van een ontwikkelingsland". Eindeloos adstrueerde hij zijn punt aan de hand van de A4 door Midden Delftland, die nu toch eindelijk eens moest worden geasfalteerd. Mevrouw de Rijk van stichting Natuur en Milieu vond dit een ouderwets verhaal. De heer Van Heugten van het CDA wilde vooral ‘doorpakken’ en mevrouw Van der Burgt van de VVD wilde ik-weet-niet-wat. Kortom, het was teleurstellend wat de belangengroepen en de politici met de Randstad allemaal wel of niet willen. De ene helft wil ‘doorpakken’, de andere helft wil eigenlijk helemaal niets. Niemand heeft een verhaal over de toekomst van West Nederland. Er is geen geloofdwaardige verhaal waarin partijen elkaar kunnen vinden.

De kersverse directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, Maarten Hajer, probeerde nog de nieuwe structuurvisie voor de Randstad over het voetlicht te brengen, maar daar reageerden de aanwezige partijen niet op. Ook zijn pleidooi om klimaatverandering, de noodzaak van CO2-reductie, bij het debat te betrekken haalde het niet. De voorzitter van de VROM-raad hamerde slechts op procedures en veronderstelde, heel cynisch, dat het advies van de commissie Elverdink kennelijk onderop de stapel adviezen was geraakt. Een treurige vertoning. Hoe kan het Financieel Dagblad – een van de aanstichters van dit debat – nu (afgelopen weekeinde) met droge ogen beweren dat alle partijen enthousiast zijn over de nieuwe Randstadvisie, maar dat Amsterdam zich aan dit positief ingestelde verhaal onttrekt? Slordige journalistiek. Nee, het was tenenkrommend. Zo wordt het nooit wat met de Randstad.

 

Tulipomania

On 4 november 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Tulipomania van Mike Dash (1999):

Op het omslag staat ‘Gezicht op Delft’ van Johannes Vermeer, een schilderij dat ik vorige week pas voor het eerst bewonderde in het Mauritshuis. Het boek – een pocketeditie – kocht ik onlangs op Schiphol, op weg naar New York. Wanneer was dat? Dat was begin september, vlak voor het weekeinde dat Lehman Brothers viel. Even later stortte de hele New Yorkse beurs in en belandden we in de kredietcrisis. Is het toeval? Want wat schrijft Dash? Hij beschrijft de windhandel in tulpenbollen, dus tegen woekerprijzen, in het zeventiende eeuwse Holland. In hoofdstuk 13 – niet voor niets het ongeluksgetal -, getiteld ‘Bust’, beschrijft hij hoe die windhandel van de ene dag op de andere instortte: niemand wilde die eerste dinsdag van februari 1637 in Haarlem een tulp voor de gevraagde woekerwinst kopen. "Perhaps some brief attempt was made to sell other bulbs, without success, but the college must have suspended trading almost immediately, and in the general confusion one or two of the assembled companies no doubt ran to inform their friends and family of what had occurred. In no time all the colleges of Haarlem would have heard the news, and every florist in the town and beyond the walls would have been gripped by a simple impuls: Sell." Het kostte slechts een paar dagen voordat het gerucht zich verspreidde over alle steden van Holland. Er was geen houden aan. "The market for tulips simply ceased to exist."

Wat deden de Staten van Holland nadat de handel instortte? De steden, zeiden ze aanvankelijk, moesten hun eigen problemen maar oplossen. Maar op 28 april verspreidden ze toch richtlijnen aan de steden hoe te handelen. Echter, de meeste steden voldeden er niet aan en losten hun eigen problemen op. Zij verboden hun notarissen om nog langer tulpencontracten te ondertekenen. "The tulip mania thus ended, as the Court of Holland had wished, not in a flurry of expensive legal actions but in grudging compromise. In the end it had been a craze of the poor and the ambitious that – contrary to popular belief – had virtually no impact on the Dutch economy. No general recession followed in its wake, and the vast majority of florists emerged from the liquidation shaken and chastened but little better or worse off than they had been before the mania began." Gelukkig maar. Laten we hopen dat de huidige recessie óók meevalt en dat de metropolen van deze wereld zelf de problemen oplossen. Hoe? Men leze daarvoor Nobelprijswinnaar Paul Krugman.

Tagged with: