Boekpresentatie De toekomst van de stad

On 30 augustus 2016, in boeken, by Zef Hemel

In zijn nieuwe boek ‘De toekomst van de stad’ pleit planoloog Zef Hemel voor de groei van steden en probeert hij de angst voor metropoolvorming en megasteden weg te nemen. Hoe kijken andere denkers over stedelijke ontwikkeling tegen zijn ideeën aan? Boekpresentatie op dinsdag 27 september 0m 17.00 uur in Spui 25 te Amsterdam. Met: Herman Vuijsje, Jos Gadet, Paul Scheffer en Ruben Maes.

Hemel ziet steden als natuurlijke organismen die volgens eigen wetmatigheden groeien. Hij laat zien hoe angst voor metropoolvorming beleidsmakers de afgelopen honderd jaar op het verkeerde spoor heeft gezet en hoe overschatting van de maakbaarheid van steden en de ruimtelijke orde  daarbij soms tot grote problemen leidde. Die visie heeft grote consequenties voor bestuur en beleid.

Tijdens de middag zullen Herman Vuijsje, Jos Gadet en Paul Scheffer in een debat ingaan op Hemels pleidooi voor grootstedelijkheid. De avond wordt gemodereerd door Ruben Maes.

Zef Hemel is planoloog en doceert wereldwijd over stedelijke planning. Van 2004 tot 2014 was hij directielid van de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam. Sinds 2012 bekleedt hij de Wibautleerstoel voor grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam. Op zijn blog ‘Freestate of Amsterdam’ publiceert hij over steden.

Herman Vuijsje is socioloog, onafhankelijk journalist, schrijver en editor. De meeste van zijn publicaties gaan over verandering in Nederland. Veranderingen op sociaal, moreel, religieus en politiek gebied, maar ook veranderingen in landschap en ruimtelijk beleid.

Jos Gadet is in 1986 afgestudeerd als stadsgeograaf aan de UvA. Vrijwel direct daarna in dienst getreden bij de gemeente Amsterdam, eerst als onderzoeker, later als beleidsmedewerker en nu als hoofdplanoloog en strategisch beleidsadviseur bij Ruimte en Economie. In 2011 verscheen zijn boek Terug naar de stad. Geografisch portret van Amsterdam.

Paul Scheffer was onder meer correspondent in Parijs en Warschau. Sinds 1990 schrijft hij voor NRC Handelsblad. Zijn artikelen verschijnen in tal van Europese dagbladen. In 2007 publiceerde hij Het land van aankomst, dat een bestseller werd. Van 2003 tot 2011 was Scheffer buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is hij hoogleraar Europese studies aan de Universiteit van Tilburg.

Ruben Maes is oprichter van &MAES en is strategisch adviseur voor bestuurders, directies en  management van publieke organisaties. Hij wordt betrokken bij positioneringsvraagstukken en bij opdrachten waarbij publieke of private organisaties moeten communiceren met politici, stakeholders en media. Daarnaast is Ruben een veelgevraagd dagvoorzitter en gespreksleider van conferenties,  expertmeetings en managementdagen in binnen- en buitenland.

Aanmelden

Toegang tot de activiteiten van SPUI25 is gratis. Aanmelden is niet vrijblijvend. Wij rekenen op uw komst. Bent u verhinderd, dan graag doorgeven via spui25@uva.nl | T: 020 525 8142.

 

Optimistische eeuw

On 24 augustus 2016, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen tijdens de zomervakantie van 2016:

Vijf boeken gelezen deze vakantie, waaronder Moby-Dick van Herman Melville (een boek dat na 160 jaar nog altijd zeer de moeite waard is) en ‘Het zwarte boek’ van Ohran Pamuk uit 1990; twee boeken sprongen er echter uit: ‘De begraafplaats van Praag’ (2011) van Umberto Eco en ’The Children’s Book’ (2009) van A.S. Byatt. Is het toeval? Beide zijn ongeveer even dik, allebei beschrijven ze de toestand op het einde van de negentiende eeuw in Europa, de Italiaan Eco vanuit Parijs, de Britse Byatt vanuit Londen. Beide werpen een duister licht op de geschiedenis. Eco loopt met zijn ‘Protocollen van de Wijzen van Sion’ vooruit op de shoah in de Tweede Wereldoorlog, Byatt laat haar jonge romanfiguren sneuvelen in de loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog. The Children’s Book opent met de restanten van de Wereldtentoonstelling van 1851, de grootscheepse plannen voor uitbreiding van de museumgebouwen in South Kensington en de erfenis van koningin Victoria. Toch doen zich dan al willekeurige aanslagen voor, zoals de moord op de Franse president Carnot en op generaal Mesentsev. “De volwassenen herinnerden zich de stroom aanslagen van tien jaar geleden – op regeringsgebouwen, het kantoor van The Times, metrostations, spoorwegstations, Scotland Yard, Nelson’s Column, London Bridge, het Lagerhuis, de Tower zelfs.” Allemaal herkenbaar en opnieuw actueel.

En dan het bezoek aan de Wereldtentoonstelling in Parijs van 1900, een gigantisch project dat 600 hectare besloeg en 120 miljoen franc had gekost.  Hoogtepunt waren de twaalf meter lange dynamo’s die het terrein en de omgeving ‘s avonds verlichtten. “In het Paleis van de Elektriciteit waren overal waarschuwingen te lezen. Grand Danger de Mort. Het was geen verscheurende, vermorzelende dood. Een onzichtbare dood, deel van een onzichtbaar aandrijvende kracht, de nieuwigheid van de nieuwe eeuw.” Elektriciteit dus. Niets daarover in Eco’s meesterwerk. Hoofdpersoon Simonini– een Italiaan – leeft in ballingschap in Parijs. Baron Haussmann had bijna de hele stad gesloopt en opnieuw opgetrokken, de Pruisische bezetter was amper vertrokken. Over de Fransen oordeelt Simonini allerminst licht. “Ze zijn slecht. Ze doden uit verveling. Frankrijk is de enige natie waarvan de onderdanen jarenlang bezig zijn geweest elkaar de kop af te hakken.” Dat negatieve beeld wordt door racisme alleen maar erger, trouwens ook belichaamd in de hoofdpersoon. Volgens Eco was het pure hysterie, ontketend door de triomf van wetenschap en technologie. In een interview zei hij: “Dit is een boek dat je aan het einde van je leven schrijft, niet aan het begin. Het is wanhopig, vol scepsis. Een testament voor mijn kleinkinderen: heb geen vertrouwen in de mens.” Op 19 februari 2016 overleed de schrijver.

Tagged with:
 

Choosing your city

On 21 augustus 2016, in muziek, by Zef Hemel

Heard in the Amsterdam Stadsschouwburg on 20 August 2016:

There he was, Philip Glass (1937), the great American composer and pianist, speaking about his autobiography, ‘’Words without Music’, and also playing a piece of his work (‘Choosing Life’ from ‘’The Hours’) on the piano, in the Stadsschouwburg in Amsterdam. Harpist Lavinia Meijer and pianist Feico Deutekom played three more pieces. Melchior Huurdeman did the interviewing. Both speakers were introduced by Tracy Metz, director of the John Adams Institute and initiator of this unique event. Glass talked about New York. How he moved from Baltimore, where his father owned a recordshop, to the Big Apple, in order to study music. That was 1969. New York, he stressed, was still an affordable place at that time. Thousands of young artists moved to the big city every year. In order to earn a living young Glass needed a job for three days a week, not more. A hundred dollars a month was sufficient to survive. He became taxidriver, construction worker, you name it; he even helped Richard Serra build his large sculpture for the Stedelijk Museum in Amsterdam. The rest of the time he studied music at Juilliard.

While studying he started composing and playing for small audiences. A great time to experiment. No responsibilities. Lots of talented people, lots of opportunities. Though his minimal music was a new sound not well understood by many, he became a successful composer in short time. Only ten years later, in 1976, his opera ‘Einstein on the Beach’ was performed in the Metropolitan Opera House. Glass seemed still to be overwhelmed, after all those years, by his unexpected stardom. Just read ‘Outliers’ (2008) of Malcolm Gladwell and you’ll understand: 10.000 hours of hard work and training plus a lot of luck is needed to become an outlier. Glass worked hard and New York is a lucky place. Not that the city is a garantee for success, but sure it helps. Plus: If I can make it in New York, I can make it anywhere. But then in the interview Glass raised the point that what New York lacked, at least at that time, was expert technical knowledge for composers. So he moved to Paris, where Nadia Boulanger (1887-1979) was teaching at the conservatory. In Paris he also met the Indian sitarist Ravi Shankar. That means these two cities were very important in his life: Paris and New York. And if you listen to his music, you’ll hear New York, and a bit of Paris.

Tagged with:
 

Een beetje meer Tokio

On 18 augustus 2016, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Monocle magazine nr. 24 2016:

Welke stad voert op dit moment de lijst aan van ‘s werelds meest leefbare steden? Het Londense Monocle Magazine kwam onlangs weer met haar jaarlijkse benchmark van aantrekkelijke steden. Altijd zeer de moeite waard om te lezen. In ‘The Top 25 Cities’ staat het Japanse Tokio glansrijk bovenaan, met stip op één dus. Ga dus niet zeggen dat megasteden niet leefbaar zijn, want met dertig miljoen inwoners (13,3 miljoen binnen de gemeente) is Tokio een van de allergrootste steden op aarde. Tokio heeft gewoon alles, en van alles het allerbeste. En wie ooit in Tokio is geweest, weet dat extreme drukte heel goed samen kan gaan met dorpsachtige bewoning, en dat deze metropool bovendien beschikt over het allerbeste openbaar vervoer, dat auto’s er niet op straat geparkeerd mogen worden en dat iedereen er te voet gaat, waardoor er een aangename stilte heerst, ondanks de extreme volte. En wat een fraaie parken overal!  En vrijwel geen misdaad. En ook nog eens de stad van de Olympische Spelen in 2020. Want extreem rijk. Zeer terecht en verdiend, die nominatie. Nee, terwijl het met de Japanse economie helemaal niet goed gaat, blijft Tokio onverminderd groeien en bloeien. Ondertussen probeert de Japanse regering bedrijven uit Tokio te verleiden om naar kleinere steden elders te verhuizen. Allemaal vergeefs en gewoon niet handig. De mensen vertikken het.

Maar nu het slechte nieuws. Rotterdam komt in de benchmark helemaal niet voor. En Amsterdam – de stad die volgens de Atlas voor Gemeenten binnen Nederland al jaren als de meest aantrekkelijke stad geldt -  is op de wereldranglijst gezakt van plaats 19 naar 21. Terwijl Amsterdam de afgelopen jaren juist klom. De reden voor de daling is volgens de redactie tweeledig. De hoofdstad van Nederland, hoe mooi en aantrekkelijk ook, schijnt te worstelen met de vele toeristen; er wordt veel geklaagd, bewoners en toeristen zitten elkaar hinderlijk in de weg. De andere, nog veel belangrijkere reden is de geringe bouwactiviteit: er zijn domweg veel te weinig woningen in Amsterdam voorhanden, de stad is populair, maar ze is echt veel en veel te klein. Iets meer Tokio zou in de lage landen geen kwaad kunnen. Aan de leefbaarheid zal het niets afdoen. Integendeel, als Amsterdam verdubbelt zal ze alleen maar leefbaarder worden. Tokio bewijst het. Maar wie durft het aan?

Tagged with:
 

Blijven leven

On 4 augustus 2016, in literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 25 juni 2016:

Gaat u deze zomer naar Parijs, haast u dan naar Palais de Tokyo. Daar is een tentoonstelling te zien van de Franse schrijver Michel Houellebecq. In ‘Rester vivant’ toont Houellebecq foto’s, installaties en objecten verzameld in een aantal zalen van dit museum voor moderne kunst rond al zijn favoriete thema’s – vervreemding, toerisme, het platteland, seks. U ziet karakterloze flats, desolate winkelcentra, saaie voorsteden en troosteloze buitenwijken zonder smaak of opsmuk. Het is het Frankrijk waar de meeste Fransen wonen. Daarnaast is er het lege Franse platteland. Dat is een tijdloos land dat nog zal bestaan als de mens verdwenen is. Want de mensheid zal uiteindelijk verdwijnen. Maar zover is het nog niet. Eerst nog zullen de mensen proberen alles te verpesten. Peter Giesen schreef er in De Volkskrant van 25 juni 2016 een mooi stukje over. Daarin wees hij op het saillante feit dat Houellebecq zelf opgroeide in een buitenwijk zonder eigen gezicht: Marne-la-Vallée, in de buurt van Disneyland Parijs, het Almere van Frankrijk. In al zijn boeken keert de essentie van het leven in de troosteloze buitenwijk terug. “Het idee dat het individualisme niet of nauwelijks bestaat is extreem in mij aanwezig,” verklaart de auteur in de catalogus.

Ik moest eraan denken toen ik het proefschrift-in-wording van Ivan Nio las. Stadssocioloog Nio onderzocht het alledaagse leven in drie nieuwe steden in Noordwest-Europa: Milton Keynes (bij Londen), Almere (bij Amsterdam) en Cergy-Pontoise (bij Parijs).  In zijn studie doet hij er alles aan om het leven van de gewone man in de nieuwe steden positief te waarderen, waarbij hij zijn hoop vestigt op, wat hij noemt, ‘suburbane stedelijkheid’. Nee, dan het hilarische ‘De kaart en het gebied’ (2011) van Houellebecq. De vader van hoofdpersoon Jed Martin is architect, maar wilde eigenlijk kunstenaar worden. In zijn jeugd was het functionalisme van Le Corbusier en Mies van der Rohe dominant. “Alle nieuwe steden, alle wijken die in de jaren 50 en 60 rond Parijs zijn gebouwd, vertonen hun invloed.” Volgens de functionalisten moest de mensheid zich beperken tot afgebakende woonmodules midden in de natuur, die daar in geen geval door mocht veranderen. “Het is de visie van een brute, totalitaire geest, gedreven door een intense hang naar lelijkheid; maar zijn visie heeft toch de hele twintigste eeuw lang de overhand gehad.” Het recente werk van Martin, zelf succesvol kunstenaar, is een volstrekt andere: dat betreft een nostalgische bespiegeling over het einde van het industriële tijdperk in Europa. Cergy-Pontoise en al die andere nieuwe steden doen de kunstenaar denken aan “die aandoenlijke Playmobil-poppetjes, verdwaald in een abstracte, onmetelijke futuristische stad die zelf verbrokkelt en vergaat, tot hij uiteindelijk uiteen lijkt te vallen in de plantaardige onmetelijkheid, die zich uitstrekt zover het oog reikt.” Geen medelijden met de buitenwijken.

Tagged with:
 

Middelpuntvliedende kracht

On 13 juli 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in MO Nieuws van 29 oktober 2003:

Ruim tien jaar geleden werd Saskia Sassen, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Chicago, geïnterviewd door het Belgische MO Nieuws. Haar betoog, opgetekend door John Vandaele, is ook nu nog, of uitgerekend op dit moment, boeiend om terug te lezen. Uitvoerig vertelde ze over de effecten van globalisering na 9/11. Ook speculeerde ze over de machtsconcentratie in de handen van de rijkste tien procent, het snelle verdwijnen van de middenklasse, het ernstige verlies aan democratie, het strijdbare verweer van de anti-globalisten. De invloed van de Verenigde Staten, zei ze, zou verder inboeten. Hun macht was nog vooral militair. Het zuidelijk halfrond met zijn megasteden zou juist aan macht winnen. De globalisering had een middelpuntvliedende kracht in beweging gezet, waardoor staten de grote verliezers zouden zijn en grote bedrijven de winnaars. Uitzonderingen waren er ook: centrale banken en ministers van financiën zouden juist aan macht winnen. En de antiglobalisten zouden, in mondiale netwerken geweven, steeds meer tegenwicht gaan bieden. Na 2003 volgden de financiële crisis, Occupy Wallstreet, Sandy, de problemen met Griekenland, de opkomst van IS, de bootvluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten, El Nino, de enorme schuldenlast van veel staten, de Brexit in 2016.

Vrijwel al haar voorspellingen lijken uit te komen. Haar recente boek, ‘Expulsions’ (2015), is overigens veel somberder van toon. Daarin stelt ze o.a. wereldwijde migratie in een heel nieuw daglicht. Overzeese landaankopen door multinationals nemen snel toe. Mensen worden van hun land verdreven. Dat is geen normale migratie van het platteland naar de stad. In 2003 geloofde Sassen nog dat er ‘een nieuw imperium’ zou ontstaan, dat meer gebaseerd is op internationale akkoorden, recht en zachte macht. Dat nieuwe, zachte machtscentrum zou de leegte die de Verenigde Staten achterlieten opvullen. “En het zal de EU zijn die deze nieuwe wereldorde zal leiden, precies omdat ze daarin het meest ervaring heeft -de EU zelf is één grote oefening in internationale samenwerking op basis van akkoorden en regels- en omdat ze de internationale politiek ook vanuit dat perspectief benadert.” Van dat laatste komt dus helemaal niets terecht. Ook Europa stort zichzelf nu in een ernstige crisis. De middelpuntvliedende kracht lijkt veel groter dan Sassen in 2003 bevroedde. Als er een zachte internationale orde in de maak is, dan kan die alleen nog gevormd worden uit mondiale stedelijke netwerken. Of niet. Zelfs ik begin somber te worden.

Tagged with:
 

Profijt van Londen

On 11 juli 2016, in bestuur, economie, by Zef Hemel

Gelezen op Centreforcities.org van 7 juli 2015:

Steden betalen de meeste belastingen, de grootste steden veruit het meest. En het platteland profiteert, ook al klaagt het keer op keer. ‘Ten years of tax’, een onderzoek van het Britse Centre for Cities naar de wijzigingen in het belastingpatroon van Groot-Brittannië over de afgelopen tien jaar – dus voor en na de crisis – laat zien dat met name Londen veruit de meeste belastingen aan de Britse schatkist betaalt en dat haar aandeel het laatste decennium ook sterk is gegroeid. In 2004/05 hoestte Londen evenveel belastinggeld op als 24 daarna grootste steden van het Verenigd Koninkrijk bij elkaar opgeteld; tien jaar later is dit opgelopen tot een aandeel dat gelijkstaat aan dat van liefst 37 steden. “Dit rapport is een nieuw bewijs dat Londen de grootste bron van belastinginkomsten is geworden voor het hele land en dat voor een evenwichtige ontwikkeling van het Verenigd Koninkrijk de groei van Londen essentieel is,” reageerde Sadiq Khan, de nieuwe burgemeester van Londen. Hij pleitte net als zijn voorganger Boris Johnson voor ‘devolution’, het verder doordelegeren van macht en budgetten vanuit Westminster naar de steden en regio’s in Groot-Brittannië.

Het Centre for Cities stelt dat er een duidelijke geografie ten grondslag ligt aan de prestaties van de Britse economie. Deze wordt direct doorvertaald naar de inkomsten van de Rijksfinanciën. Veel Britse steden zijn de afgelopen tien jaar minder belasting gaan betalen, maar het succesvolle Londen juist veel meer. Desondanks zijn steden nog altijd het meeste ‘belastingproductief’: per werknemer dragen ze meer belasting af dan op het platteland. Echter, veertig van de 62 Britse steden zijn minder belastingproductief geworden, Londen juist veel meer. Dat betekent dat de Britse overheid sterk afhankelijk is geworden van het succesvolle Londen. Zonder Londen zouden de Britten een arm land zijn. Londen wordt dus afgeroomd en financiert eigenlijk de rest van het koninkrijk. Zouden de Britten eigenlijk wel beseffen dat ze Londen alle ruimte moeten geven om te groeien? En hoe zit dat in Nederland?

Tagged with:
 

Niet exploderen, maar imploderen

On 8 juli 2016, in duurzaamheid, kunst, by Zef Hemel

Voorgedragen op het Marineterrein, Amsterdam, op 7 juli 2016:

TOFUD van Frank Havermans, op dit moment te zien in Cityscapes Gallery in Amsterdam, deed me aanvankelijk denken aan de PROUNs (‘pro-oon’) van El Lissitzky. Vooral zijn tweede serie uit 1923 betrof schitterende composities van geometrische vormen die de toekomst als ‘volstrekt nieuw’ wilden uitdrukken. Een soort van tijd-ruimte explosies waarbij alle geometrische vormen met verschillende snelheden vrij in de ruimte zweven. De PROUNs waren verbeeldingen van het utopische, een dynamisch communistisch universum. Ze waren een van de inspiratiebronnen van het Modernisme. Ook Havermans’ werk is ruimtelijk. Wie echter goed kijkt ziet geen explosie, maar implosie. Alle vormen trekken naar elkaar toe, klitten zelfs aan elkaar. TOFUD is allesbehalve PROUN. Havermans’ begrip van circulariteit is geavanceerder dan dat van de Modernisten.

De eerste denkfout van het Modernisme was tabula rasa. Dit was ook de essentie van Plan Voisin van Le Corbusier, 1925: alles moest tegen de vlakte, de stad zou opnieuw worden opgetrokken. De architect streefde een complete herordening van Parijs na, nu scherp begrensd, leesbaar, transparant. Alle elementen werden opengewerkt, zwevend in de ruimte, spottend met de zwaartekracht, helder stralend, zonder decoratie, de stad als een abstract explosie van volumes, lijnen en vlakken die zich gemakkelijk van bovenaf liet componeren, in een eindeloze variatie.‘Le Corbu’ meende ook dat de toekomst wetenschappelijk kon worden voorbereid. Begin jaren zestig wordt dit idee van de stad als berekenbare machine op de spits gedreven door futuroloog Richard Buckminster Fuller. Diens Dome over Manhattan uit 1960 getuigde van de opvatting dat de aarde een ruimteschip is, en de stad een gesloten systeem dat computers geheel konden beheersen door middel van kunstmatige klimaatbehandeling. Afbreken hoefde niet eens; gewoon een geodetische dome eroverheen. In ‘Operating Manual for Spaceship Earth’ (1969) ergerde ‘Bucky’ zich aan de politiek, de zouteloze compromissen. Zijn opvattingen over democratie stonden niet ver af van die van Le Corbusier, maar waren mijlenver verwijderd van het circulaire denken. Nee, het Modernisme heeft weinig circulairs voortgebracht. De architecten koersten op beheersing, controle en expansie. Havermans toont iets anders: chaos, gelaagdheid, groei, ruimtelijke implosie. Alleen rommelige, chaotische, informele, volgestouwde, onbestuurbare, van onderop georganiseerde metropolen zijn circulair.

Tagged with:
 

Tristate City Vintage

On 5 juli 2016, in Geen categorie, by Zef Hemel

Read on Tristatecity.com:

Imagine: ‘The Battle of the Cities’. The Dutch employers organisation VNO-NCW and the real estate developer CBRE think there is a battle going on in this world. They wanna be winners. Mr. Peter Savelberg, a Dutch consultant, proposes a city of 30 million inhabitants. VNO NCW and CBRE decided to sponsor him. His TristateCity covers the whole of the Netherlands, the Rhine-Ruhr Area and Belgium. He even made a map of his transnational conurbation, its size even bigger than Jean Gottmann’s Megalopolis of 1962. Mr. Savelberg, who is a professional in real estate and marketing, thinks it’s gonna be the most powerful urban power center of the world. Yes, we’re going to beat the Chinese! We need transport corridors that are connecting all three rings of rather small-size cities. The so-called Randstad is just the inner ring. A second ring connects Middelburg, Goes, Tilburg, Breda, Eindhoven, Zwolle, Leeuwarden; a third ring binds Ostende, Ghent, Brussels, Maastricht, Aachen, Cologne, Duisburg, Enschede, Groningen together – this last ring is even wider than the outer ring of Greater-Beijing or the MKAD of Greater-Moscow. The outer ring is shrinking, the future of the middle ring is fishy, even parts of the Randstad are suffering a Rust Belt condition. Mr. Savelberg’s scheme reminded me of a diagram and an old idea: in 1898 the British inventor Ebenezer Howard thought a diagram like this would make sense. He was wrong. The Soviets tried. It only generated congestion.

The problem with Mr. Savelberg’s TristateCity is its scale too, of course. It’s simply too grand, too megalomanic, too much out of control, lacking any decent governance. The whole idea is also not liveable and sustainable, and worse, what it lacks are agglomeration economies. You remember the corridors-discussion of the nineties? See the result. The future Mr. Savelberg and his powerful sponsors seem to propose looks almost like Soviet or Fascist style planning of the twentieth century. On the website of Tristate City, the organisations that support Mr. Savelberg refer to the Pearl River Delta, a conurbation of 60 million inhabitants. So that is their adversary. Are they aware of the fact that Chinese planning schemes on this huge scale have a communist background? I doubt it. And do they see the difference between Pearl River delta and the Tristate City?: one is full of peasant-immigrants and growing very fast, while the other is ageing and shrinking. Mr. Hans de Boer, president of the Dutch employers organisation, thinks it is just a great way to present the Netherlands to the world. Is it? I think it is ingenious. As a planner I even feel embarrassed. No, we should be very worried. 

Mr. Savelberg commented:

“Jammer dat u niet even contact heeft opgenomen/zich echt ordentelijk heeft verdiept in ons MARKETING-model; het gaat hier natuurlijk geenszins om een ruimtelijk ontwikkel model; laat staan om een ruimtelijke ambitie.

Op dit moment wonen er al lang 30 miljoen mensen in dit gebied en dat zal ook niet hard groeien. Ook nemen wij de Pearl River Delta absoluut NIET als voorbeeld voor onze Lage Landen. In tegendeel, wij stipuleren juist dat ons organisch gegroeide model van netwerk van kleine steden op vele fronten als voorbeeld kan dienen voor alles wat er nu mis gaat bij de onbeheerste urbanisatie in o.a. China.

Wel geven wij een antwoord op de huidige inefficiente en gefragmenteerde citymarketing van vele kleine steden en hun bestuurders. Dat wordt overigens door velen op prijs gesteld (ook in de academische wereld).”

Tagged with:
 

Car-free Amsterdam

On 29 juni 2016, in duurzaamheid, infrastructuur, by Zef Hemel

Read in Climate Home of 23 June 2016:

Amsterdam is struggling with its crowdedness and popularity, people think the city centre is too busy. Of course they are right. They were never used to live in an urban condition. Politicians try to reduce tourism now, distribute activities, the mayor even proposes to move people to The Hague, Utrecht and Rotterdam. Great times for the Randstad Holland concept. Of course all this will not work. Better study Oslo, Norway, a city that has voted for banning cars from its city centre a few days ago. I read it on Climate Home last week. The Norwegian city centre should be car free by 2019, carbon emissions will be reduced by 50 per cent in 2020, and 95 per cent by 2030. “A key part of the plan is to prioritise pedestrians, bicyclists and public transport before car traffic, both when it comes to investments in infrastructure and the use of space,” Oslo’s vice mayor told Climate Home, the website of UN Environment. You see? Are the Norwegians far ahead of the Dutch, who are more and more lagging behind when it comes to sustainability and quality of life? No one in Amsterdam dares to propose a car free city centre by 2019. Too bold thinking. Biking on a massive scale apparently does not help.

Why Oslo of all cities? I remember a delegation of Oslo politicians and civil servants visiting Amsterdam not too long ago. I was struck by the car-friendly approach and the mild treatment of a car-based infrastructure of the Norwegian capital, with all its tunnels and parking garages, everything for free, a surprising fact which I could only explain by the fact that Norway is rich and a big exporter of gaz and oil. And yes, tunnels make it easy to drive through Oslo. But there was something changing in recent times. In 2015 more than ten tunnels in Oslo were being under repair. The authorities asked the citizens to bike more and make use of public transport. That was the beginning of a change. Now the city thinks that cars should be banned. What has happened? The city has a new left wing government. On 14 September 2015 the Labour party and the Green party were elected, they want to fight climate change. Oslo will become green. There is hope for Amsterdam. The Dutch capital could become lively again. Just get ban the cars from the monumental inner city.

Tagged with: