Filling the talent gap

On 30 september 2007, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist – The World in 2007:

Onder de kop ‘The battle for the best’ doet de redactie van het Britse zakenblad The Economist in zijn vooruitzicht op het jaar 2007 een belangwekkende uitspraak over de verwachte gevolgen van, wat zij noemt, "the first shudders of the demographic earthquake". Ik lees erover omdat de Dienst Ruimtelijke Ordening, samen met het Ministerie van VROM, op 16 oktober in Amsterdam een conferentie organiseert over trendbreuken – ‘Trends & Transitions’. Een demografische aardverschuiving is een trendbreuk die, net zoals die in de klimaatverandering, de economie en de energiehuishouding, om lokale antwoorden vraagt. Op de conferentie proberen we die mogelijke trendbreuken met elkaar in verband te brengen. Waarom? Om uitspraken te kunnen doen over wat ons in en om Amsterdam op middellange en lange termijn mogelijk te wachten staat. De geschetste demografische trendbreuk is er vooral een van snelle vergrijzing – zeg maar gerust: een pensioengolf – van de omvangrijke cohort van de babyboomers en een ingrijpende terugval in de aantallen 15-64-jarigen in de wereld – zeg maar van degenen die werken en die het brood moeten verdienen. Rond 2025 gaat het voor Duitsland om een krimp van 7 %, in Italië van 9 % en Japan zelfs van 14 %. Wie gaan dat groeiende gat vullen? Bovenal, aldus The Economist, zal het gaan om een tekort aan getalenteerden. Dat tekort is nu reeds overal in de wereld voelbaar. Omdat de getalenteerden nu al schaars zijn en nog schaarser worden en ze nauwelijks meer trouw zijn aan hun bedrijven en in steeds mindere mate ook aan hun geboorteland, zal er een wereldwijde slag geleverd gaan worden tussen bedrijven om het aantrekken en vasthouden van talent: dat is "the battle for the best." De redactie gelooft niet dat de westerse landen deze slag zomaar zullen winnen. Ook landen als India en China betalen hun getalenteerde mensen nu reeds zeer hoge salarissen. In de Indiase IT-sector is bijvoorbeeld sprake van een 20% inkomensstijging, terwijl het aandeel IT-ers dat daar jaarlijks van bedrijf switcht de veertig procent nadert. Kortom, "It is time for workers to start enjoying more of the fruits of their talents."

De slag om de besten verklaart in de eerste plaats de snel stijgende salarissen van de top van de Nederlandse bedrijven. Die trend valt dus niet te keren, integendeel, we zullen er als Nederland in mee moeten gaan. Maar salarissen zijn één ding, leefklimaat, imago en uitdaging zijn evenzogoed zaken waar getalenteerde mensen in de wereld naar kijken. Misschien moest Nederland daar eens wat meer energie in steken. Dat vereist wel internationale maatstaven hanteren voor kwaliteit van huisvesting, stedelijke ambiance, voorzieningen, bereikbaarheid. En dan op al die terreinen aan de top willen staan. Kortom, waar blijft de ambitie? En hoe wordt deze vanuit een mondiale ‘battle for the best’ concreet ingevuld? Er is werk aan de winkel.

Tagged with:
 

De lat hoger leggen

On 24 september 2007, in economie, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 15 september 2007:

De Amsterdamse fotograaf Kadir van Lohuizen won onlangs in Perpignan de prestigieuze Visa d’Or voor zijn reportage uit Tsjaad. Samen met de World Press Photo is de Visa d’Or de belangrijkste fotoprijs in de wereld. Zijn reportage verscheen indertijd in Le Monde. Een echte wereldspeler dus, die Van Lohuizen, een groot talent. Hoe verhoudt hij zich tot de Amsterdamse ‘creatieve industrie’, waarvan hij immers deel uitmaakt? En kunnen we vanuit zijn specifieke situatie geredeneerd uitspraken doen over het beleid of tenminste over de condities waaronder zijn talent kon opbloeien?

Van Lohuizen woont op een woontjalk op de Kromme Waal, nabij de Montelbaanstoren. Op een mooie plek dus en geen dure, ruime ontwikkelaarswoning dus, maar een boot. Zijn kantoortje was lange tijd boven de redactie van De Groene Amsterdammer, aan het Frederiksplein, gevestigd. Het was een eenvoudige zolderruimte, volgestouwd met spullen, tegen een lage huurprijs. De redactie beneden hem bood toegang tot de wereld van de bladen. Dat was handig, zeker in de begintijd. Maar bovenal was het een goedkope ruimte op een prestigieuze plek in een stad die een naam heeft in de wereld. Veel geld verdient hij immers niet. Trouwens, hij reist de hele wereld rond, van de ene reportage naar de andere, dus veel waarde hecht hij niet aan zijn bedrijfsruimte. Het enige dat hij echt nodig heeft, is een adres. Schiphol in de buurt is voor hem een groot voordeel. Hij heeft geen auto, doet alles op de fiets, maar vliegreizen is de basis van zijn bestaan. Toen hij zijn kantoortje uit moest, verhuisde hij naar Post CS, waar juist goedkope tijdelijke werkruimte voor creatieve bedrijfjes vrijkwam. Dat is voor Van Lohuizen niet alleen voordelig, hij kan sindsdien van zijn woontjalk gemakkelijk naar zijn werkruimte wandelen.

Maar nu gaat hij toch verhuizen. Naar New York. Post CS moet hij verlaten. En daarmee verlaat hij Amsterdam. Niet dat dat de werkelijke reden van zijn verhuizing is. In New York, zegt hij, kan hij de lat hoger leggen. "Mensen in Nederland zeggen misschien wel dat het (werk van Van Lohuizen, ZH) goed is, maar ze zeggen nooit dat het waardeloos is. En dat is ook goed om af en toe te horen." Bij een blad als Time Magazine is zijn directe concurrent de legendarische oorlogsfotograaf James Nachtwey, "toch een ander speelveld." Wat bedoelt hij daarmee? Hij zegt: "Het maakt me beter" En verder kiest hij voor New York omdat daar zoveel meer geld is. "Bij tijdschriften en krantenmagazines is het op het ogenblik moeilijk om betaalde opdrachten los te krijgen. We moeten dus op zoek naar ander geld. Alleen al in New York is zo veel geld verzameld, dat geloof je gewoon niet. En je weet dat er mensen zijn die dat geld aan jou willen geven. De truc is om ze te vinden op het juiste moment en met het juiste idee." Precies dat zijn dus de zaken die mankeren in Nederland en dus ook in Amsterdam: te weinig topniveau, te weinig opdrachtgevers met geld, te weinig debat. Opvoeren dus de kritische massa van Amsterdam, vooral kwalitatief!

Tagged with:
 

Financieel centrum

On 23 september 2007, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Frankfurter Algemeine Zeitung van 14 september 2007:

Het hoofdkantoor van de bank UBS aan de Paradeplatz in Zürich, het financiële centrum van Zwitserland    (Foto Reuters)

Net als in Nederland wordt bij onze oosterburen een discussie gevoerd over de internationale perspectieven van het nationale financiële centrum, in dit geval Frankfurt am Main. Ook voor de Duitsers is de positie van Londen als financieel centrum in de wereld onomstreden, daarna komt New York. Maar kan Frankfurt nummer drie zijn? Dat is de vraag. Zeker nu donderdag twee weken geleden de Zwitsers naar buiten zijn gekomen met een Masterplan Finanzplatz Schweiz. Dat is nog eens andere koek. Alle banken, verzekeraars, fondsen, de regering, de stad en de beurs van Zürich hebben zich in dit masterplan verenigd. Doel: plaats drie in de wereld te worden.  Nu groeide Zürich de afgelopen jaren te traag, te weten 5 % per jaar, terwijl Londen 9 % groeide en New York 7 %. Het Masterplan mikt op een jaarlijkse groei tussen de 7 en 9 procent. In 2015 zou dat 80.000 nieuwe arbeidsplaatsen opleveren, meest aan te trekken uit het buitenland. Financieel talent aantrekken hoort dus bij het Masterplan.

In het hele artikel komt Amsterdam niet voor, wel Sydney, Hong Kong en Toronto. En de Duitsers? Ze verwachten vooral van de Zwitsers grote concurrentie. En de Zwitsers menen dat Frankfurt eerder een nationaal centrum is dan een internationaal.

Tagged with:
 

Kiezen voor een diensteneconomie

On 9 september 2007, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 7 september 2007:

Goed nieuws voor iedereen die bezorgd is om het milieu. Het CBS meldde de afgelopen week dat er daadwerkelijk sprake is van ontkoppeling tussen economische groei en milieubelasting de afgelopen jaren in Nederland. Dat komt vooral doordat het zwaartepunt van de Nederlandse economie steeds verder verschuift van de industrie- en distributiekant naar de dienstenkant. De broeikasgassen zijn hierdoor de afgelopen tien jaar minimaal toegenomen.

Goed nieuws is het zeker. Echter, Nederland heeft zich in het Kyoto Protocol verplicht tot een reductie van twintig procent broeikasgassen. Minimale toename, waarvan nu sprake is, is dus beslist onvolcoende. Er moet echt iets méér gebeuren. Sterker, als je zo’n bericht leest zou je toch zeggen: nu het beleid helemaal inzetten op een verdere verschuiving naar de diensteneconomie. Stop met het bevorderen van de logistiek en distributie. Die distributiefunctie van Nederland staat toch al onder druk door de opkomst van de havens van Hamburg en Antwerpen. En door Poolse en Spaanse truckers over de weg. Bovendien, zo’n diensteneconomie is, naast schoner, ook arbeidsintensiever, minder kwetsbaar, bevindt zich in de steden waar mensen zich met openbaar vervoer of op de fiets bewegen, is dus ook prettiger en ze vreet véél minder ruimte. Maar nee, onze minister van Economische Zaken, Maria van der Hoeven, roept nog harder om de komst van een tweede Maasvlakte. Einde bericht.

Tagged with:
 

Alarmerend

On 7 september 2007, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 september 2007:

Enrico Perotti is hoogleraar International Finance aan de Universiteit van Amsterdam. Hij noemt de situatie in Amsterdam alarmerend. Alarmerend "als je kijkt naar het gebrek aan lokale investeringen in een infrastructuur die de vorming, aantrekkingskracht en diversiteit van gespecialiseerde dienstensector ondersteunt." Hij noemt dit het gevolg van de nivellerende strategie die in Nederland wordt gehanteerd bij de overheidsfinanciering. Verderop spreekt hij zelfs van "onbezonnen Nederlandse krenterigheid’. En dan komt het: "Succesvolle steden zijn productieplekken voor toonaangevende informatie – en technologie-intensieve bedrijfstakken, en ze concurreren met andere steden om de juiste beroepskrachten aan te trekken. Hun menselijke infrastructuur is uiteindelijk bepalend voor de vraag welke activiteiten, firma’s en beroepen er zullen opduiken." Amsterdam, schrijft hij, loopt het risico zijn historische vermogen te verliezen om dat soort talenten aan te trekken, op te leiden en te behouden, "en geen enkele buitenlander treft daarvoor ook maar enige blaam."

Nederland is een handelsnatie zonder centrum. En handel is tegenwoordig in Nederland alleen nog maar distributie en logistiek, vanuit dozen die her en der verspreid liggen langs snelwegen die leiden van niets naar nergens. Daar, voor die distributie, moet nog steeds alles wijken. Maar het levert bijna niets meer op, in economische termen wel te verstaan (4% van de economie?). Ondertussen wordt de grote steden weinig middelen geboden om goed te kunnen presteren. De diensteneconomie, die het fundament zou moeten zijn van onze nieuwe nationale economie en die in de grote steden is geconcentreerd, wordt niet geschraagd door substantiële publieke investeringen vanuit ”Den Haag’. Niet dat dat per se moet. Beter zou zelfs zijn als de regering zich er niet mee bemoeide maar de steden, in plaats daarvan, veel meer financiële ruimte en meer bevoegdheden zou geven. Want een stad als Amsterdam heeft nog altijd onvoldoende eigen inkomstenbronnen om zèlf structurele maatregelen te kunnen nemen. Ondertussen probeert ‘Den Haag’ de steden zoveel mogelijk mee te laten betalen aan zaken die het eigenlijk zèlf zou moeten financieren. Een omgekeerde wereld dus.

Dit land kan zoveel beter? Het klinkt me te lief en te geruststellend. Kan het nog erger?, zult u bedoelen.

Tagged with:
 

Onvoldoende groei

On 6 september 2007, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 5 september 2007:

Moskou, Warschau, Praag en Dresden groeien economisch beduidend sneller dan Amsterdam, laat staan Den Haag en Rotterdam. Dat meldde onderzoeksbureau Ecorys afgelopen week. Het afgelopen jaar, 2006, kende Amsterdam een economische groei van 2,8 procent. Dat is meer dan Nederland als geheel, dat een economische groei kende van 2,2 procent, en ook meer dan Europa als geheel. Maar Moskou groeide liefst 7 procent, en Warschau 6,8 procent.

Is dit erg? Dat een aantal Oost-Europese steden sterk in opkomst is, verbaast me niet. Ze komen van ver, of laat ik zeggen: van diep. Het zij ze gegund, die groei. Nee, de top van de rangorde lijkt me voor Nederland niet direct verontrustend. Wel wat daar net onder zit: Helsinki, Stockholm, Edinburgh, München, Wenen en Madrid doen het allemaal beter dan Amsterdam. Dat zulke vergelijkbare steden veel sterke groeien, dat lijkt me buitengewoon verontrustend. Amsterdam is binnen Europa gezakt naar de zeventiende plaats, net boven Londen, Lyon en Toulouse. Wat stelt Ecorys? De sterkste groei, aldus het bureau, doet zich voor binnen de zakelijke dienstverlening. Die is binnen Nederland in en rond Amsterdam (= Utrecht) geconcentreerd. Rotterdam leunt te sterk op zijn haven en Den Haag moet het hebben van de overheid. Dat zijn geen groeisectoren. De grote vraag is nu: hoe trekken we Amsterdam omhoog? Dat lijkt me een nationale zaak. Maar niets van dat al in de media. Er is geen urgentie. Het is oorverdovend stil in Nederland.

Tagged with:
 

HSL Amsterdam-Londen

On 5 september 2007, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 5 september 2007:

Afgelopen week reed de Eurostar tussen Londen en Parijs met een recordsnelheid van slechts twee uur en 3 minuten. Nog even, en er rijden liefst achttien treinen per dag tussen deze twee metropolen. In Londen is de nieuwe eindhalte St. Pancras. Daar stap je op de metro in alle richtingen, want onder St. Pancras halteren liefst zes verschillende metrolijnen. "Eurostar stelt Britse zakelijke reizigers voor het eerst in staat ’s morgens voor negen uur in het centrum van Parijs of Brussel te zijn, met nog een hele werkdag tot hun beschikking," aldus Richard Brown, topman van Eurostar.

De Brit hoopt op termijn ook een lijn tussen Amsterdam en Londen te openen. Dat is mooi, maar was het geen beleefdheidsuitspraak van een Brit tegenover de Nederlandse pers? Enfin, laten we ervan uitgaan dat zo’n verbinding er ooit komt. Vanaf 2014 mogen we twee metrolijnen onder Amsterdam CS verwelkomen, de Noord-Zuidlijn en de Oostlijn; onder station Zuid-WTC liggen er tegen die tijd eveneens twee. Daar moeten we het dan mee doen.

Nu ja, werpt u tegen, de Britse zakenreiziger zal vermoedelijk toch alleen maar op de Zuidas willen zijn. Want voor het overige heeft de Amsterdamse metropool nu en ook straks geen hoogwaardige werkgebieden in de aanbieding. Almere, Hoofddorp en de haven, daar komt voorlopig geen metro. Er is zelfs geen zicht op een A6-A9-wegverbinding. U heeft gelijk. Amsterdam heeft de slag om de hogesnelheidtreinen allang verloren.

Tagged with: