Amsterdam maakt Ferrari’s

On 18 april 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 15 maart 2014:

In maart 2011 schreef ik al over de fietsfabriek van Wim van der Kaaij in Amsterdam. Die was toen nog gevestigd in de Westerstraat in De Jordaan. Van der Kaaij bouwde zijn fietsen nog helemaal zelf, ook de frames. Die maakte hij voor zijn klanten precies op maat. Ik gebruikte het destijds als voorbeeld van stedelijke importvervanging. Steden, zo luidt de theorie, importeren spullen, maar proberen die op een gegeven moment zelf te produceren. Als ze dat lukt, hoeven ze die spullen niet langer te importeren en als ze het bovendien lukt die spullen beter te maken dan concurrerende steden, dan kunnen ze ze zelfs gaan exporteren. Zo worden stedelijke economieën divers. Het gevolg is dat echte grote steden bijna alles zelf produceren. Hoe groter en diverser hun economie, hoe minder ze naar verhouding importeren. Dat blijkt ook uit onderzoek: een metropool als Los Angeles heeft een economie zo groot als die van Nederland en is voor tachtig procent zelfvoorzienend. Maak dat een Nederlander maar eens wijs. Hij is een handelaar, geen maker, en grote steden kent hij niet.

Nu las ik in Het Parool dat Wim van der Kaaij, inmiddels 76 jaar oud, zijn fietsfabriek heeft verplaatst naar Amsterdam Noord. In 2012 moest hij in de Westerstraat stoppen omdat hij daar niet kon uitbreiden (sic!). Ook klaagden de buren. En Van der Kaaij had geen opvolger gevonden. Al die problemen blijken nu te zijn opgelost. Zijn RIH Sport heeft opnieuw zijn deuren geopend op het Gedempte Hamerkanaal in Noord. Ook heeft hij opvolgers gevonden. Mede-investeerder Lorenzo Milelli (41) en voormalig fietskoerier Lester Jansen (27) zijn in de leer bij Van der Kaaij, die zijn fietsen typeert als "een beetje de Ferrari’s onder de fietsen." Sinds 1921 bouwt RIH fietsen, met liefst 63 wereld- en Olympisch kampioenen als resultaat. Op de nieuwe plek kan hij zijn fabriek uitbreiden en lastige buren heeft hij niet. Amsterdam blijft dus zelf fietsen produceren. Over klanten maakt hij zich geen zorgen: "Hippe jongeren rijden graag door de stad met een tweedehands fixie, een klassieke baanfiets zoals die vroeger veel door RIH Sport Amsterdam werden gebouwd." Kortom, het is een lokale markt. Interessant is ook hoe goed de fietsenbouwers hun concurrenten kennen: in Engelse steden werken veertig framebouwers zoals zij en in Italiaanse steden zijn dat er 35. Wie had dat gedacht?

Tagged with:
 

Thinking City

On 16 april 2014, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 maart 2014:

De summer school ‘Thinking City. The Dynamics of Making Amsterdam’ krijgt vorm. Ook het thema ‘kennisregio’ begint steeds meer vorm en inhoud te krijgen. Het recente rapport van de WRR ‘Naar een lerende economie’ geeft daaraan een stevige impuls. Ik schreef er al eerder over op deze weblog. Interessant in dat verband is de ingezonden brief van Willem Schinkel, Be Breij en Jeroen Geurts in NRC Handelsblad van een tijdje geleden. De drie schreven de brief namens De Jonge Akademie van de KNAW. In de brief verzetten ze zich tegen het voornemen van de regering en dus ook de WRR om wetenschap vooral regionaal in te bedden. Nederlandse universiteiten, stellen ze, moeten zich niet ontwikkelen tot “regionale scienceparken waar zowel universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstituten en bedrijven gevestigd zijn.” Zo’n idee getuigt van ‘een sterk maakbaarheidsdenken’ en ‘provincialisme’. Daar ben ik het op zichzelf van harte mee eens.

Schinkel c.s. vinden het kabinetsvoornemen vooral getuigen van provincialisme omdat het vertrekt vanuit het idee dat innovaties voortkomen uit regionale verbindingen met bedrijven. Hun stelling is dat vooral internationale wetenschappelijke verbanden hierin beslissend zijn, niet regionale. De wens een regionaal publiek te bedienen, schrijven zij, moet niet het organisatiemodel bepalen voor de wetenschap. Verder keren ze zich tegen specialisatie en pleiten juist voor veel grotere diversiteit. “Naast het ontluikende regionale sciencepark moet er de brede universiteit zijn, die goed is ingesteld op de veranderende economie.” Verderop stellen ze dat op scienceparken ook niet alleen bedrijven gevestigd zouden moeten worden, maar ook ngo’s, vluchtelingenorganisaties, patiëntenorganisaties, initiatieven voor een alternatieve economie. Allemaal van harte mee eens. Bed universiteiten zo goed mogelijk in in hele grote steden met maximale verbindingen met de rest van de wereld. Sluit ze niet op in provinciale wetenschapsparken. En niet alles is ruimtelijk. Organiseer een summer school.

Tagged with:
 

Eerst water, dan bestuur

On 15 april 2014, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in Rawabi Home winter 2014:

Afgelopen week een delegatie van het gemeentebestuur van de Palestijnse nederzetting Rawabi ontvangen. Rawabi is in Nederland vooral bekend van de Tegenlicht-uitzending van 22 juli 2013. De eerste nieuwe Palestijnse stad wordt gebouwd op een afstand vijftien kilometer ten noorden van Ramallah, de hoofdstad van de Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever. Er zullen hier naar verwachting 300.000 mensen wonen en werken. Het geheel wordt gefinancierd met privaat kapitaal, het merendeel afkomstig uit Quatar, een derde komt van Bashar Masri, een schatrijke Palestijns-Amerikaanse zakenman. In het Engelstalige magazine ‘Rawabi Home’ lees ik dat premier Rutte, op bezoek in Palestijns gebied, een MOU heeft ondertekend met het gemeentebestuur van Rawabi. “The (Dutch) Prime Minister concluded the visit with words of praise, noting that the aspirations of all Palestinians are embodied in the city of Rawabi.” Elders in het nummer lees ik dat de bouw van de nieuwe stad vertraagd is door gebrek aan water. Oorspronkelijk zouden de eerste Palestijnen hun nieuwe woningen midden 2014 betrekken, maar die datum is uitgesteld. Een deel van de pijpleiding die het benodigde water toelevert aan de stad loopt over over door Israel bezet gebied. De Israelische autoriteiten hebben voor die pijpleiding nog altijd geen toestemming gegeven. De 600.000 Israelische kolonisten, lees ik in The Guardian, verbruiken zes maal zoveel water als de 2,7 miljoen Palestijnen.

Rawabi moet duurzaam worden. Zo is er veel aandacht voor de energievoorziening van de nieuwe stad. Maar ook gebruikte Harvard Business School de nieuwe stad als case study in haar programma voor een macro-economische analyse van de jonge Palestijnse staat, de tekortkomingen van de bouwsector in een toestand van bezetting en vooral de noden van de Palestijnse middenklasse. Die woningbehoefte schat Harvard op 300.000 woningen.  De PMHC – de Palestijnse woningbouwcorporatie – hoopt de woningcrisis in Palestijns gebied te bestrijden door betaalbare woningen aan te bieden en hypotheken te verstrekken. Dat alles staat ver af van de Intifadah. In ons gesprek hadden we het over regionale planning, want de omliggende dorpen mogen geen schade lijden van de ontwikkeling. Vooral was de vraag welke vorm van governance voor stad en regio de meest geschikte is. Een bestuursvorm die duurzaamheid op alle fronten garandeert. Dat was wel een vreemde gewaarwording. Als je in oorlogscondities moet plannen en zelfs nog over geen water beschikt, hoe wil je dan het bestuur gaan regelen? Eerst water, dan bestuur.

Tagged with:
 

Terwijl zij naar Moskou ging

On 14 april 2014, in boeken, literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Verhalen 1913-1924′ (2013) van I.E. Babel:

Het laatste verhaal uit de bundel, door F. Slofstra schitterend vertaalde Babelvertellingen is die van ‘De jodin’. We hebben het over ‘Verhalen 1925-1938′ die Izaac Babel schreef kort voordat hij door de handlangers van Jozef Stalin op 45-jarige leeftijd in Moskou zou worden vermoord. In ‘De jodin’ verhaalt hij over de oude vrouw Ester Erlich die aan het graf van haar pas overleden man radeloos weent en terugblikt op haar vijfendertig jaren huwelijkse leven. Haar dagen slijt ze in het armoedige stadje Kremenets in de Oekraïne, waar het overal in de huizen stinkt. Ze verwijt haar zoon Boris dat hij niet thuis was toen zijn vader overleed. Maar Boris heeft geen spijt. Hij besluit zijn moeder mee te voeren naar Moskou – iets wat zijn in het leven teleurgestelde vader nooit had gedurfd. "Laten we gaan," zei Boris tegen zijn moeder. "Waarheen?" "Naar Moskou, mama…!" "Zijn er niet genoeg joden in Moskou zonder ons?" Even later zitten moeder en zoon, onder achterlating van haar ‘dorpse pantoffels’, in de eersteklas wagon van de Sebastopol-expres.

Boris is revolutionair en lid van het Rode leger, hij blijkt in Moskou vrienden en carrière te hebben gemaakt en brengt zijn oude moeder onder in een mooi appartement in de chique wijk Ostozhenka. "Ze zei dat ze dodelijk bedroefd was alleen te vertrekken, zonder haar man, die zo van Moskou had gedroomd, die er zo van had gedroomd dit godvergeten oord te verlaten en de rest van zijn leven, waarin je alleen nog rust en genoegen verlangt, bij zijn zoon door te brengen, in die nieuwe wereld….En nu lag hij de hele nacht in zijn graf, terwijl zij naar Moskou ging, waar de mensen naar verluidt gelukkig, vrolijk en levenslustig waren, vol plannen zaten en allerlei bijzondere dingen deden." Babel beschrijft met weinig woorden de extreme luxe van Moskou: de metropool van Stalin vol met voor de oude Ester ‘onvoorstelbaar vreemde mensen’. Het wendde snel, van beide kanten. Na haar komst werden coöperatieworst en wodka ingeruild voor thee, klaargemaakt op de samowar, met knoflook, gebakken uien en gefilte fisj, door Ester stilletjes bereid. Babel: "De oude Ester vond haar plek in de hoofdstad van de USSR." Telkens als ik het nieuws lees over Moskou, Poetin en de Oekraïne, moet ik aan dit ontroerende verhaal denken.

Tagged with:
 

Wereldstad

On 11 april 2014, in internationaal, politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 10 april 2014:

 

Wat een geweldig gastcollege van Reinier de Graaf, directeur Europa bij OMA, aan de Universiteit van Amsterdam! Onderwerp: ‘The planning of Greater Moscow’. Vak: Urban Studies, Cities in Transition. Op onweerstaanbare wijze fileerde planoloog-ontwerper De Graaf de situatie in Moskou aan de hand van de inzending van het consortium, waarvan OMA het hart vormde, aan de Moscow Competition van 2012. Met zijn 12 miljoen inwoners staat Moskou op de ranglijst van wereldsteden op dit moment op plaats 12, maar zal de komende jaren stijgen naar plaats 5. Moskou is een echte megaregio. De bevolking van de Russische hoofdstad groeit de komende jaren namelijk met liefst 24 procent. Terwijl de Russische Federatie op de mondiale kaart van stedelijke concentraties met zijn enorme leegte schittert door afwezigheid, vormt Moskou daarop de grote uitzondering. Moskou, aldus De Graaf, is binnen Rusland een echt ‘waterhoofd’. En zal dat nog meer worden. Is dat erg?

Op overtuigende wijze liet De Graaf zien dat, om de enorme ruimtelijke problemen het hoofd te bieden, de administratieve organisatie van Moskou grondige aanpassing behoeft, bijvoorbeeld door de grenzen van de gemeente, anders dan nu gebeurt, te laten samenvallen met die van de Oblast ("We took the liberty to change the government of Moscow"). In één klap zou de regio Moskou daarmee de omvang krijgen van een land als Zwitserland of Nederland: met zijn 20 miljoen inwoners de grootste megaregio ter wereld. Een dergelijke aanpassing leek hem gerechtvaardigd en ook noodzakelijk, want net als Zwitserland binnen Europa een bevoorrechte positie inneemt waarvan Europa danig profiteert, komt ook Groot-Moskou binnen de Russische Federatie een uitzonderingspositie toe die Rusland alleen maar winst oplevert. Al sinds de Sovjet Unie genieten de inwoners van de hoofdstad voorrechten, bang als de autoriteiten zijn dat er opstanden zullen uitbreken. De Graaf: "In order to control Moscow, the government tries to keep its citizens happy". Vandaar dat bijna alle Moskovieten, althans officieel, binnen de gemeentegrenzen wonen en zich daarbuiten liever niet wagen. Hun identiteitskaart, zo liet De Graaf zien, lijkt sprekend op een creditcard, terwijl die van de inwoners van de Oblast nog het meeste lijkt op een entreebewijs van een doodgewone camping. Moskou, aldus De Graaf, sluit tegenwoordig meer aan bij de wereldgemeenschap dan bij Rusland. En ook al lijkt de politieke actualiteit dit laatste te loochenstraffen, Moskou vormt zich tot een heuse ‘World City’. Wat een feest voor de studenten om naar te luisteren!

Tagged with:
 

Gelezen in ‘Hochparterre’ van mei 2014:

Het themanummer van het Zwitserse architectuurtijdschrift Hochparterre is geheel gewijd aan de ruimtelijke planning van de stadsregio’s Zürich en Amsterdam. In ‘Stadtregionen planen’ worden beide planningsbenaderingen – de Zwitserse en de Amsterdamse – nauwkeurig met elkaar vergeleken. Een artikel is opgenomen van de hand van Kees Christiaanse, hoogleraar Architectuur en stedenbouw aan de ETH in Zürich. In het stuk betoogt Christiaanse dat de ruimtelijke inrichting van Nederland in de jaren negentig in toenemende mate aan de markt werd overgelaten, waarbij gemeenten hevig met elkaar concurreerden om grond en ontwikkeling en burgers en marktpartijen goedkoop geld konden lenen om te bouwen. Om aan de wildgroei paal en perk te stellen introduceerde het Paarse kabinet eind jaren negentig rode en groene contouren, door Christiaanse verduidelijkt met een kaartbeeld uit de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Binnen de rode mocht worden gebouwd, daarbuiten niet; binnen de groene waren natuur en landschap beschermd, daarbuiten was dit veel minder het geval. Toen het kabinet viel werd geen gevolg gegeven aan de contourensystematiek. "Stattdessen setzte man die nachfolgende und zahnlose ‘Nota Ruimte’ in Kraft."

Christiaanse lijkt de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland na het stuklopen van de contourensystematiek en geringe sturingsbereidheid van de Nederlandse regering te betreuren. In grensgebieden als Capelle bij de Van Brienenoordbrug ziet hij chaos ontstaan. Het uiteenvallen van de Randstad, het mislukken van bestuurlijk geoutilleerde stadsregio’s, de vrijblijvendheid van de structuurvisies, de leegheid van de nationale ruimtelijke politiek, alles wijst volgens hem op een gebrek aan planning en een teloorgang van een grote traditie. Weliswaar lijkt nieuwe Amsterdamse structuurvisie 2040 ook een contourensystematiek te hanteren, maar Christiaanse betwijfelt of de grenzen tussen stad en land zullen worden gerespecteerd. De structuurvisie is bindend voor de overheid die hem opstelde, maar voor de buurgemeenten weer niet. "Vielleicht gelingt es." Daartegenover stelt hij de Zwitserse planning waarbij het Richtplan van de kantons de Zwitserse ruimte krachtig ordent: afwijken is daar niet mogelijk. Het Richtplan is voor alle inliggende gemeenten bindend. Zijn voorkeur is duidelijk. Zwitserland loopt voorop, Nederland loopt achter.

Glattalbahn

On 9 april 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gezien in Zürich op 5 april 2014:

Het vliegveld van Zürich ligt dicht tegen de stad gedrukt, het telt drie landingsbanen, het groeit opvallend snel: afgelopen jaar verwerkte de luchthaven al bijna 25 miljoen passagiers. Swiss is hier de grootste carrier. Afgelopen zaterdag werden we er gastvrij ontvangen en over de ontwikkelingen bijgepraat. Men vertelde ons over de extreme gevoeligheid van het omgevingshinderdossier, want uitgerekend een aantal chique villawijken grenzen aan de zones waar de vliegtuigen stijgen en landen. Men doet er dan ook alles aan om de vliegtuighinder te beperken. Treinen tussen de stad en de luchthaven rijden in hoge frequentie, waardoor passagiers binnen vijftien minuten op Zürich Centraal Station staan. Toch heeft men besloten om ook nog een hoogwaardige tramlijn tussen de stad en de luchthaven aan te leggen. We maakten een proefritje met deze spiksplinternieuwe ‘Glattalbahn’, waarvan het laatste deel in 2010 werd opgeleverd.

De 12,7 kilometer lange tramverbinding tussen de luchthaven en de stad slingert sierlijk door het verstedelijkte dal en ontsluit daar voorsteden, dorpen en stadswijken, zoals Schwamendingen, Dübendorf, Wallisellen, Oerlikon en Opfikon. Langs het tracé, door tunnels en over hoge viaducten, worden nieuwe kantoren- en woongebieden ontwikkeld die tot een verdere verdichting van het stedelijke weefsel zullen leiden. Zo bezochten we het barokke nieuwe hoofdkantoor van Allianz, ontworpen door de Nederlandse architect Wiel Arets, bij Glattzentren, opgenomen in een prachtig vormgegeven woonwijk in hoge dichtheid. Dankzij de nieuwe trambaan hoefde hier nauwelijks ruimte voor autoparkeren te worden ingeruimd. En dat alles zo vlak bij de luchthaven. Wordt het niet tijd dat we ook in Amsterdam zo’n hoogwaardige openbaar vervoerverbinding krijgen? Dus niet alleen een treinverbinding, maar ook een veel preciezere aansluiting van de metropool op Schiphol? De Noord/Zuidlijn bijvoorbeeld een paar kilometer doorgetrokken naar de nog veel grotere luchthaven, liefst tot in het hart van Hoofddorp.

Tagged with:
 

Literatuur van de straat

On 8 april 2014, in boeken, literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Winter Journal’ (2012) van Paul Auster:

De poging tot autobiografie van Paul Auster – de 64 jarige schrijver uit New York die terugblikt op zijn leven – liet me niet onberoerd. Iedereen zou zijn leven net als Auster in ‘Winter Journal’ deed kunnen beschrijven, aan de hand van zijn eigen lichaam, de adressen nalopen waar hij heeft gewoond, de dood navoelen van de ouders, de weersomstandigheden inventariseren, het voedsel, de vrouwen, de liefdes, de scholen, de hotels, de kwetsuren nogmaals kunnen ervaren, enzovoort. Mooi is de beschrijving van zijn verhuizing van Manhattan naar de overkant van de East River, naar Brooklyn in 1980. Hij belandt er in Carroll Gardens, een in zichzelf gekeerde Italiaanse gemeenschap in een buurt die destijds te boek stond als de veiligste in het verder gevaarlijke New York. Bekeken voelde hij zich er, begluurd door de vrouwen op stoepen, anders dan Afro-Amerikanen weliswaar niet ruw buitengesloten, maar ook niet welkom.

En altijd maar dat lopen. Auster beschrijft zichzelf voortdurend wandelend door de stad. Wanneer hij de sensaties beschrijft die hij ervoer met zijn lichaam in beweging door ruimtes, eindigt hij met wandelen over trottoirs, "for that is how you see yourself whenever you stop to think about who you are: a man who walks, a man who has spent his life walking through the streets of cities." Schrijven staat voor hem gelijk aan lopen. Helemaal op het eind komt hij op dat gegeven terug. "In order to do what you do, you need to walk. Walking is what brings the words to you, what allows you to hear the rhythms of the words as you write them in your head." Ook al schrijft hij zijn boeken achter zijn bureau, net als Dante heeft hij voor zijn boeken vele paren sandalen versleten. "You sit at your desk in order to write down the words, but in your head you are still walking, always walking, and what you hear is the rhythm of your heart, the beating of your heart." De stad als inspiratiebron voor grote schrijvers, de literatuur ligt op straat.

Tagged with:
 

Ironie

On 7 april 2014, in internationaal, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Zürich op 4 april 2014:

Zürich heeft geen last van de crisis. Zürich is booming. Op uitnodiging van de Zwitserse stad en de kanton waarin ze ligt wisselde een team van Amsterdamse planologen van de Dienst Ruimtelijke Ordening en van de Universiteit van Amsterdam afgelopen vrijdag ervaringen uit met hun Zwitserse collega’s. Vraag: welke regionale strategieën en instrumenten zet men in bij ruimtelijke planvorming in complexe stedelijke regio’s die sterk groeien? Zürich telt ruim 400.000 inwoners, de komende tien jaar groeit ze richting 500.000, de regio telt 1,7 miljoen. Amsterdam heeft 815.000 inwoners en groeit richting één miljoen; de Amsterdamse regio telt 2,4 miljoen. De verschillen tussen de wijze waarop de twee stedelijke regio’s ruimtelijke planning bedrijven leken groter dan de overeenkomsten. In Amsterdam lijkt alles losjes en neigt men naar nog grotere flexibiliteit, in Zürich oogt alles strak en neigt men juist naar nog striktere regulering. Opvallend was de krachtige doorwerking van het Richtplan van de kanton met zijn scherpe contouren, waardoor gemeenten rond Zürich gedwongen worden sterk te verdichten. In feite beschikt Zürich over één groot bestemmingsplan dat van grondeigenaren verlangt om overeenkomstig te handelen. Visies, scenario’s en strategieën ontbreken.

Hoe anders in Amsterdam. Bestemmingsplannen vindt men daar in alle soorten en maten; voor elke situatie en in elke omstandigheid wordt een nieuw bestemmingsplan gemaakt. Steeds vaker vinden er aanpassingen plaats, om allerlei redenen. En de komende wetgeving lijkt in Nederland nog grotere flexibiliteit te bieden. Ook de zelfbindende visies van overheden in het Amsterdamse en daarbuiten floreren. Terwijl dus de reactiesnelheid en het aanpassingsvermogen van planologen in Nederland toeneemt, neemt die van hun Zwitserse collega’s juist af. Groei wordt in Amsterdam steeds soepeler geaccommodeerd, in Zürich steeds krachtiger afgeremd of ingetoomd. Niet Amsterdam (en Nederland) is anno 2014 het walhalla van maakbaarheid, maar Zwitserland. Hoe dat komt? Naar een antwoord speurden alle tweehonderd aanwezigen. Een verklaring die genoemd werd: Hollanders zijn handelaren, de Zwitsers boeren. Een andere: Amsterdam staat voor polders met bewegelijk water, Zürich voor rotsachtige bodem, hoog in de bergen. Volgens Kees Christiaanse, hoogleraar aan de ETH en initiatiefnemer van het symposium, waren Amsterdamse planologen goed in skiën – hard de berg af -, en Zwitsers in zeilen: trager, op de wind, maar telkens elegant bijsturend. Zelf denk ik dat schijn bedriegt. De beste sturing zou haast onopgemerkt moeten blijven. Lao Tze zei het zo: "Intelligent control appears as uncontrol or freedom. And for that reason it is genuinely intelligent control."

Tagged with:
 

Gelezen in ‘Naar een lerende economie’ (2014) van de WRR:

Meer dan 400 bladzijden telt het recente advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de Nederlandse economie van de toekomst. Die economie is, aldus de raad, een ‘lerende economie’ waarin alle soorten kennis circuleert binnen een onoverzichtelijke multipolaire wereld. Vanaf bladzijde 327 wordt het advies ook voor planologen spannend. Hoofdstuk 11 gaat over ‘responsieve instituties’, met de regio als eenheid van beleid. En ook: de factor ruimte is volgens de raad van cruciaal belang. Nabijheid is zelfs key, “wat zich vertaalt in relatief hoge huren en hogere grondprijzen in de grote steden.” Echter, clustering organiseren van bovenaf, aldus de Raad, is lastig. “Succesvol clusterbeleid vertrekt vanuit wat er is en probeert de samenhang te versterken.” En dan volgt weer de clustertheorie van Michael Porter, waarvan de Raad betwijfelt of die in de Nederlandse conditie wel hout snijdt. Nederlandse regio’s zijn light-versies van buitenlandse en de Randstad mist kritische massa. Waarop de WRR voorstelt: “Het is zaak toe te werken naar een goede, geavanceerde grootstedelijke economie, met een gevarieerd milieu dat jonge mensen kan aantrekken en behouden.” Dat is: bouw een metropool, kan het duidelijker?

Echter, in de uitwerking van deze op zichzelf juiste redenering maakt de WRR een merkwaardige koerswending. Ze meent namelijk dat agglomeraties in Nederland niet sterk zouden kunnen groeien. Dat stelt ze overigens zonder enige nadere toelichting. Waarop ze voor verbetering van de verbindingen tussen regio’s pleit: de zogenaamde ‘borrowed size’. Dat houdt in: verschillende maar aanvullende sectoren in verschillende regio’s moeten tot een ruimtelijke eenheid worden gesmeed. Als u één aanbeveling moet vergeten, dan is het wel die van de ‘borrowed size’. Het is een verwerpelijke, typisch Nederlandse reactie op een uiterst belangrijke vraagstuk, namelijk dat van de dringende noodzaak van grootstedelijkheid in dit land. Opnieuw wordt dit vraagstuk ontweken door een pleidooi voor verdelende rechtvaardigheid op landsdelig niveau, van pappen en nathouden en van iedereen te vriend houden en vooral niet kiezen. Nee erger, de WRR baart hier een ruimtelijk monster. En werken zal het ook niet. Die mieren op het omslag van het rapport, ze lopen naar één punt: de mierenhoop.

Tagged with: