Nu: proactief!

On 27 maart 2015, in bestuur, by Zef Hemel

Gehoord in de Stadstimmertuin te Amsterdam op 24 maart 2015:

 

Het Reuring!Café van de Vereniging voor Overheidsmanagement deed de provincie aan, dit keer Amsterdam. De Stadstimmertuin was veranderd in een Haagse salon. Er speelde een band, de ‘Wizzards of AZ’, er was drank en er waren mooie vrouwen. Moderator Mark Frequin maakte er een vrolijk boel van. Frequin is Directeur-Generaal op het Ministerie van Binnenlandse Zaken te Den Haag. Zijn gastheer was Arjan van Gils, gemeentesecretaris van Amsterdam. Het onderwerp dat deze laatste had gekozen was: ‘De proactieve overheid’. Als gasten had hij uitgenodigd Jos van der Lans (publicist), Paul van der Velpen (directeur GGD), Manfred van Doorn (trainer) en Zef Hemel (hoogleraar). Waarover spraken zij? Over de wereld aanvankelijk, maar de zaal bracht het gesprek snel terug naar Amsterdam. Het ging over de grote gemeentelijke reorganisatie. Leidde die tot een proactieve overheid? Hemel zei dat hij niet precies wist wat Van Gils eronder verstond, maar dat hij er een voorstander van was. Op het podium deed hij later een demonstratie van wat volgens hem proactief is: in een hele snelle beweging zijn smartphone tevoorschijn halen om zich vervolgens via Twitter op de hoogte te stellen van de laatste ontwikkelingen in de wereld. Het kwam niet aan.

De zaal roerde zich. Teveel oude mannen in het panel, vond men. Een jongedame in het publiek – bestuurskundige en zelf ambtenaar – sprak lang en nadrukkelijk over de noodzaak van efficiency en bedrijfsmatige sturing. Alsof dat proactief is. Frequin gaf haar alle ruimte. Van Gils knikte instemmend. Burgers, reageerde hij, vragen aan de gemeente overal, op iedere plek, steeds hetzelfde: één gemeentereiniging, één aanpak van de overlast, één loket, één soort van dienstverlening. Hemel daarentegen prees de complexiteit van de grote stad. Hoe complexer, hoe rijker. Neemt de complexiteit toe, dan hoef je minder van bovenaf te sturen, moet je juist improviseren. Het systeem corrigeert zichzelf. Complexiteit verklaart ook waarom Amsterdam zo succesvol is en Rotterdam en Enschede veel minder. Waarop een andere jonge vrouw – ook ambtenaar – vertelde over de teloorgang van experimenten met buurtbegrotingen en andere lokale innovaties in Oost als gevolg van de reorganisatie en het opheffen van de stadsdelen. Wat kwam ervoor in de plaats? Een standaardaanpak, bedacht in het stadhuis. Laatste vraag uit het publiek: wat is nou eigenlijk proactief?

Een sociale economie

On 26 maart 2015, in boeken, economie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The Zero Marginal Cost Society (2014) van Jeremy Rifkin:

Na het lezen van het nieuwste boek van Jeremy Rifkin is me duidelijk geworden dat het kapitalisme zoals wij dat kennen op zijn einde loopt. Karl Marx krijgt alsnog gelijk. Door het samenvloeien van informatietechnologie, logistieke technologie en energietechnologie  tot één ‘Internet of Things’ (IoT) zullen de marginale kosten van arbeid tenderen naar nul. Alles zal binnen hooguit een à twee decennia vrijwel gratis verkrijgbaar zijn. Als een zenuwstelsel zal dit IoT de hele wereld omspannen en alle menselijke activiteit samenbrengen in één verbonden ‘global Commons’. “This is what we mean when we talk about smart cities, smart regions, smart continents, and a smart planet.” Wat gaat dit voor de mensheid betekenen? Grote organisaties, enorme kapitaalinjecties, directieve topdown-sturing, ze zijn dan overbodig geworden. Ze waren tijdens de Tweede Industriële Revolutie voor overheden en bedrijfsleven nog nodig om samen wegen en spoorwegen aan te leggen, auto’s en treinen te maken, zeehavens te graven, steden te bouwen, maar nu is dat voorbij. De afbraak is al begonnen. Ervoor in de plaats treedt de Commons.

Wat gaat dit betekenen? In ieder geval: steeds minder de nadruk op financieel kapitaal, steeds meer op sociaal kapitaal. Anders gezegd, we moeten leren samenwerken. Met velen tegelijk. Een kapitalistische markteconomie maakt plaats voor een open, op samenwerking gerichte, verdelende en genetwerkte structuur. Of beter, naast de overheid en de markt ontstaat een derde partij: het open platform. Het slechte nieuws is dat het IoT veel banen zal vernietigen. Tegelijk echter creëert ze hele nieuwe banen. De meeste in de non-profitsector. Rifkin schat dat dit rond 2050 de meerderheid van de banen zal zijn. De traditionele kapitalistische economie zal nog slechts gerund worden door een kleine klasse van professionele en technologische specialisten. Het onderwijs zal daarom op een geheel andere leest moeten worden geschoeid. Het zal ons gereed moeten maken voor een sociale economie waarin wij op ongekende schaal leren samenwerken, delen, uitwisselen en meebeslissen, ook met dieren, planten, hele ecosystemen. Kijk, dat is nou Volksvlijt. Jonge mensen doen het al. Een ziener, die Rifkin.

Tagged with:
 

IJzeren eeuw

On 25 maart 2015, in economie, geschiedenis, technologie, by Zef Hemel

Gezien in het Amsterdam Museum op 8 maart 2015:

Tot 2 augustus 2015 is de tentoonstelling ‘De IJzeren Eeuw’ te zien in het Amsterdam Museum in de Kalverstraat. Kort na de opening ging ik er kijken. De eerste zaal is veelbelovend: aan de linkerkant hangen kleurrijke negentiende eeuwse schilderijen die vooral terugverwijzen, aan de rechterkant zwart-wit fotografie die de nieuwste bruggen, stations, spoorlijnen en ingenieurswerken tonen. Daarna volgen de stoommachines, de eerste fabrieken, de afscheiding van België, het onderwerpen van de koloniën. Volgens de bijgevoegde teksten is de aanleg van het Suezkanaal in 1870 de aanleiding voor de Nederlandse regering om in ons land ook echt iets te gaan ondernemen: het graven van het Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg. Amsterdam volgt schoorvoetend. De urbanisatie van Nederland is volgens de samenstellers niet de motor van de economische ontwikkeling, maar het gevolg van een doortastend optredende rijksoverheid. Dat lijkt mij een ernstige misvatting. De prachtige schilderijen van Breitner van Amsterdam rond de eeuwwisseling moeten dit beeld als het ware bevestigen. Het is Thorbecke die Amsterdam uit zijn winterslaap kust. Werkelijk?

Neem de aanleg van de eerste drinkwaterleiding naar Amsterdam. Dat was een privaat initiatief van Van Lennep, gericht op de stad Amsterdam. Daarover is alleen een filmpje te zien. Maar wat ik vooral in de tentoonstelling mis, die overigens prachtig is, is het Paleis voor Volksvlijt van Samuel Sarphati. Van dat bouwwerk, stammend uit 1863, hangt alleen een klein schilderij. Dat had natuurlijk een flink schaalmodel moeten zijn. Nu lijkt het alsof de Nederlandse regering het voortouw nam in de nationale economische ontwikkeling. Daarmee bevestigen de makers nog steeds het oude beeld dat de natie-staat ons tot nieuwe voorspoed bracht. Niets is minder waar. In 1840 werden de eerste stoomlocomotieven in Amsterdam geproduceerd. Ook het eerste stoomschip stamde uit die tijd. Amsterdam spiegelde zich aan Parijs, Wenen en Londen, maar kon die vergelijking natuurlijk slecht doorstaan. Het miste een koning, die liever in Den Haag verbleef, en het kreeg daarvoor in de plaats een omvangrijk lompenproletariaat dat het verarmende platteland ontvluchtte en in de fabrieken in de hoofdstad op zoek ging naar werk. En met succes. De eerste spoorwegen waren stedelijke initiatieven, geen rijks-bemoeienissen. Dat kwam pas later. Nee, de makers van deze tentoonstelling durven het nog steeds niet aan om steden aan de basis van de economische opbloei te leggen.

Tagged with:
 

Desert Cities

On 24 maart 2015, in politiek, ruimtelijke ordening, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 16 maart 2015:

Op 2 april 2015 start een nieuwe editie van ‘Cities in Transition’, een minor Urban Studies in het bachelorprogramma die ik vanuit mijn leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam verzorg. Dit jaar gaan we de casus Moskou verbreden en meer inbedden in een globale context. Istanbul en Toronto komen erbij. Maar nu las ik afgelopen week over twee andere metropolen. Tegenover Moskou, met zijn geplande dubbelstad van twee miljoen Moskovieten in het zuidwesten,  zouden zij evengoed kunnen worden geplaatst: Jeddah en Caïro. Ten noorden van het Saoedische Jeddah bouwt de koning een compleet nieuwe stad, King Abdullah Economic City (KAEC), in de woestijn. Eind dit jaar rijdt daar de eerste hogesnelheidstrein naar de heilige steden Mekka en Medina. De andere metropool – Caïro – lanceerde afgelopen week een plan om oostelijk van de bestaande stad in de woestijn een nieuwe stad te bouwen. In zeven jaar tijd wil men daar vijf miljoen Egyptenaren huisvesten en alle regeringsgebouwen naartoe verplaatsen. Het oppervlak van de nieuwe stad wordt zo groot als de stadstaat Singapore. De geprognotiseerde bevolkingsomvang van Caïro in 2050 is 40 miljoen zielen. Nu al leeft 96% van de bevolking van het land op slechts 4% grondoppervlak. De congestie is er enorm. Het bouwen van een nieuwe stad moet daarin verlichting brengen. Zo is het ook in Moskou.

Hebben deze dubbelstadplannen werkelijk toekomst? Zullen ze ooit werken? En wat doen al die presidenten met die architecten, bouwers en ontwikkelaars in dat maagdelijke gebied? Vanwaar die krankzinnige maquettes van compleet nieuwe steden in woestijnen? En in hoeverre bieden die presidenten tegen elkaar op? Antwoorden mogen de studenten zelf verzinnen. Ik hoop dat ze daarbij zullen putten uit hun eigen geschiedenis. Want het is nog niet zo lang geleden dat de Nederlands regering de bouw van een nieuwe stad beval ten oosten van de hoofdstad, in een diepe lege polder. De premier achtte Amsterdam te druk en te vol. Hij rekende op twintig miljoen Nederlanders rond het jaar 2000. Almere kreeg de forse groeitaakstelling van liefst 300.000 inwoners. Haar geplande oppervlak was groter dan van moederstad Amsterdam. Met de stichting van Almere werd voorkomen dat Amsterdam in 2000 zou uitgroeien tot een metropool als Londen of Parijs. Die steden vond de regering onleefbaar. Wat een vergissing. Maar het idee was simpel, de grond was er goedkoop en voor de bouwwereld was de deal buitengewoon lucratief.

Tagged with:
 

No future growth

On 23 maart 2015, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Phys.org van 26 oktober 2012:

Een bericht op Physics.org zette me op het spoor van een onderzoek van Richard Hausmann, Harvard University, en Cesar Hidalgo, MIT Boston, naar welvaartsgroei van landen. Wat bepaalt hun welvaartspeil en hoe kan economische groei worden voorspeld? In ‘The Atlas of Economic Complexity’ verklaren deze wetenschappers nationale welvaart uit de collectieve kennis van een land. In hun boek drukken ze deze maat uit in ‘economische complexiteit’. Hoe diverser en gespecialiseerder de banen van de beroepsbevolking van een land, hoe groter hun vermogen om complexe producten te maken en hoe hoger hun welvaartspeil. “The secret to modernity is that we collectively use large volumes of knowledge, while each of us holds only a few bits of it.” En: “Society functions because its members form webs that allow them to specialize and share their knowledge with others.” Van 128 landen analyseerden de onderzoekers de collectieve kennis en vormden hiermee een Economic Complexity Index (ECI). Op die index staat Nederland allesbehalve bovenaan. Dat zijn Japan, Zwitserland en Duitsland. Ook Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië zijn complexer. Nederland bevindt zich iets rechts van het midden, op het niveau van landen als Ierland, Mexico en Noorwegen.

Wel is het welvaartspeil in Nederland een flink stuk hoger dan je op grond van haar economische complexiteit zou mogen verwachten. Aardgas kan dit niet verklaren, want daarvoor hebben de onderzoekers de index gecorrigeerd. Het gaat hier puur om de aard van onze nationale economie: die wordt gedomineerd door chemie, logistiek en landbouw – sectoren die niet erg complex zijn. Het ontbreken in Nederland van grote steden als Londen, Milaan, Rome en Parijs, met veel collectieve intelligentie, breekt ons op. Ondertussen ontwikkelen andere landen wèl grote steden. So what? We verdienen toch goed? Zeker, dat is waar. Maar de afwezigheid van een grootstedelijk milieu schept geen gunstige vooruitzichten. “If a country had a lower level of income than was expected for its level of complexity, the researchers predicted that the country would experience more growth in order to ‘catch up’. In other countries, the level of income was higher than expected based on their level of complexity, suggesting that these countries would not experience future growth.” Onze Agenda Stad is daarmee gevormd: bouw in Nederland eindelijk een grootstedelijk milieu.

Tagged with:
 

Open City

On 20 maart 2015, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Endless City’ (2007) van Ricky Burdett en Deyan Sudjic:

In zijn essay ‘Open City’, gepubliceerd in het vuistdikke ‘The Endless City’ (2007), beschreef de Amerikaanse socioloog Richard Sennett wat er volgens hem mis is met onze moderne stadsontwikkeling. Het grote probleem, schreef hij, is overdeterminatie. Daarmee bedoelde hij dat wij in de wijze waarop we sinds het midden van de twintigste eeuw onze steden ontwikkelen en inrichten alles teveel willen controleren en te weinig ruimte laten voor toeval, voor ongezochte gebeurtenissen. We zijn in de greep geraakt van nauwkeurige tekenprogramma’s, strakke schema’s, rigide toekomstbeelden, technologie en hele precieze doelen. Alles is tegenwoordig resultaatgericht. Technologie en organisatiekunde stellen ons daartoe in staat. Ons probleem, meent Sennett, is dat we ons gevoel voor tijd hebben verloren. Dat is een ernstig probleem. De stad is juist een proces, hoe wij de stad bewonen oefent weer invloed op haar uit, ons beeld van haar zou daardoor voortdurend moeten veranderen. Maar wij doen alsof we haar tot in detail kunnen beheersen. Zoneringen, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen, beleidsprogramma’s, projectinterventies, maatregelen, toekomstvisies, zelden is er meer beleid over de stad uitgestort dan in de twintigste eeuw. Onze verbeelding heeft daarmee ernstig aan vitaliteit ingeboet. Al onze maatregelen hebben de stad bevroren. Sennett spreekt van een dystopie.

Het resultaat van deze bevroren toestand is namelijk ‘Brittle City’. Dat is een stad die snel slijt, die voortdurend wordt afgebroken en uitgewist, om plaats te maken voor iets nieuws, iets zogenaamd beters. Mensen moeten steeds vaker uit hun huizen in plaats van dat ze zelf hun huizen mogen opknappen en hun buurt verbeteren. Groei lijkt gelijk te staan met de vervanging van wat er was. Functies worden gescheiden, bevolkingsgroepen raken gehomogeniseerd, niemand krijgt nog de tijd om zich aan te passen. ‘Brittle City’ is een symptoom. Ze staat voor een gesloten systeem waarin alle onderdelen van stad en regio geïntegreerd en in balans moeten zijn, passend in het grotere geheel: het masterplan. De consequentie van dat uitgebalanceerde en geïntegreerde ideaal is dat ervaringen die daarmee niet sporen worden bestreden of buitengesloten. Ze zouden de waarde van het geheel doen verminderen. Dat betekent dat er geen ruimte is voor experiment. Kijk maar om je heen. Planners en ontwerpers verafschuwen alles wat van het systeem – het plan, het ontwerp – afwijkt. Sennett waarschuwt vervolgens: tegenover het gesloten systeem van de experts staat niet de vrije markt. Die bevoordeelt volgens hem vooral de elite. In Londen en New York ziet hij waar dat toe leidt. Het alternatief is het open systeem: dat is een systeem van kleine aanpassingen, van sociale strategieën waardoor buurten dichter bebouwd en meer divers worden. Het tijdsbegrip in de stad als een open systeem is heel anders dan in de geplande stad, namelijk ze is onvoorspelbaar, vol dissonanten, ze gaat gepaard met hele kleine stapjes, een kwestie van trial and error, gevoed door een verlangen naar groeiende complexiteit. Verhalen zijn hierbij een geschikter hulpmiddel dan ontwerpen, visies, eindplannen of blauwdrukken. Sennett: “All good narrative has the property of exploring the unforeseen, of discovery; the novelist’s art is to shape the process of that exploration.”

Tagged with:
 

Eind goed al goed

On 19 maart 2015, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 november 2014:

Terug uit Seoul, Korea, vis ik in de Amsterdamse Stopera een brochure uit de bak over ‘Zuidasdok. Ruimtelijke plannen in vogelvlucht’. De eerste vetgedrukte zin luidt: “Zuidasdok is een project om de bereikbaarheid van de Amsterdamse Zuidas en het noordelijk deel van de Randstad in de toekomst te kunnen blijven garanderen.” Dat klinkt als een noodzaak. Maar hebben we hier wel met een project te maken? Is dit geen stuk stad? En gaat het alleen om bereikbaarheid? Of is Zuidasdok niet meer dan een inpassing van een verbrede rijkssnelweg in een grote stad? En gaat Zuidasdok bereikbaarheid echt garanderen? Allemaal vragen. Het deed me trouwens denken aan een ingezonden stuk in Het Parool van 14 januari 2015 van Jos Nijhuis, directeur van Schiphol NV. Die vond Zuidasdok niet ver genoeg gaan, althans de bereikbaarheid van Schiphol is er volgens hem allerminst mee gegarandeerd. “Ondanks de nabijheid is Amsterdam vanaf de luchthaven niet goed te bereiken” Zowel Amsterdam als Schiphol groeien. Daarom pleitte hij voor doortrekking van de NoordZuidlijn vanaf Zuidasdok naar de luchthaven. Kortom, levert Zuidasdok werkelijk de garantie die de brochure belooft?

En dan was er een eerder bericht in NRC Handelsblad, verschenen op 27 november 2014. Het droeg de kop ‘Metro kwetsbaar door enkelspoor’. Ik kon het bijna niet geloven toen ik het las. Volgens het Gemeentelijke Vervoerbedrijf is de NoordZuidlijn bij ingebruikname in 2017 niet in staat om de verwachte stromen passagiers af te wikkelen. Het gaat om liefst 187.000 reizigers per dag! Reden voor het alarm: acht jaar geleden is er bezuinigd op het stukje spoor op …. de Zuidas. Daar komt enkelspoor in plaats van dubbelspoor. De hele lijn wordt hierdoor buitengewoon storingsgevoelig. Metrostation Zuidas is nu aangepast. “Dit vanwege de te verwachten drukte, omdat vertrekkende en instappende passagiers van hetzelfde perron gebruik moeten maken.” Eén defecte metro kan straks de hele lijn voor langere tijd stilleggen. Ondertussen worden bestaande tramlijnen in Amsterdam opgeheven. Glazig kijk ik nog eens naar de brochure. “Doel is een optimale doorstroming van het verkeer en vervoer te combineren met een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In 2028 moet dit alles zijn gerealiseerd.” Opgelucht haal ik adem. In 2028 komt alles goed.

Tagged with:
 

Crafting the City

On 18 maart 2015, in economie, monumentenzorg, by Zef Hemel

Gehoord in City Hall van Seoul op 14 maart 2015:

sewoon-02

Van 1967 tot 1977 functioneerde Sewoon Sangga in Seoul uitstekend, het Modernisme, naar het schijnt, leek hier buitengewoon succesvol. Maar aan dat succes van deze oudste hoogbouw van Seoul met liften, skywalks en arcade kwam eind jaren zeventig abrupt een einde. Erger, het kilometerlange betonnen object bleek buurten aan weerszijden te isoleren, ze belemmerde groei en welvaart. Even snel als ze opkwam, raakte ze weer in verval. Uiteindelijk werd ze door iedereen vergeten. Tot in 2013 een plan werd gesmeed om haar maar helemaal af te breken en te vervangen door een park. Op die manier hoopten stad en ontwikkelaars hoogbouw aan weerszijden aantrekkelijk te maken. Toen architecten echter de monumentale waarde van het complex op het spoor kwamen en de geschiedenis ervan aan de vergetelheid ontrukten, bonden de ontwikkelaars in. De nieuwe burgemeester koos voor behoud. Bovendien gebood hij herstel van de structuur daar waar deze in het verleden door een snelweg dwars door het complex was gebroken. Echter, die interventie, samen met het afbreken van de snelweg en de vervanging door een park, kan straks wel eens aanleiding geven tot ongewenste gentrification van de buurt. Wat te doen?

In een kleine groep ontwikkelden we in slechts twee dagen tijd een alternatief ontwikkelingsproces voor gebouw en buurt. Zodra de skywalk zal zijn hersteld (eind 2016) beginnen we een biënnale over ‘Crafting the City’: een zich herhalend festival over ambachten en ook de recyclingindustrie die in de buurt aan weerzijden van Sewoon Sangga worden gepraktiseerd en daar levend zijn gehouden. Twaalf ontwerpers trekken daartoe de komende twee jaar de buurten in, op zoek naar kennis en vaardigheden die tijdens het festival in Sewoon Sangga naar voren zullen worden gehaald. Op deze manier zal het modernistische complex in plaats van een barrière een bindend element in de buurt worden, met op de publieke skywalk een bijzonder evenement dat belangstellenden uit  heel Seoul en wellicht de hele wereld zal trekken. Alle nijverheid in de slums – zal een impuls krijgen, niemand hoeft het gebied gedwongen te verlaten en het monumentale complex krijgt een nieuwe betekenis. Wat door de burgemeester werd beloofd – “to invigorate the existing small & medium enterprises as an innovation hub, to strengthen the capabilities of the local communities and to integrate architectural layers into the historic urban tissues” – wordt daarmee zeker gesteld. Doen?

Tagged with:
 

Sewoon Sangga

On 17 maart 2015, in monumentenzorg, participatie, stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in City Hall van Seoul op 13 en 14 maart 2015:

Drie dagen lang werkten we verwoed aan een alternatief ontwikkelproces voor Sewoon Sangga, Seoul. De modernistische arcade, een megastructuur uit 1967 en ontworpen door Chung-hee Park, is een kilometer lang en 50 meter breed gebouw. Aan weerszijden liggen à niveau brede publieke loopstraten, waar onderdoor het lokale verkeer raast. Bovenop het dek bevinden zich drie verdiepingen met winkels en groothandelsbedrijven en hier en daar vier extra verdiepingen met woningen. De enorme betonnen arcade ligt midden in een druk woon-werkgebied, van oorsprong een slum waar Koreaanse vluchtelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en ook later, na de turbulente onafhankelijkheidsstrijd van Korea, een goed heenkomen zochten. Van oorsprong waren de woningen in dit stadsdeel opgetrokken uit hout. De Japanse kolonisator had na de verwoestingen die brandbommen hadden aangericht in Tokio hier een ontruiming bevolen van een strip over een lengte van een kilometer, vijftig meter breed, als een soort brandgang door de vuurgevoelige houten stad. Na de oorlog was in die open ruimte Sewoon Sangga gebouwd.

Een paar jaar terug vatte de stad het plan op de modernistische megastructuur – inmiddels overwoekerd door illegale bouwsels en helemaal onderdeel geworden van de slum – af te breken en te vervangen door een langgerekt park. Langs de kilometerlange parkstrook zouden vervolgens wolkenkrabbers verrijzen. De slum met al zijn workshops en neringdoenden zou compleet verdwijnen. Architecten protesteerden. De nieuwe burgemeester kwam onlangs op het besluit terug. Onze conferentie, getiteld ‘Beyond Big plans’, was bedoeld om een alternatief  proces te ontwikkelen. De sloop van Sewoon Sangga is dankzij de activisten inmiddels stilgelegd. Er loopt een prijsvraag voor herstel van het ooit ononderbroken dek precies op de plek waar een aantal jaren geleden de snelweg is afgebroken en de Cheongyecheon stroom werd teruggebracht. Wat te doen? We waren er snel over eens dat met de restauratie van de verhoogde loopstraat onherroepelijk een proces van gentrification in gang zou worden gezet, waardoor de bewoners en bedrijfjes in het dichtbevolkte gebied alsnog het veld zouden moeten ruimen. Het activisme was op behoud van de monumentale architectuur gericht en niet op de buurt. Ons doel was de zittende bewoners in het hele gebied bij de upgrading te betrekken en maximaal te laten profiteren van de ontwikkelingen die zeker zouden plaatsvinden. Onze strategie? Daarover een volgende keer.

Tagged with:
 

Eet die snelweg op!

On 16 maart 2015, in duurzaamheid, infrastructuur, openbare ruimte, by Zef Hemel

Gehoord in Seoul, Zuid-Korea, op 15 maart 2015:

The restored river in downtown Seoul

Rond de metropool Seoul, Zuid-Koreau, strekt zich een enorm infrastructuurlandschap uit van snelwegen, spoorlijnen, hogesnelheidslijnen en zelfs een heuse Maglev-lijn. De dynamische Aziatische stad zelf telt op dit moment ruim 10 miljoen inwoners en groeit snel, de hele metropoolregio omvat liefst 25 miljoen inwoners! Dat is een kwart van de hele bevolking van Zuid-Korea, die overigens op slechts dertig procent van het nationaal grondoppervlak leeft; de rest van het schiereiland is ontoegankelijk berglandschap. Veertig jaar geleden woonden in Seoul nog maar één miljoen mensen. Geen wonder dat de Koreaanse economie het zo goed doet! Niet voor niets spreekt men van ‘the Miracle on the Han river’. Ik hield er een keynote speech tijdens ‘Beyond Big plans’, een congres georganiseerd door Soran Park, Hyeri Park en Vitanarae Kang, drie jonge vrouwelijke Koreaanse stedenbouwkundigen die in Nederland hebben gestudeerd. Het congres vond plaats in het stadhuis, de burgemeester van Seoul opende, de Nederlandse en Zwitserse ambassadeurs ondersteunden het congres, liefst zestig stedenbouwkundigen en planologen spraken hier vier dagen lang over nieuwe vormen van participatieve planning.

De social meeting op de zaterdagavond vond plaats in een buurt dicht bij het reusachtige centraal station. Buurtbewoners kookten daar voor de delegatieleden, de sfeer was uitgelaten, optimistisch. Daar bleek alle aanleiding toe. De buurt had voor elkaar gekregen dat de plaatselijke verhoogde autosnelweg – de Tongil-ro – , met een tracé dwars door de buurt, op last van de burgemeester autovrij zal worden gemaakt. Op de weg, die door betonrot wordt aangevreten, zal een kilometerslang park worden aangelegd, net als in New York een park – de High Line – op een oud spoorviaduct werd aangelegd. Het grote voorbeeld is echter lokaal: onder leiding van de vorige burgemeester is een aantal jaren geleden een autosnelweg dwars door de stad buiten werking gesteld. Daar stroomt nu de Cheongyecheon in een langgerekt park. Dankzij deze ingreep werd de burgemeester een held, uiteindelijk werd ze zelfs tot president van het land gekozen. Dus terwijl de spaghetti van infrastructuur in de periferie van de immense metropool voortwoekert, verdampt ze in het centrum. Dat is wat er gebeurt in een echte metropool: van binnenuit wordt ze leefbaar, duurzaam, sociaal gemaakt door een samenspel van buurtactivisme en stedelijke politiek.

Tagged with: