Tyson Gay

On 31 augustus 2007, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 27 augustus 2007:

Egbert de Vries, stadsdeelvoorzitter van Oud-Zuid, vertelde ons vandaag het verhaal over ‘de beroemdste expat van Amsterdam’. Wie is dat, vroegen we? Volgens De Vries is dat de Amerikaan Tyson Gay, winnaar van de 100 meter sprint op de Wereld Kampioenschappen atletiek in Osaka. Gay woont de laatste tijd in Amsterdam. Zijn sponsor Adidas heeft daar een onderkomen voor atleten. In de zomermaanden oefent de wereldkampioen in het gerenoveerde Olympisch Stadion, meestal tussen de recreanten, in de winter traint hij in warmere oorden. Waarom Amsterdam? Omdat het intercontinentale netwerk van Schiphol de atleten directe toegang verschaft tot alle plekken op de wereld waar grote atletiekevenementen worden gehouden. En atleten zijn uiterst gevoelig voor onrust, slaapgebrek en ongemak tijdens het reizen. Comfortabel vliegen over de gehele wereld is voor hen een must. Bovendien is het Olympisch Stadion een aangename accomodatie. En verder vindt Gay Amsterdam een erg leuke stad.

Wat voor wereldatleten geldt, geldt voor meer topdisciplines. Directe toegang tot alle centra in de wereld is een pre. Amsterdam zou op al die terreinen een rol kunnen spelen in de wereld: mondiale uitvalsbasis voor topspelers en topartiesten. Tijdelijk. In de zomermaanden. Mits het immigratiebeleid van de Nederlandse staat dit toelaat. Dat wel.

Tagged with:
 

De geletterde stad

On 30 augustus 2007, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 18 augustus 2009:

Opmerkelijke cijfers. De instroom van nieuwe studenten aan de Nederlandse universiteiten overtreft alle verwachtingen. In totaal hebben zich 56.000 nieuwe studenten aangemeld bij de veertien Nederlandse universiteiten. Gemiddeld is het groeipercentage vijfentwintig. "Effect van de crisis," koppen de kranten. "Jongeren willen nu langer doorleren, omdat de kansen op de arbeidsmarkt toch slecht zijn." En vervolgens richt alle aandacht zich op het bekende gelobby van de universiteiten om meer geld uit ‘Den Haag’. Logisch, want het persbericht was afkomstig van de VSNU. Dat de Universiteit van Amsterdam veruit het hoogste groeicijfer had – liefst 45 procent – past niet in de boodschap die de VSNU naar buiten wil brengen en lees ik alleen in Het Parool. Zou het arbeidsmarktperspectief van Groot-Amsterdam dan zo dramatisch veel slechter zijn dan de rest van Nederland, vroeg ik mij af? Nee, natuurlijk niet. Paul Helbing, woordvoerder van het College van Bestuur van de UvA, ziet het positief, eerder als een compliment. "Blijkbaar doen wij het zo goed dat mensen graag bij ons studeren. Wij zijn daar zeer trots op."

Daar valt heel wat op af te dingen. Het zou ook de aantrekkingskracht van Amsterdam kunnen zijn die het extreme groeicijfer van de UvA verklaart, niet de universiteit zelf. Al jaren groeien de twee Amsterdamse universiteiten sneller dan die in de rest van Nederland. Want hoe zit het met de VU dit jaar? Daarover lezen we vooralsnog niets. Die groei zal wel minder spectaculair zijn. Is de UvA dan zoveel beter? Helemaal niet. Het is de aantrekkingskracht van de binnenstad van Amsterdam die zoveel studenten naar de UvA lokt. De VU zit in Buitenveldert. Zolang de UvA blijft resideren in de Amsterdamse binnenstad zal ze spectaculair blijven groeien. En Amsterdam vaart er wel bij, want al jaren bestaat de instroom van migranten naar de stad vooral uit studenten en pas-afgestudeerden. Die blijven voor het overgrote deel in Amsterdam wonen. Het zijn de Nieuwe Stedelingen. Nog twintig jaar en heel Amsterdam (en Haarlem) is de Stad van de Intellectuelen.

Tagged with:
 

Lachend op de fiets

On 29 augustus 2007, in benchmarks, sport, by Zef Hemel

Gelezen in PS van Het Parool van 25 augustus 2007:

De in Hilversum geboren zakenman en schaakorganisator Bessel Kok woont tegenwoordig in Praag. In de weekeindbijlage van Het Parool van afgelopen zaterdag stond een uitgebreid interview met hem. Waarom Praag? Omdat hij sinds enige tijd getrouwd is met een Tsjechische. Officieel is hij trouwens Belg. Genaturaliseerd Belg. Dat stamt nog uit de tijd dat hij de baas werd van de Belgische PTT. En ook, in 1969 vertrok hij naar Antwerpen, een combinatie van woningnood in Amsterdam (herinnert u zich dat nog?) en grote populariteit van Antwerpen. Nog steeds vindt Kok Antwerpen "een geweldige stad met een heel actief kunstenaarsleven." Bessel Kok heeft vroeger trouwens ook in Brussel, Berlijn, Kiev en Amsterdam gewoond. En nu dus Praag. Waarom Praag en niet Amsterdam? Nee, zijn Tsjechische vrouw vindt Amsterdam geweldig. "De mensen lachen op de fiets," dat is iets wat in Praag niet voorkomt. Allereerst fietsen ze daar niet, maar ze lachen er ook niet op straat. De Tsjechen zijn nogal melancholisch. En Bessel Kok zelf? "Nee, ik ben altijd blij als ik weer in het vliegtuig stap. Praag is mijn huis. (…) Amsterdam is een geweldige stad, maar het is mij toch een tikje te provinciaals, het lokale leven draait altijd rond in een klein cirkeltje. Praag geeft me toch iets kosmopoliterigs."

Alweer een aanwijzing dat Amsterdam een maatje te klein is. Wat heet, de stad zou dubbel zo groot moeten zijn, net zo groot als Praag. Toch wil Bessel Kok zijn Global Chess, de grand prix onder de schaaktoernooien, graag de eerste keer in Amsterdam organiseren, in 2008. Het wordt een zesstedentoernooi, met aanbiedingen uit Jakarta, Mexico City, Zürich en Barcelona. "Amsterdam hoort ook in dat rijtje thuis." Dat weer wel.

Tagged with:
 

Leegstaande wolkenkrabbers

On 28 augustus 2007, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 3 maart 2007:

Onder de aandachttrekkende kop ‘Wachten tot de wolkenkrabbers op Wall Street leeg staan’ publiceerde NRC Handelblad dit voorjaar een uitgebreid artikel in de economie-bijlage over de concurrentiestrijd tussen New York en Londen rond het leiderschap in de kapitaalwereld. Die strijd is New York dik aan het verliezen. Vandaar de titel. In het artikel een verslag van een gesprek met de Lord Mayor van Londen. Terecht stelt die in het interview dat het hier niet om een concurrentiestrijd gaat. Londen wil gewoon excelleren.

Kijk, dat is nu de juiste mentaliteit. Gewoon goed willen zijn, daar gaat het om. De journalist gelooft het echter niet. Sinds 1986, schrijft Freek Staps, woedt er een keiharde concurrentiestrijd tussen beide steden. "Londen is geen nationale stad meer, maar een heuse internationale stad." Op dit moment werken er 200.000 mensen met een buitenlands paspoort op de financiële markten van Londen. Niet voor niets kwam toenmalig presidentskandidaat Sarkozy naar Londen om daar zijn eerste verkiezingstoespraak te houden: in Londen zitten veel Franse bankiers en zakenmensen. Ongeveer de helft van het onroerend goed in de City is in handen van buitenlandse financiële instellingen. Een bewijs voor een concurrentiestrijd is dat allemaal evenwel niet. Franse bankiers verlaten Parijs omdat Londen gewoon beter is, beter dan New York en beter dan Parijs. De schaalvoordelen van Londen worden ook steeds groter, de toegang tot kapitaal is er beter georganiseerd. En Londen heeft het grote geografische voordeel dat het, anders dan New York, van twee walletjes kan eten. ’s Ochtends pikken de handelaren in Londen een staartje van de markten in Tokio, Shanghai, Hong Kong en Mumbai mee, overdag zijn er de Europese markten en ’s middags en aan het begin van de avond zijn de Amerikaanse markten al volop aan de gang. Door de tijdzones is het veel moeilijker voor New York om contact te houden met Azië.

Wat betekent dit voor Amsterdam? Nu ja, de kop van het bewuste artikel zou ook kunnen luiden: "Wachten tot de wolkenkrabbers op de Zuidas leeg staan." Want hoe goed is Amsterdam op dit moment als financieel centrum in de wereld? Nogmaals, het gaat niet om concurrentie, maar om kwaliteit. Kan Amsterdam de gewenste kwaliteit nog steeds leveren? Wordt het niet eens tijd dat De Nederlandsche Bank zich aan de Zuidas gaat vestigen? Dat zou een helder signaal zijn. Er is één troost: het geografische voordeel van Londen kent de Nederlandse hoofdstad evenzeer.

Tagged with:
 

Onderwaterarcheologie

On 26 augustus 2007, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 4 maart 2006:

Soms blijven kranten erg lang op een stapel liggen. Zoals deze wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad, met daarin een artikel over de stand van zaken in de Nederlandse onderwaterarcheologie. Die is niet best. Terwijl er in Groot Brittannië vier opleidingen voor onderwaterarcheologie bestaan, is er in Nederland niet één. "Dat kan evengoed in andere Europese landen," is de opvatting van de staatssecretaris van hoger onderwijs te Den Haag. Vreemd, want met name de vele VOC-schepen die ooit vergaan zijn, zijn een Nederlandse bron van kennis en kunde. Zo ligt de Amsterdam nog altijd te wachten op archeologisch verantwoorde berging voor de kust van Hastings. Er is sinds 1999 wel een instituut in Lelystad, het NISA (sic!), gevestigd en de nieuwe Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten zou er iets aan moeten doen, maar de eerste wordt voortdurend gereorganiseerd en bezuinigd – niet bepaald een gunstige conditie voor een centre of excellence – en de tweede geeft nog niet thuis. Mensen met kennis, zoals Fred Hocker, zijn naar Stockholm of elders uitgeweken. Van de vijftig VOC-schepen die ooit zijn geborgen, is slechts een handjevol door archeologen opgegraven – het merendeel is door bergers leeggehaald. Een aantal jaren geleden is de subisidekraan dichtgedraaid voor de berging van de Amsterdam omdat men bang was dat het een geldverslindend project zou worden.

Weer zo’n typisch voorbeeld van Nederlands beleid, in dit geval wetenschapsbeleid. Het Nederlandse belang is groot, maar het kost geld en de revenuen zijn niet evident. Er is op zichzelf wel geld en er zijn wel faciliteiten, maar die zijn naar een stadje als Lelystad gedirigeerd. En als het erop aankomt, wordt er naar andere landen doorverwezen, die beter in staat zouden zijn om de betreffende tak van sport te beoefenen. In plaats van een inbedding in een wetenschappelijke omgeving, rond universiteiten en een scheepvaartmuseum, in Amsterdam, wordt de boel gespreid, als een soort van regionaal ontwikkelingsbeleid dat vooral niet teveel mag kosten en eerder gezien moet worden als windowdressing dan als wetenschapsbeleid.

Tagged with:
 

Koppositie

On 25 augustus 2007, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 25 augustus 2007:

Er werden door Ecorys 258 steden onderzocht. Van deze steden behoort Amsterdam tot de kopgroep van de vijftien best presterende steden, samen met Barcelona, Milaan, Londen, Stockholm en Helsinki. Waaraan heeft Amsterdam deze toppositie te danken? Niet aan de haven of de logistiek. Wel aan de financiële en zakelijke dienstverlening. Een op de drie banen zit daar. Een op de drie inwoners heeft hoger onderwijs genoten. En natuurlijk is er Schiphol, dat deze internationaal georiënteerde dienstverlening ondersteunt.

Maar laten we ook niet de kwaliteit van de stadsontwikkeling vergeten. Zelden wordt die genoemd. En dan bedoel ik niet zozeer de Zuidas, want die ontwikkeling wacht eigenlijk nog steeds op rijksgoedkeuring, maar de woningbouw in het Oostelijk Havengebied en de nieuwe culturele instellingen langs het IJ, het Westergasfabrieksterrein, de investeringen in de Amstelscheg enzovoort. Amsterdam kàn die toppositie behouden mits we in al deze zaken, inclusief de kwaliteit van de luchthaven en de ontsluitende infrastructuur (doortrekking van de Noord-Zuid lijn naar Schiphol!) blijven investeren.

Tagged with:
 

Pluraliteit

On 24 augustus 2007, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelblad van 16 april 2007:

De zomervakantie werd weer lezend doorgebracht. Wat zoal? In de nonfictie waren dat in ieder geval de biografie van Hannah Ahrend, geschreven door Elisabeth Yong-Bruehl, en Contingency, irony and solidarity (1989) van de onlangs overleden Amerikaanse filosoof Richard Rorty. Opvallend was de terugkeer in beide boeken van het begrip ‘pluraliteit’, het belang ervan, steeds innig verbonden met het begrip ‘democratie’. Ik vond het indrukwekkend. Over het belang van pluraliteit lees je in het huidige tijdsgewricht echter nauwelijks meer iets.

Tot ik in m’n knipselverzameling stuitte op een krantenartikel van de hand van de Tilburgse bestuurskundige Paul Frissen over het verstikkende gelijkheidsdenken in Nederland en over ongelijkheid als de basis van democratische waarden. Een zeldzaam helder en verontrustend relaas, verschenen kort nadat het kabinet Balkenende IV was geformeerd. Volgens Frissen heeft in het huidige kabinet het christelijke gemeenschapsdenken en het socialistische gelijkheidsdenken een ongemeen krachtige impuls gegeven aan het nivelleringsdenken. De nadruk op ’samen’ illustreert dat. Achter dat nivelleringsdenken zit volgens hem weinig fraais. "Het is vooral afgunst die ten grondslag ligt aan onze solidariteit." Het resultaat: meer regels, meer controle, ziedaar de verdere opmars van de uniformerende norm van de bureaucratie. "De staat bedenkt wat gezondheid is, wat goed opvoeden is, wat een rechtvaardige gemeenschap is. (…) Normalisering en disciplinering gaan hand in hand. En altijd vanuit de beste bedoelingen." Hoe democratisch is dit eigenlijk? Frissen stelt die vraag alleen impliciet. Zoals in de volgende zinsnede: "Hoe intensief zal de staat achter de voordeur moeten interveniëren om van ‘probleemwijken’ ‘prachtwijken’ te maken?" Even verderop spreekt hij zelfs van de ‘totalitaire verleiding van gelijkheid, uniformiteit en normaliteit’ en de noodzaak van een ‘krachtige burger’. Dat lijkt allemaal rechtstreeks uit het gedachtegoed van Hannah Ahrend voort te komen. Het woord ‘pluraliteit’ gebruikt hij niet, wel ‘verschil’ en ‘ongelijkheid’. En dan de mooiste zin, die feilloos aansluit bij het werk van Rorty: "Waarom erkennen we niet dat verschil en ongelijkheid niet alleen onvermijdelijk zijn, maar ook mooi en aangenaam?"

En laat ik daaraan toevoegen: hoe kunnen we in dit land ooit een echte metropool bouwen als we elk dorp en elk stadje, elke regio en provincie gelijk blijven behandelen?

Tagged with:
 

Opleiden voor Londen

On 23 augustus 2007, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 juli 2007:

Volgens de Amsterdamse financieel geograaf Ewald Engelen leiden wij in het Nederlandse financiële onderwijs op voor Londen. Van oudsher concentreren grensoverschrijdende financiële activiteiten zich binnen Nederland in Amsterdam. Maar door technologische ontwikkelingen vindt er sinds de jaren negentig een ingrijpende herschikking plaats, met Londen als absolute winnaar. En het gaat hard. In Amsterdam is het aantal financiële instellingen sinds 2002 met 800 gedaald (nu: 4.090). Het aantal banen is met 4000 gedaald tot ruim 40.000 in 2006 (tien procent daling in vier jaar!). Het recente initiatief van ‘Holland Financial Centre’ wil hier de aandacht op vestigen. Het krijgt de wind mee door de overnamestrijd rond ABN AMRO. Politici roepen om een hoogwaardige financiële opleiding in Nederland, een Duisenberg School of Finance.

Engelen wijst er fijntjes op dat een hoogwaardig financieel centrum om meer vraagt dan alleen een opleiding extra. "Uit onderzoek weten we dat het succes van financiële centra afhangt van een samenhangend pakket van sociale, culturele en juridische voorwaarden." Waaraan hij toevoegt: "Cruciaal zijn een open migratie- en integratiebeleid – zowel voor de boven- als de onderkant van de arbeidsmarkt -, slimme marktregulering, een welkom politiek klimaat, een goed opgeleide beroepsbevolking, en de aanwezigheid van een groot aantal marktleiders." Aan de meeste van die voorwaarden wordt op dit moment niet voldaan. Daarom gelooft Engelen dat we, als we die Duisenberg School of Finance ooit krijgen, vooral voor werknemers in Londen zullen opleiden. En dan vergeet Engelen nog op te merken dat een financieel centrum ook ruimtelijk moet voldoen aan een groot aantal eisen. Een Zuidas alleen is niet voldoende. Een kosmopolitisch klimaat in een grootstedelijke omgeving van hoge kwaliteit, in de nabijheid van een uitstekende internationale luchthaven, is een conditio sine qua non. Kan Amsterdam wat dat betreft de concurrentie aan met Londen? Die vraag is minstens even relevant.

Opnieuw moet het antwoord ontkennend luiden. Want een metropolitane ambitie voor Amsterdam zul je tevergeefs zoeken in het huidige ruimtelijke beleid van dit kleine landje. Voorzover dat beleid überhaupt nog bestaat.

Tagged with:
 

175 nationaliteiten

On 23 augustus 2007, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 23 augustus 2007:

Is het toeval? Gisteravond zat ik te eten met drie leden van de Academy of Urbanism uit Londen, John Thompson, Chris Balch en Helmut van Zadow. Ze waren in Amsterdam om de stad te visiteren. Berlijn, Barcelona en Amsterdam zijn genomineerd voor de Urbanism Award 2007 die op 9 november in Londen zal worden uitgereikt. De drie vroegen ons de oren van het hoofd. Hoe Amsterdam functioneert, wat het stedelijke beleid is, wat de gemeente doet en welke rol de marktpartijen spelen, alles vanuit de opvatting dat ’space, place and people’ een geheel vormen. Ze vroegen me in hoeverre Amsterdam een wereldstad is. Hoeveel nationaliteiten wonen er in Amsterdam? Ik antwoordde: 172. Ze keken me ongelovig aan. Zoveel natie-staten bestaan er niet eens, repliceerde Chris Balch, in het dagelijks leven directeur van DTZ in Groot-Brittannië en Ierland. Ik voelde me betrapt. Zou ik schromelijk hebben overdreven. Ik beweerde dat sinds 1989 het aantal naties flink is toegenomen, wat wellicht het grote aantal verklaart. Glazig keken ze me aan.

Verschijnt er vandaag een groot artikel in Het Parool over het aantal nationaliteiten in Amsterdam. De kop luidt: "De titel wereldstad lijkt gerechtvaardigd." Bijna de hele wereld heeft wel vertegenwoordigers in Amsterdam wonen. Slechts een handvol nationaliteiten is niet vertegenwoordigd: Sa Marino, Andorra, Westelijke Sahara, Frans Guiana, San Tomé, Centraal-Afrikaanse Republiek, Brunei, Papoea Nieuw-Guinea en een paar eilandjes in Oceanië. Totaal aantal nationaliteiten: 175. Hoera! Ik heb dus toch de waarheid gesproken. Sterker, ik ben nog bescheiden geweest. Zal ik de Britten nog even mailen? Ach nee, hier past slechts bescheidenheid. Ik wacht wel tot de prijsuitreiking in november.

Tagged with:
 

Viersporig

On 22 augustus 2007, in infrastructuur, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 16 december 2006:

Tijdens het opruimen van oude kranten viel mijn oog op een artikel in de kennisbijlage van De Volkskrant van 16 december 2006 waarin wiskundehoogleraar Lex Schrijver, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, uit de doeken doet hoe hij voor de Nederlandse Spoorwegen de nieuwe dienstregeling, die inging in 2006, had ontwikkeld. Wiskunde is een mooi vak. Je komt altijd tot de juiste probleemdefinitie. Zo ook Schrijver in dit geval. Allereest concentreerde hij zich op het probleem van de capaciteit van het spoorwegennet. De problemen in de Randstad bleken vooral te worden veroorzaakt door … de spoorbrug over de IJssel bij Zutphen. Dat was een grote verrassing. Een ander "overduidelijk probleem", aldus Schrijver, "bleek jaren geleden al: het spoor tussen Amsterdam en Utrecht. Daar hadden al veel eerder vier sporen moeten komen." Waarom dat niet gebeurde? Volgens de wiskundige "was dat natuurlijk ook een gevolg van politieke keuzes." Inmiddels wordt het spoor op genoemde baanvak verdubbeld. Decennia te laat.

Die brug over de IJssel is voor iedereen een verrassing. Maar de gebrekkige spoorcapaciteit tussen Amsterdam en Utrecht was inderdaad al vele jaren bekend. Dat daar zo lang niets aan gebeurde, is een grote schande. Kennelijk was zestig jaar Randstadbeleid niet in staat dit probleem adequaat op te lossen. Integendeel, zou je bijna zeggen. Want hoe kan het nu dat de twee best presterende steden binnen de Randstad geen goede spoorverbinding hebben, terwijl er voor een zieltogend Rotterdam zomaar een gloednieuwe Betuwelijn wordt aangelegd? Heeft dat Randstadbeleid überhaupt wel zin? Die vraag blijkt aan de hand van dit voorbeeld althans niet lastig te beantwoorden: hoogstwaarschijnlijk niet.

Tagged with: