Afscheid van de Randstad

On 28 oktober 2007, in internationaal, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Structural Change in Europe – Cities and Regions Facing up to Change (2007):

Niet dat het een bijzonder sterk tijdschrift is. Is het eigenlijk wel een tijdschrift? Ik kreeg een exemplaar in handen tijdens de Zaragoza Meeting van METREX afgelopen week. In ieder geval stond er één artikel in dat beslist de moeite waard is om te lezen. Het is natuurlijk weer van de hand van de oude meester, Sir Peter Hall. De titel komt bekend voor: "Europe’s Multi-centered Urban Future". De altijd goed geïnformeerde Britse hoogleraar snijdt opnieuw het thema aan van de groeiende polycentriciteit van het Europese stedenstelsel. En ergens in dat veelkernige stelsel ontstaat zelfs, jawel óók binnen Europa, "a Polycentric Mega-City Region". Hij is erg groot en zeer complex: het Zuidoosten van Engeland.

Over de oude polycentrische stelsels op het continent, namelijk Ruhrgebied en Randstad, is hij veel genuanceerder. Zijn betoog is nu dat deze polycentriciteit in een productiegeoriënteerde economie misschien efficiënt was, maar in een consumptiegedreven economie veel minder. Er zijn zelfs veel argumenten tegen dergelijke polycentrische stelsels op dit moment aan te voeren. Door het bedrijfsleven, merkt hij op, wordt met klem gewezen op de nadelen van deze polycentriciteit. Er is geen dominante stad, terwijl er wel één stad is die als mondiale toegangspoort voor de steden functioneert. Als toegangspoort kan die stad niet concurreren met èchte metropolen. In het geval van het Ruhrgebied is Düsseldorf de toegangspoort en in het geval van de Randstad gaat het om Amsterdam. Geen van die twee steden, aldus Hall, kan de voordelen bieden van een metropool als Londen. Voor wie het nog steeds niet wil geloven citeer ik de meester: "Recent European research has identified a powerful counter-consideration: business respondents in Germany and the Netherlands, interviewed for the project, find that a polycentric structure has disadvantages. In particular, regions that are apparently highly polycentric because they have no single dominant city, like Randstad Holland and RhineRuhr, prove to be less so in the way that dominates the rest by acting as global gateway to the rest of the world, like Amsterdam in Holland or Düsseldorf in the RhineRuhr area. And even then, respondents report that such cities – or Frankfurt in Germany’s Rhine-Main region – fail to be fully competitive with global giants like London."

Say no more.

Tagged with:
 

Gehoord tijdens Zaragoza Meeting van METREX op vrijdag 26 oktober 2007:

Angela Falconer van de EEA, the European Environment Agency, liet er in haar koele presentatie op de vroege vrijdagochtend geen misverstand over bestaan. De kleine Britse dame toonde cijfers omtrent de mate waarin de verschillende landen van de EU op dit moment voldoen aan de emissiereductieverplichtingen volgens het Kyoto protocol. Wat betreft kooldioxide (CO2) is dat absoluut nog te weinig. Slechts drie landen gaan aan de verplichtingen voldoen: Denemarken, Finland en nog een andere noordelijke staat. Nederland haalt het niet, tenzij er aanvullende maatregelen worden getroffen. Onderaan bungelt gastland Spanje. Op de meeste fronten gaat het goed. Vooral de industrie realiseert grote reducties. Eén sector voldoet allerminst, sterker, die stoot alleen maar meer CO2 uit: transport. Vandaar dat Nederland op de wip zit. Nederland Distributieland en Nederland Suburbanisatieland blijken fnuikend. Er worden alleen maar meer autokilometers gereden in ons land. Iedere politicus die zich zorgen maakt om klimaatverandering zou nu moeten ingrijpen.

Het gekke was dat de tweede spreker van die ochtend, ditmaal afkomstig uit Nederland, zich nog allesbehalve zorgen leek te maken. Peter Torbijn, directeur op het Directaat-Generaal Ruimte van het Ministerie van VROM, sprak over adaptatie, dat wil zeggen het reageren op en aanpassen aan de klimaatverandering. Hij begon te zeggen dat Nederland de klimaatverandering niet als een zorg beschouwt, maar als een uitdaging. Vervolgens toonde hij fraaie plaatjes van hoe Nederland onder water kan worden gezet zonder dat er mensen omkomen. Daarmee vestigde hij op zijn minst de indruk dat ons land zich niet teveel aantrekt van Kioto, omdat het klimaatverandering wel leuk vindt en ook een groot commerciële uitdaging, want er zijn meer dichtbevolkte delta’s in de wereld, aldus Torbijn, die van onze expertise zouden kunnen profiteren.

Nog weer later die ochtend sprak een tweede vertegenwoordiger van de EEA, nu over ‘Urban sprawl in Europe. The ignored challenge’. Hij liet zien hoe nieuwe auto-infrastructuur onverbiddellijk leidt tot ongeremde suburbanisatie en stelde in het vooruitzicht dat de door de EU gesponsorde TEN-programma’s voor nieuwe autosnelwegen nog tot omvangrijke suburbanisatie zullen leiden. Uit oogpunt van klimaatverandering, stedelijke ontwikkeling en landschappelijk behoud een buitengewoon onverstandige ontwikkeling. Maar toen was de Nederlandse directeur al weer weg. Ik vrees dat we in Nederland nog heel lang moeten wachten op een terugdringen van de automobiliteit. Nee, dan president Sarkozy. Die durft wèl, zo las ik gisteren in de krant.  Besmuikt verliet ik de vergadering.

Tagged with:
 

Urban animals II

On 19 oktober 2007, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord tijdens conferentie Trends & Transitions op 16 oktober 2007:

Veel van wat wereldhistoricus John Robert McNeill over de mondiale verstedelijking in zijn lezing te berde bracht, was al bekend. Althans, dat hoorde je veel mensen na afloop van de conferentie in De Bazel zeggen. Ook Bas Heijne zei het op een gegeven moment: "dit hoor ik al m’n hele leven, dat het op deze manier van extreme groei gewoon niet goed kan gaan met de wereld." Maar wie zag al die bekende, ongemakkelijke gegevens – bevolkingsgroei, energieverbruik, voedselconsumptie, waterverbruik, verstedelijking – in zo’n kort bestek allemaal met elkaar in verband gebracht? En wie realiseert zich wat er dan met je gebeurt? Ineens begrijp je je eigen positie veel beter en kan je lijnen uitzetten naar de toekomst. Althans dat gebeurde met mij. En kennelijk ook met dagvoorzitter Hans van der Vlist. De secretaris-generaal van het Ministerie van VROM kwam direct na afloop op me af en zei: "Dat betekent dus dat Amsterdam al zijn kaarten moet zetten op kwaliteit, zeker ook in de woningbouw." Het klonk me als muziek in de oren. Kwaliteit als hoogste vorm van duurzaamheid. De gedachte achter Bestemming AMS is ook precies dat we de komende tijd vooral kwaliteit aan onze steden moeten toevoegen, in plaats van te hameren op kwantiteit. Maar hoe werd dit nu ook de anderen duidelijk? Omdat McNeill liet zien dat wij in Noordwest Europa, vergeleken met grote delen van de wereld, al een aantal jaren in rustiger vaarwater zijn gekomen wat groei en verstedelijking betreft, en dat we, anders dan ten tijde van de voorafgaande ‘bizarre’ vijftig jaar groei, nu veel meer rust en ruimte hebben om voor kwaliteit te gaan. "Jullie zijn rijk en zullen niet meer groeien, eerder krimpen op termijn." In die zin, aldus McNeill, kunnen we in Nederland ook een voorbeeld worden voor de rest van de wereld, waar men nog een hele weg van onstuimige groei en urbanisatie te gaan heeft. "Laat zien aan de wereld wat dan mogelijk wordt".

Dus wie hem ongeduldig vroeg om actie, gaf hij als repliek dat alles begint met dit besef ("the recognition that the last fifty years were bizar") en dat dit besef als zodanig uiterst waardevol is. Een wijze les.

Tagged with:
 

Urban Animals

On 17 oktober 2007, in demografie, duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord tijdens en na afloop van de conferentie ‘Trends and Transitions’ op 16 oktober 2007:

Het woord dat gisteren iedereen ongetwijfeld bijbleef, was ‘bizar’. We luisterden met ruim tweehonderd mensen, samengepakt in het conferentiecentrum van De Bazel, naar een lezing van John Robert McNeill over de geschiedenis en toekomst van de mondiale verstedelijking. Het was adembenemend, letterlijk (ook vanwege de slechte ventilatie). Volgens de wereldhistoricus McNeill is de afgelopen vijftig jaar in de geschiedenis van de mensheid, afgemeten aan de vele millennia die eraan vooraf gingen, alleen maar bizar te noemen. En ook ‘tumultueus’ en ‘chaotisch’. Orde zal er pas ontstaan, schat hij, over nog eens vijftig jaar, wanneer het grootste deel van de wereldbevolking (nu nog 50%, maar dan 70 tot 80%) in steden zal wonen. Dan zal het vruchtbaarheidscijfer drastisch dalen en stabiliseert zich de bevolking. Dan ook zal eerst het energieverbruik stabiliseren, het zoetwatergebruik en nog veel meer. Sociaal zal er pas rust kunnen ontstaan als de mensheid zich tegen die tijd mentaal heeft ingesteld op het leven in de stad.

Maar de economie dan?, vroegen wij ons later af. Zal de economische groei dan ook afnemen? De vraag werd McNeill ’s avonds gesteld door Jesse Bos, voorzitter van de raadscommissie Ruimtelijke Ordening van de Amsterdamse gemeenteraad, aan tafel, toen iedereen alweer weg was en we met wethouder Van Poelgeest en prof. Joop Goudsblom en diens vrouw aten en napraatten in restaurant De Kas. McNeill had een briljant antwoord op haar vraag. Ten eerste, zei hij, meten wij alles af aan economische groei. Die drukken wij uit in groei van het Bruto Nationaal Product. Maar dat is een hele slordige maatstaf, die erg haastig in de jaren dertig van de twintigste eeuw is bedacht en, met kennelijk succes, geïntroduceerd. Zelfs de bedenker ervan, de econoom Kuznetsk, vond het geen geschikte graadmeter. Dus, concludeerde McNeill, zal er een andere maatstaf voor economisch welbevinden gevonden moeten worden. Eerst dan komt er rust aan het economische front.

Ten tweede, liet hij er nadrukkelijk op volgen, zijn er nog zoveel mogelijkheden voor hergebruik (recycling) van goederen en grondstoffen, dat de stedelijke economieën nog maar aan het begin staan van een proces dat nog eeuwen kan duren en dat geweldige, nu nog onvoorstelbare besparingen zal opleveren in grondstoffen-, water- en energiegebruik.

We veerden op. Een hoopvol perspectief. En ik moest ineens denken aan Jane Jacobs.

Tagged with:
 

Mammoetstad Amsterdam

On 12 oktober 2007, in geschiedenis, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant/Historisch Nieuwsblad van 10 oktober 2007:

Mooie titel: "Liever de file dan de binnenstad". Het artikel van Peter de Waard in de speciale krantbijlage die werd gemaakt voor de week van de geschiedenis en die als centraal thema ‘Nederland Waterland’ draagt, wordt de zogenaamde overloop van Amsterdam naar de polder beschreven. Aan het woord komt vooral getuige Roel de Wit, als wethouder in Amsterdam de opvolger van Joop den Uyl (wanneer precies kunnen we uit het artikel niet opmaken, maar het zal ergens begin jaren ‘60 van de twintigste eeuw zijn), later burgemeester van Alkmaar en nog weer later Commisssaris der Koningin in Noord-Holland. Smeuïg wordt in het artikel verhaald over de groeigedachten van Amsterdam eind jaren vijftig, de Stadsrandcommissie die Amsterdam de ruimte wilde geven om te groeien en de oppositie daartegen van de kant van met name Minister Toxopeus (VVD), die een grote ‘rooie’ stad vreesde.

Vervolgens trad het kabinet Cals aan, met Den Uyl als minister van economische zaken. Wat te doen? De jonge De Wit (PvdA) koos de kant van de VVD of hij koos het compromis: wel de Bijlmer bouwen, niet de grote stad realiseren, maar koersen op overloop. Tweemaal fout dus. Decennialang liep de Amsterdamse middenklasse over, dat wil zeggen: verliet de stad. De stad raakte nog meer uit balans (namelijk eerder waren al 160.000 joodse inwoners afgevoerd) en de economie stortte ineen. Tot er door diezelfde PvdA midden jaren tachtig een einde aan de overloop werd gemaakt. Op dat moment ontbrak echter nog veel infrastructuur die de groeikernen met de centrale stad zou moeten verbinden. Vooral het openbaar vervoer liep hopeloos achter. Mensen kozen massaal voor de auto. Sindsdien groeit de Amsterdamse economie weer, maar nog steeds ontbreekt het aan goed regionale openbaar vervoer en zit iedereen vast in de file. De historische conclusie kan niet anders luiden dan: driewerf fout.

En wat zegt de heer De Wit? "Het belangrijkste is: we zijn gespaard gebleven voor de mammoetstad Amsterdam, waardoor bewoners in contact zijn gebleven met groene recreatiegebieden als het Amsterdamse Bos (dat bos stamt al van 1937, ZH), Spaarnwoude en Waterland."

Tagged with:
 

Teun Koolhaas (1940-2007)

On 10 oktober 2007, in infrastructuur, stedenbouw, by Zef Hemel

ImageShack, share photos, pictures, free image hosting, free video hosting, image hosting, video hosting, photo image hosting site, video hosting site

Gisteren hebben we afscheid genomen van Teun Koolhaas. Teun is 67 geworden. Hij was een bijzondere stedenbouwkundige. Een van zijn mooiste voorstellen vond ik die voor de A6, door hem consequent E – Noord genoemd. Ergens in de jaren negentig kwam de provincie Flevoland ermee naar buiten. In een ongedateerd vouwblad. Het was een typisch voorstel van Teun. Hij stelde de rijksweg A6 die dwars door Flevoland loopt, voor als een ’schakel in de Europese kustroute’. Zelf sprak hij van een Coastal Highway. Dan verwees hij naar de schitterende kustroute door Californië van zuid naar noord, tot in Canada toe. Zo’n continentale kustroute ontbeerde Noord-west Europa. Maar in essentie kon de A6 op vanzelfsprekende wijze een schakel in een dergelijke kustroute worden. Dat liet hij zien. In één pennenstreek. Een Kustweg die loopt van Scandinavië tot het Iberisch schiereiland. Wat zou het Nederlandse landschap dan mooi tot zijn recht komen: het Friese merengebied, de Noordoostpolder, het Ketelmeer, Flevoland, het IJmeer, het Naardermeer, het Gein, de Vecht en de Gaasp, de Ronde Hoep, de Haarlemmermeerpolder, de Kagerplassen, de Zeeuwse delta, alles opgenomen in het Europese landschap van heuvels, bergen en kliffen. De vette lijn die hij trok was als die van een vogeltrekroute. Sterker, het wàs de vogeltrekroute, maar nu óók voor mensen.

Later, een paar jaar geleden, hoorde ik hem spreken over de schitterende Zweedse bruggen die in Denemarken en Zweden in aanbouw waren genomen en de ongehoorde ingenieurskunst van de Zweedse ontwerpers. Het was duidelijk: zijn Coastal Highway was in uitvoering.

Nog één stukje ontbreekt er. Dat ligt in Nederland. Het is de A6-A9-verbinding. Die komt er, als het aan Natuurmonumenten ligt, nooit.

Tagged with:
 

Navigatiehub Amsterdam

On 7 oktober 2007, in technologie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 oktober 2007:

Interessant artikel was dat, op de economiepagina van NRC Handelsblad. Over Nederland als navigatiehub. Nederland staat aan de kop als het gaat om het maken van digitale landkaarten. De twee grootste leveranciers staan overigens op het punt om verkocht te worden. Dat was de aanleiding voor het artikel. Navteq wordt verkocht aan het Finse Nokia, Tele Atlas wordt verkocht aan het Amsterdamse Tomtom. Tele Atlas is Nederlands. Navteq was tot 2004 in handen van Philips. Dan is er nog een derde partij, AND, die in Rotterdam is gevestigd. En het Amsterdamse Route66, maker van navigatiesoftware voor mobieltjes, sloot begin dit jaar ook al een deal met Nokia.

Waarom presteert ons land, en dan met name Amsterdam, zo opvallend op dit terrein? De schrijvers zoeken het in de banden met het Eindhovense Philips, maar die banden blijken toch vrij los. Ze vinden dus geen duidelijke verklaring. "Sommigen gooien het op de Verenigde Oostindische Compagnie en beroemde Nederlandse kaartenmakers als Willem Blaeu. Maar, zoals onderzoeker Hulsink zegt: er zijn geen aanwijzingen dat de digitale kaartenmakers banden hadden met de traditionele cartografie." Ook heeft de overheid de sector niet gestimuleerd. Kortom, ze komen er niet uit. En ja hoor, dan volgt de typische Nederlandse uitsmijter: "Nederland is nu eigenlijk een soort navigatiehub tegen wil en dank." Dat laatste is natuurlijk onzin en ook volkomen onterecht. Waarom kreeg ondernemer Tom van Rijn begin jaren tachtig tijdens een slapeloze nacht het briljante idee om digitale kaarten te gaan maken voor Carin, de nieuwe apparatuur van Philips voor autonavigatie? Hij werd de oprichter van Tele Atlas. Wie was hij? Waar woonde hij? Hield hij van kaarten? De journalisten vroegen het hem niet. Jammer, zo komen we er niet achter. Maar we hebben vermoedens.

Tagged with:
 

Op eieren lopen

On 6 oktober 2007, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 5 oktober 2007:

Geert van Istendael recenseerde afgelopen zaterdag twee essaybundels. De ene was van Bas Heijne, de andere van Dubravka Ugresic. Over de laatste was hij lyrisch. Wat me vooral bijbleef was die ene passage uit Ugresics boek over Nederland vanuit de lucht. Hoe dun ons land is. "Toen ik uit het vliegtuigraampje keek, zag ik voor het eerst hoe dun Nederland eigenlijk is, zo flinterdun als het dunste Zweedse knäckerbröd." Zo’n passage blijft je bij. Maar het citaat gaat verder. "Ik kreeg ineens diep en oprecht medelijden. Sindsdien loop ik in Amsterdam over straat alsof ik op eieren loop en begrijp ik dat de bodem van het land zo dun is dat zo’n gracieuze fiets daarvoor het meest geëigende vervoermiddel is. In elk geval het vriendelijkste."

Gek, sinds ik dit gelezen heb voel ik inderdaad het fragiele van het land. Het is inderdaad alsof ik op eieren loop. Op zulke momenten vind ik het vreemd dat er dagelijks nog zoveel auto’s door de stad heen jakkeren. Iedere buitenlander valt het trouwens op. Dan hebben ze het over het onrustige autoverkeer dat de orde in de stad verstoort, onze slechte wegprofielen, ouderwetse kruisingen, lompe viaducten. Amsterdam verdraagt eigenlijk geen auto’s. Het is een fietsmetropool. Afgaande op Ugresic zou dat voor heel Nederland moeten gelden.

Tagged with:
 

Domweg dommer

On 5 oktober 2007, in economie, onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Culture of Narcissism van Christopher Lasch (1979-editie 1992):

Onder de cultuurpessimisten van deze wereld reken ik zeker Christopher Lasch. Net als Richard Sennett wilde ik hem nooit lezen. Ik las alleen H.J.A. Hofland die óver hem schreef. Nu ben ik dan eindelijk gezwicht. Nadat ik ‘The Culture of Narcissism’ in 2003 in San Francisco had gekocht en zijn twintig jaar oude boek ook nog eens drie jaar op de plank liet liggen, greep ik nu dan eindelijk in de kast en las het boek in één adem uit. Mag ik zeggen: fascinerend?

Ze zeggen wel dat wij in Europa pas dertig jaar later worden geconfronteerd met de maatschappelijke verschijnselen die in Amerika zich manifesteren. Ik geloof dat dat helemaal klopt. Lasch is voor ons, Europeanen, juist nu, op dit moment, actueel. Hij houdt ons een spiegel voor die onverbiddellijk tegen ons pleit. Het onderwijs bijvoorbeeld. Dat wordt almaar slechter. Klopt, schrijft Lasch. Dat is al sinds de jaren ‘30 van de twintigste eeuw gaande. Het Duitse onderwijs was op het eind van de negentiende eeuw het beste ooit, en zo ook dat in Engeland en Amerika. Daarna ging het bergafwaarts. In de jaren zestig bereikte het een voorlopig dieptepunt met de democratisering en de daarna snel opeenvolgende onderwijshervormingen deden de rest. Lasch geeft er ook een verklaring voor. De consumptiemaatschappij met zijn narcistische trekken heeft geen behoefte aan veel kennis. Mensen moeten vooral, en in de eerste plaats, consumeren, het accent ligt allang niet meer op produceren. Mensen moeten vooral creatief zijn, stilte en concentratie doen er minder toe. Kinderen moeten in de eerste plaats gereed worden gemaakt voor het leven, enfin, zo gaat Lasch nog even door. Kortom, wat hij bedoelt te zeggen is: we worden gewoon dom.

Ik moet zeggen, ik las het ademloos en geloofde het nog ook. Vaag herinner ik me dat in de kringen van mijn grootouders kennis van Grieks en Latijn, grammatica en algemene ontwikkeling vanzelfsprekend en paraat aanwezig was. En in de biografie over Hannah Ahrend las ik hoe zij, als aankomend filosoof, in Königsberg intellectueel gevormd werd. Ongelooflijk. Het klonk als van een andere planeet. Dat gaat minister Plasterk niet veranderen. Als Lasch gelijk heeft, wordt het alleen maar slechter. Omdat onze samenleving domweg geen behoefte meer heeft aan veelzijdig intellect. Alleen, hoe zit dat nu met die ‘battle for the best’?

Tagged with: