Serendipiditeit

On 28 februari 2007, in demografie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in PS van Het Parool van 2 september 2006:

Martijn de Waal, onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam, tevens eindredacteur van een groepsweblog over de toekomst van de journalistiek, schreef onlangs de laatste column in de serie ‘Estafettelopers’ in het PS van Het Parool, u kent dat wel, zo’n serie waarin iemand schrijft en vervolgens het stokje aan iemand anders overdraagt. De Waal was gevraagd te schrijven op verzoek van regisseur en schrijver Bert Kommerij. Zo’n formule heeft iets onverwachts en zelfsturends. Dus misschien is het hierom dat De Waal zijn bijdrage – de allerlaatste in de serie – wijdt aan serendipiditeit. "Serendipiditeit is het geluk om bij toeval een niet gezochte vondst te doen." (…)  "Volgens sommigen is deze ‘kunst van het afdwalen’ een van de grondslagen van onze democratie." Waarna De Waal het internet opvoert als een mogelijke bedreiging van seredipiditeit en daarmee, wellicht, van democratie. Immers daar kun je bijvoorbeeld via Google News tegenwoordig je eigen krant samenstellen. "Gericht zoeken vervangt langzaam het in het wilde weg surfen." Als de zoekmachines nog meer jouw eigen smaakvoorkeuren en belangstelling volgen, wordt dit nog erger. Worden we dan niet alleen nog maar bevestigd in onze vooroordelen? De Waal, die de vraag zelf opvoert, sluit het niet uit. Maar, voegt hij er geruststellend aan toe, uiteindelijk hangt het af van onszelf. Het is niet de technologie die het afdwalen verhindert. Het is onze houding die dat bepaalt. Kiezen we gericht (en volgen we ons vooroordeel) of laten we ons verrassen?

De Waal zou Maslov eens moeten lezen. In "The Creative Attitude’, een artikel uit 1963 (The Structurist), vormt de openingszin van deze briljante maar bescheiden psycholoog voldoende stof voor een vol weekeinde diep nadenken. "My feeling," schrijft Maslov, "is that the concept of creativeness and the concept of the healthy, self-actualizing, fully human person seem to be coming closer and closer together, and may perhaps turn out to be the the same thing." Dat schreef Maslov lang voordat het internet aan het firmament verscheen. Sindsdien is zijn observatie alleen maar juister gebleken. Beide concepten zijn namelijk inmiddels met elkaar versmolten. Dóór het internet.

Tagged with:
 

Maslov over creativiteit

On 26 februari 2007, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in A.H. Maslov, The Farther Reaches of Human Nature (1971);

De meesten van ons kennen Maslov. Hij was die psycholoog die de behoeftenhiërarchie definieerde. Van zijn hand is tevens een aantal artikelen over creativiteit. Ze zijn kort na zijn dood in 1970 gebundeld in The Farther Reaches of Human Nature. Een ervan, A Holistic Approach to Creativity, verscheen eerder, in 1969, dus kort voor zijn dood, in C.W. Taylor, A Climate for creativity: Reports of the Seventh National Research Conference on Creativity. Een bloemlezing. Over de condities waaronder mensen creatief worden, daarover schrijft Maslov dat dat er zeer vele kunnen zijn. Teveel om op te noemen eigenlijk. En tegelijkertijd treden ze allemaal aan het daglicht. Daarom lijkt het hem vruchtbaarder om van een ‘klimaat’ te spreken, schrijft hij. "All I can say is that the whole place was a climate of creative atmosphere." (…) "There was freedom of a general kind, atmospheric, holistic, global, rather than a little thing that you did on Tuesday – one particular, separable thing." Vervolgens omschijft hij dat klimaat: "The right climate, the best climate for enhancing creativeness would be a Utopia, or Eupsychia, as I prefer to call it, a society which was specifically designed for improving the self-fulfillment and psychological health of all people." Tegen deze algemene achtergrond zijn specifieke omstandigheden denkbaar die uitmaken of iemand op een bepaalde manier creatief is. Maar zonder die algemene achtergrond, dus "in a bad society, creativeness is just less likely, less possible."

Onze omgeving bepaalt dus in hoge mate of wij creatief zijn. Iedereen, zegt Maslov, bezit creatieve vermogens. Niet dat we die vermogens voortdurend in stelling moeten brengen. Er moet soms ook gewoon hard worden gewerkt:"bright ideas really take a small proportion of our time." Maar als we zouden willen, dan zouden we pas werkelijk creatief kunnen zijn als alle mensen in onze directe omgeving psychologisch gezond zijn, volkomend vrij zijn. Helaas is dat zelden het geval.

Tagged with:
 

Staat van het theater

On 12 februari 2007, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 september 2006:

Tijdens de opening van TF-1, een nieuw theaterfestival in Amsterdam, sprak Ivo van Hove, directeur van toneelgroep Amsterdam, de openingsrede. Daarin gaf hij een toekomstvisie op het toneel in Nederland. Laat ik hier opmerken dat ik die visie bijzonder goed en steekhoudend vind. Alleen, hij werd nauwelijks opgemerkt in de pers. Alleen in NRC Handelsblad was de helft van de rechterkolom van de kunstpagina aan zijn visie gewijd. Jammer is dat. NRC kopte: ‘Nederland heeft overschot acteurs’, alsof Van Hove zich over dit probleem had beklaagd. Welnee, Nederland doet te weinig met zijn acteertalent, was zijn boodschap. Maar inderdaad: "Het is voor alle partijen duidelijk dat de uitstroom van de scholen te groot is in vergelijking met het aanwezige talent." Oorzaak: de wildgroei van acteuropleidingen in Nederland. Want naast Amsterdam, Arnhem en Maastricht hebben nu ook Utrecht en Tilburg acteuropleidingen in de aanbieding. En daarnaast bestaan er nu ook private dramaopleidingen en acteercursussen. Bij elkaar schat Van Hove het op wel tachtig opleidingen in Nederland.

Welke toekomstvisie stelt Van Hove hier tegenover? Hij stelt voor om de grotestadsgezelschappen meer centraal te stellen. Zij zouden scholen, productiehuizen en jonge groepen aan zich moeten binden om de doorstroming van talent te bevorderen. Twee grote ensembles zouden de status van institutie moeten krijgen en zouden voor langere tijd gesubsidieerd moeten worden om dit te doen. Op deze wijze kan de versnippering te lijf worden gegaan en het overaanbod aan voorstellingen worden voorkomen. Dat betekent een einde maken aan de bestaande kunstenplansystematiek. "Weg met de eindeloze potjes waardoor iemand zonder al te veel talent tien tot vijftien jaar na de opleiding kan doorgaan zonder een enkel doorslaggevend succes te maken." Kijk, een dergelijke nieuwe opzet zou flink bijdragen aan de vestiging van creatieve steden in Nederland. Het zou het Nederlandse toneel concurrerend kunnen maken ten opzichte van de beste gezelschappen in het buitenland. Ik zou zeggen: onmiddellijk doen. Overigens hoor ik steeds meer geluiden dat de toneelzalen in het Amsterdamse beter gevuld zijn en dat met name toneelgroep Amsterdam een steeds groter publiek trekt. Zelfs de grote zaal van de Stadsschouwburg is avond aan avond gevuld. Dus we beginnen niet bij nul. Nu dus doorpakken. Zou de boodschap in ‘Den Haag’ worden gehoord?

Tagged with:
 

Stadstaat

On 8 februari 2007, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in S&RO (Stedenbouw & Ruimtelijke Ordening) 2006 nr. 4:

Sinds deze jaargang schrijft de nieuwe hoofdredacteur van S&RO, Ries van der Wouden, een redactioneel in elk nummer van zijn tijdschrift. Onder de kop ‘Dubbelstad’ gaat hij in het nieuwe nummer 4 in op de actualiteit van het dubbelstadfenomeen in het Almeerse: de toenadering tot Amsterdam en het opvoeren van het concept ‘dubbelstad’. Op het eind van zijn redactioneel debiteert hij een paar gedenkwaardige noties. Die noties zijn extra van belang nu een commissie-Kok, in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken een advies voorbereidt over de bestuurlijke organisatie van Nederland en die van de Randstad in het bijzonder. Van der Wouden schrijft: "De Deltametropool is sterk gebaseerd op de collegialiteit en complementariteit van de vier grootstedelijke gebieden. Die stonden al enigszins onder druk doordat de sterkste groei al jaren in de regio Amsterdam geconcentreerd was. Met de plannen voor de dubbelstad wordt die groei verder gefaciliteerd."

Maar dan komt het: "De regio Amsterdam evolueert van primus inter pares tot het dominante grootstedelijke gebied van de Randstad. Een soort postindustriële versie van de situatie in de zeventiende eeuw. De positie van Amsterdam in Nederland gaat daarmee iets meer op die van Londen in het Verenigd Koninkrijk lijken. Diens burgemeester Ken Livingstone stelde onlangs half serieus vast dat Londen wel eens een onafhankelijke stadstaat zou kunnen worden. Dat hoor ik Job Cohen nog niet zeggen, maar toch is de ontwikkelingsrichting dezelfde." Waarop Van der Wouden, die in het dagelijks leven topambtenaar bij het Ruimtelijk Planbureau in Den Haag is, laat volgen: "Ik denk niet dat dit slecht is. Het is beter de grootstedelijke ambities te concentreren op plaatsen waar de reële groeimogelijkheden zijn dan achter het concept van de Deltametropool aan te blijven lopen." Ik schreef het al, gedenkwaardige noties. Ik hoop dat de leden van de commissie onder leiding van Wim Kok deze noties ter harte neemt. Ze snijden namelijk hout.

Tagged with:
 

Voedingsbodem

On 4 februari 2007, in economie, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 9 september 2006:

Galerieën zijn goede graadmeters voor een stedelijke economie. De consumenten van cultuurgoederen zijn typisch stedelijke types en hun koopgedrag zegt veel over de gezondheid van de lokale, stedelijke economie. Amsterdam is er vanouds rijk mee gezegend. Maar hun aantal groeit. Ten koste van Rotterdam. Zozeer zelfs dat De Volkskrant een artikel over dit onderwerp opende met: "Het borrelt weer in de Amsterdamse kunstwereld." Twee opmerkelijke galerieën hebben hun vestigingen verplaatst naar Amsterdam. Een van hen is Ron Mandos, die in de Jordaan met installatie- en videokunst een galerie opent. De ander is Gabriel Rolt.

Ron Mandos had zijn galerie in het Oude Noorden van Rotterdam, in een aardige lommerrijke straat, de Roderijselaan, vlak bij de Bergselaan. Als ik mijn Rotterdamse huis verliet, liep ik steevast langs de ramen en groette Ron, op weg naar de bakker of de slager. Veel panden in de straat waren door het OBR opgekocht, dat wanhopig probeerde er een culturele straat van te maken, met boekenantiquariaten, een lijstenmaker, een Turkse tapijtenwever en de galerie van Ron Mandos. Maar echt marcheren wilde het niet. Er waren te weinig Rotterdammers die kunst en oude boeken kochten. De Rotterdamse economie doet het ook niet goed, zeker niet in de jaren dat Leefbaar Rotterdam het stadhuis op het Coolsingel bestierde. En de galerie, hij kwijnde een beetje weg. In Amsterdam daarentegen vindt Mandos een vruchtbare voedingsbodem. Overal verschijnen nieuwe galerieën en bestaande verhuizen naar plekken buiten het traditionele kerngebied. Zo verhuist Paul Andriesse, die kunstenaars als Marlene Dumas onder zijn hoede heeft, in december van de Prinsengracht naar de Zuidelijke IJoevers. Hij zegt: "Vroeger was de Prinsengracht rauw, leeg en spannend. Nu is de binnenstad totaal dichtgeslibt en moet je voor die uitdagende sfeer naar de nieuwe stadsgebieden." Wat een luxe, wat een weelde. Inderdaad, het borrelt weer in Amsterdam!

Tagged with: