En de winnaar is…

On 31 oktober 2008, in stadsvernieuwing, by Zef Hemel

Gehoord tijdens lustrumdiner van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing op 30 oktober 2008:

Dat Amsterdam en Rotterdam met de prijs voor de beste stedelijke revitalisering van de afgelopen 25 jaar naar huis gingen, is natuurlijk bijzonder. We hebben het over de lustrumbijeenkomst van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing, dat donderdagavond zijn vijfentwintig jarig bestaan vierde in de Grote Kerk te Den Haag. Ter gelegenheid daarvan werd een prijs uitgereikt aan de stad binnen het Koninkrijk die in het verleden de beste revitalisering heeft laten zien. Een jury bestaande uit Roger van Boxtel, Rein Geurtsen, Karin Laglas, René Scherpenisse en Gert-Jan Hospers had zeven steden genomineerd: Amsterdam, Den Haag, Groningen, Maastricht, Rotterdam, Tilburg en Willemstad (Curacao). Vervolgens hadden de vijfenzestig leden van het Forum uit deze zeven steden door middel van een schriftelijke stemming de beste gekozen.

Dat uitgerekend de twee grootste steden van het land, met hun typische grotestadsproblemen, door de 65 stemmende leden van het Forum als winnaars werden aangewezen in plaats van in de hoek gezet van de zwakke broeders, heeft niets te maken met een eventuele Randstedelijke oriëntatie van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing, zoals een teleurgestelde burgemeester van Tilburg na afloop verkondigde. Het geeft vooral aan dat de grote steden in dit land weer op het netvlies staan. Weg uit de hoek van de problemen. Terug op het toneel. Kennelijk wordt dat door de leden van het Forum ook zo gezien.

Blijft staan dat Groningen en Maastricht de mooiste steden van Nederland zijn. En dat Tilburg en Willemstad van ver gekomen zijn en hele bijzondere prestaties hebben geleverd. Wat een geweldige avond was het! En wat een verrassende uitslag.

Tagged with:
 

De ondergang van hele streken

On 23 oktober 2008, in economie, geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Verleden van Nederland’ van Geert Mak, Jan Bank, Piet de Rooy, René van Stipriaan (2008):

Interessant om te lezen hoe de economische crisis van 1929 – ‘de ineenstorting van Wall Street’ – hier te lande destijds werd ontvangen. Die crisis verscheen als een donkere wolk uit het niets. Maar aanvankelijk juichte het welvarende Nederland, dat in de jaren twintig vooral feest vierde in de steden omdat het flink profiteerde van de vrede van 1918. Voor de overwegend christelijke bevolking was dat een zondig leven, dus ‘black tuesday’ werd door haar vooral gezien als een afrekening met de ergste zondaars. "Men zag het als een gezonde schok voor de wereldeconomie."

Voor Nederland was er vooral één probleem: de boeren helpen. Want de toestand in de akkerbouw verslechterde snel. In die sector werkten veel landarbeiders. En die waren nogal tot het ‘rode’ geneigd. De boeren zelf waren juist ultrarechts georiënteerd en hadden veelal weinig op met de democratie. "In overheidskringen vreesde men zelfs voor de ondergang van hele streken." Om de leegloop van het platteland te keren werd er flink geld in de akkerbouw gepompt: 200 miljoen gulden per jaar. Op het overige werd er door de regering juist stevig bezuinigd. De gevolgen hiervan kennen we: het werkte economisch averechts.

Maar voor de Nederlandse steden was het beleid zo mogelijk nog erger. Hun economie kreeg evenzeer een gevoelige klap: niet alleen de industrie klapte in elkaar, het spenderen in de steden was ineens voorbij. En wat de auteurs van ‘Verleden van Nederland’ niet vermelden is dat door de akkerbouwsubsidies de Nederlands bevolking inderdaad, zoals beoogd, werd vastgehouden op het platteland en dus niet de steden ging versterken. Natuurlijk, een leger werkloze landarbeiders naar de toch al geplaagde Randstad trekkend was destijds geen aanlokkelijk perspectief. Maar of het alternatief nou verstandig was, kunnen we achteraf evenzeer betwijfelen. De werkgelegenheid in de landbouw zou alleen maar verder afnemen. Dus na de Tweede Wereldoorlog moest deze verspreide, overwegend agrarische bevolking ook nog eens door een kostbaar industrialisatiebeleid van werk worden voorzien. Het resultaat van dit alles is een uitermate gespreid verstedelijkingspatroon. Bovendien, echte grote steden zijn er in dit land niet gekomen. Voor de postindustriële creatieve economie is dat geen gunstige uitgangspositie. En het is, achteraf, ook niet duurzaam.

Tagged with:
 

Londen’s ondergang

On 21 oktober 2008, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘1975 De atoombom is gevallen’ (1962) van Peter van Greenaway:

Steden zijn vergankelijk. Erger, ze zijn dikwijls doelwit van vijandelijk vuur. Desden, Hamburg, Berlijn, Nagasaki, Hiroshima, Rotterdam, noem maar op. Ze werden met de grond gelijk gemaakt. Ter voorbereiding van de filmavond op 25 november aanstaande ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van de Dienst Ruimtelijke Ordening, lees ik de eerste roman van Peter van Greenaway, in 1962 verschenen onder de titel ‘The crucified city’. Het boek gaat over de vernietiging van Londen als gevolg van een atoombom die de Amerikanen in 1975 in de hitte van de Koude Oorlog op de Britse hoofdstad gooien. De roman is zelfs in het Nederlands vertaald en in 1966 in de Prismareeks verschenen. Dat is het jaar waarin ook de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening verscheen. En, om het nog mooier te maken, in 1962 was ik vier jaar oud, in 1966 acht jaar. "Het bleef een feit dat de wereld in de loop van zovele jaren gewend was geraakt aan de met rampspoed beladen satellieten die als manen rond de aarde cirkelden. De tijd was reeds lang voorbij dat dwaze en nerveuze individuen vol bewondering of vrees in de ruimte stonden te staren – niet naar de lucht – maar in de ruimte, zich afvragend: wanneer … en waar?" Het is dan enkele maanden voordat de Cuba-crisis begint en enkele jaren nadat de Russen de eerste Spoetkin de ruimte inschoten. Groot-Brittannië is een kernmacht. En in 1975? "Die grote dag bijvoorbeeld, nu twee jaar geleden, toen Rusland op de maan geland was. Nou ja, ze waren geland – ze waren er nog. Dood natuurlijk, maar triomferend." En de Amerikanen? "Wat de Amerikanen betreft, men moest wel sympathie voor hen voelen, al was het dan ook maar weinig. Vijfentwintig astronauten waren al dood nog voor ze van de aarde opstegen, veertien eerst toen ze weer op de grond terecht kwamen en veertien gelukkigen hadden de maan gemist en dreven nog steeds in de ruimte rond. Maar ze waren tenminste bevrijd van de rotzooi op deze aarde."

Op witte donderdag 1975 viel de bom … op Londen. Dat gebeurt op ongeveer bladzijde 10, dus al in het begin van de roman. Creston, de hoofdpersoon, is een van de weinige overlevenden. Dat heeft te maken met het feit dat hij op het moment van de aanval ondergronds verbleef, in de metro op weg naar Hyde Park. Hij beseft dat hij ten gevolge van de radio-actieve straling nog slechts enkele dagen te leven heeft. In de brandende stad ontmoet hij een groepje mensen, waaronder een doofstomme, die in een absurd gebaar van protest op weg zijn naar het Britse atoomcentrum Aldermaston. Creston sluit zich bij hen aan. De kleine stoet ten dode opgeschrevenen komt niet ver: voor het zondagavond (Pasen) is, is nog slechts de doofstomme in leven. De uitgever voegt daaraan toe: "Dit is een hard en soms schokkend boek, maar tevens een boek waaruit, doorheen alle cynisme en verbittering, vertrouwen spreekt in de goedheid van de individuele mens, waardoor zelfs een atoomhel leefbaar kan worden."

Ik kocht de pocket op de Waterloopleinmarkt. Voor 1 euro leesplezier. Na lezing besef ik dat ik onder een niet al te gunstig gesternte ter wereld ben gekomen.

Tagged with:
 

If you snooze, you lose

On 20 oktober 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 7 oktober 2008:

Peter Stigter is catwalkfotograaf. Hij behoort tot de vijftien beste ter wereld. De afgelopen weken heeft hij in New York, Milaan en Parijs bijna tweehonderd shows gefotografeerd. Zijn foto’s staan in bijna alle dagbladen en tijdschriften als Elle, Elegance, Glamour en AvantGarde. Maar hij heeft ook buitenlandse klanten, zoals de Totonto Star en het Amerikaanse Fashion Magazine. Zonder die buitenlandse afname had hij nooit de plek gehad die hij nu heeft: aan de kop van de catwalk. "Als Nederlander stel je in Parijs niet zoveel voor, (…)" Hoe heeft hij het zover geschopt? Peter studeerde aan de Design Academy in Eindhoven, net als zijn vrouw, die modejournaliste is. Zij zat al in Parijs, toen ze hem in 2000 belde om hem te vragen met een camera naar de Franse hoofdstad te komen. Samen richtten ze het bedrijf Fashiontalk op, waarmee ze, naast verslagen van shows, presentaties en fotoreportages maken in opdracht van ontwerpers en bedrijven. Het bedrijf telt inmiddels negen medewerkers, waaronder zogenaamde ’spottakers’ die vooraf de modeshows verkennen en de te verkiezen plek markeren met tape. Daarnaast werkt hij samen met Jonas Gustavson, een Amerikaanse catwalkfotograaf, want soms worden er shows tegelijk gehouden, of te kort op elkaar. En buiten staat telkens straatmodefotograaf Joris Bruring, om de bezoekers van de shows vast te leggen. "Daar is vraag naar, omdat de catwalk zo artificieel is geworden." Eenmaal weer terug in het hotel, zit Lisa Klapper gereed om de beste foto’s te selecteren. Binnen een uur na de show moeten die namelijk online beschikbaar zijn. Van de gemiddeld 600 foto’s per show selecteert zij binnen 10 minuten de helft. De website van het bedrijf is alleen toegankelijk voor klanten. Die kunnen de foto’s direct downloaden.

Ziedaar een hooggespecialiseerd bedrijf. Catwalkfotograaf is een uiterst specialistisch beroep, net als straatmodefotograaf en spottaker. Het zijn beroepen die alleen in wereldsteden worden uitgeoefend. Moeilijk? "De druk tijdens zo’n show is onvoorstelbaar. Met een noodvaart komt er een supermodel op me afgelopen, en dan heb ik een fractie van een seconde om haar helemaal volmaakt in beeld te krijgen. Het geeft een ongelooflijke kick als het lukt, het is verslavend. (…) En dat binnen maximaal een kwartier. (…) Het luistert ontzettend nauw. Voor aan je neus krabben is geen tijd. If you snooze, you lose." De foto’s die Peter Stigter maakt gaan een half jaar lang de wereld rond. "Er is een hele industrie afhankelijk van die informatie die hier getoond wordt." Dat geeft hem enorme voldoening.

Tagged with:
 

Tweedeling, lotsverbondenheid, respect

On 16 oktober 2008, in sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Respect in a world of inequality’ (2003) van Richard Sennett:

Deels autobiografisch is een van de laatste boeken die de Amerikaanse socioloog Richard Sennett, docent aan de New York University en aan de London School of Economics, het licht heeft doen zien. De aanleiding tot het schrijven was de afbraak van veel van de sociale voorzieningen in de jaren ‘90 in Amerika. Een van de drijfveren daarachter was het argument dat menselijk welzijn veeleer door talent wordt bepaald, dan door behoeften. Sennett beweert iets heel anders: in een wereld van grote ongelijkheid is vooral de behoefte aan wederzijds respect bepalend voor menselijk welbevinden. En respect is schaars.

Sennett illustreert die schaarste aan de hand van zijn eigen jeugd in Chicago. Daar groeide hij op in Cabrini Green, een sociaal woningbouwproject in het hart van de stad. Het project werd door planners in de jaren ‘40 van de twintigste eeuw ontwikkeld met als doel om de blanke lagere en middenklasse – Italianen, Polen en Grieken – vast te houden in het deel van de stad dat tijdens en kort na de oorlog overspoeld werd door arme zwarten. Het werd een raciaal gemengde enclave die uitgroeide tot een voorbeeld van al het slechte in de sociale woningbouw – "full of drugs and guns, its lawns carpeted in broken glass and dog shit." Maar dat was later. Voor de zwarte bevolking die uit het zuiden kwam, waren de onder neutrale architectuur gebouwde woningen aanvankelijk een hele vooruitgang: "the future seemed bright". Maar voor de arme blanken was het signaal een heel andere. "Like government planners, before and since, the designers of Cabrini Green sought to remedy a large social evil in meeting that practical welfare need, using housing as a ‘tool’ for combating racial segregation." De blanke middenklasse kon hier goedkoop wonen, er was een enorm woningtekort, dus stapten ze erin – "they had become the servants of racial inclusion as imagined by a superior class."

Niemand had invloed op de architectuur of de inrichting van de omgeving. Dit was overigens met de beste bedoelingen gedaan: de omgeving symboliseerde iets nieuws en schoons, "a designer’s modernist flag". Erger was dat de mensen hun buren niet konden kiezen; dat deed de woningbouwcorporatie. En wanneer er sprake was van een incident, dan verliep de hulpverlening altijd via de politie, die de school of een hulpverleningsinstantie inschakelde – "a platoon of social workers, who descended upon the community" – maar niet de ouders of de relaties. Alle betrokkenen waren hierover telkens weer verontwaadigd: de blanken dat de autoriteiten zich met hun kinderen bemoeiden, de zwarten dat de kinderen de aandacht van de autoriteiten hadden getrokken. De hulpverleners hadden de plaats ingenomen van de ouders. Waarna Sennett concludeert: Cabrini bracht de inwoners weinig zelfrespect om twee redenen. De eerste is de vernederende afhankelijkheid van autoriteiten, die de blanken dwongen tot omgang met zwarten, een omgang die ze zelf niet aangingen; de tweede was het onthouden van controle over hun eigen leven door diezelfde autoriteiten. "It was here that they experienced that peculiar lack of respect which consists of not being seen, not being accounted as full human beings." Sennett voegt daar wijs aan toe dat de zwarten daar al eeuwen aan gewend waren. Maar de blanken niet.

Tagged with:
 

Krugman, de held

On 15 oktober 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 14 oktober 2008:

Paul Krugman heeft de Nobelprijs voor economie 2008 gewonnen!

Een gat in de lucht sprong ik toen ik het nieuws ’s avonds hoorde. Een zeer terechte keuze. Fascinerend alleen om te zien hoe dit bijzondere nieuws door de media vervolgens wordt gekoppeld aan enerzijds de kredietcrisis (zeg maar, de waan van de dag), anderzijds de kritische columns van Krugman tegen het Bush-bewind in de New York Times van de afgelopen jaren, overigens mooi na te lezen in The Great Unraveling, 2004 (alweer: de waan van de dag). De werkelijke betekenis van het werk van Krugman ligt volgens mij heel ergens anders. Zijn analyses van globalisering en de grootstedelijke economie zijn veel fundamenteler en belangrijker dan zijn fulmineren tegen de Bush-administratie. Die analyses zijn mooi na te lezen in eenvoudig Nederlands, in voor leken toegankelijke taal. Ze werden namelijk ooit gebundeld en van een helder voorwoord van Rick van der Ploeg voorzien in: ‘De borreltafeleconomie. Drogredenen over globalisering’ (1996). Het allermooiste opstel is daarin het laatste, getiteld ‘De lokalisering van de wereldeconomie’. Hierin vergelijkt hij de economieën van Los Angeles en Chicago met elkaar. Waarin bijvoorbeeld deze treffende passage: "Hoewel we tegenwoordig de mond vol hebben van globalisering, van een wereld die klein geworden is, zie je als je naar de economieën van moderne steden kijkt, juist een proces van lokalisering: een gestaag toenemend deel van de beroepsbevolking produceert diensten die alleen binnen het stedelijk gebied worden verkocht." Kortom, de economie groeit in de steden, puur lokaal, en hele grote steden zijn economisch bijna zelfvoorzienend. Je zou ze zo kunnen optillen en duizend kilometer verplaatsen – ze functioneren gewoon door. Een constatering die Jane Jacobs in de jaren zestig ook al deed.

Zouden journalisten ooit de moeite nemen dit soort belangwekkende constateringen tot zich te nemen? Ik moet het nog zien. We wachten af.

De planners zijn gewaarschuwd

On 4 oktober 2008, in economie, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The Economy of Cities (1968) van Jane Jacobs:

De Amerikaanse publiciste Jane Jacobs had niet veel op met planners en economen. In ‘The Economy of Cities’ is een schitterende, vileine passage te lezen over het lot van Pittsburg na de economische stagnatie van 1910, die het gevolg was van een eenzijdige economie die werd gedomineerd door slechts enkele grote bedrijven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vatte bij de bestuurders de mening post dat dit kwam doordat de stad niet ‘aantrekkelijk’ genoeg was. "In the twenty years since, one measure after another has been tried, much as if the economic problems of Pittsburg were the problems of a young lady with insufficient grooming, manners, breeding and popularity." Vooral Richard Mellon, bestuurder van de stad in de naoorlogse jaren, maakte het bont. Hij consulteerde, volgens Jacobs, "thousands of economic consultants, industrial analysts, regional planners, city planners, highway planners, parking planners, cultural planners, educational planners, planning coordinates, urban designers, housers, social engineers, civic organizers, sociologists, statisticians, political scientists, home economists, citizen-liaison experts, municipal-service experts, retails-trad experts, antipollution experts, development experts, redevelopment experts, dispensers of birth-control pills to the poor, and of course experts at ‘attracting’ industry." En wat deden ze? "They have industriously documented, studied, analyzed, psychoanalyzed, measured, manipulated, cleaned, face-lifted, rebuilt, cajoled, exhorted and publicized Pittsburg." Maar niemand bleek in staat de economie van de stad te doen opveren, integendeel. Wat ook niet vreemd is, aldus Jacobs. "Artificial symptoms of prosperity or a ‘good image’ do not revitalize a city, but only explicit economic growth processes for which there are no substitutes."

Wat werkt wel? "If such a ruined city is ever to be revitalized, its development processes may have to begin over again, much as if it were an embryonic city. That is, it may have to seek new ‘initial’ exports." Kortom, gewoon weer bij het begin beginnen. Infrastructuur aanleggen, iconen maken, grootschalige herstructurering van stadsdelen, het maakt economisch geen moer verschil. Waar het om gaat is de locale economie de kans geven te groeien "until after it has earned more imports by generating new exports." Jacobs noemt dat ‘import replacing’. Het duurt iets langer en het heeft minder glamour, voor bestuurders en experts inderdaad minder leuk: "Locally originated production of former imports is often a slower way for a city to acquire new exports from the replacement work itself, but it is potentially productive of greater and more various export work."

Iedere expert die een ruimtelijk-economische visie maakt, is gewaarschuwd.

Tagged with:
 

Coolest City

On 1 oktober 2008, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in de New York Times, herfstreiseditie 2008:

Ik lees het nog eens: "BELIEVE it or not, there are far more intoxicating reasons to visit Amsterdam these days than its infamous coffee shops or its red-light district. Not since the Dutch Golden Age has Amsterdam seen such a creative boom. All along the harbor and in the city’s South Axis area, futuristic buildings designed by architects like Renzo Piano and Rafael Viñoly have been going up — a modernist foil to the city’s venerable canal houses. The country known for Rembrandt and Franz Hals also has modern day counterparts in Amsterdam design stars like Marcel Wanders and Tord Boontje. And the restaurant scene is finally catching up with the rest of Europe. Amsterdam is angling to become Europe’s creative capital, and it’s doing so without even inhaling."

Mooi bericht van Gisella Williams. Maar dat was vorig jaar, 2007. Nu is het Steve Korver, 2008, in dezelfde New York Times: "Art and commerce have always been cozy in Amsterdam. And now, as a building boom shakes up this free-spirited city (cutting edge architecture, a subway line on the way), the Dutch capital has emerged as a cultural juggernaut, with everyone from designers to DJ’s feeling their creative muscles." De Nederlandsde hoofdstad heet de coolste stad van dit moment, wereldwijd. Jammer dat Europa voor Amerikanen sindsdien alleen maar duurder is geworden.

Tagged with:
 

Tony Cohen

On 1 oktober 2008, in mode, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 2 september 2008:

Tony Cohen is een modemerk. Tonny Cohen (41) zelf is een Amsterdamse ondernemer en modeontwerper. Hij bezit twee winkels in de stad. Een op het Rokin, een in de PC Hooftstraat. De eerste is een outlet waar Cohen kleding uit verouderde collecties tegen gereduceerde prijzen verkoopt, de tweede is een winkel op proef in de meest internationale winkelstraat van Amsterdam. De eerste winkel loopt slecht, de tweede uitstekend. Maar Tony Cohen maakt zijn grootste omzet in het buitenland. Hij heeft vierhonderd verkooppunten wereldwijd. Daaronder telt hij ook warenhuizen als Harvey Nichols en Barneys in New York. En ook dit jaar stond hij weer, als een van de weinige buitenlanders, op de New York Fashion Week. Zijn productieatelier is gevestigd in India, maar delen van de collectie komen ook uit Hong Kong, Turkije en Italië. Hij produceert overigens in oplages van niet meer dan maximaal dertigduizend stuks.

Dat alles stond te lezen Het Parool. En het mooiste aan het artikel waren de passages over de achtergrond van Cohen: "Ik ben opgegroeid met mode. Toen ik vier was stond ik al met mijn oma – die een passie voor tweedehands jurken had – op het Waterlooplein en de Westermarkt. Mijn vader heeft ruim veertig jaar in het confectiecentrum gewerkt en mijn broer werkte bij een modegroothandel. Als kind had ik a een uitgesproken smaak." Op zijn achttiende werd zijn honkbaltalent ontdekt tijdens een WK-wedstrijd. Vervolgens speelde hij bij de Pittsburg Pirates. Na twee jaar professioneel honkbal keerde Tony terug naar Amsterdam. Het verklaart waarom hij meer op Amerika is gericht dan op Nederland. Hij heeft wel overwogen om te verhuizen, "en misschien dat het er ooit nog van komt. Maar ik vind het ook wel weer heel prettig om in Amsterdam te wonen en te werken."

Van Waterlooplein tot Harvey Nichols in New York, het kan binnen twee generaties. Een ondernemersgeest, ontwerptalent en de kans om vanuit het Amsterdamse biotoop via honkbal in New York te belanden. Amsterdam biotoop? Ach, de twee winkels in Amsterdam doet hij er gewoon bij. "Ik ben wel blij met een winkel in Amsterdam; de stad is toch mijn thuishaven en het is prettig om ook hier zichtbaar te zijn."

Tagged with: