Anders plannen maken

On 27 september 2016, in boeken, by Zef Hemel

Hoe kun je nog plannen maken in situaties van grote complexiteit? In zijn nieuwste boek ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’ betoogt Zef Hemel dat de sturing in onze grote steden veel lichter en opener kan dan planologen vaak denken. Met Volksvlijt 2056 deed hij een experiment in open planning. Een impressie.

 _MGL1839 _MGL1815

_MGL1857  _MGL1711

Om erachter te komen wat een stad wil en nodig heeft, zou men haar bewoners eigenlijk voortdurend moeten raadplegen. Dat klinkt logisch, maar het gebeurt zelden. Het argument is vaak dat het praktisch lastig zou zijn om zoiets te organiseren. En als het dan eens gebeurt, wordt door autoriteiten vaak een ja- of nee-stem gevraagd, echt geluisterd wordt er niet. Vaker zoekt het bestuur draagvlak voor de eigen plannen, wordt veel energie in voorlichting en overtuigingskracht gestoken; echte betrokkenheid wordt zelden op prijs gesteld. Dit hoort ook bij het proces van professionalisering van de planologie. Door de verwetenschappelijking werden de afgelopen honderd jaar steeds meer statistieken, diagrammen en kaarten leidraad in de stadsontwikkeling. Planologen en stedenbouwkundigen eisten hun rol in de belangenafweging op en richten zich op het bestuur dat hun plannen en ontwerpen moet vaststellen en uitvoeren. Bestuurlijk georiënteerde planologen problematiseren graag de governance, die inderdaad niet werkt en waaraan men eindeloos lang kan sleutelen. Zulk werk is goed voor de broodwinning, maar het raakt de fundamentele problemen niet en lost ze ook niet op. Iedereen lijkt vergeten de dromen en ideeën van gewone mensen op te slaan. Sinds er digitale sociale media bestaan weten we echter dat hele grote groepen mensen bijna permanent met elkaar in gesprek gaan over alles wat hen bezighoudt, dankzij internet kunnen ze zich steeds beter organiseren en steeds meer macht naar zich toetrekken. Door zich aan te sluiten bij zulke platforms, virtueel maar ook fysiek, zouden overheden heel goed kunnen aftappen van deze ‘collectieve intelligentie’. Een dergelijke werkwijze heet open planning. Waarom doen ze dat niet?

Om open planning in de praktijk te beproeven organiseerde de Wibautleerstoel aan de UvA afgelopen jaar ‘Volksvlijt 2056’. Volksvlijt was een tentoonstelling in de Openbare Bibliotheek Amsterdam over de economische toekomst van de hoofdstad. Bezoekers konden er hun eigen toekomst dromen. De programmering van Volksvlijt was helemaal open, alles was op zoveel mogelijk interactie gericht, een centrale autoriteit ontbrak, er lagen ook geen plannen of voornemens op tafel. We wilden zoveel mogelijk mensen in de stad activeren, hen bij hun eigen toekomst betrekken, hen een stem geven, en vooral elkaar laten inspireren. Onze referentie was Samuel Sarphati (1813-1866). Diens ‘Vereniging voor Volksvlijt’, opgericht in 1852 en tien jaar later uitmondend in zijn roemruchte Paleis voor Volksvlijt aan het Frederiksplein, beoogde precies dit:  tentoonstellingen die inspireren, een vereniging oprichten die als een open platform functioneert, samenwerking beijveren, iedereen in de stad aanzetten tot ondernemen, kapitaal op de nieuwe ondernemingen richten, onderwijs en onderzoek bevorderen en iedereen daarin laten delen, honger en armoede bestrijden door nieuwe nijverheid, voorbeeldige stadsontwikkeling entameren, een betere toekomst dromen. Nog altijd koestert Amsterdam een verrukkelijke herinnering aan Samuel Sarphati. Zijn Vereniging leidde tot de aanleg van het Vondelpark bijvoorbeeld, maar ook van de bouw van het Concertgebouw, de oprichting van het Concertgebouworkest, de instelling van het conservatorium, de stichting van de eerste woningbouwcorporatie en de eerste hypotheekbank, de opening van de eerste openbare bibliotheek, de Amsterdam RAI. Eind negentiende eeuw spoelde een golf van positief, praktisch idealisme over de stad. Op die golf kwam wethouder Floor Wibaut bovendrijven. Berlage werd van dat nieuwe Amsterdam uiteindelijk de grote bouwmeester. Alles dankzij het platform.

Fragment uit ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’ (2016) van Zef Hemel. Amsterdam University Press. ISBN 978 94 6298 246 8.

European Knowledge Hub

On 22 september 2016, in wetenschap, by Zef Hemel

Read in  ‘Mapping Research and Innovation’ (2015) of Elsevier/Urban Innovation Network:

Afbeeldingsresultaat voor amsterdams competitive advantage

Last year, scientific publisher Elsevier and the Urban Innovation Network (UIN) published a comparative study of research output of eleven comparative European university cities, amongst them Amsterdam. The other cities were Barcelona, Berlin, Brussels, Copenhagen, Dublin, Hamburg, Madrid, Manchester, Stockholm and Vienna. In ‘Mapping Research and Innovation’ (2015) the researchers distinguished four dimensions of research strength: relative volume, relative usage, relative impact and research excellence. Excellence was measured by a city’s relative share of the most impactful research – “that which is among the top decile worldwide in terms of citations within a given subject area. We call these star articles.” Overall conclusion: Amsterdam has a strong claim to being one of the top knowledge cities in Europe. Its research output per capita is second only to Copenhagen, but the relative impact of its research is the highest. The researchers discovered that Amsterdam has a very strong position in medicin, in volume and impact. “It is nearly twice the world average in relative volume, given the city’s size and overall research output.” Orange (picture) means its impact is also quite high, “more than twice that of the world average.” Winners are oncology, radiology, nuclear medicine and imaging.

Striking is Amsterdam’s output in computer science, which nearly doubled over the past decade. In terms of publications per capita, Amsterdam’s output in computer science is now second among the eleven cities. “These growth trends suggest that Amsterdam is growing a world-class base of computer science researchers, which can both help train the next generation of tech workers and attract the most promising tech companies.” What about social sciences? Psychology has a very strong position, but only in volume, the other social sciences are performing above average, but their impact is rather low. In terms of publications per 1000 residents, the researchers found growth in all eleven cities. But the absolute winners are Amsterdam en Copenhagen, with Vienna and Stockholm following at a distance. How important is this? Elsevier: “Universities creat jobs and demand for real estate space, attract and retain talent, stimulate investment beyond their walls. (…) But, the central role played by universities in the innovation ecosystem is not well understood and an untapped resource.” Exploring a city’s innovation ecosystem is a valuable way of seeing the future with greater clarity.

Tagged with:
 

Historische camouflage

On 21 september 2016, in boeken, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De opstand der horden’ (1937) van José Ortega y Gasset:

Afbeeldingsresultaat voor ortega y gasset de opstand der horden

Van de hand van de Spaanse filosoof Ortega y Gasset verscheen in 1937 een boek dat indertijd werd bestempeld als visionair, maar dat achteraf beschouwd een historische denkfout bevatte. De Spanjaard schetste een beeld van een wereld, gedomineerd door de moderne massa-mens. Die had de bourgeoisie van zijn voetstuk gestoten. Die massamens ontwaarde hij vooral in grote steden. Daar was de volte, en in de volte openbaarde zich de lompe, redeloze mensenmassa, een menigte waarin de individualiteit en pluriformiteit ten onder moest gaan. “Wanneer wij in de grote steden die ontzaglijke opeenhopingen van menselijke wezens beschouwen, die gaan en komen in haar straten of tezamen lopen bij feesten en politieke betogingen, dan zet zich in mij deze gedachte als een obsessie vast: Kan heden ten dage een man van twintig zich een levensplan vormen met persoonlijke trekken en dat derhalve verwerkelijkt moet worden door middel van zijn eigen, onafhankelijke ondernemingsgeest en door zijn eigen, persoonlijke inspanningen?” Het antwoord was natuurlijk ja, maar Ortega y Gasset meende juist van niet. Zoveel mensen op een kluitje kon, net als in een propvolle gevangenis, alleen maar tot gedwongen uniformiteit leiden. Raakte heel Europa verstedelijkt? Nee toch! “Hiermede zou Europa in een termietenhoop veranderen.”

Wie het boek anno 2016 opnieuw leest, raakt onder de indruk van de angst van de schrijver voor de metropool. Samenballing werd dus als het probleem gezien. Ortega: “(…) De enkelingen die deze menigten vormden bestonden vroeger wel, maar niet als massa. Verstrooid over de wereld, in kleine groepen of afzonderlijk, leidden zij, ogenschijnlijk, een uiteenlopend, gescheiden en afzonderlijk bestaan. (…) Nu echter verschijnen zij plotseling als een opeenhoping, en onze ogen zien overal menigten.” De Spaanse denker wees Moskou en New York aan als plaatsen waar je de ondergang van de beschaving kon voorvoelen, “net als in een reusachtige armzalige bestaan van het laat-Romeinse Rijk.” Beide steden noemde hij ‘verschijnselen van historische camouflage’. Daarmee bedoelde hij dat Moskou modern en revolutionair leek, maar eigenlijk achterlijk was; en New York was een naïeve stad van technologie die een eeuwenoude beschaving node miste. “Zijn beklemmingen, onenigheden en conflicten zullen nu komen.” Hij miste heerschappij en gehoorzaamheid in deze steden. Vrouwen en arbeiders waren te vrijgevochten. Twee jaar later echter zou het onheil niet uit de stad komen, maar van het Europese platteland. Zij die achter Hitler en Stalin aanliepen woonden overwegend in de provincie, in een omgeving die cineast Michael Haneke zo treffend heeft verbeeld in ‘Das Weisse Band’ (2009).

Tagged with:
 

A Day to Remember

On 19 september 2016, in cultuur, gezondheid, by Zef Hemel

Heard at the Heineken Experience, Amsterdam, on 16 September 2016:

MIRIK MILAN _ PREFEITO DA NOITE EM AMSTERDA

Friday, 16 September 2016, it was Enjoy Responsible Day at Heineken Brewery, Stadhouderskade in Amsterdam. Four teams of four young professionals, recruited from the staff of the Amsterdam based global brewery were asked to develop a campaign for moderate drinking in only 8 hours time. Theme: ‘A night to remember’. Amsterdam’s night mayor Mirik Milan (picture) was hosting the day. In a film he showed people around in Amsterdam during the night, proofing that nightlife is just great when you move around with your friends while moderate your drinking. I was invited as one of the experts. There was also a lecture of John Weich, editor, advertiser and writer of ‘Storytelling on Steroids’ (2014), on new trends in city making. Weich spoke about cities that are ‘stretching’, ‘urban ecosystems of innovation’, ‘new agoras’ in cities, ‘emotional landscapes’ on the ‘other side of the railway tracks’, ‘active public space’ in ‘odd areas’, ‘spontaneous congregation’ of young people in ‘multipurpose venues’, new digital tools of wayfinding and navigation, take-out food and the fast growth of delivery services. He showed us great examples in Oslo, Copenhagen, New York. Then the teams went to work. At the end of the day they would come up with three or four cool ideas.

Some teams developed proposals for apps. They still think technology is bewitching us. One team, on the other hand, wanted us to ‘disconnect in order to connect’. And then there was a team ending its presentation with a self-evident, intelligible idea based on the notion that cities are for people meeting other people. In fact, it was what Mirik Milan had demonstrated with his short film: locals showing visitors around, offering them ‘a night to remember’. So when locals do that, you as a visitor will never misbehave, not wanting to miss the end of your guided tour, so you moderate your drinking. If Heineken would promote this kind of city trips, locals would meet strangers, some even might make friends, new agoras in our cities will develop, take-out food will serve us even in the most barren spots, spontaneous congregation will blossom, public space will get activated, city life will be more vibrant. An app will be needed, one that is connecting local guides with visitors from abroad. An app that is called ‘A Night to Remember’. Sponsored by Heineken. Great day.

Tagged with:
 

Het Oosten tegen het Westen

On 15 september 2016, in economie, by Zef Hemel

Gezien op televisie op maandag 12 september 2016:

Afbeeldingsresultaat voor youngstown ohio eelco bosch van rosenthal

Geniale teevee! Twee documentaires afgelopen week gezien die ik werkelijk niet had willen missen. De eerste aflevering van ‘Droomland Amerika’ over Youngstown, Ohio, bij de VPRO, de tweede ‘Het laatste jaar van FC Twente’ over Enschede, Overijssel, bij de VARA. De ene ging over politiek, de ander over voetbal. Met schitterende rollen van Eelco Bosch van Rosenthal (Youngstown) en Erik Dijkstra (Enschede). De parallellen zijn gemakkelijk te trekken. Youngstown en Enschede zijn beide steden in de Rust Belt: voorheen was hier bloeiende industrie – staal respectievelijk textiel – en verdienden de inwoners een dikke boterham met keihard werken, nu is er alom malaise, de industrie is vertrokken en beide steden krimpen. Met het Twentse voetbal gaat het ook al niet goed, met de Amerikaanse politiek evenmin, want Trump gaat in Youngstown zeker winnen. En wat doet Wilders in Twente? Ik voorspel hem een ruime zege. Je ziet de onmacht, de woede en de frustratie van de mensen die het allemaal overkomt. Hun slachtofferschap reageren ze af op een vermeende vijand. In Enschede is dat ‘het Westen’, lees: de KNVB die FC Twente laat degraderen, in Youngstown is dat ‘de wereld’ die de staalstad liet doodbloeden. Ze lijken niet te begrijpen dat ze in een wingewest wonen, dat speelbal is van wereldmarkten en van megasteden.

Trump landt met zijn Boeing in Ohio en belooft de mensen de terugkeer van de staalindustrie. Dat zijn loze beloften. Het minderwaardigheidscomplex van de aanhangers van FC Twente is al even schrijnend. Hun liedteksten gaan je door merg en been. En dan dat terugverlangen naar het verleden, die romantiek van de vroegere overwinning: FC Twente die landskampioen werd in 2010, Boom Boom Mancini die wereldkampioen boksen werd in de hoogtijdagen van Youngstown. Daarna volgden mismanagement, corruptie en schandalen. Je wil het niet weten. Ondertussen wijt men de malheur aan de ‘globalisering’, de ‘Randstad’, het rijke Westen. De mensen geloven het nog ook. Is het werkelijk? Steden moeten gewoon diverser worden, niet stilstaan, hun economieën moeten rijker en complexer worden. Vertrouwen op die ene kaart – staal, textiel – is niet genoeg; vroeger of later zal die het loodje leggen. Een administratiecentrum van het Pentagon uit Washington verplaatsen naar Youngstown is een politieke wanhoopsdaad en zeker geen oplossing. AZC’s, gevangenissen en kazernes openen zijn dat evenmin. Steden moeten aan de bak. Doen ze dat niet, dan komt uiteindelijk de man met de zeis. Die velt ze, genadeloos. Het is van alle tijden. Goede, grote, complexe steden bouwen, er zit niets anders op.

Tagged with:
 

Goed nieuws uit Atlanta

On 13 september 2016, in duurzaamheid, sociaal, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in de New York Times van 11 september 2016:

Afbeeldingsresultaat voor beltline atlanta map

Zin in positief nieuws? Op 11 september 2016 berichtte de New York Times over een fantastisch project in Atlanta, Georgia. Het gaat over de Beltline, een netwerk van fiets- en wandelpaden in een stedelijk parklandschap, een project vergelijkbaar met de High Line in New York, maar dan groter, ambitieuzer, want op een voormalige ringspoorlijn binnen de uitgestrekte stad, die in onbruik was geraakt en die nu wordt omgetoverd in een langgerekt openbaar park. De eerste twee mijl – Eastside Trail – kwamen in 2012 gereed en zijn nu al een doorslaand succes. De volgende drie mijl komen binnenkort gereed en voeren langs de westzijde, waar de Afro-Amerikaanse gemeenschap van Atlanta woont. Atlanta is, zoals waarschijnlijk bekend, een extreem gesegregeerde stad die al decennia geteisterd wordt door een ‘witte vlucht’ en een heel ongezonde suburbanisatie. Terwijl veel Amerikaanse steden de laatste jaren moeizaam herstelden en hun centrum weer zagen opbloeien, verliest Atlanta nog altijd bevolking. Met de Beltline lijkt aan die vlucht naar buiten een einde te komen. Burgers en stichtingen hebben al 54 miljoen dollars opgehaald om de parkaanleg te bekostigen. Dit heeft voor 3 miljard dollar investeringen in vastgoed – woningen en winkels – langs het nieuwe park gezorgd. Betrokkenen denken zelfs dat Atlanta de komende 15 jaar in omvang kan verdubbelen (van 463.000 naar 900.000 inwoners). Noem het een megasucces.

Het allermooiste van de Beltline-geschiedenis is dat nota bene een masterstudent, Ryan Gravel, dit alles in gang heeft gezet. Gravel studeerde een tijdje in Parijs, waar hij onder de indruk raakte van de parken, waaronder de Promenade Plantée over de voormalige Bastille spoorlijn. Door hem werd een proces ontketend van hoop en initiatief en zo startte hij, eenmaal terug, in zijn geboortestad een burgerbeweging. Op dit moment is er een professionele organisatie werkzaam die de aanleg van het park stipt regelt. Wanneer in 2030 de gehele spoorlijn tot park zal zijn getransformeerd, zal de droom van Gravel de stad een waardestijging van 4,8 miljard dollar hebben opgeleverd en 45 buurten – rijk en arm, wit en zwart – met elkaar hebben verbonden. Nog zoiets moois: in Atlanta is inmiddels een discussie op gang gekomen over de nadelen van gentrificatie – de opwaardering en waardestijging van oude buurten – als gevolg van de Beltline en de noodzaak om ook weer sociale woningen te gaan bouwen. Dat hele programma was door de stad in de crisis juist stilgelegd. Gravel is tegenwoordig planoloog in Atlanta. Voor mijn studenten planologie een regelrechte opsteker!

Tagged with:
 

Brussels lof

On 12 september 2016, in stadsvernieuwing, by Zef Hemel

Gezien in Brussel op 7 en 8 september 2016:

Afbeeldingsresultaat voor thurn en taxis

Werkbezoek gebracht aan Brussel met het bestuur van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing. We werden rondgeleid door Joris Sleebus van Bruksel Binnenste Buiten. In Brussel was ik lang niet meer geweest. Meest opvallend was het autoverkeer dat alle straten van de 1,2 miljoen inwoners tellende hoofdstad bijna permanent blokkeert. Oorzaak: gebrekkig openbaar vervoer. Bijgevolg is de luchtkwaliteit boven Brussel bijna net zo slecht als die boven Parijs. Kennelijk is de gewestelijke overheid niet in staat om de burgers goed publiek vervoer te bieden. Echter, dit weerhoudt de vele expats er niet van om zich in Brussel te vestigen. Sinds 1992 is Brussel officieel de hoofdstad van Europa, waardoor hun aantal explosief is gegroeid, althans in de oostelijke bovenstad. Tien procent van de bevolking is bovendien Frans: dat zijn rijke Parijzenaars die de laatste jaren gevlucht zijn voor de hoge belastingtarieven in Frankrijk. Ze waren toch al gewend om in een stad met een slechte luchtkwaliteit te leven. In de westelijke benedenstad – de oude, laaggelegen industriestad langs het kanaal en de spoorwegen – is sprake van een heel andere toestroom van vreemdelingen: in Anderlecht, Molenbeek en Schaarbeek leven Turken, Marokkanen en Afrikanen dicht op elkaar. Wie spreekt er hier Frans, en wie Vlaams? In Brussel leeft iedereen voor zichzelf. Zelden zag ik zo’n gesegregeerde stad in Europa.

Centraal in de benedenstad, aan de westkant van het kanaal, vindt op dit moment een zeer grootschalige gebiedsontwikkeling plaats. Thurn en Taxix betreft de ingrijpende reconstructie van een verlaten negentiende eeuws intermodaal overslagterrein van het NMVB dat in 2001 werd verkocht aan een grote ontwikkelaar. Het is een paradepaardje want de ambities zijn enorm, kosten noch moeite worden gespaard. Het Koninklijk Pakhuis is al verbouwd, het opende in 2008 zijn deuren voor trendy bedrijven en oogt zeer chique. De omvang en ambities evenaren gemakkelijk de gebiedsontwikkeling op ‘Het eilandje’ in Antwerpen of de transformatie op de Kop van Zuid in Rotterdam. Hoe dit nieuwe kwartier in de Brusselse benedenstad zich verhoudt tot de omringende arme wijken is echter de vraag. Wie haar in zijn bolide nadert passeert slagbomen en hekken; extreem rijk steekt hier extreem arm de ogen uit. Ook al wordt Thurn en Taxix een zeer duurzaam woon- en werkgebied met alle goede bedoelingen, het zal de confrontatie tussen rijk en arm verhevigen. Het gebied kon de komende jaren wel eens de opstand van de onderklasse flink dichterbij brengen. Investeren in het Brusselse openbaar vervoer was voor iedereen – arm èn rijk – beter geweest.

Een betere wereld

On 7 september 2016, in boeken, theorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Uitblinkers’ (2008) van Malcolm Gladwell:

Afbeeldingsresultaat voor outliers gladwell

Waarom hebben sommige mensen meer succes dan andere? De Canadese wetenschapsjournalist Malcolm Gladwell schreef er acht jaar geleden een interessant boek over. Deze zomer heb ik het eindelijk gelezen. Talent alleen, aldus Gladwell, is niet genoeg. Je moet ook veel oefenen. Zelfs het allergrootste talent heeft tenminste 10.000 uur geoefend voordat hij succesvol werd. En dan nog is succes niet verzekerd. In ‘Uitblinkers’ maakt hij onderscheid tussen kansen en erfenis. Kansen op succes vergroot je door je in een omgeving te bewegen die daarvoor gunstig is, want alleen lukt het je niet. Erfenis is iets wat je van huis uit mee krijgt of tekort komt, het gaat om diepe wortels, vaak niet eens opgemerkt, die je voetstoots aanneemt, maar die bepalend blijken voor het behalen van succes in je leven. Het is iets cultureels. Gladwell: “Om een betere wereld te maken moeten we de lappendeken van geluk, toeval en willekeurig voordeel die nu bepalend zijn voor succes vervangen door een maatschappij die kansen biedt aan iedereen.” Mooie gedachte. Geen Ayn Rand in dit boek. Verre daarvan. Uitblinkers volgens Gladwell “zijn het product van van geschiedenis en gemeenschap, van kans en erfenis.” En zo is het.

De ruimtelijke component blijft bij Gladwell wel grotendeels impliciet. Zo merkt hij op dat alle grote internetondernemers van de wereld rond 1955 zijn geboren, wat inderdaad opvallend is, maar het feit dat ze allemaal in San Francisco groot werden laat hij grotendeels buiten beschouwing. En zijn voorbeeld van het immense succes van textielondernemers als Louis Borgenicht en andere joodse immigranten begin twintigste eeuw brengt hij amper in verband met New York. Wel merkt hij op dat de kledinghandel destijds de grootste en economisch meest bruisende industrie in deze metropool was. “Wie in de jaren negentig van de negentiende eeuw naar New York City kwam en een achtergrond had in kleding en naaiwerk of Schnittwaren Handlung, had fenomenaal geluk. Het was hetzelfde als in 1986 opduiken in Silicon Valley met tienduizend uur aan computerprogrammeren achter de kiezen.” Het juiste tijdstip vindt Gladwell kennelijk belangrijker dan de juiste plek. Dat is de zwakte van zijn boek. Het is juist omgekeerd. Grote steden bieden de beste kansen, op elk moment, voor iedereen. En om in een metropool als New York de top te bereiken moet je inderdaad keihard werken – zeker 10.000 uur. Maar geluk, toeval en willekeurig voordeel liggen er achter elke straathoek verborgen. Een betere wereld begint bij grote steden.

Tagged with:
 

Winnen of verliezen

On 5 september 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 juli 2016:

Afbeeldingsresultaat voor new headquarters lego

Het is opletten geblazen. Wie niet de trends volgt is verloren. In The Economist afgelopen zomer meldde Schumpeter dat ‘de monding van de culturele rivier is verlegd van New York en Los Angeles naar San Francisco’. Dat stelde althans Chris Dixon, CIO van een venture capital-onderneming in Silicon Valley. Van het observeren van wat slimme jonge mensen in het weekend doen heeft hij zijn beroep gemaakt. De bankier werd trendwatcher. Op deze manier denkt hij uit te kunnen maken wat over tien jaar de dominante beweging zal zijn. Veel van zijn observaties hebben betrekking op voedsel en gadgets. Maar dus ook de beweging van de ene stad naar de andere stad. In hetzelfde nummer van het Londense zakenblad wordt door een andere redacteur opgemerkt dat alle grote en succesvolle firma’s in de wereld – Lego, Airbus, Google, Apple, Siemens, Adidas, Amazon – dure nieuwe hoofdkantoren bouwen. Al die kantoren hebben één ding gemeen: met hun architectuur en inrichting willen ze creatieve, jonge techies behagen. Vooral in Europa, waar de beroepsbevolking snel veroudert, is het zaak om jong talent aan zich te binden, dus gebouwen en interieurs moeten frisheid, openheid en innovatie uitstralen.

Veel van die nieuwe hoofdkantoren in Europa bevinden zich overigens op het platteland: Lego bouwt in Jutland, Airbus ontwikkelt buiten Toulouse, Adidas spendeert 500 miljoen euro in de bossen rond Herzogenaurach. Terecht stelt The Economist de vraag of die ruimtelijke strategie houdbaar is. Amazon heeft zich in het hart van Seattle genesteld, Google en Apple bevinden zich in San Francisco Bay Area. “For European firms in out-of-the-way company towns such as Billund or Herzogenaurach, it might be hard to compete, however appealing the minigolf course.” Die waarschuwende woorden las ik ook in een politieke analyse aan de vooravond van de Franse presidentsverkiezingen rond de figuur van Emmanuel Macron, minister van Economische Zaken. Opvallend in het Franse landschap is de scherpe scheiding tussen succesvolle kosmopolitische steden als Parijs, Lyon, Grenoble en Bordeaux, met hun aangename voetgangersgebieden, tech hubs en voedselhallen, en kwijnende industriesteden met hun gokhallen, parkeerterreinen en leegstaande winkelstraten. Politici die, net als CEO’s van topondernemingen, willen blijven groeien, zullen zich op de eerste categorie moeten richten, niet op de tweede. Ze zullen de grote, trendy stad in hun armen moeten sluiten. Doen ze dat niet, dan zullen ze uiteindelijk verliezen.

Tagged with:
 

De toekomst van de stad

On 30 augustus 2016, in boeken, by Zef Hemel

Boekpresentatie op dinsdag 27 september 0m 17.00 uur in Spui 25 te Amsterdam:

In zijn nieuwe boek ‘De toekomst van de stad’ pleit planoloog Zef Hemel voor de groei van steden en probeert hij de angst voor metropoolvorming en megasteden weg te nemen. Hemel ziet steden als natuurlijke organismen die volgens eigen wetmatigheden groeien. Hij laat zien hoe angst voor metropoolvorming beleidsmakers de afgelopen honderd jaar op het verkeerde spoor heeft gezet en hoe overschatting van de maakbaarheid van steden en de ruimtelijke orde  daarbij soms tot grote problemen leidde. Die visie heeft grote consequenties voor bestuur en beleid. Hoe kijken andere denkers over stedelijke ontwikkeling tegen zijn ideeën aan? Tijdens de middag zullen Herman Vuijsje, Jos Gadet en Paul Scheffer in een debat ingaan op Hemels pleidooi voor grootstedelijkheid. De avond wordt gemodereerd door Ruben Maes.

Zef Hemel is planoloog en doceert wereldwijd over stedelijke planning. Van 2004 tot 2014 was hij directielid van de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam. Sinds 2012 bekleedt hij de Wibautleerstoel voor grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam. Op zijn blog ‘Freestate of Amsterdam’ publiceert hij over steden. Herman Vuijsje is socioloog, onafhankelijk journalist, schrijver en editor. De meeste van zijn publicaties gaan over verandering in Nederland. Veranderingen op sociaal, moreel, religieus en politiek gebied, maar ook veranderingen in landschap en ruimtelijk beleid. Jos Gadet is in 1986 afgestudeerd als stadsgeograaf aan de UvA. Vrijwel direct daarna in dienst getreden bij de gemeente Amsterdam, eerst als onderzoeker, later als beleidsmedewerker en nu als hoofdplanoloog en strategisch beleidsadviseur bij Ruimte en Economie. In 2011 verscheen zijn boek Terug naar de stad. Geografisch portret van Amsterdam. Paul Scheffer was onder meer correspondent in Parijs en Warschau. Sinds 1990 schrijft hij voor NRC Handelsblad. Zijn artikelen verschijnen in tal van Europese dagbladen. In 2007 publiceerde hij Het land van aankomst, dat een bestseller werd. Van 2003 tot 2011 was Scheffer buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is hij hoogleraar Europese studies aan de Universiteit van Tilburg. Ruben Maes is oprichter van &MAES en is strategisch adviseur voor bestuurders, directies en  management van publieke organisaties. Hij wordt betrokken bij positioneringsvraagstukken en bij opdrachten waarbij publieke of private organisaties moeten communiceren met politici, stakeholders en media. Daarnaast is Ruben een veelgevraagd dagvoorzitter en gespreksleider van conferenties,  expertmeetings en managementdagen in binnen- en buitenland.

Aanmelden

Toegang tot de activiteiten van SPUI25 is gratis. Aanmelden is niet vrijblijvend. Wij rekenen op uw komst. Bent u verhinderd, dan graag doorgeven via spui25@uva.nl | T: 020 525 8142.