Wereld Expo

On 1 oktober 2014, in economie, innovatie, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen op Rotterdam2025.nl op 27 september 2014:

HOK Dubai World Expo 2020

Volgend jaar opent in Milaan de Wereld Expo, thema: ‘Feeding the Planet, Energy for Life’. Een aankondiging ervan zag ik deze zomer in Venetië, in het Italiaanse paviljoen op de internationale architectuur biënnale. Het viel me niet mee. Shanghai 2010 toonde meer ambitie. Dat was dan ook de allergrootste expo ooit. Dubai organiseert de Expo 2020. Op dit moment loopt Rotterdam zich warm voor de Wereld Expo in 2025. Vijftien Rotterdamse ondernemers hebben daartoe het initiatief genomen, ze onderzoeken of het plan kans van slagen heeft, want pas in 2016 hoeft het bid te worden uitgebracht in Parijs. De beslissing valt daar in 2018. Thema van het Rotterdamse bid is ‘Transition’. Het gaat de Maasstad, begrijp ik, om delta’s, water, energie en transitie. Royal Haskoning schreef een pamflet, Jan Rotmans en Erik van Egeraat zijn de beoogde curators. Mogelijke concurrenten van Rotterdam zijn Guangdong, San Francisco Bay Area en Londen. Na de afwijzing door de regering-Rutte van de Amsterdamse kandidatuur voor de Olympische Spelen in 2028 (‘te grote financiële risico’s, te weinig draagvlak’) een hernieuwde poging tot iets groots in dit kleine landje.

Maakt de Maasstad een kans? Dubai (‘Connecting Minds, Creating the Future’, foto) belooft 17 miljard euro aan investeringen binnen te halen met een inzet van iets meer dan zes miljard. Ze kreeg liefst 116 van de 164 stemmen in Parijs achter zich. Gaat Rotterdam ook zes miljard euro losweken bij de Nederlandse regering? Diezelfde regering zag immers af van een Olympisch bid. Vermoedelijk wordt het beduidend minder. De kans voor Rotterdam wordt ook al kleiner als Londen meedoet. Die zal gaan over de veerkracht van de stad. Zet ‘Future London’ – een initiatief van een aantal Engelse bedrijven – zijn kandidatuur echt door? Hoeveel miljard euro belooft deze bakermat van de Wereldtentoonstellingen te investeren? En Guangdong? Die Zuid-Chinese megastad telt niet minder dan 60 miljoen inwoners. Ook die metropool ligt in een gevaarlijke delta. De urgentie van een transitie is daar nog vele malen groter. En hoe kostbaar wordt de weg naar 2018? Een bidbook maken kost al snel vele miljoenen euro’s. Wie gaat dat betalen? En over welke transitie hebben we het eigenlijk? En, bovenal, lost dit de problemen op in Rotterdam-Zuid?

Tagged with:
 

Het campusgevoel

On 30 september 2014, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De cirkel’ (2013) van Dave Eggers:

dave_eggers_the_circle_large_verge_medium_landscape

Het bijzondere epos van de Amerikaanse schrijver Dave Eggers over het grootste internetbedrijf ter wereld – De Cirkel – speelt zich af in Silicon Valley, ergens in de toekomst. Eggers’ dystopie heeft de trekken van ‘1984′ van George Orwell, maar dan anders. Het verhaal neemt zijn aanvang in iets wat lijkt op het paradijs: de campus van De Cirkel, het Amerikaanse internetbedrijf dat nog veel groter en machtiger is dan Facebook of Google. "De campus was immens en grillig, een explosie van Stille Oceaankleuren, en toch tot in de kleinste details zorgvuldig overwogen, door de meest expressieve handen vormgegeven." We volgen hoofdpersoon Mae Holland als ze de campus betreedt om haar vriendin Annie – die er Directeur Veiligstelling Toekomst is – op te zoeken. Er werken op de campus meer dan 10.000 mensen, Annie geeft haar een uitgebreide rondleiding, het lijkt haar een ideale wereld, ze verovert binnen het bedrijf een door iedereen fel begeerde baan. Ze ontdekt dat het bedrijf alle wereldproblemen wil en zal oplossen.

Wat er gebeurt als je maar lang genoeg op een bijna ideale campus werkt en woont? Tegen het eind van het boek wordt dit duidelijk. Op de campus, schrijft Eggers, werd uiteindelijk voor Mae alles vertrouwd, er waren daar geen spanningen. "Daar hoefde ze zichzelf, of de toekomst van de wereld, tenminste niet te verdedigen, want de Cirkelaars begrepen haar en de wereld vanzelf wel, en ook hoe die wereld eruit zou moeten zien en er binnenkort ook echt uit zou gaan zien." Tja, over maakbaarheid gesproken. Maar het verschil tussen de utopie van de campus en de realiteit van San Francisco Bay Area leek voor Mae alleen maar groter te worden. "Buiten de campus had je daklozen, vieze geurtjes, machines die het niet deden, vloeren en stoelen die niet waren schoongemaakt, en overal was de chaos van de ongeorganiseerde wereld." Mae vond het steeds moeilijker om zich buiten de campus te wagen. "San Francisco, Oakland, San Jose of welke stad dan ook begon steeds meer op de Derde Wereld te lijken." Het is alsof Eggers hier niet alleen de campus in de rijke Bay Area beschrijft, maar tegelijk ook de Amerikaanse suburb en al die gated communities die in de wereldsteden opduiken. Daarbuiten voelt het vies en vuig.

Tagged with:
 

Vies, vuig en vol

On 29 september 2014, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 18 augustus 2014:

 
Hyde Park - Grand Avenue

Kort nadat de Rotterdamse directeur van het Rijksmuseum, Wim Pijbes, in NRC Handelsblad weer eens had geklaagd over Amsterdam ("Amsterdam raakt vies, vuig en vol"), werd in Saint Louis, Missouri, de 18-jarige Michael Brown doodgeschoten door een blanke agent. Het was het startschot voor bewoners van Ferguson om de straat op te gaan en te plunderen. Daags erna schreef Guus Valk er een indrukwekkende reportage over. Zelden las ik zo’n goed achtergrondartikel over wat er aan de hand is in steden als St. Louis. Deanel Trout, die hij tegenkwam op straat, vertelde hem hoe hij veertien jaar geleden het criminele en verpauperde centrum van Saint Louis was ontvlucht om zijn intrek te nemen in een groot vrijstaand huis in Ferguson. "Zoals overal in Amerika trok ook St. Louis in de tweede helft van de twintigste eeuw leeg. Blanke mensen wilden in vrijstaande huizen met grote tuinen wonen, en kwamen alleen nog voor hun werk in de stad." Ferguson, aldus Valk, werd het prototype van de fantasieloze, maar comfortabele suburb.

Het ooit trotse, industriële St. Louis raakte in verval en het blanke Feruguson spon er garen bij. Eerst ontving het een blanke middenklasse op zoek naar rust, die echter al snel plaatsmaakte voor een zwarte middenklasse. Waarop de blanken nòg verder weg trokken en de huizenprijzen daalden. Na de blanke vlucht kwam de zwarte vlucht. Valk: "In een paar decennia is de omgeving van St. Louis, een gebied met ruim drie miljoen inwoners, een van de meest gesegregeerde steden van de VS geworden." Vandaar ook de hoge criminaliteit. In het district waar Ferguson deel van uitmaakt, werden in 2012 op een miljoen inwoners liefst 44 moorden gepleegd. En de uittocht gaat door. Volgens een recent artikel in Co-exist.com vluchten de blanken nu uit de wijken waar de hispanics een kritische meerderheid halen. Nee, Joel Garreau zag het verkeerd. In ‘Edge Cty’ (1991) beweerde hij dat exurbane expansie noodzakelijk is om binnensteden te redden. In St. Louis ontbrak deze expansie en daarom, schreef hij, kregen planologen haar binnenstad niet aan de praat. Het centrum van Saint Louis is leeg. Dat is nog eens wat anders dan een volle Amsterdamse binnenstad die lijdt onder haar enorme aantrekkingskracht en die volgens de directeur van het Rijksmuseum de grenzen van haar succes bereikt. Suburbanisatie leidt tot verval, urbanisatie tot bloei.

Tagged with:
 

450 jaar winkelen

On 26 september 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Het winkellandschap van Amsterdam’ (2004) van Clé Lesger:

De aanleiding was de tijdelijke afsluiting door de politie van de Amsterdamse Kalverstraat vanwege de drukte afgelopen zomer. Vanuit de winkels konden de mensen de straat niet meer op. Het blad Folia interviewde hierover onlangs Clé Lesger, docent economische geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Afgelopen voorjaar verscheen van zijn hand een geschiedenis van het ‘winkellandschap’ van Amsterdam. Hoe dat nou toch zat met die Kalverstraat. Al sinds de zeventiende eeuw is de Kalverstraat de belangrijkste winkelstraat van Amsterdam, antwoordde Lesger. Er wordt daar al 450 jaar gewinkeld en het is er altijd heel erg druk geweest. Maar tijdens de bouw van de groeikernen en de gedwongen overloop eind jaren zestig begon het verval en zochten de winkeliers een goed heenkomen in de PC Hooftstraat, dicht bij hun klantenkring. Lesger: "In 1974 stond in de Kalverstraat een kwart van de panden leeg, waar dumphandelaren met goedkope kleding handig gebruik van maakten." De straat, aldus de historicus, leek toen ten dode opgeschreven.

De nieuwe uitbaters van de Kalverstraat richtten zich op een jong publiek. Terwijl hun ouders in auto’s een parkeerplek zochten in Amstelveen, Hoofddorp of Almere, namen de kinderen het vervallen centrum van Amsterdam in bezit. De jeugd herontdekte de binnenstad, het waren zeker niet de ouderen. (Die laatsten zien het daar nog altijd niet zitten). Nu vestigen zich aan en rond de Kalverstraat de grote internationale ketens en bezwijkt de straat bijna onder het vele jonge publiek. Met de opening van de Noord-Zuidlijn wordt het er straks nog veel drukker. Maar het patroon verandert niet. De Dam en de oude rivierdijken blijven het hoofdwinkelgebied. In ‘Het winkellandschap van Amsterdam’ schrijft Lesger hierover: “Het is dit in het prestedelijke landschap verankerde en in al die eeuwen nauwelijks veranderde stratenpatroon in het hart van de stad, dat aan de basis staat van het Amsterdamse bewinkelingspatroon.” Lesger hoopt maar dat de gemeente nu niet gaat breken. Juist de nauwte, die beschutting geeft, maakt de straat heel aantrekkelijk. "Ze is vlak en meandert lekker, waardoor het er windstil is. Dat maakt haar nu eigelijk nog net zo comfortabel als eeuwen geleden." Goed gezien. De gemeente zou zijn boek moeten lezen.

Tagged with:
 

Twee waterfronten

On 25 september 2014, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Sint Petersburg op 18 september 2014:

Een boottocht over de Neva roept onherroepelijk vergelijkingen op met het IJ, en Sint Petersburg doet denken aan Amsterdam. De voormalige hoofdstad van het Russische rijk is een achttiende eeuwse stad en zijn grondlegger, tsaar Peter de Grote, had eind zeventiende eeuw in Amsterdam en Zaandam gebivakkeerd. Amsterdam aan het IJ, zo weten we, was bij het ontwerp van zijn nieuwe hoofdstad aan de Neva een van zijn geliefde voorbeelden. Zo gek is de vergelijking tussen de twee waterfronten dus ook weer niet. Alleen is het IJ later afgesloten, ingepolderd, met scheepswerven bezet en op sommige plaatsen door negentiende eeuwse ingenieurs op slinkse wijze gedempt. Het centraal station werd op last van het Rijk rond 1880 zelfs op kunstmatige eilanden in het havenfront gebouwd en overal rookten destijds schoorstenen. Het ruime water van de Neva is echter grotendeels open gebleven, waardoor de Hermitage nog altijd schittert aan haar ongeschonden oevers. Die breedte, die maat, dat is alles. Ze bezit een grote schoonheid.

De afgelopen twintig jaar onderging het waterfront van het IJ een grondige metamorfose. Uit een rommelig industrieel oeverlandschap dat in de jaren zeventig in verval was geraakt en waar hoertjes de lege kades bevolkten, is een nieuwe, moderne skyline gevormd die, anders dan de Rotterdamse, bijna de trekken vertoont van een klassieke achttiende eeuwse stad, met theaters, appartementengebouwen en musea. Het geheel is bewust ontworpen. Het volume van IJdock (80.000 m2) is bijvoorbeeld de helft van ‘De Rotterdam’, de nieuwste schepping van Rem Koolhaas (160.000 m2), en IJdock is ook veel minder hoog (40 in plaats van 150 meter) want in een aantal blokken uiteengelegd, onderling gescheiden door een traditionele straat. En wat te denken van het licht gebogen silhouet van het nieuwe Oosterdokseiland? Een trailer op televisie toont zowaar het logo van de nieuwe publieke omroep NPO in een panorama van het herboren IJ. Ik zag het laatst in een flits. Even meende ik Sint Petersburg te herkennen.

Tagged with:
 

Golfje

On 24 september 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Nederlandse bevolking in beeld’ (2014) van CBS/PBL:

Link to infographic: 'De randstad als een magneet'

Grappig boekje van het Planbureau voor de Leefomgeving. Ook dit planbureau ontkomt niet aan popularisering van haar statistieken. Verder is het boekje met 24 ‘infographics’ qua benadering tamelijk traditioneel. Het geeft de prognoses van de toekomstige bevolking van ons land, alsof het allemaal keurig uit te rekenen is. Het materiaal is verdeeld in drie boodschappen: 1. groei en krimp, 2. de bevolking wordt oud, 3. de stad wordt populair. De auteurs proberen “een realistisch toekomstbeeld te schetsen van de demografische ontwikkelingen op de korte en lange termijn.” Niet verrassend allemaal, zou je zeggen. Opvallend is wel de boodschap: “De Randstadbevolking groeit tegenwoordig heel snel.” Wat blijkt? In vijf jaar tijd kwamen er in het Westen des Lands ongeveer 250.000 inwoners bij. Bijna allemaal natuurlijke groei. Vooral mensen uit Zuid-Nederland trekken naar de Randstad, maar op het plaatje lijkt het alsof ze allemaal naar Zuid-Holland gaan. Een verklaring lees ik niet, ook niet waarom de provincies als uitgangspunt zijn genomen en niet de vier stedelijke regio’s. Kortom, dezelfde oude verwarring over wat nu eigenlijk de Randstad is blijft hier bestaan.

Geestig is de infographic en de bijbehorende tekst over Amsterdam. Die enorme groei van de zogenaamde Randstad valt in Amsterdam ineens reuze mee. Zeker, er vindt in Amsterdam een ‘geboortegolfje’ plaats, en binnenlandse migranten – jonge mensen “die niet veel ruimte nodig hadden (?) en aangetrokken werden door de fraaie, historische woonomgeving met veel culturele voorzieningen” – plus een buitenlands migratiesaldo voegen zich bij dit golfje: het levert een groei op van 34 personen per dag. Per dag? “Naar verwachting blijft de hoofdstad populair,” klinkt het zuinigjes. Echter, in 2040 komt aan die populariteit een einde, weet het Haagse planbureau. Dan zal Amsterdam nog maar met 9 personen per dag groeien. “Voor 2040 wordt een bevolking van 925.000 verwacht.” Het gaat hier dus niet om de hele metropool, alleen de gemeente. En niet om de Amsterdamse economie, maar om een populariteit gebaseerd op erfgoed en cultuur, alles ondanks de geringe ruimte. Dus ook niet met IJburg tweede fase en HavenStad gerekend. Het is maar dat u het weet.

Tagged with:
 

Verkiezingsstunt

On 22 september 2014, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Saint Petersburg Times’ van 17 september 2014:

St Petersburg masterplan

Afgelopen vrijdag een lezing gegeven in het Nederlands Instituut in Sint Petersburg, de tweede stad van Rusland. De zondag ervoor waren daar gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Blijft Georgy Poltavchenko aan als burgemeester, was toen de vraag. In 2011 was Poltavchenko door president Poetin op de post benoemd. Een jaar later had de Russische president – zelf ooit adviseur van de burgemeester van Sint Petersburg – besloten om burgemeestersposten, waaronder die van Sint Petersburg, weer verkiesbaar te stellen. De lokale verkiezingen schreef hij uit voor 14 september 2014. Begin juni nam de zittende burgemeester voortijdig ontslag om mee te kunnen dingen naar de functie, waarop de president hem vroeg tot aan de verkiezingen aan te blijven en het ambt tijdelijk waar te nemen. Oud KGB-man Poltavchenko bleef trouw op zijn post. De opkomst afgelopen zondag bleek bedroevend laag: 39 procent van de stemgerechtigden ging volgens de autoriteiten naar de stembus; sommigen beweren echter dat de opkomst in Sint Petersburg eerder rond de 20 procent moet hebben gelegen. In Moskou was dit nog minder, namelijk 18 procent. Landelijk was de opkomst 21 procent, de laagste in de afgelopen vijfentwintig jaar. Poltavchenko kreeg 79,3 procent van de stemmen.

Wat er in het vijf miljoen tellende Sint Petersburg zoal speelt? Op 29 juni 2014 maakte waarnemend burgemeester Poltavchenko bekend dat in delen van het centrum van Sint Petersburg betaald parkeren zal worden ingevoerd. Dat was een nieuwtje. Eerder, op 13 mei, had hij de gemeenteraad een plan laten vaststellen voor de toekomst van de stad. Met ‘Strategie-2013′ zet hij in op de ontwikkeling van menselijk kapitaal en een verbetering van de dagelijkse leefomgeving. Ook wil de burgemeester investeren in de culturele ruimte van de stad, in medische voorzieningen en in onderwijs. Het gebruik van openbaar vervoer moet groeien naar 75 procent in de modal split. Op 21 mei, bij de opening van het International Economic Forum 2014 in Sint Petersburg, hield Poltavchenko zijn toekomstplan ten doop. Was het een verkiezingsstunt? In Sint Petersburg hoorde ik dat een burgerinitiatief met een tegenplan is gekomen. Ondertussen aten en dronken wij in kleine restaurants die door jonge mensen vrij recentelijk in leegstaande panden waren ontwikkeld. De sfeer was er opgewekt. Naar ik begreep waren initiatieven als deze mogelijk geworden door recente versoepeling van de gemeentelijke regels. Wij wensen de heer Poltavchenko veel wijsheid toe.

Tagged with:
 

Urban Commons

On 18 september 2014, in participatie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rebel cities’ (2012) van David Harvey:

Hoofdstuk 3 van ‘Rebel Cities’ van de Amerikaanse links-radicale geograaf David Harvey vind ik het interessantste hoofdstuk in een verder boos en verbolgen boek dat verscheen kort na de Occupy-beweging. Het gaat over ‘the creation of the urban commons’. Is het nog mogelijk, vraagt Harvey zich hardop af, iets gezamenlijks te ondernemen in de grote stad na de enorme golf van privatiseringen, buitensluitingen, bewakingen en overheidscontroles? Kleine burgerinitiatieven ziet hij nog wel, maar waar zijn de grote gebleven, die bijvoorbeeld in staat zijn de klimaatverandering te keren? En vele zijn trouwens niet werkelijk open. En wat nog erger is, neoliberale politiek bevordert juist decentralisatie en autonomie, uitgerekend om grotere ongelijkheid te bevorderen.

Radicale decentralisatie ziet Harvey nog steeds als een middel om weer ‘commons’ te organiseren. Staatsinterventie wijst hij resoluut af. Steden moeten het zelf doen. Maar kunnen die zichzelf organiseren zonder dat ze concurreren en er grotere ongelijkheid ontstaat? Hier refereert Harvey aan Murray Bookchin. Het blijkt te gaan om een boek uit 1992, getiteld ‘Urbanization Without Cities’. Bookchin ziet de oplossing in netwerken van steden, ‘a confederal network of municipal assemblies’. Deze lossen hun problemen gezamenlijk op. "Power thus flows from the bottom up instead of from the top down, and in confederations, the flow of power from the bottom up diminishes with the scope of the federal council ranging territorially from localities and regions to ever-broader territorial areas." Harvey vindt het een werkbare gedachte. Hij zou wel eens gelijk kunnen krijgen. Volgende week vergadert de Amerikaanse filosoof Benjamin Barber in de Amsterdamse Stopera met vijftig burgemeesters, waaronder de Amsterdamse, in een ‘Global Parliament of Mayors’. Ben benieuwd wat ze gaan bespreken.

Tagged with:
 

Techboom

On 17 september 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 mei 2014:

Twitter headquarters, on Market Street in San Francisco (Olivia Hubert-Allen/KQED).

Amsterdam is op dit moment het beste te vergelijken met San Francisco. Beide steden zijn ongeveer even groot; hun achterland is even stedelijk. De Bay Area telt circa tien miljoen inwoners, de Randstad en directe omgeving iets vergelijkbaars. Beide steden zijn ook centra van de tegencultuur, van hippies, homo’s, krakers, linkse intelligentsia, anarchisten. Er hoeft maar iets te gebeuren of er breekt een opstand uit op straat. Het welvaartspeil is alleen lager rond Amsterdam, want de regio mist een technische universiteit en een Silicon Valley. Nog een verschil: de baai ten oosten van Amsterdam is ingepolderd, terwijl de baai van San Francisco nog altijd schittert in de zon. Maar Amsterdam is even geliefd als de Californische stad en de nabijheid van de zee is in beide steden goed voelbaar. Gevolg: de huizenprijzen in beide steden stijgen snel.

Enige maanden geleden schreef Eva de Valk in NRC Handelsblad over de problemen als gevolg van het succes van San Francisco. Onder de kop ‘Klassenstrijd aan de westkust’ meldde ze dat de huizenprijzen ongezond snel stijgen, over de afgelopen drie jaar met liefst 36 procent, de huren zelfs met 51 procent. De goed verdienende techwerkers uit Silicon Valley worden gezien als oorzaak; zij werpen zich op de grootstedelijke woningmarkt. Maar het is anders: in San Francisco zelf groeit het aantal banen twee keer zo snel als in de Valley. De rollen zijn omgedraaid. Niet de randen, maar het centrum is dynamisch. Voor al die grootstedelijke banen worden ter plekke veel te weinig woningen gebouwd. De Valk: “Over zes jaar zijn alle niet-rijken de stad uit gedrukt.” Nieuwbouw in de Bay area vindt nog altijd plaats op grote afstand van de stad, zeker die voor de lage inkomensgroepen. Vergelijk het met de bouw van woningen voor Amsterdammers achter Castricum, Alkmaar en Nijkerk. Geen gekke vergelijking. San Francisco en Amsterdam lijken meer op elkaar dan je denkt.

Tagged with:
 

Spelenderwijs

On 16 september 2014, in participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Negotiation and Design for the Self-Organizing City’ (2014) van Ekim Tan:

Afgelopen vrijdag promoveerde architecte Ekim Tan aan de TU Delft op een onderzoek naar gaming als methode voor stedelijk ontwerp. Promotoren waren Henco Bekkering en Arnold Reijndorp, hoogleraren aan de TUD respectievelijk de Universiteit van Amsterdam. Tan beschrijft in haar proefschrift nauwgezet een aantal door haar uitgevoerde experimenten met ontwerpoefeningen waarbij de deelnemers, waaronder de ontwerper zelf, in een spelsituatie tot ontwerpbesluiten moeten zien te komen. De oefeningen vonden plaats in Instanbul, Almere, Rotterdam en Amsterdam. Telkens moesten collectieven over de invulling van een bepaald gebied beslissen waarbij Tan de spelregels bepaalde. Elke situatie vraagt namelijk om een ander type spel. Later mochten ook de deelnemers de spelregels veranderen. Het waren alle oefeningen op het droge. De realiteit werd nog het dichtst benaderd in het meest recente spel, dat ging over de invulling van de monumentale Van Gendthallen in Amsterdam.

Over de uitkomsten is Tan erg enthousiast. Het is haar overtuiging dat de methode werkt, ook in complexe situaties, en dat deze kan worden opgeschaald naar regionaal, nationaal en zelfs internationaal niveau. Zelf  heb ik twijfels. Ik denk dat het beter is om goed contact met de realiteit te houden en daartoe steeds een zo laag mogelijk schaalniveau te kiezen. De casus Oude Westen in Rotterdam vond ik het meest inspirerend: zeven architectuurstudenten van de Rotterdamse academie hadden bewoners en stakeholders in de buurt nagespeeld; door het spel hadden ze goed met elkaar samengewerkt en vanuit het perspectief van betrokkenen de buurt herontworpen. Zo’n collectieve werkwijze is bij ontwerpers hoogst ongebruikelijk, maar volgens mij veel beter dan de bij architecten gebruikelijke ontwerpcompetities en challenges waarbij uiteindelijk een winnaar wordt gekozen en verliezers, met al hun inzet, het nakijken hebben. Tan is realist en idealist tegelijk: de samenleving is volgens haar te complex geworden voor die ene ontwerper; die kan het gewoon niet meer alleen; hij of zij zal moeten samenwerken, hoe moeilijk dat soms ook is.

Tagged with: