Iconisch

On 6 mei 2015, in infrastructuur, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gezien in Nederland op 21 april 2015:


Een dagreis in april voerde me per trein van Amsterdam-Zuid naar Den Haag CS, daarna door naar Arnhem. Daar wachtte een excursie, een diner en een tweede vergadering. ’s Avonds met de trein terug naar Amsterdam-Zuid. De zon scheen, het was aangenaam weer, uitstekend reisweer zelfs. Wat me die zonnige dag achteraf het meeste bijbleef: de NS-stations. Dat van Amsterdam-Zuid is druk, zeer druk, maar het station zelf is schamel, op het versletene af. Vier langgerekte perrons met houten luifeltjes, een nauwe passage en verder niets. Opnieuw worden hier extra sporen bijgebouwd vanwege de komst van de Hanzelijn en de NoordZuidlijn, dus het wordt nog drukker en voller, maar het armetierige stationnetje, nog stammend uit 1975 toen de Schiphollijn een voorlopig einde vond in de leegte van Amsterdam-Zuid, verbetert voorlopig niet. Welkom op de Amsterdamse Zuidas, het internationale zakencentrum van Nederland!

Nee, dan Den Haag CS. Architectenbureau Benthem Crouwel heeft hier stevig uitgepakt. Opnieuw heeft dit kopstation in de regeringsstad een ware metamorfose ondergaan. De hal is nu groter dan ooit, het dak een architectonisch hoogstandje, nieuwe glazen gevels sieren de zijkanten, alles heeft een flinke beurt gekregen. Bouwkosten: 120 miljoen euro. En toen moest station Arnhem nog volgen. Daar is liefst tien jaar aan gewerkt. Een waanzinnig station! Ben van Berkel’s UN Studio heeft zich hier helemaal uitgeleefd, alsof een Hogesnelheidslijn naar het hart van Europa in het verschiet ligt. Druk was het er overigens niet. Niet zo gek in een stad van amper 150.000 inwoners. Kosten: 92 miljoen euro. Nu Delft (80 miljoen euro), Breda (130 miljoen euro) en Rotterdam (675 miljoen euro) nog zien. Zijn deze uitgaven werkelijk gerelateerd aan te verwachten passagiersaantallen? Nut en noodzaak lijken hier afwezig. Alles is iconisch gemaakt, lijkt afgeleid van een obsessief netwerkdenken. Wordt in al deze steden soms een Lille-effect verwacht?

Tagged with:
 

Onbespreekbaar

On 4 mei 2015, in economie, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘REOS Internationale vergelijking’ (2014) van Deltametropool:

REOS Vergelijking: Thema Economic Future Europe

Najaar 2014 publiceerde de Vereniging Deltametropool op verzoek van de rijksoverheid een cahier over economische concurrentiekracht van stedelijke gebieden in Nederland. Het gaat hier om de regio’s Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Eindhoven: het zogenaamde REOS-gebied. Die concurrentiekracht valt danig tegen. De Organisatie voor Ontwikkeling en Economische Samenwerking, de OESO, schreef dit euvel toe aan gebrek aan agglomeratiekracht. Anders gezegd, de Nederlandse grote steden zijn te klein. Centrale vraag was dus: hoe kan de concurrentiekracht van dit dun verstedelijkte landsdeel worden vergroot? Het Rijk is op zoek naar een gezamenlijke strategie. Om de vraag te beantwoorden deed de vereniging een internationale vergelijkende studie van een aantal Europese stedelijke gebieden die met de genoemde Nederlandse steden zouden concurreren. Echter, alles deed ze eraan om te voorkomen dat het ontwikkelen van één grote stad zou worden geagendeerd. Want wat rolde uit de studie?

Zoals zo vaak: wat je erin stopt rolt er ook weer uit. De vereniging koos vier thema’s: polycentrische variëteit, smart delta, economic future Europe en ‘place to be’. Zeg maar: woon- en leefkwaliteit, technologie en innovatie, mainports en connectiviteit, internationale uitstraling. Bij elk thema figureerden telkens vier vergelijkbare Europese steden. In totaal werden 20 steden geanalyseerd. Scores in deze quick scan zijn zowel kwantitatief als kwalitatief. Wat blijkt? Zes steden (Londen, Parijs, Kopenhagen, Stockholm, Berlijn, Wenen) scoren goed op alle vier de thema’s, het REOS-gebied echter niet. Wat kenmerkt die zes? Ze hebben één grootstedelijke kern. Omdat die configuratie in Nederland ontbreekt, aldus de vereniging, lijkt het haar raadzaam te kiezen voor regionale specialisatie en REOS eerder te meten met steden als Grenoble, Frankfurt en Zürich: "De onderzochte regio’s maken duidelijk dat niet alleen de grote steden steeds de winnaars, maar ook kleinere steden dingen mee op specifieke onderdelen." Laat me raden: Eindhoven krijgt smart delta, Rotterdam economische toekomst Europa, Den Haag polycentrische variëteit en Amsterdam ‘place to be’. Weer het oude Randstadliedje. Overigens, een stad als Detroit laat duidelijk zien dat regionale specialisatie op termijn ook weer tot verval leidt. Nooit doen dus! Het mogelijk maken van een echte grote complexe stad blijft in dit land ook in de 21ste eeuw kennelijk onbespreekbaar.

It’s hard just to live

On 1 mei 2015, in sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in The Washington Post van 28 april 2015:

It was only a matter of time before Baltimore exploded,“ schreef afgelopen week Michael Fletcher in The Washington Post. Fletcher is niet alleen economisch correspondent, maar ook inwoner van Baltimore. De rellen na de dood van Freddie Gray verbazen hem achteraf niet. Met ras of discriminatie heeft het allemaal weinig te maken, stelt hij. Bestuur, politiek en politie in Baltimore zijn overwegend zwart. Het gaat om iets anders. In West-Baltimore, waar Freddie woonde, wordt de meeste heroïne verhandeld van heel de VS, aldus Washington. Nee, zegt Fletcher, in deze buurt verdwijnen de meeste jongens achter de tralies. Moordcijfers zijn er twee keer hoger dan in de rest van Baltimore: dit jaar alleen al 68. Dat is veel, maar in de jaren ‘80 en ‘90 was dit nog veel meer. Vijfenveertig procent van de schoolkinderen uit deze buurt mist meer dan 20 dagen schooltijd. De schrikbarende cijfers blijven overigens beperkt tot de meest westelijke en oostelijke wijken van de stad. De rest van Baltimore doet het sociaal-economisch veel beter.

Toch heeft de hele stad er last van. Want bij het minste of geringste worden jongeren door de politie opgepakt. Een hele serie processen loopt tegen haar. De dood van Freddy Gray past in dat patroon. Freddy was een aardige jongen, maar thuis had hij veel problemen. Verbetert er dan niets in Baltimore? Fletcher: “In the more than three decades I have called this city home, Baltimore has been a combustible mix of poverty, crime, and hopelessness, uncomfortably juxtaposed against rich history, friendly people, venerable institutions and pockets of old-money affluence.” De gemeente investeerde de afgelopen jaren naar verhouding stevig in Sandtown, de buurt waar Freddy woonde. Er werden nieuwe woningen gebouwd en de sociale voorzieningen werden uitgebreid. Echt helpen doet het niet. Men leeft hier langs elkaar. Waarom? Omdat de oorzaak van het verval niet is aangepakt. De ongeremde suburbanisatie en de bouw van shopping malls ver buiten de rondweg om de stad hebben in Baltimore zelf tot extreme segregatie geleid. Nog altijd is het gemeentebestuur niet tot regionale planning bereid. Wat zong Randy Newman over Baltimore? “Hard times in the city/In a hard town by the sea/Ain’t nowhere to run to/There ain’t nothin’here for free.”

Tagged with:
 

Medusa

On 30 april 2015, in internationaal, migratie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Ends of the Earth’ (1996) van Robert Kaplan:

De spannendste kaart van het Middellandse Zeegebied stond afgedrukt in NRC Handelsblad van 21 april 2015. Nauwkeurig waren daarop de routes weergegeven die de Afrikaanse migranten afleggen richting Europa. Het bleek te gaan om een netwerk van steden, met als eindhaltes: Londen, Amsterdam, Frankfurt, Brussel en Parijs. Zeg maar, een fuik. Steden die op de route liggen en belangrijke knooppunten vormen: Malaga, Almeria, Marseille, Rome, Athene, Istanbul, Sofia. De kaart verscheen daags na een bootramp voor de kust van Libië. Uit het bijschrift begreep ik dat dagelijks 293 mensen de oversteek naar Europa wagen; afgelopen jaar waren dat er in totaal zo’n 220.000. Hun aantal zal dit jaar groeien naar een getal ergens tussen de 500.000 en 1 miljoen bootvluchtelingen. Hoe komt dat? “Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er wereldwijd meer dan 50 miljoen mensen op de vlucht.” Het stond er, als een feit. Conflicten en oorlogen, verklaarde de krant, liggen aan de basis van de groeiende mensenstromen.

Was het niet de Amerikaanse journalist Robert Kaplan die al twintig jaar geleden een luguber scenario schetste van wat ons te wachten staat (en ons nu dus overkomt)? In ‘Reis naar de einden der aarde’ (1996) beschreef hij zijn ‘onsentimentele reis’ dwars door West-Afrika, het Nijldal, de Kaukasus, Iran, Centraal-Azië, India en Indochina. Wat hij zag? Enorme slums, bidonvilles, favellas, sloppenwijken, zeg maar: reusachtige geïmproviseerde steden van afval, blik en lompen. In zijn rugzak zat een brief van een vriend, een diplomaat, die schreef: “De grootste bedreiging voor ons waardensysteem komt uit Afrika. Hoe kunnen we blijven geloven in universele beginselen terwijl Afrika wegzinkt tot een niveau dat beter door Dante dan door ontwikkelingseconomen beschreven wordt? Onze houding ten aanzien van ras en etniciteit komt in eigen land in de verdrukking als het hele Afrikaanse continent één grote ‘Schipbreuk van de Medusa wordt’. Zo is het. In die krottenwijken broeit het, al jaren. Daar begint alle onrust. “Op grond van zijn Afrikaanse ervaringen concludeert Kaplan dat schaarste, overbevolking en epidemieën de sociale orde van onze planeet dreigen te vernietigen. Leiden sociale desintegratie en ineenstorting van het staatsgezag nu al niet tot massamoorden en vluchtelingenstromen, ook in onze richting?” Dat was twintig jaar geleden. Goede, activerende stadsontwikkeling heeft men sindsdien nagelaten. Gevolg: bootvluchtelingen. Brengt Habitat III (Quito 2016) wèl uitkomst? Als ik Europa was, zou ik daarin investeren.

Tagged with:
 

Mooie, harmonieuze wereld

On 29 april 2015, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in het Stedelijk Museum te Amsterdam op 28 april 2015:

tahiti-sea-level-rise

Met dochterlief naar ‘De oase van Matisse’ geweest. Inderdaad, zinderende kleuren, speelse vormen, lonkende patronen. Vooral die foto’s van zijn atelier. Wat scheelde hem eigenlijk, de grote Franse kunstenaar (1869-1954) en generatiegenoot van Piet Mondriaan? Toen Mondriaan stierf, onderging Matisse een zware operatie. Het bleek prostaatkanker. “Only what I created after the illness constitutes my real self: free, liberated.”  Thuis, eenmaal in zijn rolstoel, voelde hij zich werkelijk vrij. Bezat hij daarom zoveel vogels? Zijn thuis, dat was eerst Parijs, 132 Boulevard Montparnasse, later Vence, Zuid-Frankrijk. Vanuit zijn stoel schiep hij zijn atelier, eerst in zijn hoofd terugreizend naar Marokko, later naar Haïti waar hij in de jaren ‘30 kort verbleef. Vormen op gekleurd papier knipte hij uit en hing ze aan de wanden. Trefzeker tekenen kon hij. Soms bestonden zijn tekeningen slechts uit drie lijnen, som uit één lijn. De knipsels prikte hij op. Bladeren. Koraal. Vissen. Vogels. Ik zag ook Chinese kalligrafie boven een kastje hangen. Wonderschoon. Inderdaad, de kunstenaar schiep zichzelf een oase. Uiteindelijk overleed hij, 84 jaar oud, aan een hartaanval.

Al zoekend vond ik nog foto’s van zijn atelier in Nice. In Hotel Régina ontstond ‘The Parakeet and the Mermaid’ op de wanden, nu het topstuk van de tentoonstelling. Een radiator staat op de foto midden in het kunstwerk. Vreemd detail. Wat merkte Matisse erover op? “I have made a little garden all around me where I can walk. There are leaves, fruits, a bird.” Voortdurend herschikte hij de vormen op de wanden van zijn woning. Zijn atelier was een levend kunstwerk. Hij woonde erin. Het was een mooie, harmonieuze wereld die hij zichzelf op hoge leeftijd schiep. Uiteindelijk verscheen daar de parkiet. “Well, I became a parakeet. And I found myself in the work.” Dat was 1954. In een interview zei hij: “What counts for me, is not what I’ve done, but what I want to do. I would like te be judged only on the whole of my work, on the overall curve of my line of development.” Inmiddels weten we dat heel Oceanië, inclusief Tahiti, ernstig bedreigd wordt door de zeespiegelrijzing.

Tagged with:
 

De toekomst te lijf gaan

On 28 april 2015, in filosofie, by Zef Hemel

Gehoord aan de Herengracht te Amsterdam op 23 april 2015:

Cosmopolis: The Hidden Agenda of Modernity

Noem het toeval. Twee gebeurtenissen op één dag: iemand vertelde me ‘s ochtends dat de Franse filosoof Bruno Latour afgelopen zaterdag in Utrecht vooral gesproken had over Stephen Toulmin’s ‘’Kosmopolis’ (1990). Later die dag beweerde iemand anders dat mijn opvatting van antifragiele, open planning (‘Beyond Resilience’) lariekoek was. Hij vond het niet wetenschappelijk. Hij bleek natuurkundige. Zijn eigen bijdrage was er een van extrapolaties, feiten en harde cijfers. Ineens zag ik het verband. Om me intellectueel te wapenen haalde ik Toulmin’s meesterwerk na jaren weer uit de kast. Ik liet me verrassen door de actualiteit van diens stellingname, ook na vijfentwintig jaar. In ‘Kosmopolis’ ging de Britse wetenschapsfilosoof op zoek naar de intellectuele houding die wij nodig hebben om de toekomst te lijf te kunnen gaan. Het modernisme als houding leek hem niet langer adequaat. “In plaats van vol vertrouwen extrapolaties te maken naar de sociale en culturele toekomst, zijn we gestrand en weten we niet waar we ons bevinden.” Dit is een tijd, schreef hij, van toenemende interdependentie, culturele verscheidenheid en historische veranderingen. Alles is in beweging. Stabiliteit en uniformiteit willen garanderen werkt dan juist averechts.

Toulmin pleitte hartstochtelijk voor meer speelruimte die wij nodig hebben om diversiteit en aanpassingsvermogen te beschermen. Hij zag een terugkeer naar praktische, lokale, tijdelijke en contextgebonden kennis – voor hem een bewijs dat we het modernisme voorbij zijn. De natiestaat overeind houden of de uniformiteit van de wetenschap bewaken zijn wel het laatste wat we moeten doen, vond hij. Maar tussen de regels door lees je dat hij het ergste vreesde. Hij was bang dat politiek en management het modernisme zouden blijven omarmen. “Als wij denken en handelen blijven onderwerpen aan alle eisen van een niet-herziene moderniteit – strengheid, nauwkeurigheid en systematiek – dreigen wij onze ideeën en instellingen niet stabiel maar star te maken, en niet in staat te zijn ze op een redelijke manier te wijzigen in overeenstemming met de andere eisen van nieuwe situaties.” Nu, vijfentwintig jaar later, is wat hij vreesde bewaarheid. Daarom nog een citaat: “In een tijd van interdependentie en historische veranderingen zijn stabiliteit en duurzaamheid alleen niet genoeg.” Duidelijk nu? We moeten verder durven springen.

Tagged with:
 

Over het nut van planning

On 27 april 2015, in internationaal, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op het Roeterseiland te Amsterdam op 23 april 2015:

Vorige week Moskou, nu Istanbul. Met de studenten bespraken we de ontwikkelingen in die stad aan de hand van de Turkse documentaire ‘Ecumenopolis’. We constateerden opvallende overkomsten tussen Moskou en de Turkse metropool. Beide metropolen bevinden zich in de schemerzone tussen Europa en Azië en groeien snel, heel snel. Beide streven een status van ‘global city’ na. Beide ook worden steeds orthodoxer en keren zich van het Westen af. De studenten die het ‘Cities in Transition’-programma dit jaar aan de Universiteit van Amsterdam volgen vroegen zich af hoe dit zou aflopen. Ze kunnen kiezen tussen het standpunt van Mike Davis en dat van Doug Saunders. De eerste meent dat het slecht zal aflopen (‘Planet of Slums’, 2006), de tweede ziet eerder kansen. Hoewel. Ten aanzien van Istanbul schetst Saunders in ‘Arrival City’ (2010) het beeld van een stad die geen sloppenwijken meer kàn bouwen eenvoudig omdat alle grond op is. Toch arriveren er jaarlijks nog zo’n 250.000 migranten in Istanbul, de laatste jaren zelfs beduidend meer als gevolg van de oorlogen in Syrië en Noord-Afrika. Middenklasse èn onderklasse groeien. De ‘gecekondu’ (sloppenwijk), schrijft hij, verandert steeds meer in ‘een plek voor mislukkelingen.’

De laatste jaren heeft de gemeente grootschalige opruimacties voor de sloppenwijken opgezet. Steeds meer gecekondu’s worden door bedrijven als TOKI en Sinpas opgekocht, gesloopt en tot enclaves gemaakt voor de nieuwe Turkse middenklasse. Het programma is steeds dezelfde hoogbouw die ook Moskou’s buitenwijken kenmerkt. Volgens Saunders is het de nieuwe, gemondialiseerde Turkse middenklasse die de periferie verkiest boven het centrum. De buurt zelf interesseert ze niet, alleen de parkeergarages en de snelwegen die ze naar het centrum voeren. Het allergrootste probleem van de groei van de metropool Istanbul is echter niet meer deze perifere suburbanisatie, maar de snel naderende ecologische ramp. De bossen en de waterbekkens in het noorden zullen namelijk snel verdwijnen als Istanbul doorgroeit van 15 miljoen naar 25 miljoen en de derde brug over de Bosporus wordt aangelegd. Kan de metropool dan nog bestaan? Dat is twijfelachtig, zeker nu ook nog eens een humanitaire ramp dreigt als gevolg van de recente toevloed van vluchtelingen. De bestaande planning werkt niet. Het falen kan zich uiten in woede, frustratie, islamisme. Tenzij alsnog een geschikte, effectieve planning wordt gevonden. Een van onderop.

Tagged with:
 

Ten Rules

On 25 april 2015, in filosofie, muziek, onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen op Open Culture op 16 april 2014:

 

John Cage citeerde haar graag, zuster Corita Kent. Ze gaf les op het Immaculate Heart College en was een graag geziene figuur in de kunstkringen van Los Angeles. Op Openculture.com las ik haar ‘Ten Rules for Students and Teachers’ uit 1968. Cage verspreidde ze en maakte ze populair. Er hing een kopie in zijn studio die zijn geliefde Merce Cunningham er voor hem bewaarde. Tijdens de inspiratiedag van de De Nieuwe Wibaut kwam het lijstje zowaar boven tafel. Voortaan gebruik ik ze in mijn eigen onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam. Zelf heb ik er veel baat bij. Omdat ik vandaag jarig ben geef ik de tien regels hier integraal weer:

RULE ONE: Find a place you trust, and then try trusting it for a while.

RULE TWO: General duties of a student: Pull everything out of your teacher; pull everything out of your fellow students.

RULE THREE: General duties of a teacher: Pull everything out of your students.

RULE FOUR: Consider everything an experiment.

RULE FIVE: Be self-disciplined: this means finding someone wise or smart and choosing to follow them. To be disciplined is to follow in a good way. To be self-disciplined is to follow in a better way.

RULE SIX: Nothing is a mistake. There’s no win and no fail, there’s only make.

RULE SEVEN: The only rule is work. If you work it will lead to something. It’s the people who do all of the work all of the time who eventually catch on to things.

RULE EIGHT: Don’t try to create and analyze at the same time. They’re different processes.

RULE NINE: Be happy whenever you can manage it. Enjoy yourself. It’s lighter than you think.

RULE TEN: We’re breaking all the rules. Even our own rules. And how do we do that? By leaving plenty of room for X quantities.

HINTS: Always be around. Come or go to everything. Always go to classes. Read anything you can get your hands on. Look at movies carefully, often. Save everything. It might come in handy later.

Tagged with:
 

Volop kansen

On 24 april 2015, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Metropoolvorming: kansen en opgaven’ (2015):

 delft metropoolregio_verplaatsingen_2.jpg

Onlangs verschenen ‘reflecties uit de wetenschap’ op metropoolvorming in de Zuidvleugel van de Randstad. In navolging van Amsterdam noemt dit stedelijk netwerk zich tegenwoordig ook ‘Metropoolregio’. In werkelijkheid gaat het om twee steden: Rotterdam en Den Haag, die decennialang met de rug naar elkaar toe stonden. Op verzoek van de beide burgemeesters schreven vijf economen en economisch-geografen essays over de economie van het gebied. De interessantste is die van Walter Manshanden, onderzoeker bij TNO. Zijn uitgangspunt is het gebrek aan agglomeratiekracht in het stedennetwerk. Het Bruto Regionaal Product (BRP) per hoofd van de bevolking is in de Zuidvleugel even laag als in de rest van Nederland. Ook het aandeel hoogopgeleiden is er laag en de arbeidsparticipatie gering. Bovendien is de kwaliteit van leven niet op orde en kampt het gebied met ernstige luchtvervuiling. Zelfs de economie groeit er trager. De afstand tot Amsterdam neemt verder toe. Weliswaar is het BRP in absolute waarde iets toegenomen, maar minder dan de rest van Nederland. “De schaal van dit gebied heeft dus blijkbaar geen positieve invloed op het brp of het opleidingsniveau.” Anders gezegd, de metropoolregio Rotterdam-Den Haag functioneert niet goed, profiteert niet van agglomeratievoordelen en biedt als ‘metropool’ geen economisch voordeel.

Wat beveelt Manshanden de bestuurders aan? Ze zouden zich minder met de bestaande economische sectoren moeten identificeren en zich veel meer op publieke voorzieningen moeten richten: schone lucht, parken, rechtspraak, landschap, onderwijs. Bovendien constateert hij dat alle bestuurlijke aandacht sectoraal gericht is, reagerend op economische lobby’s van het lokale bedrijfsleven. Met zijn topsectorenbeleid verergert de rijksoverheid nog deze situatie. In de Zuidvleugel is daardoor te weinig concurrentie. Manshanden spreekt van marktfalen. Hij beveelt aan om maatschappelijke vraagstukken (welvaart, veiligheid, leefmilieu) als uitgangspunt te nemen en het regionale bedrijfsleven daarvoor te interesseren. Deze maatschappelijke opgaven zouden voldoende scope moeten hebben om effectief te kunnen zijn. Dus geen iconen meer bouwen, geen overheidsgeld meer naar bestaande sectoren, in plaats daarvan buiten de regionale lobby’s durven treden. Wat schrijven de twee burgemeesters in hun antwoord? “Deze reflectie vanuit de wetenschap overtuigt ons ervan dat er volop kansen liggen voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, en ook dat de vrijwillige krachtenbundeling van 24 gemeenten, ook met de provincie, daarbij een onderscheidende rol kan spelen.

 

UvA in mondiaal perspectief

On 23 april 2015, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 28 maart 2015:

Hoe de opstand op de Universiteit van Amsterdam te begrijpen? Onder de kop ‘Excellence v equity’ publiceerde het Londense zakenblad The Economist onlangs een Special Report over universiteiten. Preciezer, het tijdschrift beschreef de mondiale opmars van het Amerikaanse model van hoger onderwijs. Dat model houdt in: moderne research-gedreven universiteiten die vooral privaat worden gefinancierd en waar excellentie onder een beperkt aantal studenten wordt nagestreefd. Vooral in landen waar het genieten van hoger onderwijs een verzadigingspunt heeft bereikt en waar de overheid tot voor kort voor de kosten opdraaide, wordt naar het Amerikaanse model gegrepen. Zo ook Nederland. Tegelijk stelde het tijdschrift vast dat dit gebeurt uitgerekend op het moment dat Amerika met zijn eigen model worstelt vanwege de grote nadelen. Het waarschuwde ook voor de prijs die het de samenleving kost: beperkte toegang, grote ongelijkheid, sterk oplopende kosten. In de OESO stegen de kosten van hoger onderwijs van 1,3% van het Bruto Nationaal Product in 2000 naar 1,6% in 2011. In Amerika zijn de kosten nog veel hoger. Waarom dan doorgaan op deze weg?

Overal in de wereld veranderen arbeidsmarkten ingrijpend, verstedelijking en demografie jagen de snelle groei van het hoger onderwijs aan. In China bijvoorbeeld groeiden de studentenaantallen van 1 miljoen naar 7 miljoen tussen 1998 en 2010. In haar grote, snel groeiende steden produceert het enorme land nu meer afgestudeerden dan de VS en India samen. In 2020 zal 40 procent van de Chinese jeugd zijn afgestudeerd aan een van haar universiteiten. “When people go to live in cities, universities become more accessible so more people attend them.” Vooral in politiek instabiele landen met veel opgroeiende jeugd in zich vormende megasteden wordt hoger onderwijs, net als dienstplicht, door regimes gebruikt om werkloosheid te verbergen en jonge mensen koest te houden. Kwaliteit telt dan minder. Elders ligt de nadruk op politiek gewenste ontwikkeling. In Quatar bijvoorbeeld is Education City een verzameling van acht buitenlandse universiteiten in imposante nieuwe gebouwen in de buitenwijken van hoofdstad Doha, waar jongeren vooral leren wat de regering nuttig vindt voor de ontwikkeling van het land. Kazachstan en Korea volgen hetzelfde model. Ondertussen woedt er een mondiale strijd om talent. Dat is een lucratieve markt waarop ook steden acteren en die best wat mag kosten. In het buitenland studeren kost trouwens meer dan in eigen land. Dit alles leidt tot een globale onderwijsmarkt, waarop vooral private universiteiten acteren. De recente opstand op de Universiteit van Amsterdam staat dus allerminst op zichzelf.

Tagged with: