Superstar Cities

On 27 mei 2008, in internationaal, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Who’s your City?’ van Richard Florida (2008):

Vreemd inderdaad hoe een paar grote steden in Noord-Amerika de laatste jaren omhoog zijn geschoten, niet zozeer in inwonertal, maar in huur- en koopprijzen. Vaak zijn deze steden niet eens heel erg groot, wat een van de redenen van de exorbitante waardestijging is: er is domweg schaarste, terwijl de vraag naar woonruimte bijzonder groot is. In de USA wordt het lijstje aangevoerd door San Francisco. Daarna volgen Oakland, Seattle, San Diego, Los Angeles, Portland, Boston enzovoort. Allemaal zeer geliefde steden. Richard Florida, de regionaal econoom van Carnegie Mellon University, duidt in zijn nieuwste boek deze steden aan als ‘Superstart Cities’. Hun populariteit zegt iets over hun economische betekenis. Hun waardestijging wordt niet door lokale of regionale krachten veroorzaakt; volgens Florida is hier een globale markt aan het werk. Dat houdt in: vergeleken met Tokio en Moskou zijn de huizenprijzen in LA nog bescheiden. Volgens een dergelijke redenering schieten in deze steden de huizenprijzen omhoog, net als de salarissen van topfunctionarissen in het internationale bedrijfsleven. Ziedaar een nieuw effect van de globalisering. "In the past buyers competed for real estate with others in a relatively local market; now demand extends literally across the world." Is hier sprake van structurele gekte? Florida denkt van wel. De huizenmarkt reageert traag op economische veranderingen; uiteindelijk zullen de prijzen verder stijgen. Dus deze trend zet door: "Cities – especially well-established superstars like New York, or San Francisco, or London – have advantages in production and consumption other cities can’t replicate. Moreover, newcomers to these places are likely to increase those advantages, not to reduce them." Dit gegeven, plus het feit dat economische sectoren steeds meer de neiging hebben om te clusteren, zorgt ervoor dat mensen met kennis, kunde en talent steeds meer uitsorteren naar stad.

Als het om Nederland gaat, hoort Amsterdam bij het lijstje Superstar Cities, aldus Florida. Maar verder? Misschien Brussel, heel misschien Keulen. Londen, Parijs en Berlijn horen er wel bij. Alleen, in Amsterdam is de voorraad koopwoningen wel bijzonder klein – het merendeel is sociale huur -, waardoor de vastgoedwaardestijging hier niet helemaal betrouwbaar is. Toch voelt iedereen wel aan dat de waardestijging van de laatste jaren moeilijk anders te verklaren is dan uit dit gegeven: Amsterdam hoort in de rijtje Superstar Cities thuis.

Tagged with:
 

Means Metro Amsterdam

On 25 mei 2008, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in Who’s your City? (2008) van Richard Florida:

Uit Canada meegebracht door Ton Schaap: het nieuwste boek van econoom Florida. Het betreft een variatie op een inmiddels door deze auteur beproefd thema, de creatieve economie. Florida heeft het ditmaal vooral over plekken in de wereld die er toe doen en die aantrekkingskracht uitoefenen op getalenteerde mensen. Opnieuw is hij schatplichting aan Jane Jacobs, die hij ook vele malen citeert. Hij heeft het over de ‘means migration’, die ertoe leidt dat in bepaalde metropolitane gebieden de hogere inkomens significant stijgen. Er ontstaat een scheiding tussen succesvolle ‘means metros’ vol creatieve mensen, en gewone ‘metro’s’ waar de onderkant van de diensteneconomie zich samentrekt. Deze laatste steden richten zich veelal op onderwijs en gezondheidszorg, wat veel minder uitstralende effecten heeft dan creatieve dienstverlening. Wat schuilt achter deze ontwikkeling? Getalenteerde mensen móeten eenvoudigweg in ‘means metros’ wonen, stelt Florida. Voor hen is er weinig keus. Je verdient er veel meer dan in gewone metros. "In addition to the benefits of living near smart people and their creative ideas, the means metros have a larger and simpler advantage over other regions: a head start." Meestal begint het in dergelijke grootstedelijke gebieden met uitstekend hoger onderwijs, waarna alles beter en sneller gaat voor zulke getalenteerde mensen. "It is the multiplier effect of the clustering force at work." En dus, concludeert hij: "What matters most today isn’t where most people settle, but where the greatest number of most skilled people locate."

Als je deze informatie nu eens toepaste op Nederland, waar kwam je dan op uit? Welke grootstedelijke gebieden ontwikkelen zich tot ‘means metros’ en welke niet?

Uit Canada meegebracht door Ton Schaap: het nieuwste boek van econoom Florida. Het betreft een variatie op een inmiddels door deze auteur beproefd thema, de creatieve economie. Florida heeft het ditmaal vooral over plekken in de wereld die er toe doen en die aantrekkingskracht uitoefenen op getalenteerde mensen. Opnieuw is hij schatplichting aan Jane Jacobs, die hij ook vele malen citeert. Hij heeft het over de ‘means migration’, die ertoe leidt dat in bepaalde metropolitane gebieden de hogere inkomens significant stijgen. Er ontstaat een scheiding tussen succesvolle ‘means metros’ vol creatieve mensen, en gewone ‘metro’s’ waar de onderkant van de diensteneconomie zich samentrekt. Deze laatste steden richten zich veelal op onderwijs en gezondheidszorg, wat veel minder uitstralende effecten heeft dan creatieve dienstverlening. Wat schuilt achter deze ontwikkeling? Getalenteerde mensen móeten eenvoudigweg in ‘means metros’ wonen, stelt Florida. Voor hen is er weinig keus. Je verdient er veel meer dan in gewone metros. "In addition to the benefits of living near smart people and their creative ideas, the means metros have a larger and simpler advantage over other regions: a head start." Meestal begint het in dergelijke grootstedelijke gebieden met uitstekend hoger onderwijs, waarna alles beter en sneller gaat voor zulke getalenteerde mensen. "It is the multiplier effect of the clustering force at work." En dus, concludeert hij: "What matters most today isn’t where most people settle, but where the greatest number of most skilled people locate."

Als je deze informatie nu eens toepaste op Nederland, waar kwam je dan op uit? Welke grootstedelijke gebieden ontwikkelen zich tot ‘means metros’ en welke niet?

Tagged with:
 

Agendaloze Randstad

On 24 mei 2008, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in Ex antetoets Startnotitie Randstad 2040 van de planbureaus (2008):

randstad 2

Drie planbureaus hebben de startnotitie die moet leiden tot een nieuwe rijks-langetermijnvisie op de Randstad vooraf geëvalueerd. Het is een genadeloos stuk geworden, ook al wekt het de indruk bijeen geknipt en geplakt te zijn. Direct al aan het begin wordt droogjes geconstateerd dat "slechts twee opgaven als knellerder gezien (worden) dan voorheen: de klimaatverandering, en de urgente vraag naar (recreatieve) natuur rondom de stedelijke gebieden (…)" Dat is dus niet de verstedelijking, een groeiende bevolking of de economie. Nee: "Andere opgaven, die bijvoorbeeld voort kunnen komen uit veranderende demografische patronen (vergrijzing, al dan niet selectieve krimp, andere migratiepatronen), ontbreken echter vrijwel geheel of zijn niet vertaald in nieuwe beleidsopgaven." Met andere woorden, hier wordt de prangende vraag gesteld waarom een nieuwe rijksnota over de Randstad wordt voorbereid als er zo weinig nieuws onder de zon is.

Laten we eens kijken wat de planbureaus hebben op te merken over de uitgangspunten voor de verstedelijkingsstrategie: die, stellen ze, varieert naar regio. Niet overal is het verstandig om in te zetten op verdichting en concentratie, zeker niet wanneer sprake is van hoge groei."In die gebieden worden goedkope locaties binnen bestaand bebouwd gebied schaars en zijn nieuwe locaties slechts tegen hoge kosten te ontwikkelen." Om welke gebieden gaat het? De planbureaus laten zich er niet over uit en verwijzen naar het IBO verstedelijking. Enfin, regionale differentiatie dus. Niet overal in de Randstad hetzelfde. En tussen lage economische groei en hoge groei gaapt een groot gat van liefst één miljoen woningen. Wat te doen?

Zou het lukken om binnen de ruimtelijke constellatie van de Randstad verschil te maken? Het druist zo in tegen het dominante gelijkheidsdenken. En waar zal zich hoge groei voordoen en waar lage(re)? Durven de betrokken bestuurders zich hierover uit te spreken? We wachten af.

Glijvlucht van het Rijks

On 8 mei 2008, in cultuur, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 30 april 2008:

Het komt niet vaak voor dat planologen zich zouden moeten bemoeien met de inrichting van een museum, maar het artikel van Rutger Pontzen in De Volkskrant van vorige week woensdag lokt zulk ongebruikelijk gedrag wel uit. Wat wil het geval? In een snijdend betoog laat Pontzen zien dat het Rijksmuseum te Amsterdam ooit een internationale ambitie koesterde, maar dat het, nadat minister Elco Brinkman eind jaren tachtig aan de macht kwam, "een glijvlucht maakt" richting Nederlandse cultuur. Straks, bij de heropening, zal blijken waar dat op uitloopt, maar de vooruitzichten zijn niet gunstig. "Tekenend is hoe na 2013 de eregalerij zal worden ingericht, enkele jaren geleden nog het onderkomen van de buitenlandse schilderkunst. Over vijf jaar wordt die het exclusieve domein van de glorie van de Nederlandse schilderkunst. Terwijl de rest van de Nederlandse cultuur, van de Middeleeuwen tot en met de 20ste eeuw, van kasten en schilderijen tot vazen en zilver, over de zalen van de drie verdiepingen zal worden verdeeld." Het laatste wapenfeit van deze glijvlucht richting Nederlandse cultuur is de alliantie met grootwinkelbedrijf de Hema, "die rompertjes en theedoeken gaat verkopen, waarop afbeeldingen zijn gedrukt ontleend aan de verzameling van het museum." Pontzens conclusie is vernietigend: "Politieke beslissingen, zuinigheid, gebrek aan internationale ambities, de wisseling van directeuren en daarmee de wisseling van prioriteiten – het heeft geleid tot wat het Rijks straks wil uitstralen: een nationaal museum met een nationale betekenis en, belangrijker, een nationale uitstraling."

Voor de internationale uitstraling van Amsterdam, voeg ik daaraan toe, is dat, op zijn zachtst gezegd, geen goede zaak. En dat is een hoogst actuele planologische opgave – eentje van formaat – die mede bepalend is voor het slagen van grote stedenbouwkundige projecten als de Zuidas en de Noord-Zuidlijn.

Tagged with:
 

Amsterdam en ook Noord-Brabant

On 8 mei 2008, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen op de website van de European Urban Knowlegde Network op 8 mei 2008: 

De fDI, de Foreign Direct Investment, heeft in het kader van de European Cities and Regions of the Future 2008/2009 Londen uitgeroepen tot aantrekkelijkste stad van Europa. Dit gebeurde in een benchmark op basis van liefst 75 indicatoren (human resources, economic potential, business friendliness, quality of life, infrastructure). Tot de meest aantrekkelijk regio binnen Europa is Schotland uitgeroepen. Hoe scoorde Nederland? In de ranglijst van steden verschijnt Amsterdam op de vijfde plaats, na Londen, Parijs, Berlijn en Kopenhagen. Dat is bepaald niet slecht. Het blijkt vooral te maken te hebben met de excellente infrastructuur, ongetwijfeld de luchthaven. Want als het aankomt op aantrekkelijkheid voor ‘direct foreign investment’ zakt Amsterdam naar plaats 22. En verder? Na Amsterdam is er lange tijd geen Nederlandse stad te bespeuren. Rotterdam verschijnt eerst op plaats 22, na Dublin.

Verrassenderwijze komt de Randstad niet in de top tien voor, in tegenstelling tot de Vlaamse Ruit, die op plaats 2 eindigt in de lijst van aantrekkelijke Europese regio’s. Wel verschijnt Noord-Brabant op plaats 8, na Zuid-Polen, en Oost-Nederland op plaats 9. Arme Randstad.

Tagged with:
 

Steriele stad

On 7 mei 2008, in cultuur, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 18 april 2008:

"Bestuurders moeten naar een stad kijken, zoals een ouder naar een kind: niet te veel opleggen of een bepaalde richting in duwen, maar juist inspelen op de talenten die het in zich heeft." Dat stelt Harry Starren, directeur van De Baak, het managementcentrum van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Hij maakt zich zorgen over Amsterdam. Juist daar komen de werelden van creatieve bedrijven en multinationals samen – een grote potentie, meent hij, want creatieve bedrijven hebben de toekomst nu het economische belang van grote bedrijven afneemt. In Amsterdam kunnen die grote bedrijven veel leren van creatieve ondernemers, terwijl de creatieve ondernemers het meer zakelijke organiseren kunnen leren van de grote bedrijven. Daarom heeft De Baak een vestiging geopend op de Zuidas. Maar het Amsterdamse gemeentebestuur, zegt hij, lijkt te veel "door te slaan naar een steriele stad, volledig volgebouwd, zonder rafelranden."

Een beetje gelijk heeft Starren wel. Het gevaar van steriliteit zit er zeker in, zelfs in Amsterdam. Daarom moeten we ook veel regionaler gaan opereren, grootstedelijker. In Haarlem, Zaanstad, Diemen en zelfs Almere zijn voldoende rafelranden. Die steden zouden veel meer ruimte moeten bieden voor experiment en Amsterdamse creatieve bedrijven moeten aantrekken. De boodschap van Starren lijkt me in de eerste plaats aan hen gericht, en aan de projectontwikkelaars, want die streven vanuit risicomijdend gedrag naar steriliteit. In Amsterdam moet het ondertussen allemaal nog veel dichter, compacter, grootstedelijker. Steriel zal het daardoor niet snel worden. Een steriele metropool bestaat niet.

Tagged with:
 

Boedapest op de fiets

On 6 mei 2008, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 april 2008:

Luud Schimmelpennink had het me al gezegd. Terwijl Amsterdam ten aanzien van het gebruik van de fiets in de stad de komende jaren genoegen neemt met het in 2007 bereikte niveau, kiest miljoenenstad Boedapest enthousiast voor de aanval. Ook al zijn de Hongaren smoorverliefd op hun auto, toch probeert de Hongaarse hoofdstad het gebruik van de fiets te stimuleren door het aantal fietspaden tussen nu en 2013 te verdubbelen (nu is dat nog 195 kilometer, maar in zusterstad Wenen is dat al 1000 kilometer), stallingen te maken en in voorlichtingscampagnes de hoofdstedelijke jeugd op de fiets te krijgen. Een onbegonnen zaak, zou je zeggen. Maar nee hoor, de fietspioniers in Boedapest begonnen pas in 2004 met hun acties. Het was een fietskoerierbedrijfje dat het initiatief nam; het richtte Critical Mass op, een jaarlijkse fietsmanifestatie in de hoofdstad. De eerste keer deden slechts een paar duizend fietsers mee, de laatste – vijfde – editie van afgelopen zondag 20 april verwelkomde niet minder dan 50.000 deelnemers. En het startsein voor de fietstocht door de stad werd gegeven door de Nederlandse ambassadeur in Hongarije. De initiatiefnemers zijn meer dan tevreden. Ze worden gesteund door Adam Bodor, fietscommissaris bij het Hongaarse ministerie van Economie en Transport, die op zijn beurt weer profiteert van dit private initiatief.

Opnieuw een voorbeeld van hoe grote steden in een hele korte tijd duurzaam transport kunnen introduceren. Zelfs als ze zich nog maar net tot de auto hebben bekeerd. Zelfs de nieuwe burgemeester van Londen, Boris Johnson, zelf een enthousiast fietser, heeft al aangekondigd veel meer inspanningen te zullen doen om het fietsverkeer in de Britse hoofdstad te stimuleren. Hij doet dit liever, zegt hij, dan via de zogenaamde ‘congestion charge’ van zijn voorganger het autoverkeer te weren. Zou fietsstad Amsterdam hier niet een voorbeeld aan kunnen nemen? Door veel ambitieuzer te zijn ten aanzien van de fiets? Bijvoorbeeld door te streven naar een aandeel fiets in de stedelijke modal split van 45% in 2015 (is nu: 37%). Niet realistisch? Kijk naar Boedapest!

Tagged with:
 

Oneven jaren

On 5 mei 2008, in economie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 18 april 2008:

Onder de kop ‘Stad is populair bij grote congressen’ meldt Het Parool dat Amsterdam het in 2007 goed deed op de internationale congresmarkt. Met 82 congressen in het korte congresseizoen scoorde de stad plaats 9, wereldwijd. Zeker, dat is niet slecht. Maar het is een oneven jaar, en dan zou Amsterdam beter moeten scoren. Want veel congressen worden eens in de twee jaar gehouden en toevallig is dat de meeste keren in een oneven jaar. In congresjaar 2005 stond Amsterdam nog op plaats zeven, met 86 congressen. En Madrid staat nu op plaats 10, terwijl die twee jaar geleden nog op plaats 19 stond. De Spaanse hoofdstad gaat over twee jaar Amsterdam zeker voorbij. En Lissabon, Boedapest, Berlijn, Barcelona en Wenen doen het beduidend beter. Wat is het probleem? Het gaat in Amsterdam vooral om een chronisch tekort aan hotelkamers. Hierdoor verhogen de hotels bij grote drukte de prijzen van hun kamers. Amsterdam prijst zich zodoende uit de markt. Niet handig.

Gelukkig heeft de stad nu een ‘hotelloods’ aangetrokken en een redelijk ambitieuze hotelnota het licht doen zien, maar zal dat snel genoeg zoden aan de dijk zetten? Dit lijkt mij een punt van nationale aandacht. Die aandacht lijkt mij ook geboden omdat Nederland het als geheel steeds slechter op de internationale congresmarkt doet, ondanks een lichte stijging van het aantal congressen. Binnen Europa doen Italië en Oostenrijk het veel beter. Zou men op het Ministerie van Economische Zaken zich zorgen maken? Of blijft men daar gokken op de mainports en de greenports en blijft men verre van de stedelijke economieën? We houden het in de gaten en kijken uit naar de nota Randstad 2040.

Tagged with:
 

London calling

On 3 mei 2008, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 30 april 2008:

boris johnson etc

In alle Nederlandse kranten en media is de afgelopen tijd opvallend veel aandacht besteed aan de burgemeestersverkiezing in Londen. Dat is opmerkelijk, want in Nederland wordt de burgemeester nog altijd rechtstreeks aangewezen door de minister van Binnenlandse Zaken. In het buitenland kent men dergelijke Napoleontische praktijken allang niet meer. En trouwens, Londen heeft de omvang, zeker economisch, van een middelgroot Europees land. Ter vergelijking: het bruto binnenlands product van Londen is het dubbele van dat van onze Randstad, terwijl het qua inwonersaantal vrijwel gelijk aan ons Westen des Lands is. Londen is dus een categorie apart. Terecht dus, die burgemeestersverkiezing. In NRC Handelsblad stelt Floris van Straaten de vraag of het recente succes van Londen op het conto geschreven kan worden van de laatste burgemeester, Ken Livingstone. Nee natuurlijk niet, dat is vragen naar de bekende weg. Wat kun je als burgemeester in acht jaar doen? Nee, de conservatieven, toen nog op regeringsniveau (want Londen had voor 2000 nog geen eigen burgemeester), waren het die begin jaren tachtig van de vorige eeuw de bakens hebben verzet. Het waren Thatcher en haar minister van Ruimtelijke Ordening Michael Heseltine die de werkelijke push hebben gegeven tot ICT en de herleving van The City. Zij waren het die de industriële crisis in de grote Engelse steden wisten om te zetten in nieuw elan. Een elan waarin private initiatieven van Canary Wharf en de Tate Modern konden gedijen. En toen kwam in 1997 Tony Blair, die de Londense creatieve industrie als een grote kans zag. En weer drie jaar later arriveerde dan eindelijk Livingstone. Na nog eens drie jaar – in 2003 – had hij The London Plan gereed, waarbij hij sterk inzette op openbaar vervoer. Immers, daar lag zijn macht en bevoegdheid als burgemeester.

Kijk, dat is nog eens slim profiteren van je voorgangers, allemaal visionaire mensen die de Britse hoofdstad een warm hart toedroegen en die een einde maakten aan de klagzang over het ‘waterhoofd’ Londen dat alle groei naar zich toetrekt en alle groen opeet enzovoort. Nee, er werden voor Londen al vanaf midden jaren tachtig weer ambitieuze plannen gesmeed en in de Britse metropool werd weer grootschalig geïnvesteerd. En de rest van het land profiteert daar nu van, terwijl het decennialang zo bang was te verliezen als Londen zou ‘boomen’. Natuurlijk, Red Ken heeft daaraan bijgedragen, maar hij heeft vooral geprofiteerd. Wat misschien nog wel het belangrijkste was wat Livingstone gedaan heeft, is het initiatief dat hij vanuit Londen heeft genomen om de belangrijkste metropolen in de wereld te organiseren om het succes van Londen te delen, ook in termen van duurzaamheid. Zo zette hij de C40 op en zocht hij samenwerking met New York en later ook met Moskou. En nu is Ken Livingstone weggestemd. En kondigt zijn opvolger Boris Johnson aan om al dat internationale gedoe overboord te zetten en te focussen op lokale kwesties van overlast- en misdaadbestrijding. In New York voelen ze het gevaar van deze provinciaalse wending. Burgemeester Bloomberg van de Big Apple vliegt volgende week al naar Londen om zijn nieuwe collega te ontmoeten. Hopelijk is hij op tijd.

Tagged with: