Alles in orde

On 28 februari 2008, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 februari 2008:

Eerder, in november 2007, schreef ik over een eventuele ‘Harvard aan de Amstel’ naar aanleiding van een interview met econoom en oud-politicus Rick van der Ploeg. Nu lees ik een interview met politiek theoreticus en filosoof Grahame Lock van Oxford University over het rapport Dijsselbloem. De kans op een Harvard aan de Amstel is er niet groter door geworden. Kern van Lock’s betoog is dat de arbeidsmarkt steeds lagere eisen stelt aan het opleidingsniveau van werknemers. Omdat het onderwijs efficiënt moet zijn, gaat bijgevolg het niveau van de opleidingen omlaag. Wij burgers en ouders geloven nog steeds in ‘Bildung’ van onze kinderen, maar het onderwijssysteem levert dat allang niet meer. Dat systeem staat in het teken van almaar toenemende efficiency. Politici belijden Bildung nog met de mond, maar ze weten beter. Ze hanteren zelf het managersjargon, het onderwijs moet gewoon efficiënter. En iedereen weet waar dat toe leidt. Als een land als Nederland dan toch topkennis nodig heeft, is het goedkoper om het uit het buitenland te halen dan om het zelf op te leiden. "Uiteindelijk kun je dan de minderheid, het aantal zeer hoog opgeleide mensen die je nodig hebt, grotendeels importeren uit het buitenland," aldus Lock. "(…) In Nederland doen we het tweede garnituur en het derde. Harvard leidt op voor de top. Perfecte arbeidsdeling. Heel efficiënte mix. Alles in orde."

Dat het onderwijsniveau in het Westen al decennia daalt (al sinds de jaren dertig van de twintigste eeuw, om precies te zijn), weten we van Christopher Lasch. In diens ”The Culture of Narcissism’ verklaart Lasch deze neergaande tendens uit de moderne consumptiemaatschappij die over het algemeen geen hoogwaardige kennis meer nodig heeft. Wij maar roepen dat we een kennissamenleving worden met een kenniseconomie. Ach welnee, de mensheid moet in de eerste plaats consumeren. Die cynische kijk op het onderwijs wordt door Lock niet gedeeld. Hij wijst vooral op de toenemende greep van het management op het onderwijs in een poging om het te rationaliseren en efficiënter te maken. De maatstaven van het zakenleven gelden namelijk steeds meer ook voor het onderwijs. Iemand breed en dan ook nog hoogwaardig opleiden is buitengewoon kostbaar. "Voor een zakenman is kwalitatief hoogwaardig onderwijs dan ook absurd inefficiënt." Komt er dan nog een Harvard aan de Amstel? Die kans lijkt, zo bezien, vrijwel verkeken. Voorlopig wordt er in Nederland vooral gesteggeld over waar een eventuele Harvard zou moeten komen: aan de Amstel, de Rotte, de Tongelreep, het Schie, de Waal, het Reitdiep of de Vecht. Allemaal politieke windowdressing. Hoe noemde Abram de Swaan dat laatst ook alweer? De mentaliteit van de voorstad.

Tagged with:
 

Niet in orde

On 28 februari 2008, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 26 januari 2008:

Fred Pearce is Britse milieujournalist. Eind januari stond er een interview met hem in De Volkskrant dat ik maar niet durfde te lezen. Iedere keer als ik eraan begon, kreeg ik weer dat beklemde gevoel, waardoor ik het snel weglegde. Pearce vertelt journalist Martijn van Calmthout over een klimaatconferentie die in 2005 was belegd door de regering-Blair. "De ene na de andere expert vertelde er over abrupte omslagen in het klimaat. Door wegvallende zeestromingen. Instabiele ijskappen. Ontdooiende permafrost dat massaal methaan loslaat. Gashydraten in opwarmende diepzeeën. Regenwouden die de geest geven."  Van paniekverhalen moest Pearce, die voor bladen als New Scientist, Guardian en Times schrijft, niets hebben. Maar dit vond hij anders. Zoveel wetenschappers die vanuit hun eigen specialisme tot dezelfde conclusie kwamen, daar moest iets in zitten. Daarover schreef Pearce vervolgens een boek: ‘De laatste generatie’, is de Nederlandse titel. Moeten we bang worden? Pearce: "Het merkwaardige feit doet zich voor dat de beste en meest serieuze wetenschappers momenteel engere dingen concluderen dan de actievoerders van Greenpeace." Waar moeten we dan aan denken? Pearce weet het niet, het systeem zit vol feedbacks, dus het kan vriezen of dooien. "Het belangrijkste is dat het klimaat van nature de neiging heeft om om te klappen als het een duw krijgt." Welke duw bedoelt hij precies? "We graven elk jaar de koolstof op die de aarde in een miljoen jaar onder de grond heeft gestopt, en verbranden die. Dat lijkt me eerder een hardere trap tegen het klimaatsysteem dan een zachtere." Is er nog hoop? Ja die is er. Net als John McNeill put hij hoop uit de flexibiliteit van de mens. "Ik geloof dat er ook in onze collectieve opvattingen omslagpunten zitten, momenten van grote, meeslepende verandering. (…) Het is niet ondenkbaar dat we binnenkort afspreken dat het gebruik van steenkool echt niet meer kan."

Jammer voor hem, maar we weten dat die omslagpunten meestal te laat komen. Ik zou de haven van Amsterdam maar vast gereedmaken voor noodopvang, een metropolitane vluchtheuvel vanwaaruit schepen straks in alle richtingen kunnen vertrekken. De haven is ooit flink opgehoogd. Dankzij Joop den Uyl, de wethouder met de vooruitziende blik. Door zijn toedoen ligt daar ten westen van Amsterdam een reusachtige terp. En dat terwijl op de ophoging van de naoorlogse stad toentertijd flink werd bezuinigd. Die kolen in de haven moeten dan maar even voor de mensen wijken. Een echte schuilstad.

Tagged with:
 

Bereikbaarheid van wat?

On 26 februari 2008, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Cities in the International Marketplace (2002) van H.V. Savitch en Paul Kantor:

 

Na 340 bladzijden analyse van ruimtelijke strategieën van tien metropolen in Noord-Amerika en Europa komen Savitch en Kantor tot een aantal conclusies. Een ervan heeft betrekking op de infrastructuur. Ze stellen dat nationale bereikbaarheidsstrategieën zodanig zouden moeten worden veranderd dat de economische en sociale waarde van steden er het meest van profiteert. In Amerika, voegen ze er fijntjes aan toe, heeft men altijd van autosnelwegen gehouden, wat enorme sociale kosten met zich bracht. Het gaf bovendien aanleiding tot buitengewoon fluide verstedelijkingpatronen, gepaard gaande met een enorme grondhonger. Veel compactere patronen krijgt men wanneer wordt gekozen voor railsystemen, voegen zij daaraan toe. "A national policy of capital investment in heavy and light rail would give cities an immense boost."

Wel grappig hoe infrastructuur hier wordt benaderd vanuit de ontwikkeling van steden. Dat is allesbehalve de gewoonte. Als het om infrastructuur gaat, hebben de experts het meestal over netwerken, alsof er geen steden bestaan. Netwerkoptimalisatie? Filebestrijding? Nee, het gaat om de steden. Die worden door infrastructuur ontsloten. En dan is investeren in rail verstandiger dan in asfalt.

Tagged with:
 

Geen tweede Shanghai

On 26 februari 2008, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 februari 2008:

"Nederland zal nooit een tweede Shanghai worden," zei premier Balkenende op 7 februari bij de werkgeversorganisatie VNO-NCW. De minister-president, tevens voorzitter van het Innovatieplatform, sprak over de noodzaak van meer flexibiliteit en innovatie in Nederland. Shanghai hoeft van hem dus niet. Allicht niet, denk je dan, Nederland is geen stad. Maar de uitspraak is wel weer typerend voor de wijze waarop Den Haag zich keer op keer vergist in de schaalverschillen en Nederland bijna terloops gelijkstelt met, ditmaal een Chinese, stad.

Ik weet wel, de premier bedoelde slechts te duiden op het tempo waarin zaken, met name infrastructuur, worden gerealiseerd in ons land en dat die wijze versnelling behoeft, al hoeft het niet vergelijkbaar met China, maar toch. Hij kan het kennelijk niet laten om, in plaats van China, de metropool Shanghai te nemen en in plaats van Amsterdam of Rotterdam, zijn eigen landje bij de zee. Wat is dat toch? Waarom kan een minister-president niet preciezer zijn en verschil maken tussen Oost-Groningen en Utrecht, tussen Heerlen en Amsterdam? Het tempo van de aanleg van infrastructuur in Venlo hoeft heus niet ophoog, eerder kan het daar omlaag. En het tempo in Groningen zou toch wel anders kunnen zijn dan in Amsterdam. Sterker, zou het tempo niet vooral in de Amsterdamse regio omhoog moeten? Moeten wij in dit kleine landje niet snel een metropool bouwen? Nee, de premier houdt een neoliberaal betoog waarin de hele natie, tot in alle uithoeken, meemoet in de gekte van grotere flexibiliteit, tempoversnelling en innovatiedrang. Met een groen sausje, dat wel. Nee, Shanghai wordt het in Nederland nooit. Het wordt hier overal Nijkerk, Barneveld, Veenendaal, Capelle.  

Stedenstrijd

On 26 februari 2008, in politiek, sport, by Zef Hemel

gelezen in Cities in the International Marketplace (2002) van H.V. Savitch en Paul Kantor:

Al eerder schreef ik over de onzin van zogenaamde concurrentie tussen steden, over de stompzinnigheid van wat dan heet ’stedenstrijd’. Wat ik hierover ook beweer, het lijkt niet te worden geloofd. Gelukkig lees ik in de omvattende studie van Savitch en Kantor over ‘The Political Economy of Urban Development in North America and Western Europe, dat die competitie tussen steden inderdaad allemaal onzin is. Zo staat er in de conclusie, op bladzijde 353, het volgende te lezen over wat er op dit moment aan de hand is: "In many ways globalization has changed the rules of urban political economy. Cities have begun to act as mini sovereignties (sic!), moving about to compete for the Olympic Games, court multinational corporations, or sell their products abroad." Steeds meer steden dingen kennelijk naar de kandidatuur van de Olympische Spelen. Het lijkt wel alsof ze dat van elkaar niet weten. Ook Amsterdam – pardon: Nederland – maakt zich op om zich kandidaat te stellen, voor de spelen van 2028. Dat wordt dringen!

Helemaal op het eind, in een voetnoot, schrijven de auteurs heel voorzichtig, alsof ze de steden niet voor het hoofd willen stoten: "Unlike nation states struggling for power on the international stage, city governments need not always compete at the expense of other cities. Urban communities do not seek to forge coalitions with other cities in order to deprive others of power over them. The international marketplace is so vast and the impact of any one city can have on the global system is so remote and indirect that it makes little sense to speak of a zero-sum competition even though some resources, especial capital, are finite.” Genuanceerder kan ik het niet zeggen. Duidelijker ook niet. Dus steden, relax!

Tagged with:
 

Helder advies II

On 23 februari 2008, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Bestuur en ruimte: de Randstad in internationaal perspectief (2008) van het Ruimtelijk Planbureau:

Er staan nog meer behartigenswaardige zaken in het pasverschenen aanvullende advies van het Ruimtelijk Planbureau. Inderdaad, opnieuw is de conclusie: ‘Vele steden maken nog geen Randstad’. Zo worden naast de bestuurlijke context ook regionale railsystemen en het openruimtebeleid in de vier onderzochte verstedelijkte gebieden van Groot-Londen, Vlaamse Ruit, Rijn-Ruhrgebied en San Francisco Bay Area doorgelicht op overeenkomsten cq. verschillen met de Randstad. Wat die railsystemen betreft valt er in geen van de onderzochte gebieden "een regelrecht succesverhaal" te vertellen, aldus het planbureau. Nergens is een regionaal systeem gerealiseerd dat zich laat vergelijken met iets als het Parijse RER. Wel kan rond Brussel en in het Ruhrgebied gebruik worden gemaakt van dichte spoorwegennetten die daar in de negentiende eeuw werden aangelegd. Zo’n dicht netwerk ontbreekt echter in de Randstad. "Die aanpak is daarom niet zonder meer in de Randstad te kopiëren," merken de onderzoekers droogjes op.

En wat de open ruimte betreft is het beeld sterk wisselend. Openruimtebeleid hangt voornamelijk af van het wel of niet bestaan van maatschappelijk draagvlak. Dat roept de vraag op of er een dergelijk draagvlak bestaat ten aanzien van het Groene Hart. Maar daarover laten de onderzoekers zich niet uit. Wel merken ze op dat in alle onderzochte gebieden naar vernieuwing van het beleid wordt gezocht, waarbij een ontwikkelingsgerichte inslag een opvallende constante is. Echter, wordt daaraan toegevoegd: hoe krachtiger het ruimtelijke concept, hoe meer het deze innovatie remt. Dat geldt in de eerste plaats voor de Green Belt rond Londen. "De parallel met de Nederlandse Groene Hart-discussie dringt zich duidelijk op." Kortom, ontwikkelingsgericht beleid ten aanzien van de open ruimte is lastig als je het Groene Hart zo duidelijk als concept blijft hanteren. Nogal wiedes, zou je zeggen. Maar in Nederland is dat allesbehalve een notie die onder beleidsmakers en bestuurders beklijft. Conclusie: zijn de bestuurders en ambtenaren niet wat overambitieus als ze zo sterk inzetten op de Randstad? Het mag allemaal wel wat minder, realistischer dus.

Tagged with:
 

Helder advies

On 22 februari 2008, in politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in Bestuur en Ruimte: de Randstad in internationaal perspectief (2008) van het Ruimtelijk Planbureau:

Afgelopen week viel in mijn brievenbus een aanvullend advies van het Ruimtelijk Planbureau – d.w.z. aanvullend op de studie ‘Vele steden maken nog geen Randstad’ van datzelfde Ruimtelijk Planbureau. Het verzoek daartoe kwam van de Tweede Kamer, te weten de Vaste Commissie voor VROM. Jammer trouwens dat het advies te laat kwam, want de Kamer had er uiterlijk oktober 2007 over willen beschikken. Maar goed, beter een goed advies dan een haastig advies.

Wat wilde de Tweede Kamer precies weten? Ze wilde aan de hand van buitenlandse voorbeelden inzicht krijgen in de toekomstige bestuurlijke vormgeving van de Randstad. Daartoe vergeleken de onderzoekers het Ruhrgebied, de Vlaamse Ruit, Greater London en San Francisco Bay Area. Hun conclusie? "De conclusie dat de Randstad als gevolg van de bestaande bestuurlijke ordening ten opzichte van vergelijkbare stedelijke regio’s een ernstig concurrentienadeel zou hebben, kan op grond van onze bevindingen niet worden getrokken." Kort gezegd, overal is het regionale bestuur zwak ontwikkeld. De Randstad is daarop geen uitzondering. Nog interessanter is het eerste hoofdstuk, over de feitelijke planningsopgave. Daar wordt gerept van nieuwe uitdagingen die samenhangen met een toenemende globalisering en Europese integratie. Er is zelfs sprake van ‘een nieuwe geografie’ en bijgevolg ‘metropoolvorming als doelstelling’. En wat merken de onderzoekers hierover op? "Metropoolvorming is voornamelijk een zaak van individuele steden. Samenhangend beleid op de schaal van de stedelijke megaregio’s is beperkt." Anders gezegd, je hebt geen Randstad nodig om metropoolvorming te bereiken.

Daarnaast stellen de onderzoekers vast dat in alle regio’s hetzelfde patroon te herkennen valt: "op één plaats ontstaat er een metropolitaan milieu, dat wil zeggen, een samenballing van internationaal opererende bedrijven uit verschillende sectoren en een daarbij behorend voorzieningenniveau (…) Amsterdam lijkt zijn positie als belangrijkste internationale stad te consolideren en zelfs te versterken." En even verderop: "Het internationale bedrijfsleven richt zich vooral op die plekken die al sterk internationaal georiënteerd zijn, waardoor er binnen regio’s een concentratieplek lijkt te zijn in plaats van spreiding van metropolitane functies over de regio." Zelden kreeg de Tweede Kamer van een planbureau een helderder advies.

Informele stad

On 17 februari 2008, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 5 februari 2008:

"Het concrete van innovatie zit hem in de kleine dingen (…)", schrijft hoogleraar Louise Fresco na een recent verblijf op Stanford en Berkeley, Californië USA, in haar eerste column sinds lange tijd in NRC Handelsblad. Natuurlijk gaat het allemaal om de sfeer, om de drive van mensen om iets te willen, om nieuwsgierig te zijn. Maar verder schuilt het geheim van Silicon Valley als het om innovatie gaat, aldus Fresco, in de kleine dingen. Zoals daar zijn: iedereen zit vlak naast elkaar zonder enige privacy, aan lange tafels met alleen een laag wandje tussen de beeldschermen. "Op de overloop komen tijdelijke werkplekken als paddestoelen op, als er voor een project ineens meer medewerkers nodig zijn." Vaak ontbreken deuren in kamers, als ze er zijn staan ze open. Heel veel gemeenschappelijke ruimtes, uitgebreide keukens, grote ijskasten, magnetrons, gratis koffie, overal zitjes, veel kantines, "opvallend goed en gezond voedsel." Er is in de vorm nauwelijks sprake van hiërarchie, "voortdurend zie je mensen die elkaar staande houden om iets te vertellen." In elke kamer witte of zwarte schoolborden. "Wie een goed idee heeft, breekt gewoon in het gesprek in." Kortom, een ongewoon grote informaliteit. En verder "optimisme, openheid voor kwaliteit en relativeringsvermogen, gepaard aan flexibiliteit en minimale hiërarchie."

Als je deze kleine dingen nu eens zou vertalen naar de stadsontwikkeling, dan krijg je zoiets als de informele stad. Dat is een buitengewoon humane, leefbare en innovatieve stad. Wie schreef daar ook alweer over, zo’n veertig, vijfenveertig jaar geleden? Was dat niet Jane Jacobs? En ook, wat stelt het Innovatieplatform van premier Balkenende daar ook alweer tegenover? Een kunstmatig eiland in zee?

Tagged with:
 

I’m not there II

On 16 februari 2008, in film, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 23 januari 2008:

In dezelfde krant, op dezelfde pagina, als waarin Jos van der Burg de nieuwste film van Todd Haynes over Bob Dylan recenseert, schrijft columnist Theodor Holman over een toevallige ontmoeting van hem in New York een jaar geleden met een van de acteurs uit de film, Heath Ledger. Deze Heath Ledger blijkt een dag tevoren, dus op 22 januari 2008, te zijn overleden in zijn New Yorkse appartement, dus kort na de première van de Bob Dylan-film I’m not there. "Ledger werd naakt en omringd door pillen aangetroffen in een bed in de woning van actrice Mary-Kate Olsen." Uit de column van Holman valt te lezen dat het hem achteraf niet verbaast. "Hij straalde geen levenslust uit, eerder een vorm van berustende volwassenheid. Van achteren leek hij zeker vijftig, vijfenvijftig jaar." In werkelijkheid was Ledger op dat moment zevenentwintig jaar oud. Holman en vrienden nodigden de acteur mee uit eten. Hij bedankte. En wat zei Ledger tegen Holman op straat? "Doe de groeten aan Amsterdam van mij." Dat heeft Holman nooit gedaan. Hij vond het een opmerking van niks, schrijft hij achteraf.

Laat ik het dan maar doen. Amsterdam, je krijgt alsnog de groeten van Heath Ledger, je weet wel, een van de acteurs uit Brokeback mountain en I’m not there. De man die nu dood is.

Tagged with:
 

The New York crisis

On 11 februari 2008, in economie, geschiedenis, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in David Harvey, A Brief History of Neoliberalism (2004):

Fascinerend boek van David Harvey, hoogleraar antropologie aan de City University van New York. Hoe, is de centrale vraag in zijn boek, ontstond het neoloberalisme? Dat is een vraag die op dit moment, met de politieke crisis in Irak en de ondergang van het regime van George Bush, uitermate relevant is. Wat ik niet wist is dat de eerste experimenten van neoliberalistische politiek werden uitgevoerd in Chili (1973) en met name in New York. De fiscale crisis (inflatie!) in New York in de jaren zeventig noemt hij zelfs ‘an iconic case’.

Deindustrialisatie had de economie van deze reusachtige metropool in de jaren zestig feitelijk ondergraven; de snelle suburbanisatie van de bevolking deed de rest. De stad was ernstig verpauperd, waardoor de belastinginkomsten dramatisch waren gedaald. Explosieve sociale onrust, drugsgebruik, een verschraalde bevolkingsopbouw met een dominante onderklasse waren het gevolg. Wat te doen? Harvey beschrijft hoe begin jaren zeventig een coup werd voorbereid door de financiële instellingen tegen het democratisch gekozen stadsbestuur van New York. De minister van Financiën adviseerde zijn president, Gerald Ford, om New York niet financieel te hulp te schieten. "The terms of any bail-out, he said, should be so punitive, the overall experience so painful, that no city, no political subdivision would ever be tempted to go down the same road." De fiscale maatregelen waartoe het bestuur hierdoor genoopt was te nemen, resulteerden in een extreme begrotingsdiscipline en een herverdeling van inkomen ten gunste van de superrijken. In een paar jaar tijd werd de hele sociale infrastructuur van de stad ontmanteld. Zo werd er hevig bezuinigd op het openbaar vervoer, de metro in het bijzonder. Alle kaarten werden gezet op het creëren van een goed ondernemingsklimaat. Veel geld werd gestoken in telecommunicatienetwerken en in citymarketing. New York moest in de wereld verkocht worden als cultureel en toeristisch wereldcentrum. Daarmee kreeg ook de cultuursector neoliberale trekken, aldus Harvey. Gentrificatie van buurten betekende dat de rijken de armen verdrongen. "City government was more and more construed as an entrepreneurial rather than a social democratic or even managerial entity." De gevolgen in de jaren tachtig waren extreem: racisme "and a crack cocaine epidemic of epic proportions (…) "that left many young people either dead, incarcerated, or homeless, only to be bludgeoned again by the AIDS epidemic that carried over into the 1990s."

De New York crisis werd voor de Republikeinen het lichtend voorbeeld: "The politics of the Reagan administration of the 1980s became merely the New York scenario’s of the 1970s ‘writ large’."

Tagged with: