Arrogant Amsterdam

On 23 maart 2017, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in CREA, Amsterdam, op 21 maart 2017:

Afbeeldingsresultaat voor napoleon in amsterdam

Slechts kort was Amsterdam de hoofdstad van Nederland. Het idee was Frans, niet Hollands. In het keizerrijk van Napoleon I bestonden feitelijk drie hoofdsteden: Rome, Parijs en Amsterdam. Amsterdam telde destijds liefst 200.000 inwoners en was veel groter dan Berlijn. Ook de latere koning Willem I kon in 1814 niet om Amsterdam heen. Aarzelend wees hij de stad aan het IJ aan als hoofdstad van zijn prille monarchie. Maar Brussel wilde dat niet accepteren. Nog steeds is Amsterdam niet een echte hoofdstad. In de grondwetswijziging van 1983 werd ze weliswaar aangewezen als de plek voor de inhuldiging van de nieuwe koning, maar dat is het dan ook. Dat stelde historicus Remieg Aerts in de vierde Amsterdamlezing van dit jaar. Ook de inwoners van Amsterdam zelf, voegde de nieuwe hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de UvA er fijntjes aan toe, voelen zich geen trotse Nederlanders. Amsterdam is altijd een echte havenstad geweest die meer gericht was op de wereld. Het IJ was haar werkelijke gezicht. Met haar directe omgeving of achterland wilde ze liever niets te maken hebben. Omgekeerd voelen de Nederlanders weinig warme gevoelens voor Amsterdam. Ze hebben die Amsterdammers altijd arrogant gevonden.

Aerts wees op de grote invloed van Schiphol en de internetknoop in de Watergraafsmeer op de Amsterdamse economie in de laatste decennia. De stad heeft zich na 1970 rigoureus omgedraaid naar het zuiden. De Zuidas is nu haar werkgebied. Opnieuw is ze veel sterker dan de rest van Nederland internationaal georiënteerd. Nieuwe clusters rond creatieve industrie en het moderne zakenleven weet ze aan zich te binden; omgekeerd heeft haar internationale aantrekkingskracht een zelfversterkend effect. Amsterdam heeft daardoor, opnieuw, een unieke positie binnen Nederland veroverd, en dat in vrijwel elk opzicht. Opnieuw negeert ze de rest van Nederland. Aerts duidde haar nieuwe economie aan als innovatief, experimenteel, hedonistisch, post-materialistisch, grootstedelijk, geglobaliseerd. Een werkstad is ze allang niet meer. Iedereen wil er naartoe, “gewoon om er te zijn”. Terwijl Rotterdam en Den Haag verarmen en de randen van Nederland vergrijzen en krimpen, kookt Amsterdam over. Ook politiek wijkt de stad met Denk, GroenLinks en Partij voor de Dieren steeds scherper af. Haar grootste bedreiging is een vastlopende woningmarkt met veel te hoge prijzen. Maar om Amsterdam nu snel in omvang te verdubbelen vond Aerts een brug te ver. Aerts, die zelf in Arnhem woont, meent dat de meeste Nederlanders toch liever buiten willen wonen. Trouwens, door te verdubbelen zou Amsterdam de rest van Nederland leegzuigen. Iemand in de zaal wierp tegen dat een ‘Global City’ als Amsterdam zich van zulke motieven toch niets aantrekt en dat hij wel begreep dat een hoogleraar Vaderlandse geschiedenis zoiets beweerde. Het was de meest arrogante opmerking van de avond.

Tagged with:
 

Groeistuipen van Parijs

On 22 maart 2017, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Parisians. An Adventure History of Paris’ (2010) van Graham Robb:

Afbeeldingsresultaat voor parisians robb

Bijzonder boek gelezen over Parijs. Echt een aanrader. In twintig hoofdstukken beschrijft de Brit Graham Robb de veelbewogen geschiedenis van Parijs aan de hand van een hele reeks ooggetuigenverslagen, hij put uit de levens van Napoleon, Marie-Antoinette, de boevenvanger Vidocq, de fotograaf Marville en stedenbouwer Haussmann, de vrouw van Emile Zola, de schrijver Proust, de schurk Hitler, de presidenten De Gaulle, Pompidou, Mitterand en Giscard, maar ook gewone jongens als Sarko, Buma en Zyed. Mooi is hoe hij Haussmann neerzet als opdrachtgever van de fotograaf Marville, die alle delen van Parijs die Haussmann gaat afbreken eerst moet vereeuwigen. Op de foto’s herkende de stedenbouwer het werk van zijn voorganger Rambuteau, met zijn zuinige stijl. Parijs, dat honderdvijftig jaar later een vijfde van het elektriciteitsverbruik van heel Frankrijk voor zijn rekening neemt en dat twee hoogspanningsringen kent met een sterk verschillende voltage – een op 24 kilometer van het centrum verwijderd, de ander op een afstand van 16 kilometer –, voert zijn elektriciteit naar wisselstations als die van Clichy, waar 20.000 volt wordt omgezet naar lagere voltages. Hier verschuilen Bouna en Zyed zich op een avond in 2005 voor de politie. Al snel worden ze omsingeld. Om half zes ‘s gaan ze het wisselstation binnen. Om 12 minuten over zes heft een van de jongens zijn armen ten hemel. Is het ongeduld of wanhoop? Op dat moment slaat de vlam in het verdeelstation.

Hierna beschrijft Robb de gebeurtenissen in de Parijse banlieus in het jaar 2005. Begin november werd de hoofdstad omsingeld door een ware brandhaard van opstanden. De minister van Binnenlandse Zaken sprak van extreem geweld dat zelden eerder in Frankrijk was vertoond. Maar volgens Robb wisten de betrokkenen wel beter. Misschien, zo schrijft hij, zullen de onlusten in de buitenwijken van Parijs, net als eerdere revoltes, worden gezien als de geboorteweeën van een nieuwe metropool. Immers, sinds de vroege Middeleeuwen groeit de stad heftig, bij vlagen, keer op keer. Groter en groter werd ze. Inmiddels bestrijkt ze al het gehele stroomdal van de Seine. Elke nieuwe vloedgolf lijkt de stad te vernietigen, maar elke keer weer herrijst een nieuw Parijs uit haar as. Een volgende generatie moet de stad opnieuw gaan ontdekken. Deze kinderen uit Afrika, het Midden-Oosten en Oost-Europa zijn óók Parijzenaren, ze zijn de allenieuwste. “The racaille were marking their tribal territories in that great grey mass of buildings between wooded massif of Meudon and the plains of the Beauce and the Brie.”

Tagged with:
 

Bouwen, sociale ingenieurs, bouwen!

On 20 maart 2017, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in De Bazel, Amsterdam, op 16 maart 2017:

Afbeeldingsresultaat voor een betere stad 1958 amsterdam

Mooie tentoonstelling over de naoorlogse uitvoering van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, nu te zien in De Bazel aan de Vijzelstraat. Afgelopen week werd hij geopend door burgemeester Van der Laan. De tentoonstelling bestaat uit vier stijlkamers. Elke kamer heeft betrekking op een periode: 1935, 1958, 2006, 2017. Telkens waan je je in een ruimte waar ambtenaren, na te hebben vergaderd, net hun hielen hebben gelicht. Een stem praat je bij over de stand van het denken. Die uit 1958 vormt voor mij de kern: dan bevinden we ons midden in de naoorlogse uitvoering van het grote plan. De ruimte is gevuld met tekentafels en allerhande maquettes, op een groot prikbord aan de wand wordt de uitvoering van elke wijk en buurt nauwgezet bijgehouden. Met man en macht wordt geprobeerd om in tien jaar tijd liefst 50.000 arbeiderswoningen in Amsterdam bij te bouwen. Dat begint in 1946 en is in 1958 grotendeels gelukt. Ondertussen zien de in witte jassen geklede sociale ingenieurs zich geconfronteerd met reorganisaties en bezuinigingen. 1958 is ook het jaar waarin Cornelis van Eesteren als hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling wordt opgevolgd door mejuffrouw Mulder. Eerder al, in 1953, had zijn kompaan Van Lohuizen er de brui aan gegeven.In de tentoonstelling wordt niet vermeld dat Van Eesteren juist dan van de Minister van Verkeer en Waterstaat de opdracht kreeg om Lelystad te ontwerpen, een nieuwe stad in de polder van 100.000 inwoners, bedoeld voor Amsterdammers die van hogerhand moesten ‘overlopen’. 

Ik zag opvallende parallellen met de Sovjet-Unie van Nikita Chroetsjov: ook daar was de naoorlogse opgave om tegen de laagst mogelijke kosten zoveel mogelijk arbeiderswoningen te bouwen. In Nederland en in Rusland werd dit alles destijds door politici bedisseld en door overheidsdiensten loyaal uitgevoerd. Woningbouw was de grootste zorg in het naoorlogse berooide Europa, zowel in Oost als in West. En het AUP zelf (1935) was een plan uit de crisisjaren dat tien jaar werkloos op de plank was blijven liggen. De joodse wethouder Van der Velde had het plan nog als raadslid vastgesteld en verordonneerde in 1946, amper teruggekeerd uit de kampen, versnelde uitvoering. De begroting van Publieke Werken ging van 15 miljoen in 1945 naar meer dan 120 miljoen gulden in 1957. En warempel, het lukte de ambtenaren om de onmogelijke klus te klaren. Maar zijn opvolger Van ‘t Hull wilde de opgebouwde macht van de ambtelijke diensten alweer breken. Zijn gedwongen vertrek wachtte Van Eesteren niet af. Tentoonstelling en teksten lezen als een Sovjet-epos met haar vijfjarenplannen, economische beloftes, nadruk op arbeiderswoningen, politieke heroïek, overheidsplanning, het breken van de ambtelijke macht, alles op een ongekend grote schaal. Lenin en Stalin als de helden van de sociale ingenieurs, ze hadden zowaar hun evenknieën in de Nederlandse polder. Nee heus, de opgave waar Amsterdam anno 2017 voor staat is een andere dan in 1945. Laat de overheid niet opnieuw 50.000 woningen in tien jaar tijd uit de grond willen stampen. Dit keer liever een metropolitane ambitie van de nieuwe middenklasse.

Tagged with:
 

Some Orange in a Dark Blue Sea

On 17 maart 2017, in politiek, by Zef Hemel

Read on Twitter, by @JossedeVoogd:

Last week, there were national elections for Dutch parliament. The social-democrats of Mr. Asscher got a fatal blow, the liberal-conservative party of Prime-Minister Rutte stayed the biggest, the Green party of the young Mr. Klaver was rather successful, but the leftist parties in general continued to shrink, while Dutch populism is on the rise. Mr. Wilders’s PVV became the second biggest party, so you might conclude that he is the real winner. And Mr. Rutte’s party, the VVD, which showed a nasty populist face in the campaign, became a lot weaker and lost more than twenty percent of its votes. After the murder on Rotterdam-based Mr. Pim Fortuyn in 2002, the Low Countries have changed in a most dramatic way. Even the PvdA of Mr. Asscher became ‘patriotic’. Some were hoping for a young Trudeau in the Netherlands. Their hope evaporated. This country got a near-Trump victory. Geographer Josse de Voogd produced a great map that shows the new Dutch political landscape in a most horrible way, as if most of the Netherlands got flooded.

In the political geography of the Netherlands, more and more Amsterdam is becoming an orange, leftist island in a deep blue sea of nationalism and ultra-right wing conservatism. The Green party of Mr. Klaver, which has its base in the capital city, was able to attract more than a million mainly young voters and was the only party that really could mobilize people by organizing mass-meetings in Amsterdam Southeast. The liberal party of Mr. Pechtold – D66 is also an Amsterdam invention – followed. But look at the other big cities, Rotterdam and The Hague, and see how its inhabitants voted: the populist party became almost the biggest; for Mr. Rutte, Rotterdam was a narrow escape. While Amsterdam voted left-liberal, Rotterdam and The Hague were dominated by the right wing-populist parties. The Rust Belt in the Netherlands seems to be growing fast, due to decades of planned suburbanization, because Zeeland, Limburg, Groningen and Drenthe all are following the Rotterdam voting now. Amsterdam and Utrecht are the exception. This fuels the aggression in the rest of the Netherlands. They think Amsterdam is arrogant, a ‘bubble’. It is not. Amsterdam is a Global City. It is the rest of the country that is having an ever bigger problem.

Tagged with:
 

Wen er maar aan

On 15 maart 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in BloombergMarkets van 17 januari 2017:

Amsterdam wordt onbetaalbaar. Een woning kopen in de hoofdstad is nu al behoorlijk lastig. Straks is de stad niet meer toegankelijk, vrezen velen. En die vrees is terecht. Want goedkoop zal Amsterdam niet meer worden, eerder duurder, veel duurder zelfs. In Aziatische steden is dit al een heel normaal verschijnsel. Niemand in Tokio, Hongkong, Seoul of Singapore kan zich de aanschaf van een huis veroorloven. Vrijwel iedereen huurt daar een appartement en consumeert een beperkt aantal vierkante meters. Ook Londen, New York, San Francisco, Toronto en Wenen moeten er aan geloven. In mijn boek ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor een metropool’ (2016) schreef ik dat het een gemiddeld gezin in Peking 22,3 jaar kost om een huis te kunnen kopen, in Shanghai is dat 15,9 jaar. Dat is twee keer zo lang als in Tokio, drie keer langer dan in Londen, en vier keer langer dan in New York. Begin dit jaar berichtte BloombergMarkets dat de woningprijs/inkomen ratio in Hongkong op dit moment het ongunstigst is, daarna volgt Mumbai, Londen staat genoteerd op vijf, Tokio op zes, Singapore op zeven. Amsterdam komt in de top tien nog niet voor. Daarvoor is een reden. Maar dat kan snel veranderen.

Op dit moment jaagt de Nederlandse regering de koopmarkt nog flink aan door het fiscaal aantrekkelijk maken van de aanschaf van huizen. Het lage rentetarief helpt haar daarbij. Woonruimte huren daarentegen is belachelijk duur gemaakt. Doel van dit alles is om voor de Tweedekamerverkiezingen van maart 2017 vooral in de krimpgebieden de in elkaar gezakte woningmarkt op te krikken, de fouten in het VINEX-beleid te verdoezelen en bovendien de in nood verkerende banken te redden. Het scheelt kiezers als mensen in de provincie niet langer hun woning ‘onder water’ hebben staan. Het bijeffect is dat in Amsterdam de koopprijs tot ongekende hoogte wordt opgestuwd. Dat laatste neemt men in Den Haag voor lief. Misschien hopen de Amsterdammers zelf dat de volgende regering bij zinnen zal komen en de koopwoningenmarkt zal doen afkoelen. Vooral starters op de woningmarkt zouden daarvan profiteren. Ik voorspel echter dat dat niet zal gebeuren. Of misschien gebeurt het wel, maar Amsterdam zal desondanks alleen maar duurder worden. Amsterdam is te mooi, te geliefd in de wereld, te internationaal en veel te klein en te dun bebouwd. Uiteindelijk zullen we allemaal woonruimte gaan huren. Alleen een verdubbeling van Amsterdam kan iets helpen. Maar daarvoor moest je bij deze regering niet wezen.

Tagged with:
 

Try the Frogs

On 13 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Independent van 21 februari 2017:

Afbeeldingsresultaat voor try the frogs paris brexit

 

Geen metropool doet harder zijn best om te profiteren van Brexit dan Parijs. De Franse hoofdstad wil zoveel mogelijk hooggekwalificeerde banen uit Londen aantrekken en zo alsnog een mondiaal financieel centrum worden. Ze profiteert daarbij van haar grootstedelijke omvang (8 miljoen inwoners, Île-de-France zelfs 12 miljoen) en haar geringe afstand tot Londen, een nabijheid die nog kracht wordt bijgezet door de hogesnelheidsverbinding tussen de twee metropolen. Op 21 februari berichtte de Britse zakenkrant The Independent dat Parijs een nieuw wapen in de strijd gooit: vóór 2021 belooft de stad zeven wolkenkrabbers te zullen bouwen in La Défense, het zakencentrum van Parijs. Ze zullen hoger zijn dan alle torens die de afgelopen veertig jaar in Parijs zijn gebouwd. De aankondiging werd gedaan door presidentskandidaat Macron, de voormalige minister van Economische Zaken in de regering Hollande, tijdens zijn recente campagnebezoek aan Londen, waar zeker 200.000 Fransen wonen. Het blijkt te gaan om één Franse ontwikkelaar, Defacto, die 375.000 vierkante meter kantoorvloer wil realiseren in La Défense en die met Brexit de kans schoon ziet om een aantrekkelijke nieuwe klantenkring aan te boren. Opmerkelijk is het wel: juist Parijs is altijd wars geweest van hoogbouw en heeft na realisatie van de Tour Montparnasse in 1973 eigenlijk nooit meer echte hoge torens durven bouwen.

Het blijkt te gaan om Trinity, Alto, M2, Hekla, Sisters, Air 2 and Hermitage: zeven torens die La Défense een nieuwe impuls moeten geven en die hoger zijn dan de limiet van 180 meter. Niet de geringste architecten worden daarvoor ingezet, zoals Foster, Portzamparc en Jean Nouvel. Wat niet wil zeggen dat hier echt iets spectaculairs staat te gebeuren. Alle torens zien er even obligaat uit. Waren ze iets lager gedimensioneerd, dan hadden ze ook op de Zuidas kunnen staan. Het zijn er overigens niet zeven, maar negen. De slogan van La Défense is: ‘Tired of the Fog? Try the Frogs!’ Anders gezegd, de Fransen roepen de Britten op de mist van Londen te verlaten en een Franse kikker op het vasteland te proberen. Het punt is alleen dat kikkers alle kanten uitspringen. Omdat zeer hoogwaardige dienstverlening als mondiaal opererende banken en andere financiële instellingen extreem hoge eisen stellen aan hun omgeving, zullen ze dicht bij elkaar neerstrijken, in één fantastische metropool. Of dat Parijs wordt is nog maar de vraag. Het Franse belastingtarief is veel te hoog. Maar Amsterdam en Frankfurt zijn weer veel te klein. Amsterdam moet eerst internationale scholen bouwen, zelfs aan woningen is een schrikbarend gebrek. Europese steden zullen hooguit back-offices van de zakenbanken krijgen. New York, Shanghai of Singapore trekken aan het langste eind. En Amsterdam? Nieuwe torens op de Zuidas beloven speelt überhaupt geen rol in de Nederlandse verkiezingscampagne.

Tagged with:
 

Harde lessen

On 11 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Economische Verkenningen MRA 2017:

Afbeeldingsresultaat voor economische verkenningen mra 2017

Geen goed nieuws. De economie van de metropoolregio Amsterdam heeft zich weliswaar hersteld na de financiële crisis van 2008 en de regio presteert ook beter dan de rest van Nederland, maar ze groeit op een lager niveau dan voor de crisis. Dit ‘nieuwe normaal’ was het grote nieuws tijdens de lancering van de nieuwe Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam op donderdag 2 maart 2017 in filmuseum Eye. Niet echt goed nieuws dus. “In vergelijking met de rest van Nederland en andere stedelijke regio’s in Europa, is de groei van de MRA evengoed relatief hoog. Dit komt mede door het beter benutten van agglomeratievoordelen, die ervoor zorgen dat bedrijven en werknemers productiever zijn dan elders.” Europa presteert al jaren slechter dan de rest van de wereld en ook is Nederland, ondanks licht herstel, economisch zwakker geworden. Juist die toevoeging – de grote betekenis van agglomeratievoordelen – is daarom zo interessant. Wat blijkt? De economische groei van de MRA concentreert zich steeds sterker rond Amsterdam en Amstelland-Meerlanden. “Deze analyse onderstreept het grote en toenemende belang van nabijheid in onze moderne economie.”

In het bijgeleverde cahier gaat Henri de Groot, hoogleraar economische dynamiek aan de Vrije Universiteit, in op dit belangrijke aspect van nabijheid. In zijn onderzoek op buurtniveau stelt hij vast dat al geruime tijd het belang van nabijheid toeneemt. Centrumlocaties zijn niet alleen in trek, maar presteren ook beter, woningmarktprijzen zijn er hoger, de werkgelegenheid groeit er sneller. Mensen zijn bereid om te betalen voor grootstedelijkheid. Vandaar de waarschuwing van de onderzoekers op het eind: burgemeesters in de randgemeenten kunnen gaan denken dat ze óók weer moeten bouwen, maar dat is niet zo. “Gecombineerd met de voor Nederland kenmerkende hang naar ruimtelijke herverdeling, ligt hier een risico op de loer van keuzen die zich meer laten leiden door het streven naar regionale gelijkheid dan naar efficiëntie op het niveau van de MRA als geheel.” Laat Amsterdam dus verdubbelen en incasseer de winsten van verdere verdichting en ga niet weer ruimtelijk spreiden. Maar dat is nog niets alles, want let op de nabrander. Tot nu toe was het beleid volgens De Groot ‘aan de conservatieve kant’. Er had al jaren veel ambitieuzer ingezet moeten worden op verdichting in de kernstad Amsterdam.

Tagged with:
 

Grootstedelijke migratie toen en nu

On 8 maart 2017, in demografie, by Zef Hemel

Gehoord in CREA, Amsterdam, op 7 maart 2017:

 Figure-1-Major-international-migration-flows-around-the-1680s-Sourcesvan-Lottum

Bron: Van Lottum, Across the North Sea, 2007

Opvallend is het diverse beeld van de herkomstgebieden van migranten die in 2012 in Amsterdam verbleven. Turkije en Marokko zijn allang niet meer dominant. Op dit moment is 34,7 procent van de Amsterdamse bevolking van niet-westerse origine, nog eens 14,9 procent is westers-allochtoon. Leo Lucassen, directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, vergeleek in zijn Amsterdamlezing afgelopen dinsdag de migratie van tegenwoordig met de migratie naar Amsterdam in de Gouden Eeuw. Veel verschil is er niet. Toen kwamen veel migranten uit Europa, tegenwoordig komen ze óók uit de rest van de wereld. Migratie, zeker in Amsterdam, vergeleek hij met ademhalen. Wil een stad groeien en zich ontwikkelen, dan moeten mensen gemakkelijk in- en uit- kunnen stromen. Dat heeft Amsterdam volgens Lucassen altijd goed gedaan. Maar sinds de opkomst van de natie-staat in de negentiende eeuw is het veel moeilijker geworden. Vooral na de Eerste Wereldoorlog zijn paspoorten en reisdocumenten verplicht gesteld. Staten eisen van hun inzittenden assimilatie: je bent Nederlander of je bent het niet. Vroeger was dat anders. Elke stad had zijn eigen regeling, die vaak afhing van de economische behoeften van dat moment. Welk land heeft in de ogen van Lucassen het beste migratiebeleid? Hij moest goed nadenken. Nee, Canada niet. Volgens hem is dat de Europese Unie met zijn vrije interne verkeer.

Lucassen toonde de herkomstgebieden van migranten in Londen en Amsterdam in de periode 1600-1800 (foto). Londen rekruteerde zijn migranten overwegend uit het achterland. Maar Amsterdam trok vreemdelingen aan uit een veel grotere wereld. Wat tegenwoordig ook anders is, zei hij, is de stedelijke sterfte. Die was in de zeventiende eeuw heel groot, waardoor een stad, wilde ze qua bevolking op peil blijven, niet buiten migratie kon. Ook de dekolonisatie waar wij nu nog altijd mee kampen, kende de zeventiende eeuwer niet. De opkomst van de verzorgingsstaat in de twintigste eeuw heeft het allemaal bovendien niet makkelijker gemaakt en ook het regime van de Mensenrechten sinds het Verdrag van Genève, 1951, heeft asielprocedures in het leven geroepen. Een belangrijk verschil is ten slotte de voortschrijdende democratie. In de zeventiende eeuw, vertelde Lucassen, was Amsterdam nog lang niet zo democratisch als nu. Omgang met migranten was destijds een openbare ordeprobleem, maar tegenwoordig is het een hot issue tijdens de verkiezingen. Fijntjes wees hij erop dat de verschillen tussen rijk en arm en tussen de verschillende herkomstgebieden in Amsterdam in de zeventiende eeuw vele malen groter waren dan nu. Maar de beschaving is flink voortgeschreden en met verschillen, hoe klein ze tegenwoordig ook zijn, kunnen we daardoor steeds moeilijker omgaan.

Tagged with:
 

Size Does Matter

On 6 maart 2017, in economie, innovatie, onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The New Geography of Jobs’ (2013) van Enrico Moretti:

Afbeeldingsresultaat voor enrico moretti the great divide

Source: Oregon Office of Economic Analysis

De econoom Moretti, hoogleraar aan University of California, Berkeley, bestudeert al jaren het succes en falen van steden en regio’s. Zijn benadering in ‘The New Geography of Jobs’ – ik heb er op deze blog al vaker over geschreven – gaat vooral over banen en onderwijs – human capital -, niet over marketing, technologie of architectonische iconen. Zijn giftige pijlen richt hij op Richard Florida die in zijn ogen hipheid en trendy cafés teveel benadrukt. Zijn held is good old Jane Jacobs. Moretti maakt zich druk over de groeiende ongelijkheid in de samenleving. Maar veel beleidsinterventies blijken zinloos. Wat wel helpt is het creëren van een ‘dichte arbeidsmarkt’. Als econoom verklaart hij zich tot voorstander van metropoolvorming en sterke verdichting. Weet u wat het is? Zodra mensen in een grote stad hoger opgeleid zijn, spint iedereen garen bij hun fysieke nabijheid. Hoog- en laagopgeleid werken samen, leren van elkaar, en juist die kennisvergroting zorgt voor extra productiviteitsgroei, vooral onder lager opgeleiden. Moretti noemt dat human capital externalities. Het is net als in de schoolklas, waarbij slimmeriken de achterblijvers vooruit helpen. In grote steden is ongelijkheid minder een probleem, eerder een kans om samen vooruit te komen. Typische win-win. Daarbuiten is dit anders.

Het probleem van de groeiende ongelijkheid is dus niet technologische ontwikkeling en globalisering per se, maar schuilt in de plek waar men woont en hoe die door de beide ontwikkelingen geraakt wordt. Moretti: “Technological change and globalization result in more employment opportunities for a low-skilled worker in a high-tech hub but fewer opportunites for a similar worker in a hollowed-out manufacturing town.” De afgelopen dertig jaar is schaalgrootte van steden steeds belangrijker geworden: ‘Size Does Matter’. Hoe dikker de arbeidsmarkt, hoe groter de kansen. Arbeidsmarkten, schreef Moretti, zijn net als dating sites. Hele grote matchen beter. Juist dit thick-market effect zorgt ervoor dat innovatie zich steeds meer ruimtelijk concentreert in slechts enkele grote steden en dat het voor andere, kleinere steden steeds moeilijker wordt zo’n innovatief milieu te ontwikkelen. Zeker nu beide partners werken, is een dik vervlochten en diverse arbeidsmarkt voor werknemers een belangrijk onderscheidend criterium. Ziedaar ons nationale probleem. In Nederland, met zijn vele kleine steden, zijn beide partners tegenwoordig veroordeeld tot verre reizen. We forenzen wat af! Onze arbeidsmarkt is gewoon niet ‘dik’ genoeg. We missen grote steden.

Tagged with:
 

Pleur op!

On 4 maart 2017, in kunst, stedenbouw, wonen, by Zef Hemel

Voorgedragen in Cargo, Amsterdam, op 26 februari 2017

Aarde, water, lucht en vuur. De vier oerelementen. Ik herkende ze meteen. Mooie beelden van fotografe Annaleen Louwes in Cargo, in de Houthaven, aldaar te zien tot 19 maart 2017. Vooral het geluid vond ik mooi. Geluid is in DUSK bijna even belangrijk als beeld. Afgezien van het ademhalen, hoorde ik vooral havengeluiden. Het geluid van Coen- en Vlothaven: Cargill, Igma, Amfert, Eggerding: dat is overslag van soja, kunstmest, cacao. Het drukste deel van de Amsterdamse haven. Waarom was ik zo gespitst op het geluid?

 

Mediation om Houthaven

Twee jaar lang nam ik deel aan een mediation-traject met Eberhard van der Laan, in 2007 nog advocaat. Ik vertegenwoordigde de stad, Hans Gerson de haven, we werden bijgestaan door de projectleiders van Houthaven en NDSM, plus een vertegenwoordiger van de vier bedrijven, en met de provincie als toezichthouder. De gesprekken gingen over geur, stof, maar vooral over geluid: wanneer gaan de toekomstige bewoners van Houthaven over het geluid van de haven klagen? Niet de volksgezondheid was in het geding, nee, het ging om potentieel klagende Amsterdammers.

Een slepend conflict van twintig jaar was eraan voorafgegaan: bestemmingsplannen voor Houthaven waren keer op keer getorpedeerd door de havenbedrijven. Ze vreesden dat de toekomstige bewoners last zouden krijgen van hun geluid. Nu lag er weer een nieuw bestemmingsplan voor. Opnieuw werd voor juridische procedures gevreesd.

Voor het convenant kreeg ik opdracht om de kritische geluidscontour van 50 DB op een kaart te tekenen. Als een soort van bestandslijn. Ik herinner me de gesprekken met de geluidsdeskundigen van de provincie en de milieudienst. De contour werd theoretisch berekend. Daarover was veel discussie mogelijk. De stedenbouw werd ingezet om de contour vast te leggen. Ziedaar de hoge muur aan de kant van de Minervahaven. Die moet het gevreesde havengeluid tegenhouden.

Ik ben in die tijd zelf gaan luisteren, bij westenwind, juist toen een aantal schepen in de Vlothaven gelost werden. Wat hoorde ik precies? Hoofdzakelijk autoverkeer. Vanwege dat autoverkeer moesten we een verkeerstunnel graven, kosten 40 miljoen. En ik dacht: als dat verkeer onder de grond verdwijnt hoor je de havenbedrijven nog veel duidelijker.

 

Geen spade in de grond

Na twee jaar tekenden we het convenant, in 2009. Eindelijk mochten we gaan bouwen. Maar de financiële crisis was toen net uitgebroken en het gemeentebestuur besloot tot een bouwstop. Van het grondbedrijf moesten we allemaal ons werk neerleggen, er mocht geen spade meer in de grond. Opnieuw gingen vijf kostbare jaar verloren. Ondertussen liepen de kosten verder op. We moesten de havenbedrijven alle juridische kosten van de afgelopen twintig jaar betalen, we moesten geld storten in een fonds waarmee de bedrijven geluidwerende maatregelen kunnen nemen, we moesten een verkeerstunnel graven, we hadden vijfentwintig jaar niet gebouwd, dus de rentekosten liepen verder op en we hadden telkens weer nieuwe bestemmingsplannen moeten tekenen. Geen wonder dat Houthaven nu erg duur, nee onbetaalbaar wordt.

Maar het ergste is dat Amsterdam al die tijd geen woningen bouwde. En dat Amsterdam steeds duurder wordt. Niet alleen door de stijgende bouwkosten, maar vooral door de schaarste die Amsterdam dus zelf creëert, terwijl steeds meer mensen maar wat graag in Amsterdam zouden willen wonen.

Geluid speelt in dit alles een cruciale rol. Geluidsoverlast wel te verstaan. En dat heeft alles te maken met een probleem dat de Amsterdamse hoogleraar geografie, Rob van Engelsdorp Gastelaars, mij ooit eens uitlegde: de nieuwe bewoners van Amsterdam (de zogenoemde nieuwe stedelingen) wonen niet grootstedelijk, maar suburbaan. Ze willen geen overlast, geen herrie. Ze willen leven in een conflictvrije woonbuurt, net zoals ze in Almere of Lelystad een rustige woonomgeving kopen. Want groeiende welvaart leidt in de eerste plaats tot het uitbannen van conflicten en overlast. Rijke, hoogopgeleide mensen nemen al snel een advocaat in de arm. Welvaart, niet armoede, leidt tot segregatie en juridisering.

 

Rolkoffergeluiden

Er is een mooi boek van de Amerikaanse socioloog Richard Sennett uit 1971, waarin deze dit nieuwe fenomeen beschrijft. In ‘The Uses of Disorder’ wees hij op de generatie van jonge babyboomers die terugkeerde naar de grote stad. Ze waren in de suburbs beschermd opgegroeid, in een hele rustige woonomgeving. Nu stapten deze welvaartskinderen uit hun beschermende cocon, gingen terug naar de grote stad, maar ze konden aan al die wanorde maar moeilijk wennen. Want grootstedelijkheid is wanorde. Naarmate ze rijker werden, gingen ze toch weer de grote stad als een buitenwijk bewonen. Ze begonnen te klagen over fietsers, toeristen, vuilnis, auto’s, de gemeente, alles. Hun levensmotto is ‘pleur op!’ Sennett pleitte voor chaos en wanorde en zag het nut van conflicten. Alleen door te leren omgaan met conflicten worden wij mensen werkelijk volwassen. Grootstedelijkheid is de enige manier om de grote wereld aan te kunnen. Rijke mensen die maar klagen en naar de rechter lopen vertonen kinderlijk gedrag.

Geluidsoverlast is het criterium. Hoeveel geluid kunnen mensen verdragen? De maatstaf is 50 DB. Havengeluiden hebben iets romantisch, maar dat telt voor de wetgever niet. Geluid is geluid. En de geluidswetgeving in dit land biedt rijke burgers een uitgebreid keuzemenu voor procederen.

Het deed me denken aan ´Berlin, Symphonie der Grossstadt´, de film van Walther Ruttmann, 1927: een dag in het leven van Berlijn, een mooie film in zwart-wit, het ontwaken van de stad, het spitsuur, het verkeer, de fabrieken die draaien, de machines die fluiten, de herrie, de terugkeer van de rust, het weer gaan slapen. Ook die film ging over geluid. Symfonisch geluid. Geluid hoort nu eenmaal bij de grootstad.

Maar Amsterdam is geen grootstad en wordt dat ook niet meer. Er wordt steeds minder gebouwd, ook al wil iedereen hier graag wonen en schieten de prijzen regelrecht door het plafond. Juridisch wordt alles dichtgetimmerd. Rijke, hoogopgeleide mensen willen Amsterdam in alle rust, als een Almere, conflictvrij bewonen. We bouwen muren in de stad om het geluid buiten te houden. Geen hotels meer, geen Airbnb, geen hoogbouw, geen dagjesmensen, geen buitenlanders, pleur op allemaal! Amsterdam wórdt net als Almere. Conflictvrij, een gezuiverde ruimte. Zelfs het geluid van de rolkoffers is storend en moet worden uitgebannen.

Het gevecht om het geluid is het centrale slagveld in het welvarende Amsterdam. Het wachten is op de eerste nieuwe bewoner in Houthaven die gaat procederen tegen een van de havenbedrijven.

Tagged with: