Climate Apartheid

On 23 oktober 2014, in economie, politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 2 september 2014:

Het stond helemaal op het eind van het artikel. “Alleen in Lagos nam het aantal armen de afgelopen tien jaar af, van 44 naar 23 procent.” In ‘Afscheid van verslaving aan gemakkelijk geld’ berichtte Afrika-correspondent Koert Lindijer over de recente ontwikkelingen in Nigeria. Dit Afrikaanse land, dat 270 miljoen inwoners telt, is sinds 1959 rijk gezegend met aardolie en zit daarmee opgescheept met ‘gemakkelijk geld’. Een economie ontwikkelen is dan geen sinecure. Pas de laatste decennia maakt het land een omslag naar de particuliere sector. De regering wil met het verleden breken. Maar corruptie blijft een groot probleem. Ook de welvaartsverschillen zijn gigantisch: tachtig procent van de welvaart is in handen van slechts één procent van de bevolking. De helft van de Nigerianen leeft onder de armoedegrens. In het noorden van het land is dit zelfs 70 procent; hier strijdt de Islamitische terreurgroep Boko Haram.  Maar in Lagos, met 20 miljoen inwoners de grootste stad van het land, is die armoede dus dramatisch gedaald.

Lindijer begint zijn reportage met de bouw van de futuristische stad Eko Atlantic voor de kust van Lagos. Dit 4,6 miljard euro kostende project op opgespoten land wordt met privaat geld gebouwd, in samenwerking met de deelstaat Lagos. De nieuwe stad komt in het artikel verder niet voor. Lagos wel. Die stedelijke economie is de op drie na grootste van heel Afrika. En Eko Atlantic is een initiatief van de stad zelf, mede bedoeld om de kust tegen erosie en klimaatverandering te beschermen en Lagos te laten groeien tot 25 miljoen inwoners in 2015. In de Britse krant The Guardian las ik in een artikel van Martin Lukacs dat het hier een initiatief van een paar Libanese broers betreft, die extreem rijk zijn geworden tijdens het militaire bewind en nu groot geld willen maken. “Meanwhile, thousands of people who live in communities along the coast expect the new city will bring displacement, not prosperity.” Eko Atlantic wordt volgens hem een enorme geprivatiseerde groene enclave voor de ultra-rijken, temidden van slums waar de armen leven. Lukacs noemt het een voorbeeld van ‘climate apartheid’. Desalniettemin, het armoedecijfer in Lagos is ondertussen dramatisch gedaald.

Tagged with:
 

Beter bestuur

On 22 oktober 2014, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op dinsdag 7 oktober 2014:

European Parliament Open Days

Circa dertig bestuurders uit de Amsterdamse metropoolregio togen naar Brussel voor deelname aan de Open Days van de Europese Unie. Zij kwamen niet alleen. Tijdens de Open Days reizen namelijk jaarlijks vertegenwoordigers uit vrijwel alle regio’s en steden van de lidstaten af naar de hoofdstad van de EU voor deelname aan een afwisselend interactief programma. De straten van Brussel waren de afgelopen week dan ook gevuld met veelal keurig geklede heren en dames met badges, op zoek naar restaurant, hotel of congrescentrum. Jaarlijks luistert de Commissie vijf dagen lang naar de honderden steden en hun bestuurlijke vertegenwoordigers over ervaringen en experimenten met nieuw lokaal beleid. Het is het resultaat van een nieuwe koers die de Weense Eurocommissaris Johannes Hahn tien jaar geleden heeft ingezet. En hij niet alleen. Ook commissaris Neelie Croes en anderen luisteren tegenwoordig naar wat er in de verschillende stedelijke regio’s speelt. Het moet ook wel. Met regeringsleiders komen ze er niet meer uit. En van bovenaf Europees beleid opleggen werkt niet meer. De burgers komen hiertegen in opstand en stemmen met hun voeten. Er verandert ook te veel in de wereld. Innovatie binnen Europa vraagt om bottomup-processen. Er waait, kortom, een frisse wind door de EU.

Tijdens de ontmoetingen met ambtenaren van zowel DG regio, DG Innovatie als het kabinet van commissaris Croes viel op hoe ingrijpend veranderd de houding en de werkwijze zijn. De Brusselse ambtenaren laten zich niet meer voorstaan op hun bureaucratische efficientie, hun toon is veel zachter geworden, begrijpender, empatischer, de betrekkingen zijn horizontaler. Hard beleid maken in Brussel, de verantwoordelijkheid voor de implementatie bij de regeringen leggen en het toezicht op naleving weer vanuit de hoofdstad van de EU regelen, ze geloven er zelf niet meer in. Armoede, duurzaamheid, veiligheid, ze vergen aanpassingen van de systemen. Om complexe continentale systemen te veranderen moet juist van onderop worden gewerkt, en niet meer vanuit het lobbycircuit in dat ene machtscentrum. Zoals een van de ambtenaren het zei, Brussel wordt een ‘bibliotheek’ van de Europese Gemeenschap, waar alle kennis, visies, best practices en ervaringen worden gedeeld. Ze wordt open, publiek, transparant, horizontaal. Ik moet het Den Haag nog zien doen.

Tagged with:
 

Regionale governance

On 21 oktober 2014, in bestuur, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op woensdag 8 oktober 2014:

METREX Logo

Maakt regionale samenwerking iets uit? Een van de sprekers op het recente METREX-congres in Brussel, Rudiger Ahrend van de Organisation of Economic Cooperation and Development (OECD), had ruim tweehonderd grootstedelijke regio’s op hun samenwerkingsmodellen geanalyseerd. Vijfendertig procent van de bestudeerde regio’s kende alleen een informele samenwerking, 17 procent een intergemeentelijke, 9 procent een supra-gemeentelijke, niet meer dan 5 procent (Azië) een metropolitane samenwerking. Vierendertig procent van de bestudeerde regio’s kende überhaupt geen samenwerking. Waar van samenwerking sprake is, blijkt deze vooral plaats te vinden op terreinen van regionale economische ontwikkeling, regionaal transport en ruimtelijke ordening. Twee derde van de regionale samenwerkingsverbanden heeft betrekking op alle drie de terreinen. Lager scoorden waterbeleid en afvalbeleid, dan cultuur, ten slotte gezondheidszorg. En? Maakt het wat uit?

De OECD constateerde hogere economische productiviteit, minder suburbanisatie en grotere tevredenheid van burgers waar sprake is van goede regionale samenwerking. Hoe beter en formeler deze is geregeld, hoe beter ook de prestaties. Fragmentatie van de governance blijkt in alle opzichten slecht voor een gebied. Overleg is weliswaar ingewikkeld en vergt veel tijd, maar het loont. Hoe efficiënter dat overleg, hoe gunstiger dit weer is. Bij verdubbeling van het aantal betrokken gemeenten verliest de grootstedelijke regio liefst circa 6 procent aan productiviteit. Ahrend benadrukte dat het hier niet alleen om economische prestaties gaat. Het belang van governance op metropolitane schaal doet zich gelden op elk maatschappelijk terrein. En toen, helemaal op het eind, kwamen zijn belangrijkste lessen. Rivaliteit tussen gemeenten en steden, aldus Ahrend, werkt ongunstig; van bovenaf  samenwerking opleggen creëert lege hulzen; de bereidheid daartoe kan alleen van onderop groeien; ze vereist bovenal inspirerend leiderschap.

Tagged with:
 

More of less autonomy?

On 20 oktober 2014, in bestuur, duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 10 oktober 2014:

Boris Johnson

Niet alleen Hongkong, ook Londen wil meer zeggenschap over haar eigen toekomst. Ik las het in Het Parool van 10 oktober jongstleden. Daarin werd gemeld dat burgemeester Johnson grotere autonomie voor zijn stad had bepleit. Het gaat hem om grotere zeggenschap over de belastinginkomsten. Op dit moment kan Londen, met tien miljoen inwoners, slechts 7 procent van de totale belastinginkomsten zelf besteden (voor Amsterdam is dit vergelijkbaar). Over de rest beslist het Britse parlement. “De gemeente Londen is in de huidige vorm niets meer dan een tussenstation van de centrale overheid.” Lokale democratie vereist invloed op de publieke middelen. Dat is nu niet het geval. Ook in vergelijking met andere wereldsteden heeft Londen weinig greep op zijn middelen. De grootstedelijke problemen wil het graag zelf oplossen, maar voor alles moet het de hand ophouden bij de regering. Stephen Syrett, hoogleraar aan Middlesex University, is het met de burgemeester eens. Maar, voegt hij eraan toe, “dat geldt ook voor Manchester, Leeds en de andere grote steden. De Britse overheid is erg gecentraliseerd. Dat is niet goed.”

In The Guardian stond diezelfde avond een artikel van de Brits-Amerikaanse socioloog Richard Sennett. Boodschap: “Our urban leaders’ belief in autonomy as the ultimate goal must be unset.” Als we de mondiale problemen als klimaatverandering willen oplossen helpt het denken over autonomie niet erg, stelde Sennett in ‘Why climate change should signal the end of the city-state’ (9 oktober 2014). “I’m not a gloomy pessimist, but I think the seductive idea of a place controlling its own fortunes is out of date.” We moeten, schreef hij, veel meer denken in termen van open systemen. Genetwerkte metropolen zijn een beter, complexer platform voor ons noodzakelijke denken en handelen. De stadstaat komt echt niet meer terug. “The urban challenge we face is how to live more openly, in the sense of adknowledging and coping with disorder.” Sennett heeft gelijk, maar Johnson denkt ook heus niet dat hij de problemen allemaal zelf kan oplossen. Die zijn, zeker in het geval van Londen, gewoon te groot en te complex. Maar het begint wel met meer speelruimte van onderop, dicht bij de realiteit. Alle steden gezamenlijk kunnen de wereld redden. Mits ze er door hun regeringen toe in staat worden gesteld.

Tagged with:
 

Public-Private-People

On 16 oktober 2014, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in One Whitehall Place, Londen, op 15 oktober 2014:

Annex D: Toronto Waterfront Region

Het congres Cities 2014 van Marketforce en Ernst & Young in Londen bracht afgelopen woensdag steden uit het hele Verenigd Koninkrijk bij elkaar. Opvallend veel bestuurders waren aanwezig. Hun bijdragen vielen op door hun grote inhoudelijkheid. Je kunt het een mooi voorbeeld noemen van Benjamin Barber’s droom: “if mayors ruled the world.” Steden willen van elkaar leren. De burgemeester van Newham, Robin Wales, vertelde over de legacy van de Olympische Spelen 2012 in zijn gemeente, de burgemeester van Bristol, George Ferguson, maakte indruk met zijn verhaal over lokale duurzaamheid en de burgemeester van Stoke-on-Trent pleitte voor een tussenstop op de nieuwe hogesnelheidslijn HS2 tussen Manchester en Birmingham. Centraal stond het idee van Smart Cities en veel bijdragen gingen over nieuwe vormen van governance waarin publiek-privaat nauw samenwerken met burgers aan stedelijke smart grids. De gedachte dat grotere betrokkenheid van de bevolking nodig en ook nuttig is kwam vooral naar voren in de mooie bijdrage van Tom Shakhli uit Lambeth, Zuid-Londen. Zijn verhaal over ‘Made in Lambeth’ ging over hoe een vaste groep van vierhonderd burgers voortdurend door de gemeente wordt geconsulteerd, “using online communities to do good for nothing.” Boodschap: het werkt.

Meeste indruk op de aanwezigen maakte de bijdrage over Toronto Waterfront. De Canadees William Hutchison van het Centre for Smart City Innovation van Ernst & Young vertelde over twintig jaar zorgvuldige planning langs de stedelijke oevers van de Don. Het betreft hier een transformatie van oude industrieterreinen op land dat voor 70 procent in bezit is van de gemeente, een vastgoedinvestering ter waarde van liefst 34 miljard Canadese dollar. In 1999 begonnen, toen nog bedoeld voor de Olympische Spelen 2008, leek het project in 2011 vast te lopen door verzet van de even eerder aangetreden rechtse burgemeester Rob Ford. Die wilde de publieke planners van Toronto Waterfront eruit gooien en het plan verder geheel door marktpartijen laten ontwikkelen. Terwijl aan de basis van het megaplan juist uitgebreide publieke consultatie ligt, een gevoelige samenwerking tussen stad, provincie en ministeries, en parken, pieren, infrastructuur en openbare ruimtes (o.a. van West8) juist de kern van het plan uitmaken. In 2013 werd het project daarom geëvalueerd. Uitslag: positief. Op dit moment speelt de omstreden komst van een vliegveld in het waterfront, en de bouw van een casino. En afgelopen zomer ontstond er heibel over parasols die waren geplaatst op Sugar Beach en die elk liefst 12.000 dollar zouden hebben gekost. Ai, de burgers! En dat terwijl Toronto Waterfront op dit moment 1,65 miljard dollar extra vraagt om het karwei af te maken. Eind oktober zijn er in Toronto verkiezingen.

Tagged with:
 

Anti-stedelijk

On 15 oktober 2014, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 29 juli 2014:

Ben Judah, journalist bij het Amerikaanse Newsweek, deed drie jaar lang onderzoek naar Vladimir Poetin (1952). Van zijn hand verscheen ‘Fragile Empire. How Russia Fell In and Out of Love with Vladimir Putin’ (2014). Een portret van de politicus stond deze zomer in Het Parool. In het fascinerende artikel beschrijft Judah een normale werkdag in het leven van de Russische president. Wat me vooral opviel: Poetin houdt niet van Moskou. Hij woont ook niet in de hoofdstad. “Hij houdt niet van de stad: het verkeer, de vervuiling, de mensenmassa.” Wat blijkt? De president heeft het paleis van Novo-Ogarjovo gekozen als residentie. “Daar voelt hij zich thuis, in het westen van de stad, ver weg van de rode muren, de megagebouwen en de megashoppingcenters.” Novo-Ogarjovo ligt 24 kilometer westelijk van Moskou; als het moet kan Poetin in 25 minuten in het Kremlin zijn, maar dan moet de politie het hectische verkeer in de metropool wel stilleggen. Judah: “Maar hij vindt het irritant zich te verplaatsen, hij gaat niet graag naar het Kremlin. Liever werkt hij op zijn landgoed.” Veelzeggend.

De heer Poetin komt uit Sint Petersburg. Moskou is bijna vier keer groter. Vergeleken met de hoofdstad is Petersburg dus een slaperig provinciestadje. De president houdt van jachtpartijen, geniet van de schoonheid van Rusland, hij heeft geen vader of moeder, zijn vrouw is van hem gescheiden, zijn twee dochters wonen in het buitenland. Poetin, aldus Judah, leidt op zijn landgoed een monotoon en eenzaam bestaan. Hij weet ook dat hij Rusland alleen maar op feodale wijze kan regeren; doet hij dat niet, dan zal Moskou volgens hem net zo branden als Kiev. En ook: hij moet niets hebben van technologie. Poetin, maak ik op uit het portret, houdt niet van complexiteit, hij is anti-stedelijk. Dat is de kern van het probleem.

Tagged with:
 

Heilige steden

On 9 oktober 2014, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The New York Review of Books’ van 25 september 2014:

Wat Islamitische Staat (IS) aan gruwelijks doet in Irak en Syrië is historisch gezien helemaal niet zo ongewoon. Ik las het in de New York Review of Books. Had het nog niet zo bekeken. In ‘Iraq: The Outlaw State’ recenseerde Max Rodenbeck een viertal boeken over de politieke toestand in Irak. Rodenbeck is hoofd van het Midden Oostenbureau van The Economist in Cairo, Egypte. Na een aantal recente gruwelijkheden in het Kalifaat te hebben opgesomd komt hij in zijn artikel met de observatie dat dergelijke wreedheden door de lokale bevolking gezien worden als “a talisman of godlike power and an advertisement of worldly success.” Messianistische wreedheden die al eeuwenlang de beschavingen in dit gebied domineren. Rond Mosul, voegt hij er fijntjes aan toe, bevinden we ons tussen de ruïnes van de oudste heilige steden ter wereld, die van Niniveh en Nimrud bijvoorbeeld.

Honderden jaren heerste hier het Assyrische rijk, dat wil zeggen dat rijk heerste over de vruchtbare oevers van de Tigris en Eufraat, “a span of flat, semiarid, and hard-to-defend terrain that is possibly the most often fought-over patch of real estate on the planet.” De contouren van dit gebied komen vrijwel overeen met die van het nieuwe kalifaat. Assiries rivaal was destijds Babylon, dat zuidelijk van het latere Bagdad de gehele rivierdelta besloeg. Rodenbeck: “What stands out in the iconography of the Assyrian kingdom is its unusually frequent and detailed depiction of extreme violence.” Wie ervan wil kennisnemen moet naar het British Museum in Londen, waar een hele galerij is gewijd aan de macabere rituelen in het paleis van Ashurbanipal in Niniveh. Ook de Mongolen gingen zich later te buiten aan extreem geweld. In 1258 en later in 1401 moordden ze de hele bevolking van Bagdad uit, waarbij ze de lijken voor de poorten hoog optastten. En nadat de Amerikanen datzelfde Bagdad hadden gebombardeerd, veranderde de stad op slag in een serie monochrome sektarische blokken, onderling gescheiden door betonnen muren, waar mensen elkaar naar het leven staan en waar moorden een dagelijks ritueel is geworden.

Tagged with:
 

Nachtleven is duurzaam

On 8 oktober 2014, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De hardnekkigheid van de 9 tot 5-economie’ (2009) van Paul de Beer:

MIRIK MILAN _ PREFEITO DA NOITE EM AMSTERDA

Het geklaag, vooral afgelopen zomer, over de enorme drukte in Amsterdam bleek iets typisch Amsterdams. Nu klagen Amsterdammers graag – daar niet van -, maar dat is niet wat ik bedoel. Wel dit: de door Amsterdammers ervaren drukte doet zich alleen voor in (het centrum van) Amsterdam, in de rest van Nederland is het veel rustiger. Vergelijk het straatbeeld zelfs in Rotterdam maar eens met dat in Amsterdam. Amsterdam kookt over, Rotterdam nog in het geheel niet. Deels zijn het de stromen toeristen, waaronder heel veel dagjesmensen, deels groeit gewoon het inwonertal van de hoofdstad gestaag, elk jaar met 15.000. Elders in Nederland is eerder sprake van krimp, van toenemende rust en stilte. Er is geen andere conclusie mogelijk. Die enorme stromen mensen kunnen hier niet meer tussen negen en vijf worden geaccommodeerd. Amsterdam maakt zich op voor een heuse 24-uurs economie. De grootste stad van Nederland wordt eindelijk volwassen.

Volgens de econoom Paul de Beer is er in Nederland beslist geen sprake van langere werktijden. Volgens cijfers uit 2009 blijkt althans hier niets van. De Beer: "Voor zeven uur ’s ochtends en na zes uur ’s avonds is vrijwel niemand aan het werk." Dat zal best, maar dat zijn landelijke cijfers. In Amsterdam lijkt mij dat niet (meer) het geval. En het is ook logisch. Bij een bepaalde omvang gaat een stad niet meer slapen, dan dendert ze door. Dat zie je in echte grote wereldsteden als Londen, Sao Paulo, Tokio, New York en Parijs. Dat is buitengewoon duurzaam, goed en profijtelijk en, zeker, overlast geeft het hier en daar ook. Voorzieningen worden hierdoor echter optimaal benut, nieuwe banen worden gecreëerd, inwoners en bezoekers worden langer en beter in alles bediend. Nederland is nu nog provinciaals, de regelgeving wordt overwegend in Den Haag gemaakt. Al jaren pleit nachtburgemeester Mirik Milan (foto) voor ruimere openingstijden. Zo stelde het vorige B&W van de hoofdstad ruim een jaar geleden al enkele 24-uurs zones voor de horeca in en ik zag een pleidooi van de Amsterdamse afdeling van D66 voor meer nachtvergunningen en ruimere openingstijden. Supermarktjes, bakkers, drogisterijen, ze moeten ook ’s avonds laat open kunnen zijn. Amsterdam zoekt naar een nieuwe balans.

Tagged with:
 

Onhandig duur

On 7 oktober 2014, in vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 9 augustus 2014:


London Cranes

Londen is een hele dure stad, wat heet. Londen is bizar duur. Volgens het kapitalisme zou dan flink bijgebouwd moeten worden, want nieuwbouw is profijtelijk en prijzen zullen dan weer dalen. Die nieuwbouw vindt ook wel plaats, maar het is bij lange na niet genoeg. Sterker, ook dat bijbouwen in Londen blijkt heel duur te zijn, vele malen duurder dan in Manchester, Birmingham of zelfs New York. Hierover publiceerde het Londense tijdschrift The Economist afgelopen zomer een verhelderend artikel. In ‘Bodies, bombs and bureaucracy’ werd uitgelegd waarom bouwen in Londen zo schrikbarend duur is: alleen al bij het graven in de Britse metropool wordt van alles aangetroffen: lijken, archeologisch materiaal, bommen uit de tweede wereldoorlog. Dat bijbouwen gebeurt in een middeleeuws patroon van grillige, nauwe straten, op kavels met scheve, vreemde hoeken. Kranen en vrachtwagens kunnen er bijna niet hun werk doen (foto: Londonsnap http://londonsnap.co.uk). Bijna heel centraal Londen is belegd met monumenten en historische stadsgezichten die moeten worden gespaard. Bewoners protesteren bij het minste of geringste. Eigenlijk is bouwen in centraal Londen verschrikkelijk onhandig en, inderdaad, daardoor ook peperduur.

Er wordt veel geklaagd over de Londense bureaucratie en hoe duur het is om bouwvergunningen te krijgen. "Getting approved requires more than mugging up on planning regulations: plenty of rules are unwritten, while political objections can be unpredictable." De ambtenaren doen er juist alles aan om het bouwen in deze krankzinnige omstandigheden mogelijk te maken. Maar hun bemiddeling werkt wel weer kostenverhogend. Hoogbouw in Londen is een vijfde duurder dan in Hongkong of New York, berekende Turner and Townsend. Waarom verlaten de bedrijven niet het centrum van de overkokende metropool als de stad zo krankzinnig duur is en gaan ze bijvoorbeeld niet naar Croydon of verder weg, naar Birmingham? "Office rents and land values are high enough to support even some outrageously complicated projects." Het huren van kantoorruimte in de West End is nu twee keer zo duur als in Madison Avenue in New York. Londen is extreem en dat blijft zo. Het gevolg is dat steeds meer jonge hoogopgeleide Britten emigreren. Nu al wonen er meer dan vijf miljoen Britten in het buitenland. Het afgelopen jaar groeide de jonge uitstroom uit Londen met liefst 8 procent.

Tagged with:
 

Partners

On 6 oktober 2014, in citymarketing, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 2 oktober 2014:

Deze blog post is niet betaald door Rotterdam Partners. Al het andere goede nieuws over Rotterdam afgelopen week dus wel. Een ware stortvloed van reclame-uitingen over de Maasstad werd over ons uitgestort. Aanleiding: de opening van de martkhal in het Rotterdamse Laurenskwartier. Het was allemaal heel positief nieuws. Toen kwam er ook nog een heel groot cruiseschip de Nieuwe Maas opvaren. Boodschap: Rotterdam is in de lift. Alles bleek te zijn betaald door Rotterdam Partners. Het betreft een fusie van een aantal Rotterdamse gemeentelijke instellingen die met hulp van het bedrijfsleven de stad moeten promoten. NRC Handelsblad voegde tien bladzijden over Rotterdam toe aan zijn Lux-magazine. Betaald. Ik zag op Twitter een flauw filmpje van Heineken over Rotterdam voorbijkomen met leuk bedoelde multiculti-jongens die de letters ‘We’re Rotterdam’ meesleepten op hun hippe brommers. Betaald. Diezelfde week kwam Rotterdam Partners naar buiten met de nieuwste cijfers: het aantal bezoekers aan de stad steeg met 3,8 procent. Nee, het was citymarketing alsof er geen crisis geweest is.

De organisatie betaalde ook de overkomst van 43 journalisten naar de Maasstad. Een van hen was Oliver Wainwright van The Guardian. Zijn (betaalde) recensie stond donderdag in de Britse krant. Wat vond Oliver van de markthal van MVRDV? "It feels like it’s trying a bit too hard to be fun." De architectuurcriticus twijfelde overigens ook over het commerciële succes van de markthal. De bovenste appartementen hebben onhandige muren en hoeken, de markthal zelf grenst aan de echte markt. Het verschil tussen het hippe en dure eco-food in de overdekte 175 miljoen euro kostende hal (waarvan 72 miljoen euro publiek geld, dat is 115 euro per inwoner) en de goedkope groenten en fruit op straat verbaasde hem, zeker in een arbeidersstad als Rotterdam. Wainwright, een straatverkoper citerend: "You can wander around inside and getting inspired by the amazing displays, then go outside and buy the same stuff for the quarter of the price." En stedenbouwkundig had de Britse criticus ook de nodige twijfels: "Like many of Rotterdam’s recent inner-city developments, despite it being a beacon of downtown urban life, it has a strangely suburban approach to planning: deep within its bowels is the city’s biggest carpark, with 1,200 spaces, despite the metro and busstations being right opposite." Duurbetaalde kritiek, goedkoop advies.

Tagged with: