Australische vis

On 30 juni 2008, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 mei 2008:

Een klein nichtje van me is acuut opgenomen in het ziekenhuis. Ze droogde te snel uit. Dezelfde dag valt m’n oog op een passage in ‘The Ghost Map’ van Steven Johnson over de gevolgen van cholera (niet dat m’n nichtje aan cholera zou lijden, gelukkig niet). Op bladzijde 38 lees ik dat die gevolgen neerkomen om dehydratie – snelle uitdroging van het menselijk lichaam. En ik lees verder: "Dying of dehydration is, in a sense, an abomination against the very origins of life on earth. Our ancestors evolved first in the oceans of the young planet, and while some organisms managed to adapt to life on the land, our bodies retain a genetic memory of their watery origin. Fertilization for all animals takes place in some form of water; embryos float in the womb; human blood has almost the same concentration of salts as seawater."

Weer een paar dagen later lees ik in NRC Handelsblad op de wetenschapspagina over de unieke vondst van een fossiel van een vis ergens in het noordwesten van Australië, "de oudste moeder ooit." Het blijkt te gaan om een gefossiliseerd vrouwtje van een 380 miljoen jaar oude pantservis, die in haar buik een embryo draagt aan een haarfijne navelstreng. "De vis, een nieuwe soort, is met afstand het oudst bekende dier waarvan aangetoond is dat ze levende jongen baarde." Australische paleontologen graven al tientallen jaren in de Gogo Rif Formatie in het noordwesten van het immense land. Ooit was dit een koraalrif voor de kust van het oercontinent Gondwana.

Van Vis tot Stedelijk Dier. De mens evolueert snel. Steeds sneller. Om over na te denken. Tijdens de vakantie. Aan zee.

Tagged with:
 

De doos III

On 29 juni 2008, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in The Box (2006) van Marc Levinson:

In hoofdstuk 5 beschrijft de econoom Marc Levinson de tragische ondergang van de haven van New York in de jaren zestig van de twintigste eeuw. Tegen beter weten in, zo maakt hij duidelijk, zetten de bestuurders van New York in op de haven van New York. New York, groot geworden als havenstad, moest havenstad blijven. De Holland-Amerikalijn kreeg zelfs midden jaren ‘50 nog een twintig jarig contract aangeboden voor een nieuw te bouwen pier op de kop van Manhattan. Tientallen miljoenen dollars spendeerden de bestuurders van de stad binnen een totaalprogramma van liefst 130 miljoen dollar aan het overeind houden van de roestende pieren rond het eiland, terwijl aan de overzijde van de rivier, bij Newark New Jersey, de eerste containerterminal van Sea-Land verrees. Niet dat de ondergang van de New Yorkse haven volledig te wijten was aan opkomst van de container. De congestie op Manhattan, de ouderdom en de krappe maten van de pieren, maar ook de vele stakingen van de goed georganiseerde New Yorkse havenarbeiders knaagden al langer aan de concurrentiekracht van de haven. De komst van de container versnelde dit proces of, zoals Levinson schrijft, was de nagel aan de doodskist van New York.

Het was onomkeerbaar. De Planning Commission van de stad adviseerde op dat moment al om te investeren in een grootstedelijke diensteneconomie, maar de bestuurders bleven geloven in de toekomst hun zeehaven. Zoveel New Yorkers waren afhankelijk van de toch al afkalvende werkgelegenheid in de haven, dat de politici verblind waren of domweg niet wilden weten dat ze op het verkeerde paard wedden en enorme sommen geld letterlijk in zee aan het gooien waren. Zelfs hun eigen Port Authority kreeg geen voet aan de grond en investeerde van lieverlee in luchthavens.

Hoe herkenbaar allemaal! Zeg niet dat het gemakkelijk praten is, achteraf. Je vastbijten in wat je hebt en de economische en technologische trendbreuken in de geschiedenis niet wìllen zien, is menselijk, al te menselijk. Maar zeg niet dat het allemaal niet te voorzien was. Als je dat beweert, pleit je voor domheid, voor blinde politieke ambitie. Hoe breder de blik, hoe trefzekerder de beslissingen. Dit schitterende boek is één groot pleidooi voor degelijke onderbouwing van beleidsbeslissingen en goed gefundeerde en uitstekend geïnformeerde open planning. Wat een geweldig boek!

Tagged with:
 

De doos II

On 29 juni 2008, in economie, infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in The Box (2006) van Marc Levinson:

In hoofdstuk 10, getiteld ‘Ports in a Storm’, beschrijft Levinson op spannende wijze de onstuimige dynamiek in havenontwikkelingen op het Amerikaanse continent vanaf de doorbraak van de containervaart, met in de hoofdrol het bedrijf Sea-Land. We leven dan begin jaren ‘60 van de twintigste eeuw. Terwijl daarvoor havens sterk gekoppeld waren aan industrie en daarmee aan stedelijke economieën, raken ze nu van die grootstedelijke gebieden losgekoppeld. Die ontkoppeling heeft ook te maken met de structuur van de containervaart zelf, die nauwelijks nog arbeidskrachten nodig heeft. De container hongert alleen naar infrastructuur. Het stelsel van zeehavens verandert hierdoor ingrijpend. Eerder al beschreef Levinson de ondergang van de New Yorkse haven (en de opkomst van die van Newark), nu richt hij zijn vizier op de Amerikaanse westkust, waar San Francisco het moet afleggen tegen Oakland en Los Angeles verliest aan Long Beach. Maar ook Seattle manifesteert zich nu sterk met zijn nieuwe containerhaven en achterlandinfrastructuur. Levinson: “The lack of population close at hand would be no obstacle; Seattle could become not merely a local port for western Washington but the center of a distribution network stretching from Asia to the U.S. Midwest.” In dit geweld ontworstelt de distributiesector zich aan zijn dienende rol, dat wil zeggen verzelfstandigt zich ten opzichte van de industriële productie, maar maakt zich dus ook los van de grootstedelijke economieën en genereert nauwelijks nog multipliereffecten. Ze wordt machtig in zichzelf, anoniem en globaal, maar ook in hoge mate footloose, alleen nog hongerend naar infrastructuur en land.

Kijk naar de Amsterdamse haven. Analyseer haar structuur. Bschrijf haar geschiedenis. Probeer haar te begrijpen. Typeer haar positie. Laat Amsterdam Marc Levinson eens uitnodigen om zijn verhaal te ontvouwen. En leg zijn verhaal eens naast de nieuwe havenvisie. Iets voor de Amsterdamse gemeenteraad om te doen?

Tagged with:
 

Citistates

On 28 juni 2008, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord tijdens gesprek met Neal Peirce, journalist van The Washington Post, op 26 juni 2008:

De komende vier weken zit ik in Zweden en zullen er geen nieuwe items op deze blog verschijnen. Ik ga geen internetcafé’s binnen om u van nieuws over metropolen te voorzien. De enige metropool die ik zal aandoen is Stockholm. That’s it. Ondertussen tel ik wel elke week meer dan duizend hits op mijn blog. De afgelopen twee weken liep het aantal hits zelfs op naar 1500 per week. Dat gaat de goede kant op. Die belangstelling voor grote steden neemt overigens wereldwijd toe. In de Verenigde Staten van Amerika is er bijvoorbeeld de blog van Neal Peirce, journalist van The Washington Post. Met zijn www.citistates.com bericht deze geroutineerde veelschrijver over stedelijke politiek in Amerika. Peirce heeft jarenlang gepubliceerd over federale politiek vanuit Washington. Hij had er op een gegeven moment genoeg van. Er waren teveel journalisten die allemaal over hetzelfde schreven. De landelijke politiek interesseerde hem niet meer. Geen journalist schreef nog over steden. Daar gebeurden veel spannender dingen. Daarom besloot hij zijn koers te verleggen. Nu kun je niet meer om citistates.com heen wanneer je iets over stedelijke politiek in Amerika wilt weten. En het legt hem, Peirce, geen windeieren.

Afgelopen week was Peirce in Amsterdam. Hij was, schreef hij aan Rick Batelaan van de Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer, nieuwsgierig naar de Amsterdamse stadsontwikkeling. Via Rick kwam hij bij mij terecht. In Washington leeft het idee dat je voor excellente stedelijke politiek in Amsterdam moet zijn, zei hij me later. Het zal wel vleierij van hem zijn geweest. Desalniettemin was Peirce na twee dagen diep onder de indruk. We spraken af op mijn kantoor. Hij had zijn laptop bij zich. Een hele kleine. En daar ging hij. (Fascinerend trouwens hoe die Amerikaanse journalisten soepel vragen stellen. Wat een verschil met Nederlandse journalisten!) We hadden een buitengewoon geanimeerd gesprek.

Waarin hij geïnteresseerd was? In voedsel. In de Amsterdamse voedselstrategie, om precies te zijn. Hij wilde er alles over weten. Het onderwerp wond hem zichtbaar op. Na het verschijnen van ”The End of Food’ zijn de Amerikanen helemaal gefascineerd geraakt door dit onderwerp. En steden kunnen er iets aan doen. Dat is de boodschap van Amsterdam. Ik denk dat we binnenkort op zijn blog kunnen lezen over de kwaliteit van voedsel en hoe Amsterdam daarin intervenieert. Ben benieuwd naar het aantal hits op zijn blog.

Tagged with:
 

De doos

On 20 juni 2008, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord in The American Book Center op 27 juni 2008:

 

Afgelopen week was er in Stockholm een congres over de relatie tussen de haven en de stad. Ik had er graag naar toe gewild. Te druk, helaas. Daarom kocht ik, als troost, een boek. Rohit Aggarwalla, directeur Lange Termijn Strategie en Milieu van de stad New York, had me op het boek gewezen. De titel is verdacht kort: The Box. De ondertitel is iets langer en verklaart veel: "How the Shipping Container Made the World Smaller and the World Economy Bigger." Het wordt op het omslag aangeprezen als "a classic tale of trial and error, and of creative destruction." Het vertelt de geschiedenis van de zeecontainer, vanaf het allereerste begin in april 1956 tot op de dag van heden. Het proces van globalisering, stelt de auteur, begint met de opkomst van de zeecontainer. Maar de zeecontainer heeft tevens geleid tot de ondergang van de zeescheepvaart en van de grote zeehaveneconomieën. "The container proved to be such a dynamic force that almost nothing it touched was left unchanged, and those changes often were not as predicted."

De auteur is Marc Levinson. Levinson is econoom, voormalig redacteur ven The Economist en journalist van Newsweek. Het boek verscheen in eerste druk in het voorjaar van 2006. Vandaag kocht ik het in The American Book Center op het Spui. En wat zei de Amerikaanse dame achter de kassa die het boek aan me verkocht? Ze zei: "Eindelijk een koper van dit briljante boek. Ik heb het al een tijdje in voorraad, maar niemand die het tot nog toe kocht hier in Amsterdam. Ik wacht al zo lang op een koper. Het boek is m’n favoriet. U bent geweldig. Weet u, ze zouden dit boek in Rotterdam moeten lezen, iedereen daar zou het moeten lezen!" Waarop ik antwoordde: "Maar hier in Amsterdam hebben we ook een haven." Waarop ze repliceerde: "O ja? Maar dan moeten ze het hier óók lezen. You have a mission!." Slimme zakenvrouw.

Tagged with:
 

Wibautstraat – Miracle Mile

On 19 juni 2008, in monumentenzorg, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 12 juni 2008:

 miracle mile

Columnist Ronald Hooft keek onlangs in Het Parool 10 jaar vooruit. In 2018 ziet Amsterdam volgens hem er heel anders uit. Zijn verkenning is vooral grappig, maar als hij aan de Wibaustraat komt, vind ik hem trefzeker. Deze ‘Mooiste Straat van Amsterdam’ is in 2018 ‘Miracle Mile’: "De volgende gebouwen staan overeind: Nemo, de Filmacademie, de studentenflat van Hertzberger, de zwarte doos van Bodon, de diamantbeurs, het Weesperpleinziekenhuis, de Raad van Arbeid, het ROC gebouw, de lts van Ingwersen, het Renaultgebouw. De rest gaat plat." Pardon? "Op de lege plekken komen ontwerpen van wereldberoemde architecten." Zeer mee eens. "De straat wordt tweebaans, geplaveid met kinderkopjes." Yes! "Daarlangs stoepen zo breed als de Champs Elisées, groenstroken met kastanjebomen, een vaste opstelling van sculpturen, een biënnale van internationale beeldhouwkunst, terrassen aan de hele oostkant van de straat."

Tien jaar is niet meer ver weg. Ik kan haast niet wachten. Met nog meer plezier fiets ik morgen over de Wibautas. En treur onverminderd om het verlies van het Wibauthuis. Dat had zo mooi in het rijtje van Ronald Hooft gepast. Jammer, jammer.

Tagged with:
 

Cultural powerhouses

On 18 juni 2008, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in Ricky Burdett, Deyan Sudjic (red.), The Endless City (2008):

In zijn essay ‘Theory, Policy and Practice’ beschrijft Deyan Sudjic, directeur van het Londense Design Museum, het nieuwe planning regime in ’s werelds metropolen. Hij komt terug van het idee dat grote steden onbestuurbaar zouden zijn, dat ze het product zijn van ongeplande chaos. In plaats daarvan wijst hij erop dat ze, integendeel, wel degelijk de uitkomst kunnen zijn van een visie. "Those who seek to understand the contemporary city have a lot to learn from novelists and film-makers: architects and city planners are storytellers too, coming up with a narrative long before they ever build anything. They offer a story or, more often, a myth of community or of greenness, an image of modernity or of tradition." Sudjic vergelijkt dit verhalen vertellen met de literaire inslag van Dickens en Zola in hun visie op steden, die via de planners wordt voortgezet. In het verlengde daarvan merkt hij op dat de stedelijke planning veel krachtiger is dan die van de natie-staat. "Even now the mayor of a city like London, with a popular mandate form a direct election, has a personal authority to which few prime ministers can aspire. And it is cities rather than countries that are the cultural powerhouses."

Ziedaar de bijzondere kracht van steden en van stedelijke planning. Ook al wordt in Nederland de burgemeester nog altijd niet rechtstreeks gekozen door de stadsbevolking, het verhaal dat hij over zijn stad vertelt wordt als aansprekender en krachtiger ervaren dan dat van de minister-president over zijn land.Dat klopt ook, want vooral allochtone stadsgenoten voelen zich eerder inwoner van Amsterdam of Rotterdam, dan Nederlander. En inderdaad, steden scheppen krachtige culturele identiteiten. Lang leve de stedelijke planning.

Al lijken de voetbalsuccessen van Oranje dat even te weerspreken.

Tagged with:
 

Het wonder van de Czaar Peterstraat

On 18 juni 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 6 juni 2008:

Bijna onopgemerkt gebleven, dat artikel van de stadswachten Lodewijk Brunt en Kees Tamboer over de Czaar Peterstraat in Amsterdam-Oost. Maar ineens valt m’n oog erop. Ik lees: "Een Turkse pizzeria naast een boekbinderijtje, aan de oude kant, café Romario’s naast fietsenmaker Siebe Kunst, een croissanterie naast het informatiecentrum Petersburg. Aan de overkant, op de hoek van de Eerste Leeghwaterstraat, zijn drie oude huizen liefdevol in stand gehouden. Daar zit nog steeds de oude messenslijperij van Wil Werkhoven, tegenwoordig gedreven door Arif Gargin uit Turkije, naast een atelier waar strijkinstrumenten worden gerepareerd, verhuurd en verkocht. Tussen de Eerste en de Tweede Leeghwaterstraat mengt oud en nieuw zich pas goed. Een tuinontwerpwinkel naast een exotische buurtsuper, de massagewinkel Doctorfeelgood naast een kledingreparatie/strijkservice. Coffeeshop Nogal Wiedes zit tegenover Thailicious Take Away. Een eindje verderop zit, in de nieuwbouw, een kantoortje in het wit: bureaus, computers, stoelen, zelfs de bloemen. Blanco is de naam: Identity, Campaign, Design, Multimedia. Als de jongens en meisjes van Blanco naar buiten kijken, zien ze de kapper van Haaremajes aan het werk."

Ademloos, alsof ik in ‘The Death and Life of Great American Cities’ van Jane Jacobs zit te lezen, ga ik door. "De Czaar Peterstraat heeft altijd een slechte naam gehad. Al voordat er een paal de grond in ging, ruziede de gemeenteraad van Amsterdam over de opzet. De naargeestige buurt werd eind negentiende eeuw tegen het spoor aangebouwd – voor de arbeiders in de haven, op het rangeerterrein en bij Werkspoor. Lange, smalle, rechte straten, er kon geen milimeter af voor een plantsoentje of een pleintje. Later, toen de Oostelijke Eilanden werden kaalgeslagen, werd de Czaar Peterstraat het toevluchtsoord voor dealers, daklozen, scharrelaars en heroïnehoertjes." En dan nu, ineens: ""Oude en nieuwe creatieve stedelingen samen in een smeltkroes. Zo loopt een opgegeven achterbuurt ineens voorop." En ook: "Ella Vogelaar moet eens in de Czaar Peterstraat winkelen." Samen met de erfgenamen van het gedachtegoed van Jane Jacobs als gids, zou ik zeggen. Iemand als Gert-Jan Hospers van de TU Twente. Of Brunt en Tamboer natuurlijk zelf. Om het wonder te verklaren. Hoe zei Abram de Swaan dat ook al weer? "Blijven kijken."

Tagged with:
 

Mercer’s list

On 18 juni 2008, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen op de website van Mercer op 19 juni 2008:

Elk jaar publiceert Mercer de lijst met de steden die wereldwijd het beste scoren op kwaliteit van leven. De lijst wordt vooral geraadpleegd door multinationals die werken met veeleisende expats en die hoofdkantoren willen vestigen op de verschillende continenten. Kwaliteit van leven is voor hen belangrijk. Het bindt hun belangrijkste kapitaal, de medewerkers, die in een stad willen leven en werken die veel te bieden heeft. Tweehonderdvijftien steden werden doorgelicht. New York is de maatstaf waaraan de andere steden worden afgemeten. Wat kwam eruit?

Het afgelopen jaar, 2007, behield Zürich zijn toppositie. Wat Europa betreft wordt Zürich gevolgd door Geneve, Wenen, Düsseldorf en Frankfurt. Amsterdam heeft zijn dertiende plaats weten te handhaven, wereldwijd. Dat wil zeggen dat Amsterdam binnen Europa ook nog München, Bern en Kopenhagen voor moet laten gaan. Madrid zit Amsterdam op de hielen.

Niet slecht voor Amsterdam, zou je zeggen. Toch is het belang van deze lijst niet te onderschatten en de positie van Amsterdam niet super en ook niet onbedreigd. Omvang is hier niet het criterium, het gaat uitsluitend om kwaliteit. Als zakenstad scoort Amsterdam veel hoger, als logistiek knooppunt nóg hoger. Juist op kwaliteit valt voor de Nederlandse hoofdstad een wereld te winnen. Amsterdam zou zich moeten optrekken aan Zürich, Wenen en Frankfurt. Hier ligt de belangrijkste opgave voor de Amsterdamse metropool: winnen aan kwaliteit van leven. Dat betekent in de eerste plaats het binden van de rijke binnenduinrand en gouden zomen van het Gooi en Utrechtse heuvelrug aan de voorzieningen in de kernstad. Met cultuur, sport, retail en parken. En aantrekkelijke woningbouw. En dat alles zonder het Amsterdamse karakter te verliezen, dat een beetje sjofel is en literair.

Tagged with:
 

Foodish

On 18 juni 2008, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 2 juni 2008:

Wethouder Marijke Vos voert sinds ruim twee jaar een voedselstrategie voor de Amsterdamse regio. Gezond voedsel uit de omgeving van de stad voor Amsterdammers geproduceerd, daar komt het op neer. Ik moest eraan denken toen ik laatst een column van Anil Ramdas over voedsel las. Zelf eet Ramdas nauwelijks – hij spreekt van een meisjesachtige eetstoornis -, maar over voedsel lezen doet hij maar al te graag en ook zelf koken is aan hem besteed. Hij schrijft in zijn column over een essay van Bee Wilson in The New Yorker van 19 mei jongstleden. Daarin behandelde deze Amerikaanse Johannes van Dam een groot aantal boeken over voedselpolitiek (u merkt, dit stuk krijgt een Paul Auster-achtige allure: een verhaal in een verhaal in een verhaal in een verhaal). Volgens Ramdas "een adembenemende tekst over wat er allemaal fout gaat." En dan vervolgt hij: "Wist u dat heel Europa gevoed wordt door ongeveer drie miljoen boeren, maar dat er maar zo’n honderd bedrijven zijn die de distributie in handen hebben? Die bedrijven bepalen wat er verbouwd moet worden en die bedrijven bepalen wat wij hier eten." Daardoor begrijpt Ramdas ineens waarom onze tomaat "een opgespoten rode tennisbal met smaak noch kraak" is geworden. Erger, hij schrijft: "Voedsel in rijke landen is te goedkoop en in arme te duur…," maar dat wisten we natuurlijk al. "Waar ik vooral van opkeek in het stuk van Bee Wilson is het feit dat de meeste producten die we hier van de schappen halen, eigenlijk geen voedsel zijn, maar voedselachtig, foodish, zoals het in het Engels zo mooi heet."

Ik wist het niet. Ik sluit mij aan bij de Amsterdamse voedselstrategie. Of ik krijg acuut een eetstoornis.

Tagged with: