Zeggen waar het op staat

On 27 december 2005, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in PS bij Het Parool van 29 oktober 2005:


Vijftien jaar geleden kwam ze naar Amsterdam. Ze werd de vrouw van Philip Mechanicus, de fotograaf. Zelf is ze concert-pianiste. Tomoko Mukaiyama studeerde, na opgegroeid te zijn in Tokio, twee jaar aan de Universiteit van Indiana, USA. Daar zag ze niet veel meer dan de campus; aan het Amerikaanse leven nam ze niet deel. Ze ontmoette er wel veel Europese studenten. Toen twijfelde ze. Zou ze naar Brussel, Antwerpen of Amsterdam gaan? Het werd Amsterdam, "de stad waar iedereen zegt waar het op staat." Het contrast met Japan vond ze ‘gigantisch’. "Het grootste verschil is dat het bij Japanners allemaal gaat om de perfecte buitenkant, bij Nederlanders is wat erin zit het belangrijkste."

Blijft ze in Amsterdam wonen? Ze zal niet snel weggaan. "Maar ik realiseer me wel dat ik in een ongelooflijk bijzondere en kansrijke tijd ben gekomen, toen Nederland nog veel te bieden had (in 1990, ZH). Als ik nu met jonge buitenlandse kunstenaars praat, zal ik ze niet meer aanraden om naar Amsterdam te komen. Het gebeurt hier gewoon niet meer. Er is steeds minder ruimte en geld voor experimentele kunst, voor nieuwe dingen. Veel kleine podia voor jonge kunstenaars zijn verdwenen. Het is zo moeilijk om iets voor elkaar te krijgen, te beginnen met een verblijfsvergunning. Nederland en Amsterdam in het bijzonder waren zo open, zo naar buiten gericht toen ik hier kwam. (…) Daar is weinig meer van over." Treurig is het. Wat een land. Leve de Vrijstaat!

Tagged with:
 

Quality of place

On 17 december 2005, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in S&RO van december 2005:

De kwaliteit van de plek is belangrijk voor de vestiging van mensen en bedrijven. Dat is een oude gedachte die nieuwe impulsen heeft gekregen sinds de publicaties van de Amerikaanse econoom Richard Florida. Al jaren meet Florida de ‘quality of place’, zelfs lang voordat het idee van de creatieve economie geboren werd. Want ook in de diensteneconomie werd de kwaliteit van de plek al als bepalend gezien voor de vestiging van bedrijvigheid. De creatieve economie heeft deze gedachte extra kracht bijgezet doordat in deze economie niet zozeer de bedrijven hier gevoelig voor zijn, maar de kenniswerkers zelf. En de bedrijven, zo is de gedachte, volgen de kenniswerkers en vestigen zich daar waar het talent zich ophoopt.
Jan Jacob Trip van het Delftse onderzoeksbureau OTB blijkt nu de ‘quality of place’ van Rotterdam en Amsterdam te hebben gemeten. S&RO wijdt er een artikel aan. Hij doet dat volgens de maatstaven van Florida. En wat blijkt? Amsterdam heeft een grotere ‘quality of place’ dan Rotterdam.

Niet verrassend, zult u zeggen. Ik geloof ook niet dat dat zozeer de nieuwswaarde van Trips artikel is. Die nieuwswaarde schuilt vooral in de data die hij presenteert. Trip onderscheidt, net als Florida, data onderverdeeld in 3 hoofdcategorieën, te weten die op het terrein van a. talent en creativiteit, b. diversiteit, tolerantie en veiligheid, c. specifieke voorzieningen. Ik zal ze niet allemaal noemen. Wat belangrijk is, is dat Amsterdam in een paar opzichten erg gunstig bij Rotterdam afsteekt, namelijk wat betreft de bohemian scene (in Amsterdam naar verhouding 4 x zoveel), de gay scene (in Amsterdam ook 4 x zoveel), het veiligheidsgevoel (in Amsterdam het dubbele, ondanks het grotere aantal misdrijven per 100.000 inwoners!), het aantal theaters en concertzalen (in Amsterdam naar verhouding 4 x zoveel), het aantal bioscopen (in Amsterdam naar verhouding bijna 4 x zoveel) en het aantal restaurants en café’s (in Amsterdam naar verhouding bijna het dubbele). Rotterdam heeft alleen naar verhouding meer parken dan Amsterdam, namelijk 223 hectare per 100.000 inwoners. Rotterdam is een groene stad, maar verliest het verder op alle punten van de hoofdstad.

 

Based in London

On 11 december 2005, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 10 december 2005:

Het Amsterdamse architectenbureau Information Based Architecture bouwt de hoogste toren ter wereld in Guangzhou (Kanton), China. Met zijn 610 meter zal hij in 2010, wanneer hij gereed komt, waarschijnlijk voor korte tijd de ranglijst aanvoeren. Tot het van de troon gestoten wordt door het gebouw dat binnenkort in Dubai in aanbouw wordt genomen. Maar dat zien we dan wel weer.Ondertussen is het maar mooi weer een Amsterdams architectenbureau dat met de eer strijkt, zou je zeggen. Dus met die creatieve industrie in Amsterdam zit het wel goed.

Nee helaas, dat laatste is niet  juist. Wat de krant niet vermeldt is dat Information Based Architecture toegelaten werd tot de besloten prijsvraag dankzij het Britse ingenieursbureau Arup, dat een grote vestiging heeft in Hongkong, en dat de contacten werden gelegd via de Architectural Association School in Londen, waar een van de oprichters van Information Based Architecture, Mark Hemel, les geeft. Beide eigenaren, Mark Hemel en Barbara Kuit, kennen bovendien de Iraanse en in Londen gevestigde architecte Zaha Hadid persoonlijk, en ook dat was een voordeel. Hadid bouwt in hetzelfde Guangzhou een opera, aan de overkant van de rivier. Het netwerk waarin de jonge architecten opereerden was dus niet een Amsterdamse, maar een Londense. En zo’n Londens netwerk reikt nu eenmaal vele malen verder dan een netwerk vanuit Amsterdam. Nee, pas onlangs heeft het bureau zich in Amsterdam gevestigd. Vanwege de menselijke maat en de kindvriendelijkheid van het centrum en vanwege de nabijheid van Schiphol. Want nog steeds vliegt Mark Hemel wekelijks naar Londen en maandelijks naar China. Voor zijn werk.

Tagged with:
 

Emancipatiemachine

On 10 december 2005, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 10 december 2005:


Amsterdam is een emancipatiemachine. Vandaag overhandigt fractievoorzitter Maarten van Poelgeest van GroenLinks een boekje met die strekking aan burgemeester Cohen. "Ik ben tot de conclusie gekomen dat Amsterdam een heel specifieke functie vervult: mensen komen hier om zichzelf in relatief korte tijd te verbeteren. Na een tijdje is er geen plaats meer voor ze in de stad, (…). Dan maken ze plaats voor nieuwe gelukszoekers." En: "De discussie wordt nu heel erg gedomineerd door de stad als plek waar alleen maar problemen zijn. Terwijl ik het een razendinteressante plek vind vol ondernemingszin en dynamiek." Wijken gemengd maken in kleur en inkomen hoeft van hem niet. Sterker, "het is een strategie die helemaal niet werkt. (…) Het is veel beter in buurten goede publieke voorzieningen in stand te houden. Dat is uiteindelijk nog goedkoper ook dan huizen slopen en ze vervangen door dure koopwoningen."
GroenLinks, of althans haar fractievoorzitter, lijkt dus tegen de grootschalige sloop en nieuwbouw in Nieuw-West.

Toen ik een verhaal van gelijke strekking vier jaar geleden op het partijcongres van Die Grünen in Hamburg hield, reageerden de partijleden totaal verbouwereerd. Ze hadden een verhaal  verwacht over grootschalige nieuwbouw in het Oostelijk Havengebied en wilden mooie beelden zien van The Whale, de Silodam, KNSM-eiland en Java-eiland. Zijzelf waren immers net begonnen met HafenCity. In plaats daarvan toonde ik statistieken: jaarlijks 30.000 nieuwe, jonge en meest arme bewoners naar Amsterdam, elk jaar 30.000 (gezins)rijke en oude bewoners de stad uit. Het percentage alleenstaanden groeit ondertussen richting 60% van alle stedelijke huishoudens. Ik vertelde: dat is goed, want die eenpersoonshuishoudens zijn niet zielig, maar ondernemend en uithuizig. Veel van hen zijn geëmancipeerde vrouwen en die trekken de stad in voor werk en uitgaan. Want de stad is ook een huwelijksmarkt. Dat levert dynamiek. In de culturele economie is dit belangrijk, want die economie bestaat bij de gratie van individuele ondernemingszin en dynamiek. Hoe meer jonge alleenstaanden, hoe beter. En die alleenstaanden willen heus niet allemaal een grote grondgebonden woning met een tuin. Integendeel, die willen een  klein appartement  zo dicht mogelijk bij het centrum. Inmiddels is Hamburg ons voorbijgestreefd.

Tagged with:
 

Grote steden worden armer

On 6 december 2005, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 5 december 2005:


De vier grote steden zijn opnieuw armer geworden. Ditmaal heeft het CBS het fiscaal jaarinkomen in de steden bij elkaar opgeteld. In de periode 1999-2003 is dat verder teruggelopen. "Per saldo is de bevolking armer geworden, namelijk 194 miljoen. Het inwonertal van alle steden is in dezelfde periode juist toegenomen."
De bijgeleverde grafiek toont een langjarig proces waaraan maar geen einde lijkt te komen: sinds 1960 daalt het fiscale jaarinkomen in de vier grote steden, in Rotterdam het meest. Natuurlijk, de verklaring wordt gevat onder de noemer van ‘de witte vlucht’. Het enige tegenwicht wordt geleverd door de vestiging van rijke expats, in Amsterdam het sterkst. Zo slingeren de media – NRC incluis – de spookverhalen de wereld in. Wie in de suburb zijn krant openslaat, zal instemmend knikken en tevreden zijn dat hij zijn stadswoninkje juist op tijd heeft verkocht.

Wat opvalt in de grafiek (maar dat vermeldt de krant niet) is de krachtige stijging van het fiscale jaarinkomen in de vier grote steden in de periode 1994-2000, in Amsterdam was die stijging het grootst. Dat was een opmerkelijke periode, zeg maar het hoogtepunt van de VINEX-operatie, toen er nog veel rijksgeld voor de binnenstedelijke operatie beschikbaar was en Paars het belang inzag van grootstedelijke revitalisering. Direct na aantreden van het eerste kabinet Balkenende zakken de steden echter weer terug en wordt het business as usual. Wat heet, de daling sindsdien is dramatisch.

Tagged with:
 

Een soort brij

On 4 december 2005, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in PS van de Week bij Het Parool van 3 december 2005:


Het Amsterdamse reclamebureau KesselsKramer, bekend van reclamecampagnes vooro.a. Ben, Diesel, Bol.com en zoekmachine Ilse, is gevestigd aan de Lauriergracht. Volgend jaar bestaat het bedrijf 10 jaar. Oprichter Erik Kessels is nog steeds enthousiast over de stad.  Wat heet enthousiast. Hoewel er wel eens mensen kanttekeningen plaatsen bij de reputatie van Amsterdam als creatieve stad, is Erik Kessels alleen maar enthousiaster geworden. "Het unieke van Amsterdam is dat alle disciplines zo open zijn; fotografie, ontwerpers, kunstenaars, muzikanten. Het is een soort brij hier en het helpt elkaar allemaal. En dat weet men in het buitenland ook: we krijgen meer sollicitaties van over de grens dan uit Nederland. Het kost geen enkele moeite meer om Amsterdam te verkopen. Mensen komen hier en vinden het geweldig. En er wordt hier gewoon heel veel gemaakt."

Wie nu nog twijfelt aan het gunstige internationale profiel van Amsterdam (als creatieve stad tenminste), die zal zich moeten verklaren. Maar het belangrijkste is de typering van het creatieve klimaat: alle disciplines zijn open en iedereen helpt elkaar. Daar kan je wat mee.

Tagged with:
 

Management en innovatie

On 3 december 2005, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 10 november 2005:

Naast het debat over creativiteit loopt het debat over innovatie. Dat laatste is al wat ouder en richt zich op de zogenaamde kenniseconomie. Het innovatieplatform van dit kabinet en het Ministerie van Economische Zaken zijn er druk mee in de weer. Het eerste debat wordt daarentegen vanuit een toekomstbeeld van een culturele economie gevoerd. Niemand in Den Haag houdt er zich mee bezig. Vaak worden beide debatten angstvallig uit elkaar gehouden en zijn het twee gescheiden werelden, die niets met elkaar te maken willen hebben. Toch zijn de principes van creativiteit en innovatie dezelfde.
Nu verscheen er in dit verband een opzienbarend bericht in het economiekatern van NRC Handelsblad over innovatie, een bericht dat degenen die zich met creativiteit bezig houden gemakkelijk over het hoofd kunnen zien en dat degenen die innovatie hoog op de agende plaatsen vaak liever niet willen zien. De kop luidde: ‘management is cruciaal voor innovatie.’ Wat blijkt? Uit een onderzoek onder 9000 Nederlandse bedrijven (!)  valt af te leiden dat Research and Development voor slechts 25% bepaalt hoe succesvol bedrijven zijn met het vernieuwen van hun producten en diensten. De organisatie en het management daarentegen zijn verantwoordelijk voor 75%!  "De meest innovatieve bedrijven blijken allemaal een platte, weinig hiërarchische structuur te hebben. Binnen de bedrijven wordt veel in teams gewerkt, die regelmatig van samenstelling veranderen. Werknemers zijn breed inzetbaar en over het algemeen hoog opgeleid. Het management staat open voor nieuwe ideeën en is goed op de hoogte van de wetenschappelijke ontwikkelingen op hun terrein. Er is veel contact met kennisinstellingen zoals universiteiten en TNO." Ook blijkt dat de meest vernieuwende bedrijven nooit enige subsidie van de overheid hadden ontvangen. En privatisering werkt remmend op innovatie. Bedrijven in een dergelijke situatie hebben de neiging om zich te concentreren op kostenverlaging.

Je zou deze principes ook op creatieve steden kunnen toepassen. Steden met veel hoogopgeleiden die in voortdurend wisselende omstandigheden elkaar tegenkomen en die breed georiënteerd zijn en waarvan de universiteiten en kennisinstellingen laagdrempelig zijn, zijn het meest creatief. De overheid subsidieert niet, maar zorgt voor een goede openbare ruimte en veel ontmoetingsplekken en staat open voor nieuwe ideeën en is nieuwsgierig naar wetenschappelijke ontwikkelingen op een breed terrein. Zoiets.

Tagged with:
 

Metrotheorie

On 2 december 2005, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in M-magazine bij NRC Handelsblad van december 2005:

De journalist Victor Frölke woonde 9 jaar in New York. Over de spreekwoordelijke tolerantie in deze wereldstad heeft hij, schrijft hij in een aardig artikel, een zelfbedachte theorie: de metrotheorie. New Yorkers zijn zo verdraagzaam omdat ze elkaar elke dag tegenkomen in de metro en elkaar dan minutenlang opnemen om vervolgens te beseffen dat elk van hen, ongeacht ras, stam, kleur of religie, bezig is met hetzelfde te doen: van A naar B gaan.
Zeker, zijn metrotheorie deugt, die sluit aan bij wat politicologen als Maarten Hajer al geruime tijd op wijzen, namelijk dat het in een multiculturele samenleving van groot belang is om publieke plekken te hebben waar vreemden elkaar ontmoeten of tenminste aan elkaar kunnen wennen. Stations, pleinen, straten, openbaar toegankelijke ontmoetingsplekken, alle onder de gemeenschappelijke noemer van ‘heterotopia’ te vangen.

Maar dat is niet de kern waar het Frölke om gaat. Helemaal op het eind van zijn betoog noemt hij die kern, maar hij heeft hem kennelijk niet tot theorie verheven. Ik citeer: "Misschien is het succes van de multiculturele samenleving, of, preciezer: de multi-etnische economie, in New York wel te danken aan eigenschappen die niet zo makkelijk overdraagbaar zijn. Dynamiek bijvoorbeeld. En dan niet alleen die van de 24-uurseconomie, die alle mogelijke bedrijvigheid tot gevolg heeft. Ik bedoel vooral de energie, de dadendrang, de drive, of hoe je’t noemen wilt, die daaraan ten grondslag ligt. Iedereen die wel eens naar New York gaat om zich ‘op te laden’ weet waarover ik het heb. Het is typerend hoe snel die energie op nieuwkomers overslaat: die hebben plotseling zin om van alles te gaan ondernemen – ook al komt daarvan soms niet veel terecht. Zulke energie, ‘die in de lucht hangt’, is niet te meten, en niet na te bootsen. Maar het is niet moeilijk in te zien dat die het absorptievermogen van een stad bevordert, en daarmee meer mensen het gevoel geeft thuis te zijn."

Tagged with:
 

Orson + Bodil

On 1 december 2005, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord, vandaag, tijdens de 9e netwerkbijeenkomst creatieve stad:

Vanmiddag weer een boeiende bijeenkomst van het door de Dienst Ruimtelijke Ordening onderhouden gemeentelijke netwerk Creatieve Stad. De presentaties van Hans Tijl (Ontwikkelingsbedrijf) over het aan te leggen glasvezelnet in Amsterdam en van Stephen Hodes en Johan Idema van LA Group over de transformatie van het Oostenburgereiland waren de moeite waard. Maar het mooiste verhaal kwam van gastheer Guus Beumer van Orsol + Bodil, die ons ontving in zijn tijdelijke onderkomen aan de Herengracht. De wederwaardigheden van dit Amsterdamse modebedrijf, dat in een niche in de wereldtop opereert, bevatte alle ingrediënten van een successstory in de creatieve industrie.
Aanvankelijk opereerde Orson + Bodil, een modebedrijf vergelijkbaar met Victor en Rolff, weliwaar vanuit Amsterdam, maar hun productie vond plaats in China en de verkoop overwegend in Japan. Hoezo Amsterdams bedrijf? Daarna kwam het succes met de Adidasschoen, die door Alexander van Slobbe en Guus Beumer was getransformeerd van een sportschoen in een hippe glitterschoen, waarop Adidas ‘not amused’ was, maar Puma herkende de betekenis ervan, waarna Van Slobbe en Beumer voor dat laatste bedrijf aan de slag gingen. Hun Pumaschoen werd een hit. Het bedrijf verdient er, nog steeds, veel geld mee. Al het andere wat ze doen kost alleen maar geld.

Sinds een paar jaar kiezen ze bewust voor Amsterdam en weven ze zich in lokale netwerken om hun kledinglijn zo lokaal mogelijk te maken. Turkse naaiateliers die in de stad gevestigd zijn, produceren onderdelen, de Friese firma Tichelaar levert door de heren ontworpen knopen, van keramiek gemaakt, voor de overhemden, enzovoort. Ze zijn voortdurend op zoek naar lokaal talent en gaan daarbij over disciplinaire grenzen heen. Veel werk wordt voor hen verricht, maar daar staan dan wel wederdiensten tegenover. Financiers kunnen ze moeilijk vinden, banken willen niet in hun zaken investeren. Veel talent dat voor hen werkt vertrekt uit Amsterdam en vestigt zich in Antwerpen, Frankfurt of Berlijn. Amsterdam is voor hen te duur, zowel qua bedrijfsvestiging als qua wonen (Antwerpen is vele malen goedkoper dan Amsterdam). Dus is er bij hen voortdurende angst dat het netwerk van talent onder hun handen wordt afgebroken. De gemeente is niet bereikbaar, EZ verandert voortdurend van koers. Kortom, alle ingrediënten van de creatieve industrie passeerden de revue: groot talent, enorme geldhonger, moeilijk risicokapitaal te krijgen, sterke wederzijdse afhankelijkheden binnen netwerken, talent dreigt voortdurend weg te lopen, ineens is er succes, telkens moet er iets nieuws verzonnen worden, de gemeente schittert door afwezigheid.
Ademloos stonden we te luisteren in een oogverblindende kamer achterin het historische pand. De kamer bleek ontworpen door architect K.P.C. de Bazel. Hij was nog in geheel originele staat, inclusief het prachtig geweven tapijt. Binnenkort verhuist het bedrijf naar de Westergasfabriek. De Herengracht is voor hen te duur.

Tagged with: