Gelezen in het Parool van21 februari 2013:
Gisteren gesproken over het Amsterdamse metropolitane landschap. Dat begrip is geijkt in de nieuwe structuurvisie van Amsterdam 2040 en omvat de talrijke recreatieterreinen die de hoofdstad aan alle zijden omgeven. Door die terreinen tekent Amsterdam zich nog altijd scherp af in het landschap, hoewel de 2,3 miljoen tellende metropoolregio inmiddels veel groter is en ook nieuwe steden als Almere, Purmerend, Hilversum en Hoofddorp omvat. De agglomeratie zelf weet zich door unieke landschappen omringd, die met uiteenlopende beheerregimes en beschermingsconstructies zorgvuldig in stand worden gehouden en die diep doordringen in de stad. Op termijn lijken die regimes echter niet genoeg. Een eerste stap is om het ringvormige maar versplinterde landschap voortaan als een eenheid te beschouwen en als onderdeel van de metropool. Een volgende stap zou kunnen zijn om ook ànders naar dat landschap te gaan kijken.
Wie blijft denken in termen van natuur of uitplaatsing van sportparken, volkstuinen en zorgboerderijen zal vooral voor rommeligheid en toename van autobewegingen vrezen. Te denken echter valt ook aan heel andere functies zoals evenementen. In het Parool stond een paar maanden geleden een interessant artikel over de toename van festivals rond Amsterdam. Uitgerekend de groengebieden bleken in toenemende mate grootschalige evenementen te accommoderen: Awakenings (35.000 bezoekers) en Latin Village (16.000 bezoekers) in Haarlemmerliede, Mysteryland in het Haarlemmermeer (60.000 bezoekers), Open Air (25.000 bezoekers) en Gaasper Pleasure (5.000 bezoekers) in Amsterdam-Zuidoost, Dutch Valley (22.000 bezoekers) in Zaanstad, Welcome to the future (14.000 bezoekers) in Oostzaan, Dance Valley (24.000 bezoekers) in Spaarnwoude en Wooferland (3.800 bezoekers) en Filipijnse Barbecue (3.500 bezoekers) in de Houtrak. De festivals duren vaak langer dan een dag, soms worden er bomen geplant en heggen gesnoeid, maar ook pannenkoeken gebakken en bingo gespeeld in verzorgingshuizen in de nabije omgeving. In totaal bezochten vorig jaar 250.000 mensen festivals in het metropolitane landschap van Amsterdam. Typisch een functie voor een ècht metropolitaan landschap.
Gelezen in NRC Handelsblad van 21 februari 2013:
De creatieve sector van los Angeles heeft New York sinds een paar jaar qua aantal bedrijven, uitstraling en omzet ingehaald. Dat meldde onlangs NRC Handelsblad. Er werken in LA nu meer dan 300.000 mensen in de sector, er gaat ruim 100 miljard dollar in om. De komende drie jaar verwacht de gemeente Los Angeles nog eens een toename van 10.000 banen; het afgelopen jaar alleen al gingen hier 500 creatieve bedrijfjes in de reclame- en entertainmentsector van start. Was dat de reden dat ook het Amsterdamse reclamebureau KesselsKramer in november 2012 een vestiging in de metropool aan de Amerikaanse westkust opende? “Europese ondernemers in de creatieve sector horen zich in New York te vestigen,” schreef The New York Times verontwaardigd.
KesselsKramer koos voor LA vanwege de toestroom van reclamebureaus, galeriehouders en kunstenaars naar de stad aan de Amerikaanse westkust. Californië beleeft een ware renaissance en LA is de ideale plek om verhalen te bouwen. Ook noemt het bedrijf de ruimte om te experimenteren die LA zou onderscheiden van de Big Apple. Los Angeles haalde ook nog eens New York, Seattle en Boston in als de beste plek in de USA om een startup te beginnen. Onderscheidend hierin bleek met name het ondernemende klimaat. Ten slotte blijkt Los Angeles een ideale springplank naar Aziatische markten. Mooi waren de infographics in de krant die de creatieve sector in Los Angeles met die in Berlijn, Londen, Parijs en Silicon Valley vergeleek. Meest opvallende gegeven: minimaal een kwart van de starters in de creatieve sector in deze vier grote steden heeft ooit in Silicon Valley geëxperimenteerd. Vandaar de recente bijnaam van Los Angeles: Silicon Beach. O ja, alle succesvolle creatieve steden tellen meer dan vier miljoen inwoners. Kom er in Nederland maar eens om.
Gelezen in de Volkskrant van 20 mei 2013:
Uitgebreid portret van Michael Bloomberg, burgemeester van New York, in de Volkskrant van Pinksteren. Bloomberg nadert het einde van zijn derde termijn. De scheidende burgemeester wordt door jounalist Arie Elshout neergezet als “dompteur”, “onverschrokken stadsvernieuwer”, “revolutionair” en “de beste burgemeester in de geschiedenis.” Wat heeft deze man “met het hoofd van een Romeinse senator” zoal gedaan? Hij zou de metropool van 8,3 miljoen inwoners veilig hebben gemaakt, dat in de eerste plaats. Volgens zijn filosofie vloeit al het andere daaruit voort: “Pas als een stad veilig is willen mensen er wonen, studeren, winkelen of uitgaan. Daarna maak je haar attractief door te investeren in cultuur en parken.” Zelfs aan de levensstijl van de inwoners van New York ging hij op een gegeven moment sleutelen. Als een sociale ingenieur probeerde hij obesitas en gezondheidsproblemen te bestrijden door de voedingspatronen in zijn stad te beïnvloeden. Deze aanpak diende destijds ook als voorbeeld voor de Amsterdamse voedselstrategie. Zijn geheim? Een neiging tot verlichte despotie, het geloof dat niets onmogelijk is en zijn onwaarschijnlijke fortuin. Deze bijna bovenmenselijke eigenschappen en omstandigheden maakten hem tot een echte leider. Elshout weet het zeker: “Zo’n metropool, met zoveel beweging, zoveel ongelijkheid en zo weinig ruimte, is alleen in de hand te houden door een krachtige burgemeester die niet bang is om de baas te zijn.” Werkelijk?
Het portret van Bloomberg deed me denken aan Tolstoi’s portret van de burgemeester van Moskou in ‘Oorlog en vrede’. Aan burgemeester Rastoptsjin werd door historici het kordate bevel toegeschreven om Moskou in brand te steken nadat Napoleon begin september 1812 de Russische hoofdstad had veroverd. Volgens Tolstoi was dat helemaal niet waar. De metropool vloog vanzelf in brand nadat de bewoners massaal op de vlucht waren geslagen en de ongeregelde Franse troepen de houten huizen hadden bezet. Over de burgemeester schreef hij: “Hij dacht niet alleen (zoals elke bestuurder denkt) dat hij het uiterlijke handelen van de inwoners van Moskou regelde, maar hij meende ook dat hij hun stemming richting kon geven door middel van oproepen en affiches (…).” In de opvatting van Tolstoi werkt de geschiedenis heel anders: “we moeten tsaren, ministers en generaals buiten beschouwing laten, en ons bezighouden met de gelijksoortige, oneindig kleine elementen die de massa sturen. Niemand kan zeggen in hoeverre het de mens gegeven is langs die weg de wetten van de geschiedenis te ontraadselen; maar het is duidelijk dat alleen in deze richting de mogelijkheid daartoe ligt, en dat het menselijk verstand in deze richting nog geen miljoenste deel heeft aangewend van de inspanningen, die de historici hebben gewijd aan het beschrijven van de daden van allerlei tsaren, legeraanvoerders en ministers en aan het uiteenzetten van hun visie op die daden.” Anderhalve eeuw later is er klaarblijkelijk wat dat betreft nog niets veranderd.
Gelezen op Z24 op 14 mei 2013:
Amsterdam telt 58 duizend dollarmiljonairs. Dat berichtte Z24 afgelopen week op haar website. Het opzienbarende cijfer is afkomstig van het Londense Wealthinsight. Het gaat hier over de gehele Amsterdamse metropoolregio, bestaande uit 36 gemeenten. Daar wonen momenteel 2,3 miljoen mensen. Wat is een dollarmiljonair? Een dollarmiljonair had medio 2012 ongeveer 800 duizend euro aan vrij vermogen. Nederland telt 185 duizend dollarmiljonairs. Dat betekent dat de hoofdstad ongeveer 31 procent van alle Nederlandse miljonairs onder haar inwoners telt. Is dat veel? Ja, dat is naar verhouding erg veel. In en rond New York bijvoorbeeld woont slechts 7 procent van alle Amerikaanse dollarmiljonairs. De kans een miljonair in Amsterdam tegen komen is dus aanzienlijk groter dan in New York. Een op de veertig mensen – zo’n 2,5 procent – is hier miljonair. Toch is de concentratie miljonairs in en rond Amsterdam kleiner dan in het ruim elf miljoen inwoners tellende Moskou. In de Russische hoofdstad wonen ruim drie op de vijf Russische dollarmiljonairs.
Wereldwijd valt Amsterdam daarmee net buiten de top-30 van steden met de meeste miljonairs. Tokio staat op die mondiale ranglijst bovenaan, met 461 duizend dollarmiljonairs. De kans om in deze immense Japanse metropool een miljonair tegen het lijf te lopen is zelfs nog groter dan in Amsterdam: een kans van 1 op 28. Nee, de allergrootste kans om op straat een miljonair de hand te schudden is niet in Tokio of Moskou, maar in Frankfurt. Bijna een op de veertien inwoners is daar miljonair. Frankfurt is dan ook niet zo groot, wel extreem rijk. Leuke statistieken? Jazeker. Amsterdam vergaart rijkdom. Het is al lang geen arbeidersstad meer. Ook al is de stad internationaal gemeten erg klein, ze doet het in dit opzicht naar verhouding best goed. De volgende keer de statistieken over stedelijke concentraties van miljardairs. Ik vrees dat Amsterdam dan niet meer meetelt in de wereld.
Gelezen in Le Monde van 20 april 2013:
Vier jaar geleden lanceerde de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy met veel bombarie het project ‘Grand Paris’. Vijftien architecten van wereldfaam ontwikkelden op zijn verzoek in een paar maanden tijd ruimtelijke ideeën voor Groot-Parijs. Onder hen bevond zich Winy Maas van het Rotterdamse bureau MVRDV. Op vrijdag 19 april jongstleden kwamen de architecten opnieuw bijeen in Palais de Tokyo, waar destijds ook de tentoonstelling van plannen en projecten was gehouden. Initiatiefnemer was het AIGP, het Atelier International du Grand Paris. De opzet: opnieuw het uitspreken van de ambitie om 70.000 woningen per jaar te bouwen in de Franse metropool. De meeste architecten hadden destijds voor de stedelijke periferie als de plek gekozen voor die woningbouw. Alleen Winy Maas, Roland Castro, Richard Rogers en Elisabeth de Portzamparc hadden voor verdichting van het historische centrum geopteerd. In Le Monde verscheen van de bijeenkomst een verslag.
Alle architecten bleken achteraf zwaar teleurgesteld in de uitkomsten tot nu toe. Vier jaar na de competitie, stelden ze vast, was er nog altijd weinig gebeurd. Christian de Portzamparc meende dat alleen politieke besluiten waren genomen over de bouw van een nieuwe metrolijn. Er moest, stelde hij, nu ook iets bovengronds gebeuren. Jean Nouvel bespeurde een politieke coup, waarbij de president zijn hoofd had gebogen voor de oud-staatssecretaris voor Groot-Parijs, Christian Blanc. Stedenbouwkundige Michel Cantal-Dupart sprak zelfs van een farce. “Les architectes sont les cocus (bedrogen echtgenoten, ZH) du Grand Paris.” En Roland Castro verwoordde zijn teleurstelling aldus: “Il y avait un reve formidable. Il a disparu.” De journalist van Le Monde, Beatrice Jérome, tekende alle teleurgestelde reacties op. De heren en dames architecten hadden het zo goed voorgehad met Parijs. “Si elles restent volontiers agitateurs de concepts et pourvoyeurs d’études dans le cadre de l’AIGP, les quinze équipes attendent toutefois avec impatience que le gouvernement se penche enfin sur leurs idées.” Alsof ruimtelijke planning bestaat uit het al of niet accepteren van een paar ideeën van een stelletje geniale architecten. Wie is hier nu teleurgesteld? Tot zover dit bericht uit het land van Le Corbusier.
Gehoord op de Roeterseiland campus op 7 mei 2013:
Het laatste gastcollege in de minor ‘Cities in Transition. The Case of Moscow’ werd dinsdagmorgen verzorgd door Reinier de Graaf. De Graaf is stedenbouwkundige en directeur van Office for Metropolitan Architecture (OMA) te Rotterdam. Vanuit het Centre for Urban Studies van de Universiteit van Amsterdam was hij gevraagd zijn ervaringen als aanvoerder van het Nederlandse team dat vorig jaar deelnam aan de Moscow Competition – de prijsvraag voor de uitbreiding van Groot-Moskou – te delen met ruim zestig studenten. Zij kregen een weergaloze lezing voorgeschoteld waarin zes maanden intensief denk- en onderzoekswerk van een van ‘s werelds beste stedenbouwkundige bureaus werd samengevat in amper anderhalf uur. Ruim tweehonderd sheets met de mooiste kaarten en diagrammen zagen we in een ongewoon snelle opeenvolging voorbij galopperen, voorzien van een ratelend, dikwijls scherp en genadeloos commentaar van De Graaf. Wat was de strekking?
Moskou, aldus De Graaf, groeit razendsnel, maar die groei gaat ten koste van de rest van Rusland, dat leegloopt en ontvolkt. Buiten Moskou gerekend bestaat het uitgestrekte Rusland op de kaart van de groeiende metropolen feitelijk niet meer. Moskou is de redding. Alle winst van de Russische olie- en gasbedrijven vloeit hier samen. Wat ik niet wist is dat ex-burgemeester Popov begin jaren negentig, tijdens het wilde kapitalisme, de inwoners talrijke voorrechten gaf die het burgerschap van de hoofdstad buitengewoon lucratief maken. Elke Rus zou wel in die voorrechten willen delen. Het contrast met de rechten van de inwoners van de Oblast (provincie) bijvoorbeeld is extreem, door De Graaf geillustreerd aan de hand van identiteitskaarten: die van de inwoners van Moskou lijkt op een creditkaart. Geen wonder dat zoveel Moskovieten bereid zijn dicht opeengepakt te wonen. De Graaf oordeelde dat de groei van Groot-Moskou nodig is om Rusland een speler te laten zijn in de globalisering. Er is gewoon geen andere keus. Of de groei ook houdbaar en duurzaam is kon hij niet zeggen. Een aantal extreme interventies toonde hij die de vele problemen waarmee het ‘waterhoofd’ Moskou kampt moeten oplossen. Daaronder gevond zich ook de benutting van de geheime metrolijn 2 van Leonid Brezjnev die twee vliegvelden met Moskou verbindt. Het geheel noemde hij overigens ‘hybride’ en geen ervan had realiteitswaarde. Zelfs de hele Moscow Competition bracht volgens hem geen enkele oplossing dichterbij. Misschien dat de studenten nog iets kunnen verzinnen.
Gezien op televisie op 26 april 2013:
Uniek drieluik op de Nederlandse televisie, waanzinnig dat dit in een land gebeurt. Nooit eerder zagen we het vakgebied zo uitgebreid en meeslepend in beeld gebracht op tv. In ‘De Wereld van Klöpping’ – onderdeel van DWDD University – geeft internetspecialist Alexander Klöpping op aanstekelijke wijze zijn reisimpressies naar het mekka van de innovatie, de personal computer en het internet: Silicon Valley. Komende vrijdag wordt het laatste deel uitgezonden, over de toekomst. In het eerste deel, uitgezonden op 26 april, kregen we de unieke geschiedenis voorgeschoteld van Santa Clara Valley, “een gebied ongeveer zo groot als de Randstad.” Waarom zit zoveel innovatie zo dicht opeen gepakt in dat ene grootstedelijke gebied aan de Amerikaanse Westkust? Er bleek een levende maquette in studio aanwezig om de geografie aan de kijkers duidelijk te maken. Het begon met de boom die alles zag. Daarna kwam de garage van Hewlett-Packard. Maar alras was daar Shockley Semiconductor Laboratory van William Shockley. Deze laatste – uitvinder van de transistor en latere Nobelprijswinnaar (1956) – werd door Klöpping aan de wieg geplaatst van het wonder van Silicon Valley. Acht jonge mannen die al snel zijn bedrijf verlieten begonnen even later hun eigen bedrijfjes. Een ervan was Robert Noyce, die het succesvolle Fairchild Semiconductor oprichtte. Intel is weer ontsproten aan Fairchild. Enzovoort.
Silicon Valley is dus allesbehalve een van overheidswege gepland cluster van innovatieve bedrijven en wetenschappelijke instellingen. Deels toevallig ontstaan, deels ingebed in de hippiecultuur van San Francisco, deels een product van Stanford University. In het programma werd de geboorte helemaal opgehangen aan die ene persoon van Shockley. Klöpping beklemtoonde dat de excentrieke Shockley overal had kunnen werken. Waarom ging hij in 1955 uitgerekend naar de Amerikaanse Westkust? De grap in de uitzending was dat dit vanwege zijn moeder zou zijn geweest, die in Palo Alto woonde. Dat is wel zo, maar daarmee doet men de geschiedenis wel een beetje geweld. Wat Frederick Terman op Stanford in 1946 rond electrical engineering teweegbracht met de oprichting van Stanford Research Institute en de aanleg van het eerste high technology industrial park naast Stanford in 1951 was minstens even beslissend. Sterker, dit Stanford Industrial Park werd het epicentrum van het latere Silicon Valley, niet die boom die alles zag of het huis van de moeder van William Shockley. En de basis zou je bijna vergeten: een metropool van 5 miljoen. Niettemin, een mooie uitzending was het.
Gelezen in NRC Handelsblad van 5 februari 2013:
Alarmerend nieuws was het. Nederlandse lucht voldoet bij lange na niet aan de normen die zowel de Wereldgezondheidsorganisatie als de Europese Unie hanteren. Dat was de strekking van een recent artikel in NRC Handelsblad. Jaarlijks sterven zo’n drieduizend Nederlanders vroegtijdig door blootstelling aan fijn stof en ozon. Dat is bizar veel. Wat heet. Nederland scoort het hoogste van heel Europa. Oorzaken: de intensieve veehouderij en het autoverkeer. Beide zijn naar verhouding extreem. Op de Veluwe, in Brabant en in Limburg is het slecht gesteld met de luchtkwaliteit vanwege de intensieve veehouderij. Ook rond de verkeersknooppunten Utrecht en Amsterdam is ze ronduit beroerd. Echter, de allerslechtste luchtkwaliteit wordt gemeten in Rotterdam, Den Haag en het Rijnmondgebied. Dat kan niet aan intensieve veehouderij of autoverkeer alleen te wijten zijn; de bron is daar de havenindustrie die de stedelijke bevolking in het hele westen van het land in haar greep houdt.
De rest van het artikel gaat over de betrouwbaarheid van de metingen. Ook wordt gesteld dat het autoverkeer in en rond de grote steden zou moeten worden stilgelegd. Dat lijkt me een volstrekt onjuiste conclusie. De grote steden zijn niet verantwoordelijk voor het vele autogebruik. Integendeel, dat extreme autoverkeer wordt juist veroorzaakt door jarenlang spreidingsbeleid: ruimtelijk beleid dat er op gericht was de steden in het westen vooral niet te laten groeien. Groeikernen, industriekernen, VINEX-locaties, Randstad-idee met haar complementariteitsgedachte, ze moesten er voor zorgen dat er geen grote steden konden ontstaan. Het gevolg van dit anti-stedelijke, op suburbanisatie gerichte beleid: overbelaste autowegen, onderbenut openbaar vervoer, filerijden. De kaart van Nederland met de bedroevende scores van luchtkwaliteit spreekt wat dat betreft boekdelen. Verbetering van de Nederlandse luchtkwaliteit kan maar op drie manieren: grote steden bouwen, de mainports relativeren en stoppen met de bevordering van de intensieve veehouderij. Alle drie de maatregelen lijken in dit vieze land onbespreekbaar. De nationale schoorsteen moet immers roken.
Gehoord op het Roeterseiland in Amsterdam op 25 april 2013:
Willem van Winden, lector stedelijke economie aan de Hogeschool van Amsterdam, gaf afgelopen week op de Universiteit van Amsterdam een lezing over Skolkovo. Skolkovo is een hightechstad die de Russen even buiten de MKAD (de ringweg rond de Russische hoofdstad)willen bouwen. Vanuit Moskou hadden de initiatiefnemers indertijd Amsterdam bezocht en met name interesse voor Eindhoven en de Philipscampus getoond. Zoiets zou men in Moskou ook graag willen. Van Winden had daarop de Skolkovo Foundation geadviseerd over innovatie en hoe deze ruimtelijk valt te organiseren. In zijn lezing noemde hij, naast Eindhoven, vooral Stockholm als model van een stad die haar economie in korte tijd op succesvolle wijze hightech had weten te maken. Of het Moskou ook daadwerkelijk zal lukken kon hij nog niet zeggen. In ieder geval, zei hij, week de aanpak fundamenteel af van de wijze waarop Silicon Valley was ontwikkeld. De Russen doen het helemaal top-down, als een van staatswege aangestuurd project.
Skolkovo, zei hij, is vooral een idee. Op dit moment staat er nog maar één gebouw en één managementschool. Het idee is afkomstig van voormalig president Medvedev. Die wilde Moskou in één klap in de hightech economie katapulteren door hier een compleet nieuwe stad te bouwen waar getalenteerde technici uit de hele wereld zullen komen te werken. Vijf clusters moeten er naast elkaar tot ontwikkeling worden gebracht: IT, biomedische wetenschappen, nucleaire wetenschappen en ruimtevaart. De herinnering aan kosmonaut Joeri Gagarin maakt dat de Russen menen dat dit ook kan; ze hebben het immers al eens eerder gedaan. In vier jaar tijd zal een investering worden gedaan van liefst 3,4 miljard dollar. Architecten van wereldfaam zijn aangetrokken om de campus te ontwerpen. De stichting hoopt vooral grote multinationals als Philips en Siemens naar hun campusstad te lokken. Die grote bedrijven, aldus Van Winden, komen ook wel, omdat ze Skolkovo zien als politieke entree naar de Russische markt, want zonder politieke rugdekking is het lastig zakendoen in dit grote land. Het deed Van Winden denken aan Dublin, dat ook meende met grote multinationals de hightech-kennis in huis te halen. Van Winden zelf geloofde eerder in een milieu van heel veel kleine startups. Die verkiezen doorgaans een heel andere, meer grootstedelijke omgeving. Onlangs is een van de bestuursleden van de stichting door de politie opgepakt. Hij zou een parlementslid steekpenningen hebben gegeven. Of Skolkovo wordt afgemaakt is nog maar de vraag.
Gelezen in NRC Handelsblad van 20 januari 2013:
Onder de kop ‘Liever Veldhoven dan Silicon Valley’ verscheen onlangs in NRC Handelsblad een opzienbarend interview met Eric Meurice, de Franse topman van hightechbedrijf ASML. “Hij vertrouwt op innovatie, maar je weet nooit wanneer het werkt.” Je zou van Meurice een verhaal over het succes van de Eindhovense regio verwachten. Daar is ASML immers gevestigd. Niets is echter minder waar. In plaats daarvan krijgt de lezer een verhaal over het dorpje Veldhoven voorgeschoteld. “Ons verdienmodel is gebaseerd op heel veel investeren in een klein dorpje – Veldhoven. Zo ontwikkelen we kennis die superieur is aan concurrenten als Nikon en Canon. Hier stoppen we mensen in een ‘aquarium’, afgesloten voor de buitenwereld.” Meurice denkt dat zijn bedrijf het niet gered zou hebben in Silicon Valley. “In Silicon Valley zouden we na twee jaar twintig procent van onze werknemers kwijt zijn.” Anders gezegd, de Eindhovense regio is zeker geen Silicon Valley. Er zijn daar in ieder geval geen concurrenten te vinden. “Als we zoveel geld hadden besteed in Silicon Valley zouden we het niet gered hebben.”
Wat een verschil met het verhaal van burgemeester Bloomberg van New York. Zijn ambitie om van New York een ‘Silicon Alley’ te maken heeft een volstrekt andere achtergrond. De metropool New York wil internethoofdstad van de wereld worden. Er kan daar geen concurrentie genoeg zijn. En het werkt. New York telt na Silicon Valley de meeste startups. Rond Union Square, hartje Manhattan, vestigden zich de afgelopen jaren honderden nieuwe techbedrijfjes. De metropool zet vooral in op onderwijs. Op Roosevelt Island heeft ze ruimte gemaakt voor een nieuwe technische universiteit – een samenwerkingsverband van Cornell University en de technische universiteit van Haifa. Bloomberg: “De beloning is dat we nieuwe banen creëren. Bedrijven vestigen zich op de plekken waar talent zit.” Google investeert nu stevig in New York. Aan Ninth Avenue heeft het grootste internetbedrijf ter wereld onlangs een groot bouwblok gekocht. Ook Spotify is er neergestreken. Het bedrijf uit Silicon Valley zoekt aansluiting bij de advertentiemarkt, bij de marketingbedrijven en bij het nieuwe talent. Ook kan het zo makkelijk de kleintjes in de buurt opeten door ze simpelweg op te kopen. Twee verhalen over innovatie. Het dorp versus de metropool. Het aquarium versus de mierenhoop. De monopolist versus de concurrentie. Wat een verschil!








reacties