Brainport Amsterdam

On 31 maart 2007, in technologie, by Zef Hemel

Besproken met de directeur van het Nemo op 31 maart 2007:

Terwijl de allergrootste internetknoop ter wereld zich in Amsterdam bevindt, slaapt de hoofdstad rustig verder. Geen idee wat er onder de grond gebeurt. Dat Cisco Systems eind jaren negentig van de vorige eeuw mede vanwege de breedbandfaciliteiten (en de luchthaven) naar de Nederlandse hoofdstad is gekomen, lijkt alweer vergeten. Nederland denkt nog steeds met genoegen terug aan het uiteenspatten van de internetbel, toen de technologiefondsen aan de beurs instortten en de zogenaamde Nieuwe Economie niet bleek te bestaan. Zie je wel, het was, zegt men hier, allemaal schone schijn.

Inmiddels zijn we alweer wat jaren verder en de internettechnologie is allang weer uit het dal. Ondertussen heeft ook Philips zich met zijn hoofdkantoor in de hoofdstad gevestigd en opent het Duitse Rehamed een nieuwe vestiging van een hoogtechnologisch oncologisch instituut aan de IJoever. Maar Amsterdam heeft nog niets in de gaten. En in Den Haag denken ze dat je voor technologie nog altijd in Eindhoven of Twente moet zijn. Amsterdam mist een icoon dat de internetknoop met grote internationale kracht kan verbeelden. Dat zou het Nemo kunnen zijn. De exploitatie van het technologiemuseum is weer op orde, er staat een prachtig gebouw van de Italiaanse architect Renzo Piano in het Oosterdok, binnen twee jaar is de nieuwbouw op het Oosterdokseiland gereed en kan er rond het dok worden gewandeld en gevaren. Dan zou het museum, dat zich op dit moment met 345.000 bezoekers per jaar al tot een van de grootste publiekstrekkers van Nederland mag rekenen, een nieuwe fase in kunnen gaan. Nu is nog slechts 5% van de bezoekers van buitenlandse origine – dat betreft dan hoofdzakelijk Italiaanse architectuurtoeristen. Nemo zou een internationaal vermaard technologiemuseum kunnen worden, vol internettoepassingen, symbool staand voor Amsterdam als technologische internethub.

Tagged with:
 

Klassiek creatief

On 29 maart 2007, in economie, technologie, by Zef Hemel

Gehoord in Lissabon tijdens congres op 26 maart 2007:

Op maandag 26 maart 2007 organiseerde de Vereniging van Portugese Gemeenten een nationaal congres over creatieve steden. Zeker zeshonderd vertegenwoordigers van alle 3oo grote en middelgrote steden in Portugal bleken verzameld in het spiksplinternieuwe congrescentrum van het Lagaos Park Hotel, gelegen aan de snelweg naar Ouiras, even buiten Lissabon. Het was voor het eerst dat deze vereniging een congres op deze schaal organiseerde. Het curieuze was dat tegelijkertijd het Portugese nationale voetbalteam, inclusief de vrijgezel Ronaldo, in hetzelfde hotel logeerde; het bereidde zich voor op de wedstrijd tegen Servië. Aan journalistieke belangstelling was dus geen gebrek. Tijdens het ochtendprogramma werden er drie internationale voorbeelden naar voren gehaald: Barcelona, Austin (Texas) en Amsterdam. De eerste werd geïntroduceerd als de grote concurrent van de Portugese steden, inclusief Lissabon. De tweede werd gekoppeld aan technologie, wat in de Portugese actualiteit als iets uiterst belangrijks werd gezien. Het derde voorbeeld – dat van Amsterdam – werd aangeduid als "a classic example of a creative city."

Wat vonden de Portugesen zo interessant aan Amsterdam? Ze waardeerden de vrijheid, de cultuur, de historie en de bottom up-planning van de Amsterdammers. Ze herinnerden aan de oude banden tussen Portugal en Amsterdam: de joodse Portugesen die in de zeventiende eeuw naar de hoofdstad van de Republiek vluchtten, ze wisten dat Rembrandt zijn verf haalde van de Azoren (ook Portugal) en ze herinnerden aan Spinoza, die van origine een Portugees was. In al deze voorbeelden noemden ze de vrijheid en tolerantie van Amsterdam. Zelfs Victor & Rolf werden in verband gebracht met de creativiteit van de Nederlandse hoofdstad. Voor een volk dat driehonderd jaar Inquisitie achter de rug heeft, en veertig jaar dictatuur, moet Amsterdam inderdaad een vrijhaven zijn in de wereld, een historisch ijkpunt als het gaat om creativiteit. Jammer dat Amsterdam bij de Portugezen nog niet bekend staat als een bolwerk van hoogwaardige technologie. Technologie, Tolerantie en Talent, daar ging het volgens Richard Florida toch om? De reusachtige internetknoop in de Watergraafsmeer vraagt om een symbool. Maar Nederland kijkt liever naar het water. Watermanagement, watertechnologie, waterstad, het eerste serieuze voorstel voor een Wereldtentoonstelling in de Randstad, aan water gewijd, zal niet lang op zich laten wachten. Het is zoals Auke van der Woud schrijft in zijn nieuwste boek, Een nieuwe wereld: "De volkskracht had zich in Nederland niet gevormd bij ijzer en vuur, maar bij wind en water. Het is voor een volk zeer moeilijk om zijn sterke punten en gewoonten plotseling in de steek te laten en voor een onzekere toekomst te kiezen." Laat Lissabon dat nou al in 1998 een Wereldtentoonstelling rond water hebben georganiseerd!

Tagged with:
 

Treurig

On 18 maart 2007, in citymarketing, economie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 10 maart 2007:

Toerisme wordt steeds meer een steunpilaar van onze economie. Dat geldt zeker voor een stad als Amsterdam. Volgens een onlangs gepubliceerd rapport van de World Travel & Tourism Council zullen de bestedingen voor toerisme in de komende tien jaar stijgen van zeven miljard tot liefst dertien miljard dollar. Dat is een niet te versmaden groei. Ondanks de grachten, Van Gogh en de Nachtwacht blijkt Amsterdam – en Nederland in het algemeen – echter geen optimale toeristenbestemming. Dat stelt althans het World Economic Forum te Davos. Niet dat we niet gastvrij zijn. De lage perceptie blijkt vooral te maken te hebben met iets anders, iets heel simpels, maar tegelijk iets onvoorstelbaar treurigs. Nederlandse ondernemers, aldus De Volkskrant, zullen hun buitenlandse zakelijke cliënten niet snel adviseren om hun zakenreis te verlengen voor toeristische doeleinden. "Daarbij scoorde Nederland echt heel slecht."  Ook geven we te weinig geld uit om ons attractieprofiel te verhogen, dat spreekt vanzelf. Maar dat we ons eigen erfgoed, ons stedenschoon en onze bijzondere landschappen niet aan onze buitenlandse relaties durven aanprijzen is toch wel heel droevig. Kennelijk vinden we onszelf niet mooi, ons eten niet lekker, onze cultuur niet aantrekkelijk genoeg.

Dat spoort wel met de treurige, intern gerichte want provinciaalse debatten van de laatste tijd in de Tweede Kamer. Een volksvertegenwoordiging met een lage eigendunk die met zichzelf overhoop ligt, die trekt geen buitenlandse gasten. Sterker, de gasten worden zelfs helemaal vergeten.

Tagged with:
 

Geen kenniseconomie

On 13 maart 2007, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 17 januari 2007:

Voor de Skype-oprichters, die met hun nieuwe bedrijf Joost zijn neergestreken in Leiden, is Nederland allesbehalve een kenniseconomie. Waarom zij dat vinden zal ik zo dadelijk aangeven. Maar eerst iets over Joost.  Joost behoort tot de media-industrie. Het bedrijf ontwikkelt een ‘Joost-kanaal’ en concurreert met Google om de beste technici. Het bedrijf telt inmiddels honderd technici van wie de helft in Leiden werkt. De rest zit onder meer in Toulouse, Milaan en Slovenië. De initiatiefnemers werken nog voor Skype, dat in 2005 werd verkocht aan veilingsite Ebay. Maar binnen drie jaar hopen ze door te breken met Joost.

Waarom is Nederland in de ogen van deze heren geen kenniseconomie? Ik citeer NRC Handelblad. Ten eerste de aanleg in dit land van glasvezelverbinding. Nota bene in het land met een zandige bodem waar het ongelooflijk eenvoudig en goedkoop is om glasvezel aan te leggen, begrijpen de telecombedrijven maar niet waar een bedrijf als Joost zoveel bandbreedte voor nodig kon hebben. Daardoor duurt het eindeloos voordat glasvezel tot in de woonhuizen wordt doorgetrokken. Ten tweede: vergunningen regelen voor buitenlandse werknemers (hooggekwalificeerde technici!) is niet alleen lastig, je maakt ook ‘de meest schandalige dingen’ mee. Met dank aan de kabinetten Balkenende I t/m III. Ten slotte, het vinden van een kantoorpand in Amsterdam lukt niet, omdat de makelaars vijf jaar vooruit willen worden betaald! De enige twee dingen die in het voordeel van Nederland als kennisland werken, zijn de gunstige belastingtarieven enezijds en het woonklimaat in en rond Amsterdam anderzijds. Aldus de oprichters van Joost, dat ook vestigingen heeft in onder meer New York, Londen, Milaan, Rome en Toulouse. "Vergeleken met Buenos Aires of Los Angeles zijn Leiden en Amsterdam veilige dorpjes." Conclusie: doe wat aan die drie dingen (attentie telecombedrijven, regering en Amsterdams makelaars) en zet in op het leefklimaat van Amsterdam en omgeving.

Tagged with:
 

Onder de rook van Amsterdam

On 13 maart 2007, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 17 januari 2007:

Van beta-onderzoekers weten we dat ze niet in de grote stad willen wonen en werken. Het liefst zitten ze in de bossen of op de hei, achter prikkeldraad verscholen, want  alles wat ze doen is geheim. Natuurlijk moet er wel een internationale luchthaven in de buurt zijn (want de betamensen opereren in internationale netwerken) en liefst ook een aantrekkelijke stad voor hun vrouwen (want de meeste beta-werkers zijn nog altijd mannen). Maar bos, heide en zee doen het goed, sterker ze lijken een levensvoorwaarde voor deze mensen, die bovendien, ik schrijf het nog maar eens, in een beveiligde omgeving, uit de buurt van spionnen, willen werken. Het mooiste Europese voorbeeld is het Jülich-onderzoekscomplex in een landelijke omgeving tussen Aken, Bonn en Keulen, waar duizenden kernenergieonderzoekers in de bossen werken aan geheime hoogtechnologische wetenschap. Ook Nederland heeft een paar plekken waar dergelijke concentraties betawetenschappers te vinden zijn: Noordwijk voor de Europese ruimtevaartonderzoekers en Petten voor de energieonderzoekers. Beide aan zee, beide nabij Schiphol, beide even buiten, maar desalniettemin toch in de nabijheid van Amsterdam, de hoofdstad. Nu meldt NRC Handelsblad keurig een persberichtje waarin melding wordt gemaakt van het feit dat de Europese Unie zijn energieonderzoek gaat concentreren in Petten. "Wetenschappelijk onderzoek over politiek gevoelige kwesties – hoe kan de EU minder afhankelijk worden van energieleveranciers als Rusland, op welke manier kan de uitstoot van CO2 worden verminderd – wordt in Petten geconcentreerd." Het besluit bleek al eind vorig jaar in Brussel genomen. Concreet betekent het dat Europese onderzoekers uit het Noorditaliaanse Ispra (óók in de buitenlucht, maar dan dicht bij Milaan) naar Petten zullen komen. In Ispra is het Europese onderzoekscentrum voor Milieu gevestigd. Daar werken veel klimaatdeskundigen. Momenteel werken zo’n 220 hooggekwalificeerde onderzoekers in Petten, in het Europese instituut voor Energie. Het is de buurman van ECN, dat ook in Petten is gevestigd en dat met de buurman samenwerkt. Dat aantal neemt dus substantieel toe.

Wat betekent dit voor Amsterdam? Naast het belang van hoogwaardig winkelen van de vrouwen van de wetenschappers in Amsterdam en de internationale uitstraling van de hoofdstad is er niet zo heel veel. De betawetenschappers zullen landelijk willen wonen. Dus is de opgave vooral in de Noordhollandse droogmakerijen aantrekkelijke ranches aan te bieden voor deze lieden. Amsterdam zal zich vooral moeten profileren op concrete toepassingen van Pettense energie-innovaties. Dat doet het al, zij het nog onvoldoende. Zo worden de Amsterdamse GVB-bussen uitgerust met brandstofcellen die in het Europses Instituut in Petten zijn ontwikkeld. De bussen zullen daardoor flink zuiniger gaan rijden. Maar wie weet dat? En wat valt er zoal nog meer in het Amsterdamse te beproeven? Voor Schiphol betekent het meer hoogwaardig bestemmingsverkeer. Dat is belangrijk, want de Amsterdamse luchthaven dreigt te kiezen voor vracht. En vracht levert heel wat minder toegevoegde waarde en meer overlast dan hoogwaardige energieonderzoekers met hun gezinnen. Kenniseconomie heette dat. Bedoelde het Haagse Innovatieplatform van premier Balkenende zoiets?

Tagged with:
 

Nieuwe cultuurcentra

On 13 maart 2007, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 19 januari 2007 en van 15 januari 2007:

Op vrijdag 19 januari jongstleden berichtte NRC Handelsblad dat er twee nieuwe cultuurcentra in Amsterdam bij zullen komen: Getz Entertainment Center en Music Dome, beide te vestigen in Amsterdam-Zuidoost. Twee dagen eerder berichtte diezelfde krant dat er in Amsterdam een nieuwe concertzaal wordt geopend, genaamd het Orgelpark. Ditmaal is de locatie stadsdeel Oud-West, tussen de Overtoom en het Vondelpark. Een link tussen beide berichten werd niet gelegd. Toch zijn Getz, Music Dome en Orgelpark drie initiatieven die, hoe verschillend ook, nauw samenhangen en die elkaar wel degelijk kunnen versterken. En zo zijn er nog wel meer nieuwe cultuurcentra in het Amsterdamse te noemen die in dit rijtje van drie heel goed zouden passen. Bijvoorbeeld het nieuwe Muziekgebouw aan het IJ. Ontwikkelt Amsterdam zich misschien tot de muziekhoofdstad van Europa, net zoals Wenen dat ooit is geweest?

Getz krijgt onder andere een Music Centre met een zaal voor 1500 zitplaatsen of 2500 staanplaatsen, Music Dome wordt de tweede vaste zaal van Holland Symfonia, waar zeker twintig concerten per jaar zullen worden gegeven, Orgelpark wordt concertzaal en biedt ruimte aan dans, theater en concerten waar orgelspel een rol in speelt. Orgelpark is in 1918 als gereformeerde kerk gebouwd, maar oogt als een eigentijds theater met drie balkons. Er staan inmiddels vier orgels in en twee vleugels. "Nederland heeft een fantastische orgelcultuur in kerken met oude instrumenten. Maar in kerken kun je lang niet altijd terecht en ze zijn ook niet geschikt voor de diversiteit aan voostellingen die wij hier gaan brengen," zegt initiatiefnemer Johan Luymes. In Orgelpark is namelijk alles mogelijk. "Het programma wordt heel divers, breed en gelieerd aan andere kunstvormen." Laat dat nou net ook de doelstelling zijn van zowel Getz als Music Dome.

Tagged with:
 

Wijffels over creativiteit

On 13 maart 2007, in politiek, by Zef Hemel

Opnieuw gelezen in De Volkskrant van 6 maart 2006:

Wie bewaart, die heeft wat. Onlangs diepte ik een boeiend, zij het kort krantenknipsel op van precies een jaar geleden. Het was gewijd aan het vertrek van Herman Wijffels als voorzitter van de SER. De krant kopte ‘Creativiteit, daar gaat het om – niet om lage lonen." Aan het woord was de oud-voorzitter, tevens prominent CDA-lid, die per november bewindvoerder zou worden bij de Wereldbank in Washington, als opvolger van Ad Melkert. Het is wel curieus om het interview opnieuw te lezen, zeker met de wetenschap dat Wijffels later formateur zou worden van het kabinet Balkenende IV. Wat zei Wijffels een jaar geleden over de politiek? "Nee, met de politiek als handwerk heeft hij weinig. (..) De cyclus van de politiek is hem te kortademig." En er zit een hoog afbreukrisico aan. "Weinig politiek leiders zijn er in Nederland ongeschonden uitgekomen." En even verderop: "Voor elke grote ontwikkeling wordt een generatie politici opgeofferd – als kunstmest op het gewas." Wijffels denkt meer op de lange termijn, minstens tien jaar vooruit. En over Balkenende III zegt hij dat de politiek de afbraak moet combineren met perspectief. Vervolgens waarschuwt hij. Door de globalisering kunnen we niet doorgaan met matiging van de loonkosten. "We moeten creatiever, slimmer zijn dan anderen." Ons polderen staat dat niet in de weg. Dit land heeft nooit vanuit een machtscentrum geopereerd.

Gaan Balkenende en Bos zich opofferen, als kunstmest op het gewas? En hoe gaat dit kabinet ons slimmer en creatiever maken? Gaan we dan eindelijk stoppen met Nederland Distributieland? Hoe schept een natie gunstige condities voor creativiteit? Kan iemand daarop het jongste regeerakkoord eens nalezen?

Tagged with:
 

Alweer een paradox

On 13 maart 2007, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books van 6 november 2003:

Eind 2003 schreef Charles Rosen een indrukwekkend artikel over kunst en marktwerking in de New York Review of Books. Toevalligerwijze greep ik er weer naar. Het gaat o.a. over Clive Davis van CBS Records. Hij vaardigde de oekaze uit dat er binnen het bedrijf geen grammofoonplaat met klassieke muziek gemaakt mocht worden die niet binnen een jaar terugverdiend zou worden. Gaan voor de snelle winst, was het devies. En als de markt niet snel genoeg groeide, dan moest er maar gesneden worden in de kosten. En de markt groeide niet, nee die slonk. Dus CBS trok zich terug uit de markt van klassieke muziekopnamen. Het is, stelt Rosen, de weg van de minste weerstand. Een bevolking opvoeden en de liefde voor het klassieke repertoire bijbrengen is veel moelijker dan koersen op de snelle winst. Dat geldt niet alleen voor muziek, maar ook voor literatuur en kunst in het algemeen. Als een boek niet binnen zes maanden een oplage van X bereikt, wordt het niet (meer) in productie genomen. Musea kunnen niet meer zonder ‘blockbusters’. Enzovoort. Je komt het steeds vaker tegen.

Had het ook anders gekund? Jazeker. CBS had ook de klassieke muziek gratis kunnen verspreiden via de scholen, om zo een nieuwe markt te creëren. Of een canon van klassieke werken lanceren, formeel of informeel. Maar dat vergt een langetermijn denken. En dat gebeurde niet. Op het thema van het klassieke canon borduurt Rosen vervolgens voort. De essentiële paradox van een canon is dat een traditie dikwijls het beste in stand wordt gehouden door mensen die met die traditie willen breken. "It was Wagner, Debussy and Strawinsky who gave new life to the Western musical tradition while seeming to undermine its very foundations." Het brengt Rosen tot de volgende stelling: "The great innovators are the only true classics and form a continuous series." Al die anderen bieden ons hoogstens het genot van eruditie en smaak.

Tagged with:
 

Net als Londen

On 13 maart 2007, in stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 10 maart 2007:

Na een verblijf van zeven jaar in ‘Tony’s paradijs’ verlaat de journalist Peter de Waard Groot-Brittannië. Naast z’n persoonlijke wederwaardigheden schreef hij in de Volkskrant van vorige zaterdag onder andere over tien dingen ‘die hij zal missen of juist niet zal missen’. Twee daarvan zijn raak. Het eerste is het idealisme van de Britse politici. Dat vind ik, net als hij, jaloersmakend. De Waard: "Britse politici willen niet alleen van het eigen land, maar van de hele wereld een aards paradijs maken. Ze gaan niet voor iets beter onderwijs, maar voor "het beste onderwijs in de wereld, de beste gezondheidszorg en het beste openbaar vervoer ter wereld." Dat zou je in Nederland toch ook wensen. Het tweede ding is al even jaloersmakend. Dat is Londen. Die stad, aldus De Waard, is als Amsterdam – "alleen zoveel groter, rijker, spannender, kosmopolitischer, chaotischer en leuker," dat hij zich telkens in de arm knijpt om zich te realiseren dat hij er echt is.

Mag Amsterdam inderdaad iets groter, spannender, kosmopolitischer, chaotischer en leuker? Mag Amsterdam misschien de spannendste, meest kosmopolitische, de leukste stad ter wereld worden?

Tagged with:
 

Alles trekt naar Amsterdam

On 12 maart 2007, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 15 januari 2007 en in NRC Handelsblad van 24 februari 2007:

Twee kranteartikelen knoop ik hier aan elkaar. De eerste, uit de Volkskrant, meldt de verplaatsing van het hoofdkantoor van Akzo Nobel van Arnhem naar Amsterdam. In datzelfde artikel wordt melding gemaakt van de verhuizing van adviesbureau The Boston Consulting Group van Baarn naar datzelfde Amsterdam. Fijntjes wordt eraan herinnerd dat nog niet zo lang geleden ook Philips, Numico en Ahold voor Amsterdam hebben gekozen. Dertien van de vierentwintig AEX-genoteerde bedrijven zijn hiermee inmiddels in de hoofdstad gevestigd geraakt. Shell zit nog in Den Haag, Unilever in Rotterdam, DSM in Eindhoven en ASML in Veldhoven. Schiphol en de Zuidas trekken echter aan. Wie internationaal opereert is in Amsterdam duidelijk het beste af. Het tweede artikel stond onlangs in NRC Handelblad. Het betrof een interview met Saskia Sassen, auteur van The Global City en echtgenote van Richard Sennett. Op de vraag van de kwaliteitskrant aan deze hoogleraar stadsgeografie op welke wijze een regering moet rekening houden met globalisering, antwoordt zij dat de grote steden belangrijk zijn geworden en dat goed gekeken moet worden naar hun strategische positie. "Daarbij zie je op nationaal niveau een concentratie. Eén wordt de sterkste. Daarom trekken bedrijven weg uit Melbourne en groeit Sydney. Daarom verliest Calcutta terrein op Mumbai, Montreal aan Toronto, en Hamburg en München aan Frankfurt."

Wat te doen met de Randstad? Heeft een urgentieprogramma zin? Moet er een Randstadprovincie komen? Nee dus, het gaat erom Amsterdam te erkennen als nationale grootstedelijke kern. Stoppen met spreiden, stoppen met verdelende rechtvaardigheid, de Zuidas nu echt goed maken en niet langer treuzelen. Heel Nederland zal er wel bij varen. O ja, nog even terug naar het bovengenoemde artikel uit de Volkskrant. Dat eindigt met een duidelijke waarschuwing: "De internationalisering die als argument wordt gebruikt om naar het financiële en juridische centrum van Amsterdam te trekken, bergt ook een gevaar in zich. Internationale ondernemingen met fabrieken en kantoren overal ter wereld, zouden om dezelfde reden ook hun intrek kunnen nemen in Londen of New York." Genoemd wordt VNU, die inmiddels ook van de Nederlandse beurs is verdwenen en onlangs zijn laatste Nederlandse activiteiten heeft verkocht. Waar blijft de Nederlandse regering?

Tagged with: