Vier steden, vier zinnen

On 31 december 2007, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in De functionele stad. De CIAM en Cornelis van Eesteren (2007) van Kees Somer:

Hoe herkenbaar! Ik lees over het vierde congres van de Congrès Internationaux d’Architecture Moderne, de CIAM, gewijd aan het thema De Functionele Stad. Sommigen spreken wel van het hoogtepunt van deze congressen van het Nieuwe Bouwen. De voorbereidingen spelen begin jaren dertig van de twintigste eeuw. Cornelis van Eesteren is dan voorzitter van de CIAM. Hij is op dat moment stedenbouwkundige in dienst van de gemeente Amsterdam. Het wordt een echt werkcongres. Alle delegaties moeten kaarten maken ter voorbereiding. Voor Nederland wordt om kaarten gevraagd uit de vier grote steden. Van een Randstad is dan nog geen sprake. Hoe worden deze kaarten aangeleverd?

Let wel, er is één Nederlandse delegatie. De Amsterdammers leveren, met hulp van de gemeenteambtenaren Delfgaauw, Bruijns en Wiessner, alle materiaal snel aan. Da’s logisch. Het hele idee van het congres was afkomstig van Van Eesteren. Het was, zogezegd, een Amsterdams idee. Alle rapporten lagen daar in feite al gereed, omdat het congres schitterend aansloot op de voorbereiding van het Amsterdamse Algemeen Uitbreidingsplan, dat twee jaar later zou verschijnen. Maar hoe verging het de andere delegatieleden? Den Haag en Utrecht gaven netjes medewerking, al werd het werk grotendeels gedaan door de delegatieleden uit die steden zelf: Van Lohem uit Den Haag en Rietveld uit Utrecht. En Rotterdam? Ik citeer Kees Somer: "In Rotterdam verliep dit proces minder voorspoedig. Van Loghem gaf de richtlijnen aan de Gemeentelijke Woningdienst, waar ze echter lang bleven liggen. Afdelingschef Oud en directeur De Jonge van Ellemeet – de laatste was tevens voorzitter van het NIVS – hadden schroom om B en W om medewerking te vragen en schoven dit door naar de directeur Stadsontwikkeling, W.G. Witteveen. "’t Is hier een duffe boel," constateerde Van Loghem. Na een officieel verzoek, waarin Van Eesteren en Merkelbach om tactische redenen verzwegen dat men het congres in Moskou wilde houden, was de burgemeester bereid de kaarten door zijn dienst te laten maken. Bij nader inzien trok de gemeente hier echter toch geen geld voor uit, waarna de Rotterdamse groepsleden de kaarten zelf tekenden (…)"

Ook buiten de grote vier was belangstelling. "Enkele andere Nederlandse steden kwamen wel in aanmerking, maar zouden uiteindelijk niet worden geanalyseerd," besluit Somer. Alle materiaal, dus ook van de buitenlandse delegaties, zou in juni 1935 in het Stedelijk Museum worden geëxposeerd. Zo waren daar analyses van Berlijn, Parijs, Londen, Barcelona, Detroit, enzovoort. En wat schreef de Nederlander Piet Verhagen, stedenbouwkundige te Rotterdam, in zijn recensie in het tijdschrift van het NIVS? "Ja, het hoge woord moet eruit: voor de grondslagen der stedebouwkunde was er geen nieuws in deze tentoonstelling."

Hoe herkenbaar. Er is in Nederland nog niets veranderd.  

Tagged with:
 

Samuel Sarphati IV

On 30 december 2007, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Geschiedenis van Amsterdam. Hoofdstad in aanbouw 1813-1900:

Dus er bestaat tòch een biografie van Samuel Sarphati. Verschenen in 2001. Auteurs: H. van der Kooij en J. de Leeuwe. Dat staat te lezen in deel III van de recente reeks Geschiedenis van Amsterdam. Niet dat hieruit veel nieuwe gegevens over de persoon naar voren komen. Althans, wat in dit standaardwerk over Sarphati staat te lezen is niet anders dan wat veel uitvoeriger door Michiel Wagenaar of Ida Jager reeds eerder naar voren is gebracht. Steeds is de strekking dat die Sarphati inderdaad een standbeeld heeft verdiend, maar dat hij geen handige zakenman was en ook geen groot stedenbouwer, dat hij soms wat onbesuisd was en dat hij te vroeg is overleden en dat hij, als jood, niet tot de Amsterdamse regentenkliek werd toegelaten, waardoor hij minder medewerking voor zijn plannen kreeg.

Tsja, of een echte stedenbouwer zou hebben ingezien dat daar buiten de Utrechtse Poort, in de polder waar later de Pijp is gebouwd, geen gunstige aanleiding was om een luxe woonkwartier te vestigen, weet ik niet. Hij leek me vooral een visionair. Als hij het einde van de windmolens voorspelde omdat stoomkracht de toekomst had, dan sprak hier eerder de veelbereisde ondernemer die wist hoe mettertijd de wereld, en ook Amsterdam, radicaal zou veranderen. Dat past ook geheel bij zijn persoonlijke initiatief om een waanzinnig soort van Crystal Palace in Amsterdam te bouwen. Dit Paleis voor Volksvlijt, gebouwd in 1864, was een naar Amsterdamse maatstaven gemeten reusachtig gebouw, dat met zijn 62 meter hoge koepel ver uitsteeg boven de Utrechtse straat. Met zijn tentoonstellingen bracht het de wereld naar Amsterdam. Ook dat gebouw realiseren was geen sinecure geweest. En het plan van Sarphati voor de omgeving van dit geweldige gebouw was niets minder dan het eerste stedenbouwkundige plan voor de hoofdstad dat twee eeuwen was gemaakt. Zeker, het was ingewikkeld wat hij op die plek wilde en het was groot; zijn uitbreidingsplan betrof een stadsdeel ter grootte van het toenmalige Alkmaar. En hij werd tegengewerkt door de gemeente èn hij verloor het van het Vondelpark-comité. Als de stad een fatsoenlijk uitbreidingsplan had gehad, zoals Van Niftrik op dat moment tevergeefs bij de gemeenteraad had ingediend, dan was het hem zeker gelukt, had hij nog tijd van leven gehad. Maar Sarphati stierf.

Sarphati verdient méér dan een standbeeld. Waarom herbouwen we zijn Paleis voor Volksvlijt, dat in 1929 afbrandde en later met de grond gelijk werd gemaakt, niet aan de Zuidas?

Tagged with:
 

Samuel Sarphati III

On 29 december 2007, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Hoofdstad in gebreke 1851-1901 (2002) van Ida Jager:

Het viel niet mee om na bijna tweehonderd jaar stilstand de stad ordentelijk over de Singelgracht uit te breiden. Rond 1850 speelde een hevige dicussie rond ‘de nieuwe stad’ en Samuel Sarphati was een van de spelers. Zijn tweede concessie-aanvraag had betrekking op het gebied achter zijn eigen schepping, het Paleis voor Volksvlijt, maar dan buiten de wallen, ter weerszijden van de huidige Van Woustraat. Zijn grote concurrent waren degenen die het Vondelpark wilden aanleggen en de aanpalende gebieden wilden bebouwen. In beide gevallen betrof het profijtelijke woningbouw voor de gegoede burgerij.

Ook Sarphati speelde met de gedachte van parkaanleg om de rijke inwoners aan zich te binden, maar zijn grote troef was toch de Amstel. Die lag er al en zou voldoende aanlokkelijk moeten zijn voor eenieder die in de nieuwbouw buiten de wallen op stand wilde wonen. Op beide oevers tekende hij zijn parken. Echter, zijn concurrenten hadden naast een te scheppen Vondelpark, ook een Rijksmuseum in petto, het toenmalige Museum Willem I. Zo ontstond de strijd tussen het Museum Willem I en het prozaïscher Paleis voor Volksvlijt, tussen Cuypers en Outshoorn, tussen het Vondelpark en de Amstel. We weten wie uiteindelijk zou winnen: de Vondelparkcombinatie. Dat had vooral te maken met een praktisch probleem voor Sarphati, te weten het opruimen dan wel verplaatsen van de vele houtzaagmolens langs het Zaagmolenpad (de huidige Albert Cuypstraat). Dat lukte niet een-twee-drie. En dan was er ook nog een te saneren vuilnisbelt. Ondertussen bouwde men lustig voort aan de nieuwbouw buiten de Leidsepoort. Zo kwam het eerste deel van het Vondelpark al gereed in 1865, een jaar na de oprichting van het park-comité, en in 1877 was het park voltooid. Heel anders verging het Sarphati. Later kwam er ook nog brand in het Paleis voor Volksvlijt. Maar toen was hij al lang dood. Hij, Samuel Sarphati werd slechts 53 jaar. En tsja, die Amstel, die trok toch niet echt. Dat zou later ook Berlage bemerken, toen hij een eind verderop de monumentale Vrijheidslaan op de Amstel richtte. De door hem gedachte terassen en uitspanning aldaar kwamen er uiteindelijk niet. En de echte dure nieuwbouw vond in zijn plannen toch westelijker plaats, ten zuiden van diezelfde Vondelparkbuurt, nu ter weerszijden van de Apollolaan.

Nog steeds is het tobben aan de oevers van de Amstel, waar Waternet en Nuon hun posities verstevigd hebben. Kennelijk is de stad minder maakbaar dan je wel eens zou denken. Kortom, stedenbouwers, ken uw geschiedenis. En ook jammer voor Sarphati. Hij had nog wel een speciaal industrieterrein voor de uit te plaatsen windmolens in gedachten. Dat was een novum, maar het was niet genoeg.

Tagged with:
 

Andy Warhol IV

On 27 december 2007, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Leven en Dood van Andy Warhol van Victor Bockris (1989):

Als Andy Warhol in 1987 op zevenenvijftig jarige leeftijd overlijdt aan een galblaasoperatie, rouwt kunstminnend New York. Eigenlijk was hij toen nog maar net breed geaccepteerd en erkend als een groot kunstenaar. De New Yorkers zaten hem misschien te dicht op de huid om zijn waarde en betekenis op tijd te kunnen schatten. Dat gebeurde eerder in Europa, dat meer afstand had, maar ook minder te lijden had van de felle concurrentie die in die tijd in New York heerste. Want, mijn god, wat was daar een hoop talent verzameld!

En ineens voel je het gemis, als iemand er niet meer is. Vooral het uitgaansleven van New York leed met het overlijden van Warhol een gevoelig verlies. Elke avond ging Andy uit. Elke avond. Hij beschouwde dit als een deel van zijn werk. Echter, hij dronk niet, hij spoot niet, hij snuifde niet, hij bedreef geen sex. Totaal nuchter ging hij van het ene feest naar het andere, van de ene discotheek naar de andere. Overal waar hij kwam gebeurde iets. Mooi is de uitspraak van de New Yorkse kunstenaar Peter Halley die hierover kort na zijn dood opmerkte: "Iemand heeft eens gezegd dat het New Yorkse uitgaansleven zo saai was voordat die Warhol-mensen in smokings naar cocktailparty’s kwamen. Dat heeft hij in z’n eentje totaal veranderd. Ik maak me bijna zorgen over de New Yorkse economie, nu Warhol er niet meer is. Wie zal nog hierheen willen komen?"

Over wat voor economie hebben we het hier? Kan iemand een groter compliment krijgen? Kan een stad een groter verlies lijden?

Tagged with:
 

Samuel Sarphati

On 23 december 2007, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Hoofdstad in gebreke. Manoeuvreren met publieke werken in Amsterdam 1851-1901 (2002) van Ida Jager:

Er zou een fraaie biografie geschreven moeten worden van dr. Samuel Sarphati. Elke keer als ik door het naar hem vernoemde park loop en langs het naar hem vernoemde gedenkteken, denk ik weer hetzelfde: er zou een biografie aan deze Joodse medicus, tevens stadsontwikkelaar en ondernemer, moeten worden gewijd. Wie was hij? Wat wilde hij met Amsterdam? Waardoor lukte het hem om, zoals Ida Jager schrijft, "zowel het lokale bestuur als de rijksoverheid (Ministerie van Oorlog) mee (te slepen) in een eerste stukje negentiende eeuwse urbanisatie"? Waarom staat er op het monument dat hij ‘de Stichter’ is ‘van het Nieuw Amsterdam’?

Volgens Jager was hij niet minder dan briljant. "Zijn tactiek berustte op een synthese van genialiteit en overredingskracht." Hoe dan? "Met veel inlevingsvermogen maakte hij het stadsbestuur attent op een aantal fraaie stedelijke ruimten. Stuk voor stuk werden ze op de buurtkaarten aangewezen: het Damplein, de Botermarkt, de Nieuwe Markt, het Leidseplein en het niet te versmaden Amstelveld, dat toentertijd als een van de intiemste stadspleinen te boek stond." Wat dreef hem? En waarom wilde hij niet minder dan een ‘Paleis voor Volksvlijt’ vestigen op het stukje grond wat later bekend zou komen te staan als het Frederiksplein? En dan ter weerzijden ervan, op het oude bolwerk, het Oost- en het Westeinde met zijn ""twee rijen groote sierlijke huizen", kort na realisatie door veel Amsterdammers op één lijn gesteld met niet minder dan de Rue de Rivoli. De kazerne werd gesloopt, het drilveld verdween, de beestenmarkt geëgaliseerd. Het gesoigneerde deel der Amsterdamse bevolking verdrong hier weldra de militairen en de veehandelaren. "Zij drong hier in het vervolg door tot een nieuw stadsbeeld, waar ruimtelijkheid en allure de toon aangaven."

Tagged with:
 

Samuel Sarphati II

On 23 december 2007, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Amsterdam in aanleg. Planvorming en dagelijks handelen 1850-1900 (1989) van Arnold van der Valk:

Het staat in een voetnoot in Van der Valks proefschrift. Tot op heden is er nog geen biografie over Samuel Sarphati verschenen. Dat was in 1989. Ik geloof niet dat er sindsdien een biografie over deze Amsterdamse arts-stedenbouwer naar buiten is gebracht. Dat is toch vreemd. Daarom nogmaals de vraag: waar is er geen biografie over Samuel Sarphati?

Neem nu de Eerste Adres betreffende de verfraaiing, geschreven door Sarphati en door hem ingediend bij de Gemeenteraad op 14 november 1860. Het betrof een plan voor de bebouwing van de omgeving van het Paleis voor Volksvlijt (zíjn Paleis) en de oevers van de Amstel, inclusief het Amstelhotel. Daarin meet hij de economische voordelen breed uit voor de stad. "Geen stand of bedrijf die niet daarbij zou worden gebaat." Maar, voegt hij daaraan toe, het bouwen van een stuk stad dient nog een veel groter belang, een algemeen belang. "Bij het bouwen en inrichten van nieuwe woningen moet bijna alles stuk voor stuk met de handen worden uitgegraven, bewerkt, aangevoerd en geplaatst; zijn kunstenaars en arbeiders even onmisbaar. En eenmaal gereed, dan schenkt elke woning een nieuw genot, dan bevordert elke wijk het genoegen en de gezondheid van honderden gezinnen, terwijl daaraan telkens edeler behoeften, nieuwe schatten en rijke bronnen van voorspoed en geluk zullen te danken zijn."

Wat een inzicht, wat een visie. Een goed ingericht stuk stad is gedurende eeuwen, telkens opnieuw, een bron van welvaart. Zoals later ook zal blijken wanneer zijn Sarphatistraat en omgeving eenmaal zijn aangelegd. Het rendeert tot op de dag van vandaag, met het Amstelhotel als een van de beste hotels van Nederland en op de plek van het Paleis voor Volksvlijt: De Nederlandsche Bank! Goede stedenbouw kan nauwelijks hoger worden geschat. Gek dat hij dan toch zo werd tegengewerkt door Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Tegengewerkt? Jazeker. Volgens de Y en Amstelbode moest de man opboksen tegen "(…) op zijn zachtst genomen, onbegrijpelijke, schroomvallige houding van Burgemeester en Wethouders (…) De heer S. ondervond van dien kant niet slechts geene medewerking, maar …. het klinkt ongelooflijk, zelfs tegenwerking!" Je zou veel meer over de man te weten willen komen. En over de psyche van Amsterdam.

Tagged with:
 

Andy Warhol III

On 21 december 2007, in kunst, by Zef Hemel

Gezien op de tentoonstelling Andy Warhol ‘Other Voices, Other Rooms’ in het Stedelijk Museum op 18 december 2007:

Het oeuvre van Warhol is niet alleen ongelooflijk New Yorks. Het is ook de weergave van de metropool par excellence. Neem de film ‘Kitchen’ (1965), die indertijd veel kritische reacties kreeg. "Het was een ellende om ernaar te kijken," schreef Norman Mailer nadat hij de film gezien had. Het was de film waarmee Warhol de door hem ontdekte Edie Sedgwick de koningin van de Factory wilde maken. Aan Ronnie Tavel vroeg hij een script voor haar. "Iets in een keuken. Wit en schoon en plastic." Een geluidsman stelde zijn witte appartement beschikbaar en daar werd de film Kitchen in opgenomen. Samen met René Ricard en Roger Trudeau zit Edie in die kleine keuken aan een tafel en praat op een grotendeels onverstaanbare soundtrack over allerlei dingen. Aan het eind wordt Edie zonder duidelijke reden vermoord. Victor Bockris beschrijft in zijn biografie van Warhol dat de aanstichter de film "onlogisch, zonder motivatie of karakter en volslagen belachelijk; net het echte leven" had genoemd. Het leven, kortom, in een metropool.

Mailer zou hetzelfde over Kitchen opmerken. "Over honderd jaar zullen ze naar Kitchen kijken en de essentie zien van alle stomvervelende dagen die mensen ooit in een grote stad hebben doorgebracht, en dan zullen ze zeggen: ja, daar kwam de ellende op neer." We zijn nog niet honderd jaar verder, maar slechts veertig. En nu al heeft Mailer gelijk. Of volstrekt ongelijk, want Kitchen oogt fantastisch, bijna opwindend, in ieder geval vitaal.

Tagged with:
 

Andy Wahol II

On 20 december 2007, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Leven en dood van Andy Warhol van Victor Bockris (1989):

Na Pittsburgh was New York wel even andere koek. Ongelooflijk leerzaam, die biografie van Andy Warhol. Hoezo noodzaak van goedkope atelierruimte voor jong talent? Die Warhol redde zich wel in New York. Hij leefde aanvankelijk in een minuscule ruimte tussen de kakkerlakken. Zelfs later, aan Lexington Avenue, maakte hij er een klerezooi van. En weer later, aan 89nth Street, huurde hij een afgedankte brandweerkazerne van de gemeente, eentje die lekte. Honderd dollar per maand was niet veel, toegegeven. Maar om nu te zeggen dat die werkruimte ertoe deed, nee. Oneindig veel belangrijker was het gezelschap mensen dat hij er tegen het lijf liep, daar in New York, soms zelfs letterlijk op straat. Wat een ongelooflijke bizarre opeenhoping van talent! En het allerbelangrijkste van New York: op dat moment, begin jaren zestig, had iedereen het gevoel dat het in New York gebeurde. Vandaar al die mensen!

En het leidde tot extravagantie die typisch New Yorks was. Lees Victor Bockris wanneer hij een tocht van Warhol met de auto beschrijft van New York naar de Westkust, een rit van vier dagen met een aantal kornuiten, op weg naar de opening van een tentoonstelling in LA. Zo ergens voorbij St Louis: "In de ogen van die onschuldige zielen in het hart van Amerika, in de zomer van 1963, kort voordat de jaren zestig echt begonnen, zagen Warhol, Chamberlain, Mead en Malanga er zo bizar New Yorks uit als het maar kon. "Het was net of we marsmannetjes waren," vertelde Mead later. Andy merkte op dat die boerenkinkels in het verleden leefden, terwijl zij zelf in de toekomst leefden." Niets aan toe te voegen.

Tagged with:
 

Andy Warhol

On 19 december 2007, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Leven en dood van Andy Warhol (1989) van Victor Bockris:

Altijd had ik de kunst van Andy Warhol geassocieerd met New York. Dat klopt ook wel. Maar nou blijkt hij te zijn opgegroeid in Pittsburgh, waar hij ook zijn studie had doorlopen aan het Carnegie Tech. Pittsburgh dus. Een stad waar Warhol in de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw naar school ging en studeerde. Bockris schrijft het volgende over die stad: "Het Pittsburgh waar Andy werd geboren, leek op een Jeroen Bosch-visioen in de moderne tijd. Alles was voortdurend in beweging. De stad, waar drie rivieren samenkwamen, was een belangrijk doorvoercentrum tussen oost en west en produceerde ook de kolen en het staal die voor het industriële Amerika onmisbaar waren. Treinen reden af en aan, onder het uitstoten van gierende fluitsignalen. Schepen tuften over de oranje en grauwe rivieren. Ze laadden en losten, en hun misthoorns loeiden naar de sombere hemel. De immense machinerieën van de fabrieken krijsten, kreunden en brulden een helse opera. Honderdduizenden arbeiders bewogen zich heen en weer tussen de fabrieken, havens en mijnen en hun kroegen en bedden. (…) En toch was Pittsburgh voor de Warhola’s ook een wilde, intense, opwindende, kleurrijke stad met een constante stroom van mensen die kwamen en gingen, een stad met handel, politiek, seks, alcohol en hebzucht. In Pittsburgh waren meer buitenlandse kranten te koop dan in elke andere stad in Amerika. (…) De stad strekte zich over meer dan honderd kilometer heuvels en dalen uit en was met zijn zeshonderdduizend inwoners de op vijf na grootste stad in de Verenigde Staten. (…) De meeste inwoners waren immigranten die in de twee grote bedrijfstakken werkten: kolen en staal. Die industrie had de stad geleidelijk veranderd in iets wat op de smidse van de duivel leek."

De fotograaf Duane Michaels, die tegelijk met Andy opgroeide en later met hem bevriend raakte, herinnerde zich Pittsburgh als een fantastische stad. "Als kind vond ik het geweldig….de beste plaats om te wonen." Maar toen Andy Warhol aan het Carnegie Tech ging studeren wilde hij maar één ding: naar New York gaan. Ik moest even denken aan het debat over de cultuurgelden in de Tweede Kamer afgelopen week, waar het CDA pleitte voor meer geld voor de regio. Dachten ze nu werkelijk dat artistiek talent daarmee in de provincie bleef? Ze zouden daar in het CDA de biografie van Warhol verplicht moeten lezen.

Tagged with: