Op eenzame hoogte

On 21 september 2008, in economie, hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘New Amsterdam’ van Huub Smeets, Branimir Medic & Pero Puljiz (2008):

Bij de opening van de eerste woonappartementen op de Zuidas lanceerde Vesteda afgelopen week een fraai boek over de Nieuw Amsterdam, het chique woonappartementencomplex op de Amsterdamse Zuidas. De inleiding in het boek is van de hand van Huub Smeets, CEO van Vesteda. Deze ontwikkelaar heeft een convenant met de gemeente Amsterdam afgesloten voor de realisatie van tenminste 2500 huurwoningen in het middensegment plus 1500 huurwoningen in het hoge segment. In tien jaar komt de productie van deze ontwikkelaar in het Amsterdamse daarmee op 4000 woningen! Waarom doet Vesteda dit? Is dit geen waaghalzerij? Huub Smeets legt uit: "Amsterdam staat als hoofdstad in Nederland op eenzame hoogte in termen van internationaal vestigingsklimaat, internationale economie, toerisme en cultureel aanbod. De afgelopen jaren heeft de stad zich nadrukkelijk gemanifesteerd om haar bijzondere positie binnen de Randstad èn Europa verder te verstevigen en uit te breiden. Dit geldt zowel in economisch, sociaal-cultureel als in woontechnisch opzicht. Op alle fronten worden forse inspanningen geleverd om de stad een internationaal, dynamisch, modern elan te geven." Waarvan acte.

Jammer dat zo’n tekst niet is opgenomen in de recent verschenen rijksnota over Randstad 2040. Want ook de rijksoverheid zou dit zo moeten zien. Zo’n tekst zou veel hebben verhelderd en zou Amsterdam binnen de topregio die de Randstad moet worden, op een juiste wijze hebben gepositioneerd. Wellicht dat de Tweede Kamer het kabinet nog kan corrigeren. Anders kon Nederland wel eens kansen gaan missen.

Tagged with:
 

Mag het iets meer New York zijn?

On 18 september 2008, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 13 september 2008:

Amper terug uit New York, lees ik de column van Max Pam in Het Parool van afgelopen zaterdag. Wel een beetje bekrompen. Alle energie opgedaan in de Big Apple is weer verdwenen. Hoe kan een mens schmieren en zaniken over een paar bouwputten op en rond het Museumplein. Wat een kleinsteedse en provinciaalse mentaliteit om deze werkzaamheden als een ‘ravage’ te betitelen en er de burgemeester op aan te spreken. Hem vergelijken met vadertje Stalin, op zo’n flauwe maar ongetwijfeld grappig bedoelde wijze nog wel ("Mij schoot de naam Stalin te binnen"), het verbaast en verontrust me. Ik krijg ontzettende aanvechtingen om het eerstvolgende vliegtuig terug te nemen naar New York.

Je kan zeggen van de Amerikanen wat je wilt, maar ze hebben ongelooflijke energie en ze staan positief in hun werk. New York is een dynamische stad, de mensen zeuren niet, zijn niet cynisch (ook de journalisten en de schrijvers niet), zelfs in de Bronx en in Harlem gaat het beter, ja het gaat weer heel erg goed met New York! En inderdaad, overal zie je bouwputten. Maar langs de Hudson komen nieuwe parken. En iedereen is trots op burgemeester Bloomburg. De stad wil hem graag behouden en denkt na over het mogelijk maken van een derde termijn.

Gelukkig maakt ook Job Cohen met de tweede termijn de twaalf jaar vol. Laten we een schitterend Museumplein aan hem nalaten, een prachtige Hermitage, dichtbebouwde IJoevers, een archipel in het IJmeer, een stedelijke Zuidas, een stoer NDSM-terrein, een gerevitaliseerde Bijlmer en ja, eindelijk dan toch die vermaledijde Noord-Zuidlijn, ooit ontworpen als ondergrondse stadsspoorweg. Ik zou wensen dat de Max Pammen van deze wereld – de babyboomers die geen bouwactiviteiten kunnen verdragen in een straal van honderd meter rond hun buurtkroeg – deze mooie stad de rug toekeren en plaats maken voor frisse, jonge, creatieve mensen die juist energie krijgen van een paar bouwkranen, betonmolens en die een beetje overlast voor lief nemen. Dit is geen tijd meer voor ‘De woestijn leeft!’, meneer Pam. Dit is een andere tijd. Kom op Amsterdam, word eindelijk weer eens een kleine, dynamische metropool! Mag het iets meer New York zijn?

Tagged with:
 

Westside improvement

On 17 september 2008, in openbare ruimte, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in New York op zondag 14 september 2008: 

Op een fietstocht door Hudson River Park onder begeleiding van de Park Commissioner van New York, Adrian Benepe, was natuurlijk alle aandacht gericht op het nieuwe fietspad en de fraaie nieuwe parken op de pieren langs de Hudson tussen Battery Park en 125th Street. Schitterend inderdaad. Kilometers lang strekt dit bijna voltooide park zich uit langs de westoever van Manhattan, met het silhouet van New Jersey op de achtergrond. Ook New York keert zich met deze ingreep, waaraan het meer dan twintig jaar werkte, eindelijk naar het water. Waar havenpieren en industrie de oevers meer dan honderd jaar dichtzetten, openen diezelfde oevers zich nu badend in het groen naar de stad.

Het gedeelte echter dat de meeste indruk op me maakte was het oude, meest noordelijke deel, ook wel Riverside Park genaamd. Dat stamt nog uit de tijd van de oude Park Commissioner Robert Moses. Het werd midden jaren ‘30 van de twintigste eeuw aangelegd, of eigenlijk moet ik zeggen dat Moses de snelweg – Henry Hudson Parkway – dwars door de groene oeverlanden legde. Destijds een zeer omstreden ingreep. Lees daarover in ‘The Power Broker’ van Robert A. Caro. Hij citeert daarin een criticaster: "It didn’t require much brains to see that running a highway in Riverside Park along the water would have the effect of making sure the waterfront itself could never be used for a park. (…) It would forever eliminate for recreational purposes several miles of the most beautiful waterfront in the world." De snelweg omkleedde Moses met tennisbanen, speelterreinen en groengebieden, en het geheel, moet ik zeggen, is ronduit schitterend uitgevoerd, zeker daar waar ter hoogte van Grant’s Tomb het terrein rotsachtig de hoogte in gaat en grote appartementenblokken het park omzomen. Op een foto in een boek over het park dat ik na afloop van Benepe kreeg, kijk je vanuit een van de appartementen over het groen naar het water. Het is een zeldzaam mooi uitzicht. "Moses was more than satisfied with his handiwork. The sheer cliffs of the forest-topped Palisades, opposite the sheer cliffs of Manhattan’s apartment houses, were the most magnificent river wall anywhere, he felt, and the wall he had created was its match. Now that it was completed, the Hudson vista was the greatest river vista in the world." Dick Regenboog, die ook mee was, legde het me uit: de vastgoedwaarde van woningen aan water is 25% hoger dan zonder water, aan het groen stijgt de waarde met 15%; doe je beide, dan stijgt de waarde van het vastgoed met 30 tot 40%! Leg dus nooit de bebouwing in hoge dichtheid direct tegen het water aan, maar maak eerst een groene oever. Je kunt er zelfs nog een snelweg in aanleggen. Je krijgt gegarandeerd het mooiste uitzicht. Dit lijkt me een belangrijke les voor Almere. Voor haar eigen Westside Improvement: Pampus.

Tagged with:
 

Urban agriculture

On 17 september 2008, in voedsel, by Zef Hemel

Gezien in New York op vrijdag 12 september 2008:

In 2003 verscheen van de hand van Robert Putnam en Lewis Feldstein een aanstekelijk boek over sociale cohesieprocessen in Amerika. In ‘Better Together. Restoring the American Community’ behandelen deze twee Amerikaanse sociologen recente sociale opbouwprocessen in twaalf Amerikaanse steden, georganiseerd vanuit scholen, kerken en buurtorganisaties. Een aanstekelijk boek, omdat de boodschap een positieve is: na jaren van verval, door Putnam beschreven in zijn eerder verschenen bestseller ‘Bowling Alone’, weten de Amerikaanse gemeenschappen zich weer te organiseren, dikwijls op geheel nieuwe manieren.

Ik constateer dat er een dertiende voorbeeld in het boek ontbreekt. Dat betreft de South Bronx, in New York. We waren er afgelopen week, op bezoek bij Majora Carter. De plek van Carter is in juli overgenomen door Miquela Craytor, een planoloog uit de Pacific Northwest. Ze ontving ons in het kantoortje van de Sustainable South Bronx (SSBx). Dat is de organisatie die Carter hier in 2001 heeft opgezet met als doel de bewoners van de South Bronx te organiseren rond de opbouw van de ghetto. De South Bronx is namelijk zo ongeveer de slechtste wijk van de VS. Het was altijd al het afvalputje van New York, maar onder burgemeester Giuliani kwam het afval letterlijk de wijk in. Zeventig procent van het vuilnis van New York wordt hier tegenwoordig opgeslagen of verwerkt. De stank is er niet te harden, overal roken schoorstenen, schepen met vuilnis varen af en aan. In het gebied zelf wonen 25.000 mensen, even ten noorden ervan nog eens honderdduizend. Kinderen moeten naar school onder de rook van de vuilverbranders. Het is een derdewereldsituatie, even ten noordoosten van Manhattan. Carter koos voor een strategie waarbij de bewoners niet langer het stadhuis bevochten, maar zich organiseerden om de wijk groen te maken. Letterlijk groen. De veelal ongeletterde, ongeschoolde bevolking van illegaal verblijvende Hispanics (Puerto Rico!) worden door haar geschoold in het planten van bomen, het aanleggen en onderhouden van daktuinen en het ontwikkelen van parken. Overal door de South Bronx worden door de bewoners bomen geplant, bankjes getimmerd en daktuinen aangelegd. Miquela toont ons voorbeeldtuinen op het dak van de fabriek waarin haar organisatie gevestigd is. En terwijl mannen in uniformen van de SSBx de tomaten en paprika’s besproeien (Urban agriculture), vertelt ze hoe onderwijs de basis vormt van de buurtopbouw. Ondertussen kijken we gefascineerd naar de skyline van New York. We prijzen het uitzicht, waarop ze ons laconiek meedeelt dat haar organisatie waarschijnlijk binnenkort uit het fabriekpand moet vertrekken omdat er een nieuwe ontwikkelaar voor het pand is, die de huren flink laat stijgen. De South Bronx wordt namelijk populair! Dank zij de bewoners dus. Tja, het blijft Amerika.

Tagged with:
 

Hotlanta

On 6 september 2008, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen op Forbes.com van 4 september 2008:

Atlanta is dit jaar uitgeroepen tot beste stad binnen de USA voor singles om in te leven. Dat meldt Forbes. De hoofdstad van Georgia, tevens hoofdkwartier van Coca-Cola en van CNN, is verkozen vanwege het geweldige uitgaansleven, het grote aantal singles dat er woont en de waanzinnig groeiende arbeidsmarkt. De stad is daarmee San Francisco voorbijgestreefd en ook New York laat het ver achter zich. Hoewel de Big Apple nog altijd een veel beter uitgaansleven kent en ook op veel andere factoren veruit het hoogste scoort, zijn het de economische feiten die zich al jaren tegen de stad keren: New York is te duur om in te wonen. Ook de arbeidsmarkt in de metropool aan de Oostkust kan niet gunstig genoemd worden – daarin staat de stad op de 29ste plaats. Voor New York en ook San Francisco is er één troost. "Our rankings are meant to be a guide for young, ambitious singles who, in an age of techno-mobility, can live and work wherever they want. Our methodology focuses on career-minded, "never-marrieds" under the age of 35. Older singles, divorcees, widows and widowers might find slightly different criteria more relevant to them."

Atlanta telt 417.000 inwoners, dat is iets tussen Den Haag en Utrecht in. Echter, de agglomeratie telt bijna vier miljoen inwoners. Daarvan is 38,5 % eenpersoonshuishouden. En de luchthaven van Atlanta is de grootste ter wereld. Ziedaar een mix van ruimtelijke kenmerken die ook een stad als Amsterdam typeren. Echter, het succes van Atlanta wordt bij Forbes niet aan de luchthaven toegeschreven, maar aan het zinderende nachtleven. Dat zou in het Amsterdamse ook moeten gebeuren. Want wie de ambitieuze singles weet aan te trekken, is tegenwoordig de absolute winnaar.

Tagged with:
 

Grote Opwaartse Projecten

On 2 september 2008, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 6 september 2008:

Nog geen twee weken geleden, en ruim een week ná afloop van de Olympische Spelen in Peking, bracht Rotterdam haar buitengewoon ambitieuze plannen voor het arme stadsdeel Feyenoord naar buiten. De ombouw van het iconische Feyenoordstadion (een cultuurmonument van de eerste orde) tot woningen zou gepaard gaan met de bouw van een reusachtig nieuw megastadion (excuses voor de dubbele overdrijving) in de rivier, rondom een woud van wolkenkrabbers, compleet nieuwe infrastructuur en een fonkelnieuw sportcentrum. Met haar plannen, zo luidde het, beoogde de gemeente niet minder dan in 2028 de Olympische Spelen naar de Maasstad te halen. Rotterdam maakte zich op voor het grootste sportevenement ter wereld. Het daverende offensief was kort tevoren al ingezet met het aanbod van de burgemeester aan de hele planeet om Rotterdam te gebruiken als oefenlocatie in 2012, wanneer de spelen in Londen, aan de overzijde van het Kanaal, worden gehouden. Het Olympische vuur van 2028 leek, kortom, aan de Coolsingel al ontstoken.

Wat teleurstellend en ontmoedigend moet het vandaag verschenen essay van Abram de Swaan zijn ontvangen in het Rotterdamse stadhuis. De Amsterdamse emeritus-hoogleraar sociologie toont zich daarin een pertinente tegenstander van het hele idee van de Nederlandse kandidatuur voor de Olympische Spelen van 2028. Hij kan eenvoudig geen goede grond vinden voor het willen organiseren van het megasportevenement. De behoefte bij bestuurders en sportbonzen kan hij alleen verklaren uit een "opwaartse zieledruk" die ook aanleiding was voor eerdere pleidooien voor een eiland voor de kust in de vorm van een tulp (het CDA), voor een VOC-mentaliteit (de premier), voor Trots op Nederland (Rita Verdonk) "en nog van alles dat groots en meeslepend is bedoeld en desondanks een tikje mismoedig overkomt." Die opwaartse zieledruk verklaart hij even verderop in zijn artikel uit de impasse waarin het land verkeert. "Het lukt maar niet om grote projecten op te zetten of af te ronden. (…) Bestuurlijk zit het land muurvast doordat alle initiatief stuit op een stelsel van verspreide veto’s, stevig ingemetseld in een half dozijn bestuurslagen van Brussel tot stadsdeelraad, met in Den Haag een verklonterd coalitiekabinet." Die hele Olympische ambitie is dus "een vooruit vluchten in een groots verschiet." En het erge is, ondertussen raken de universiteiten op achterstand, worden de kunsten uitgehold, wegbezuinigd en gekleineerd èn "de grote projecten die wel kunnen bijdragen aan ’s lands welzijn blijven onuitgevoerd." Vandaar zijn pleidooi voor het loslaten van de Olympische ambitie en in plaats daarvan het starten met de bouw van de infrastructuur die Nederland nodig heeft en het voeren van een internationaal gericht cultuurbeleid, "zonder omtrekkende bewegingen."

Tagged with:
 

Technologiegroeier Amsterdam

On 1 september 2008, in benchmarks, by Zef Hemel

gelezen in Emerce van 28 augustus 2008:

 

De grootste groeiers op de Nederlandse technologiemarkt zijn veelal in Amsterdam gevestigd. Dat meldt Deloitte deze week in haar jaarlijkse Technology Fast 50. Op de ranglijst worden de grootste Nederlandse technologiegroeiers gerangschikt naar hun omzetgroei van de afgelopen vijf jaar. Liefst dertien van de vijftig snelstgroeiende technologiebedrijven bevinden zich in de hoofdstad. Ter vergelijking, Brabant levert er vier. Heel Zuid-Holland levert vijf bedrijven op de lijst. 

Het zal voor velen een opzienbarende uitkomst zijn. Amsterdam wordt niet snel met technologie geassocieerd. Daarop lijkt een patent te rusten bij Brabant en de Technische Universiteiten in Zuid-Holland, Twente en Brabant. Althans, dat is de beeldvorming. Als het om Amsterdam gaat, heeft men het over financiële dienstverlening, media, creatieve industrie, toerisme en cultuur. Dat er ook nog zoiets als technologie zou bloeien in de noordelijke Randstad wil er bij velen niet in. Tom Tom? Is dat dan een Amsterdams bedrijf?

Hoe valt deze verrassende uitkomst te verklaren? Heel simpel. De Amsterdamse economie wordt steeds diverser en krachtiger. De aanwezigheid van Sara en AMS-IX in de Watergraafsmeer plus de glasvezelinfrastructuur doen hun werk. Maar er is meer. Talent hoopt zich op in Amsterdam. De stad wordt steeds internationaler. De tolerantiegraad is nog altijd hoog. Hoe formuleerde Richard Florida de succesformule voor steden in het postindustriële tijdperk ook alweer? Talent, Technology and Tolerance. Zoiets. Deloitte laat zien dat het in Amsterdam werkt.

Tagged with: